Toestemming overdracht opsporingsvergunning blokdeel B17a: overdracht naar Dana Petroleum (E&P) Ltd., DSM Energie B.V., Pertro-Canada Netherlands B.V. en Venture Production Nederland B.V. en toetreding Smart Energy Solutions B.V.

17 februari 2009

Nr. ET/EM/9032947

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop:

  • Wintershall Noordzee B.V. (hierna genoemd Wintershall) en EWE Aktiengesellschaft (hierna genoemd EWE) zijn gezamenlijk de houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 14 augustus 2001, met kenmerk ME/EP/MA/01020683 (Staatscourant 15 augustus 2001, nr. 156), verleende opsporingsvergunning voor een deel van blok Q2 van het continentaal plat, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart, genaamd blokdeel Q2a;

  • De vergunninghouder heeft bij brief d.d. 26 juni 2008 (ontvangen d.d. 27 juni 2008), alsmede bij twee brieven – beide gedateerd 14 juli 2008 en ontvangen op 16 juli 2008 – gevraagd om toestemming, op grond van artikel 20, eerste lid van de Mijnbouwwet voor overdracht van bovenbedoelde opsporingsvergunning aan EWE en Smart Energy Solutions B.V. (hierna genoemd Smart Energy);

  • De vergunninghouder heeft in één van de brieven van 14 juli 2008 gevraagd Smart Energy aan te wijzen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent in de zin van artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Overwegingen:

  • De opsporingsvergunning wordt op grond van artikel 143, eerste lid onder b, van de Mijnbouwwet beschouwd als een opsporingsvergunning als bedoeld in artikel 6 van de Mijnbouwwet;

  • Voor het blokdeel waarvoor de opsporingsvergunning geldt, geldt niet ook een door een ander gehouden opslagvergunning (artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 7, tweede lid, van de Mijnbouwwet);

  • De aanvraag wordt als volgt begrepen, dat de huidige vergunninghouder de vergunning wil overdragen, zodanig dat de nieuwe vergunninghouder bestaat uit EWE en Smart Energy, waarbij Smart Energy wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet;

  • Noch de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouder, noch de wijze waarop hij voornemens is de opsporingsactiviteiten te verrichten, noch de efficiëntie en verantwoordelijkheidszin bij opsporingsactiviteiten geven aanleiding de gevraagde toestemming tot overdracht te weigeren (artikel 20, eerste lid, Mijnbouwwet, in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder a tot en met c, van de Mijnbouwwet).

Gelet op artikel 20, eerste lid, artikel 22, derde en vijfde lid, van de Mijnbouwwet en artikel 1.3.7, derde lid, van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan de houder van de opsporingsvergunning voor blokdeel Q2a, verleend bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 14 augustus 2001, met kenmerk ME/EP/MA/01020683 (Staatscourant 15 augustus 2001, nr. 156), wordt toestemming gegeven tot het doen overgaan van deze vergunning, zodanig dat EWE Aktiengesellschaft en Smart Energy Solutions B.V. gezamenlijk houder worden van deze opsporingsvergunning.

Artikel 2

Smart Energy Solutions B.V. wordt aangewezen als de persoon bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 3

De vergunning dient binnen een jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 4

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken en aan Energie Beheer Nederland B.V., Postbus 19063, 3501 DB Utrecht.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

Directeur Energiemarkt,

J.C. de Groot.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven