Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2009, 42Besluiten van algemene strekking

Besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 februari 2009 VGP/ADT 2908576, houdende instelling Adviescommissie Drugsbeleid

23 februari 2009

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 6, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges;

Besluiten:

Artikel 1

Er is een Adviescommissie Drugsbeleid, hierna te noemen: de Commissie.

Artikel 2

De commissie heeft tot taak de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede rekening houdend met de door het Trimbos Instituut en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum uit te voeren evaluatie, mede gezien de internationale en verdragsrechtelijke kaders, te adviseren of een herijking van (onderdelen van) het Nederlandse drugsbeleid aangewezen is en op basis van de gevormde inzichten in de vorm van scenario’s aanbevelingen te doen aan de Nederlandse regering voor een vanuit breed sociaal-maatschappelijk, nationaal en internationaal perspectief toekomstbestendig Nederlands drugsbeleid.

Artikel 3

De commissie bestaat uit de volgende leden:

  • Prof. dr. W.B.H.J. van de Donk, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (tevens voorzitter van de commissie);

  • Dr. ir. P. Boekhoud, voorzitter van het College van Bestuur van het Albeda College te Rotterdam;

  • Prof. dr. W. van den Brink, hoogleraar Verslavingszorg Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam;

  • Prof. dr. C. Fijnaut, hoogleraar rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg

  • Mw. mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, Staatsraad i.b.d.;

  • Mw. prof. dr. D. van de Mheen, bijzonder hoogleraar Verslavingsonderzoek aan het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam;

  • Dr. H.G.M. Rigter, oud-hoogleraar; hoofdonderzoeker afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus Medisch Centrum Rotterdam;

  • Mw. drs. A. van Vliet-Kuiper, burgemeester van Amersfoort

Artikel 4

  • 1. De commissie brengt haar advies uit voor 15 juni 2009 aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 2. Een maand na het uitbrengen van het advies is de commissie opgeheven.

Artikel 5

De archiefbescheiden van de commissie worden na haar opheffing of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, met een kopie aan de beheerders van het archief van het ministerie van Justitie en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 6

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 26 januari 2009.

  • 2. De regeling vervalt met ingang van 1 oktober 2009.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling instelling Adviescommissie Drugsbeleid.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink.

De minister van Justitie,

E.M.H. Hirsch Ballin.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst.

TOELICHTING

Op 6 maart 2008 zegden de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Tweede Kamer een nieuwe, integrale drugsnota toe. Ook zegden zij toe voordien het drugsbeleid te zullen evalueren. In overleg tussen de betrokken ministers is nadien besloten tussen de afronding van de evaluatie en de openbaarmaking van de nieuwe, integrale drugsnota advies te vragen over de toekomst van het drugsbeleid bij een onafhankelijk orgaan. In de aanvankelijke planning waren zij daarom voornemens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid om advies te vragen. Voor een dergelijk advies is echter ongeveer een jaar nodig. Dat is gezien de wens van de Tweede Kamer om bespoediging van de drugsnota te lang. In overleg tussen de betrokken ministers is daarom besloten tussen de afronding van de evaluatie en de openbaarmaking van de nieuwe drugsnota een apart in te stellen commissie van experts om advies te vragen.

Dit besluit strekt ertoe de Adviescommissie Drugsbeleid – voortaan: de Commissie – in het leven te roepen. De Commissie heeft tot taak de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te adviseren, mede gezien de internationale en verdragsrechtelijke kaders, of een herijking van (onderdelen van) het Nederlandse drugsbeleid aangewezen is. Zij zal op basis van de gevormde inzichten, in de vorm van scenario’s, aanbevelingen doen voor een toekomstbestendig Nederlands drugsbeleid. De Commissie beziet de drugsproblematiek vanuit een breed sociaal-maatschappelijk, alsook nationaal en internationaal perspectief. De commissie weegt het drugsbeleid niet alleen in termen van veiligheid en volksgezondheid, maar zal met name ook kijken naar het sociale en maatschappelijke perspectief, zoals de invloed van drugs op de schoolcarrières van jongeren, op gezinnen of op de levensloop van mensen. De Commissie betrekt hierbij het rapport met de evaluatie van het drugsbeleid dat in het voorjaar van 2009 zal worden afgerond.

Meer specifiek wordt de Commissie verzocht bij het formuleren van haar advies in elk geval aandacht te besteden aan de volgende aspecten:

  • 1) is er reden om de plaatsing van bepaalde drugs op de lijsten I en II van de Opiumwet te heroverwegen?

  • 2) zijn er op het terrein van de verslavingszorg, -preventie en harmreduction verbeteringen aan te brengen?

  • 3) wat is er nodig om Nederland minder een productie- en doorvoer- en distributieland van respectievelijk ecstasy/cannabis en cocaïne te laten worden?

  • 4) welke specifieke overlast is er als gevolg van teelt, handel en gebruik van drugs en hoe kan die effectief worden verminderd?

  • 5) wat zijn de toekomstmogelijkheden voor het coffeeshopbeleid, mede gezien de Europese en internationale context?

Ten aanzien van haar advies ten aanzien van de samenstelling van de lijsten I en II van de Opiumwet, wordt de commissie verzocht de Cannabisrisicoanalyse uitgevoerd door het CAM, en het onderzoek naar de relatieve schadelijkheid van de verschillende soorten drugs, inclusief alcohol en tabak, uitgevoerd door het RIVM te betrekken.

Ten aanzien van haar advies met betrekking tot het coffeeshopbeleid wordt de Commissie verzocht in de beschouwingen mede te betrekken het rapport van Fijnaut en De Ruyver 'Voor een gezamenlijke beheersing van de drugsgerelateerd criminaliteit in de Euregio Maas-Rijn' en de al enige tijd in Nederland gevoerde discussies, waarin enerzijds wordt gepleit voor het (op termijn) volledig beëindigen van het coffeeshopbeleid en anderzijds voor een regulering van de toevoer van cannabis naar de coffeeshops. Een ex ante beleidsanalyse van beide, ten opzichte van het huidige coffeeshopbeleid meer radicale, mogelijke keuzes zou bij voorkeur deel moeten uitmaken van het rapport van de Commissie.

Voor het verkrijgen van de benodigde inzichten en het toetsen van haar aanbevelingen is de Commissie gemachtigd om informatie te vergaren en te rade te gaan bij het Openbaar Ministerie, de politie, de verslavingszorg en andere deskundigen. Daarnaast kan zij, in overleg met de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de beschikking krijgen over een budget voor het laten verrichten van onderzoek dat voor het formuleren van een goed en afgewogen advies noodzakelijk is.

De Commissie wordt verzocht uiterlijk 15 juni 2009 een rapport op te leveren en wordt een maand na het uitbrengen van het advies opgeheven. Als door onvoorziene omstandigheden de afronding van het advies niet binnen de gestelde termijn kan worden gerealiseerd, kan de instellingstermijn van de Commissie éénmaal, voor een periode van twee maanden, verlengd worden, te rekenen vanaf 15 juli 2009.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink.

De minister van Justitie,

E.M.H. Hirsch Ballin.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst.