Regeling van 19 februari 2009, nr. CEND/HDJZ/-2009/193 sector SCH, tot wijziging van verschillende tarieven in de Regeling tarieven scheepvaart 2005 en de Regeling olie-afgifte boekje Rijnvaart 1995

De Staatsecretaris van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 26, derde lid, en 26 a, tweede lid, van de Binnenschepenwet, artikel 9 van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, artikel 62, onderdeel i, van de Zeevaartbemanningswet en artikel 14a, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling tarieven scheepvaart 2005 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.21 worden ‘€ 18,05’ respectievelijk ‘€ 6,79’ vervangen door: ‘€ 20,77’ respectievelijk ‘€ 7,82’.

B

In artikel 1.22 worden ‘€ 20,33’ respectievelijk ‘€ 6,79’ vervangen door: ‘€ 23,37’ respectievelijk ‘€ 7,82’.

C

In artikel 1.25 worden ‘€ 65,95’ respectievelijk ‘€ 54,95’ vervangen door: ‘€ 40,90’ respectievelijk ‘€ 20,45’.

D

In artikel 1.26 worden ‘€ 32,05’ respectievelijk ‘€ 90,75 ‘ vervangen door: ‘€ 66,55’ respectievelijk ‘€ 93,75’.

E

Aan artikel 1.27e wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Voor deelname aan een onderdeel van het schriftelijk examen voor het bewijs riviergedeelten bevoegd voor varen op de Rijn is € 66,55 verschuldigd.

F

Artikel 1.31 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 76,60’ vervangen door: € 98,–.

2. In onderdeel b worden ‘€ 115,–’ respectievelijk ‘€ 76,60’ vervangen door: ’€ 118,–’ respectievelijk ‘€ 77,50’

G

In artikel 1.32 wordt ‘€ 25,10’ vervangen door: € 27,–.

H

In artikel 2.30 worden ‘€ 76,60’ respectievelijk ‘€ 115,–’ vervangen door: ‘€77,50’ respectievelijk ‘€ 118’.

I

Artikel 2.33 wordt als volgt gewijzigd.

1. In het eerste lid worden ‘€ 115,–’ respectievelijk ‘€ 76,60’ vervangen door: ‘€ 118’ respectievelijk ‘€ 77,50’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 25,10’ vervangen door: € 27.

ARTIKEL II

Artikel 2 van de Regeling olie-afgifteboekje Rijnvaart 1995 wordt als volgt gewijzigd:

1. De bedragen ‘€ 18,96’, in het eerste lid, respectievelijk ‘€ 12,46’, in het tweede lid, worden vervangen door: ‘€ 21,80’ respectievelijk ‘€ 14,33’.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

3. Voor het wijzigen van een olie-afgifteboekje is een tarief verschuldigd van € 6,57, exclusief BTW.

ARTIKEL III

In artikel III van de regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 5 december 2008, nr. CEND/HDJZ-2008/1626 sector SCH, tot wijziging van de Regeling tarieven scheepvaart 2005 en wijziging van de Regeling vergoedingen documenten Wet personenvervoer 2000 (Stcrt. 251), vervalt ‘1.27e,’.

ARTIKEL IV

Deze regeling, alsmede artikel 1.27e van de Regeling tarieven scheepvaart 2005, treden in werking op de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

J.C. Huizinga-Heringa.

TOELICHTING

De onderhavige regeling strekt tot wijziging van een aantal tarieven in de Regeling tarieven scheepvaart 2005 en de Regeling olie-afgifteboekje Rijnvaart 1995. Deze wijzigingen zijn een aanvulling op de eerdere wijziging van de scheepvaarttarieven voor 2009 van 5 december 2008 (Stcrt. 2008, 251).

Administratieve lasten

De onderhavige regeling leidt niet tot extra administratieve lasten voor burgers of voor het bedrijfsleven.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdelen A en B

Deze betreffen tariefsverhogingen voor de afgifte en het bijwerken van dienstboekjes en vaartijdenboeken door de Stichting Afvalstoffen en Vaardocumenten Binnenvaart. De verhoging bedraagt 15 procent en geschiedt in het kader van het beleidsvoornemen om in vijf jaarlijkse stappen deze tarieven kostendekkend te maken.

Onderdelen C tot en met E

Deze betreffen de tarieven voor het examen ter verkrijging van het groot vaarbewijs en de afgifte van het groot vaarbewijs door de afdeling CCV van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Afgesproken is dat deze tarieven vanaf 1 januari 2009 overeenkomen met de reële kostprijs van de daarvoor geboden diensten. In de voorgaande jaren was dit niet het geval, aangezien de examens deels gefinancierd werden uit de opbrengsten van de afgifte van de vaarbewijzen. Derhalve worden nu de tarieven voor de afgifte en verlenging van vaarbewijzen verlaagd, terwijl de examentarieven worden verhoogd.

Artikel 1.27e bevat nu slechts tarieven voor de afgifte en de uitbreiding van het bewijs van riviergedeelten bevoegd voor het varen op de Rijn. Met onderdeel E wordt een tarief toegevoegd voor het examen ter verkrijging van dit document. Aangezien de uitvoeringshandelingen voor dit examen overeenkomen met die van het examen ter verkrijging van het groot vaarbewijs is hiervoor hetzelfde tarief aangehouden.

Onderdelen F tot en met I

Deze betreffen een aantal medische keuringstarieven. De verhogingen zijn deels terug te voeren op de in 2008 gewijzigde keuringsvoorschriften. Bij de medische keuring voor de binnenvaart is voor de bepaling van de gehoorscherpte de fluistertest vervangen door het audiogram. Hiervoor zal apparatuur moeten worden aangeschaft door die artsen die dit nog niet hebben gedaan voor de zeevaartkeuring.

Naast de invoering van het audiogram vergt de nieuwe regeling van de keuringsartsen dat deze vaker dan voorheen informatie moeten opvragen bij behandelaars. Hiermee zijn zowel meer tijd als kosten gemoeid.

Tenslotte rechtvaardigt een reeds lang ingezette kwaliteitsverbetering van de binnenvaartkeuringen – in navolging van de sinds 2005 verbeterde zeevaartkeuring- op termijn gelijkstelling van het zee – en binnenvaarttarief. Het tariefsverschil tussen keuringen voor de zee- en de binnenvaart bedroeg tot nu toe ongeveer 40 procent. Het verschil zal in twee stappen zal worden gelijkgetrokken:

de helft in 2009 en de andere helft in 2010.

Voor de overige medische tarieven is sprake van een maximale stijging van 5 procent indien deze nog niet kostendekkend zijn. Daarnaast is voor loon- en prijsbijstelling een opslag meegenomen van 2,75 procent. Hierdoor stijgen deze tarieven maximaal 7,75 procent. Het percentage kan per individueel product iets afwijken vanwege afronding.

Artikel II

Dit betreft de tariefsverhoging voor de afgifte en het bijwerken van olie-afgifteboekjes. Dit geschiedt door de Stichting Afvalstoffen en Vaardocumenten Binnenvaart. Met betrekking tot de hoogte van dit tarief geldt hetzelfde als hiervoor is toegelicht op de onderdelen A en B van artikel I.

Artikelen III en IV

Bij de eerdere wijziging van de scheepvaarttarieven voor 2009 van 5 december 2008 (Stcrt. 2008, 251) was de inwerkingtreding van onder andere artikel 1.27e uitgesteld tot het moment van inwerkingtreding van de Binnenvaartwet. Omdat het examen in de kennis van riviergedeelten los staat van de inwerkingtreding van de Binnenvaartwet is in artikel III de verwijzing naar artikel 1.27e geschrapt. In artikel IV is bepaald dat artikel 1.27e gelijktijdig met de onderhavige regeling in werking treedt.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

J.C. Huizinga-Heringa.

Naar boven