Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2009, 37 | Vergunningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2009, 37 | Vergunningen |
17 februari 2009
Nr. ET/EM / 9033351
De Minister van Economische Zaken,
Procesverloop:
– Cirrus Energy Nederland B.V. (hierna genoemd Cirrus) is houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 24 juni 2008, kenmerk: ET/EM/8074882 (Staatscourant 27-06-2008, nr. 122) verleende opsporingsvergunning voor een deel van blok Q16 van het Continentaal Plat, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart, genaamd blokdeel Q16b;
– De vergunninghouder heeft per brief van 7 juli 2008, ontvangen op 7 augustus 2008, de Minister gevraagd om toestemming, op grond van artikel 19, onder a, van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542) de vergunning te splitsen, zodanig dat twee vergunningen ontstaan die zullen gelden voor respectievelijk een ondiepe bodemlaag en een diepe bodemlaag van het deel van het blok Q16 (Q16b);
– Vervolgens vraagt de vergunninghouder om toestemming, op grond van artikel 20, eerste lid van de Mijnbouwwet, voor overdracht van het ondiepe gedeelte van de vergunning (hierna genoemd Q16b/c-ondiep) aan Delta Hydrocarbons NL B.V. (hierna genoemd Delta), voorheen Island Netherlands B.V.;
– Ten slotte vraagt de vergunninghouder om toestemming, op grond van artikel 20, eerste lid van de Mijnbouwwet, voor overdracht van het diepe gedeelte van de vergunning (hierna genoemd Q16b/c-diep) aan Cirrus en Energy-06 Investments B.V. (hierna genoemd Energy-06) tezamen en Cirrus aan te wijzen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet;
– TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 20 november 2008 advies uitgebracht;
Overwegingen:
– De aanvraag wordt als volgt begrepen, dat de huidige vergunninghouder Cirrus de vergunning wil laten splitsen in een ondiep en een diep deel en daarna de afzonderlijke gedeelten wil overdragen, zodanig dat de beoogde vergunninghouder voor Q16b/c-ondiep bestaat uit Delta en van Q16b/c-diep uit Cirrus en Energ-06;
– De aanvraag wordt als volgt begrepen dat Cirrus wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent, zoals bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet voor Q16b/c-diep;
– Op grond van artikel 135, tweede en vierde lid, van het Mijnbouwbesluit gelden na de splitsing van de opsporingsvergunning voor de nieuwe vergunningen dezelfde beperkingen en voorschriften, alsmede dezelfde tijdsduur, als voor de te splitsen vergunning;
– De twee na splitsing ontstane vergunningen tezamen gelden voor hetzelfde gebied als waarvoor de te splitsen vergunning geldt. Hiermee is voldaan aan het vereiste van artikel 135, derde lid, van het Mijnbouwbesluit;
– Op basis van de huidige kennis leidt splitsing van het vergunninggebied er niet toe dat een voorkomen zich na splitsing in twee vergunningsgebieden zal bevinden. Hiermee is voldaan aan de eis van artikel 136 van het Mijnbouwbesluit;
– Voor het blok waarvoor de opsporingsvergunning geldt, geldt niet ook een door een ander gehouden opslagvergunning (artikel 20, eerste lid, Mijnbouwwet in samenhang met artikel 7, tweede lid, Mijnbouwwet);
– Er bestaat geen reden de splitsing te weigeren op grond van artikel 141 van het Mijnbouwbesluit;
– TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ heeft op 20 november 2008 geadviseerd in te stemmen met het voorstel van Cirrus om de vergunningen in verticale zin te splitsen met geologische vlak Top Trias als grensvlak;
– Noch de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouders, noch de wijze waarop zij voornemens zijn met de vergunning activiteiten te verrichten, noch hun efficiëntie en verantwoordelijkheidszin bij opsporingsactiviteiten geven aanleiding de gevraagde toestemming tot overdracht te weigeren (artikel 20, eerste lid, Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder a tot en met c, Mijnbouwwet).
Gelet op de artikelen 19, onder a, artikel 20, eerste en tweede lid en artikel 22 en artikel 87 van de Mijnbouwwet, de artikelen 135, 136, 141, eerste lid, 142, eerste lid, van het Mijnbouwbesluit en de artikelen 1.3.7, derde lid, en 1.8.1. van de Mijnbouwregeling.
Besluit:
De opsporingsvergunning voor blokdeel Q16b, verleend bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 24 juni 2008, kenmerk ET/EM/8074882 wordt gesplitst in twee opsporingsvergunningen, elk voor een apart deel van het blokdeel.
Het ene deel van de opsporingsvergunning Q16b, dat door de in artikel 1 bedoelde splitsing ontstaat, zal worden aangeduid als Q16b/c-ondiep. Het gebied bestaat uit twee blokdelen Q16b-ondiep en Q16c-ondiep.
Het blokdeel Q16b-ondiep wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B, F-G, H-I, J-K en L-M, door de lengtecirkels tussen de puntenparen E-F, G-H, I-J, K-L en A-M, door de grootcirkels tussen de puntenparen C-D en D-E en door de lijn zoals deze beschreven is in de bijlage van de Mijnbouwwet tussen de punten B en C en wordt begrensd vanaf 100 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem tot het geologisch vlak Top Trias.
Het blokdeel Q16c-ondiep wordt begrensd door de breedtecirkel tussen de punten S en T, door de lengtecirkel tussen de punten N en T, door de grootcirkels tussen de puntenparen O-P, P-Q, en Q-R, door de cirkelboog met een straal van 5 zeemijl, waarvan het middelpunt ligt op 52° 01' 46" NB en 03° 53' 34" OL, tussen de punten N en O en door de lijn zoals deze is beschreven in de bijlage van de Mijnbouwwet tussen de punten R en S en wordt begrensd vanaf 100 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem tot het geologisch vlak Top Trias.
De eerder genoemde punten zijn als volgt gedefinieerd:
A 52° 10' 00,000" NB en 04° 00' 00,000" OL
B de intersectie van de breedtecirkel door het punt A met de lijn zoals deze is beschreven in de bijlage van de Mijnbouwwet
C 52° 02' 48,155" NB en 04° 04' 48,585" OL
D 52° 03' 22,170" NB en 04° 04' 09,590" OL
E 52° 04' 00,000" NB en 04° 05' 00,000" OL
F 52° 06' 00,000" NB en 04° 05' 00,000" OL
G 52° 06' 00,000" NB en 04° 08' 00,000" OL
H 52° 08' 30,000" NB en 04° 08' 00,000" OL
I 52° 08' 30,000" NB en 04° 07' 00,000" OL
J 52° 09' 00,000" NB en 04° 07' 00,000" OL
K 52° 09' 00,000" NB en 04° 06' 00,000" OL
L 52° 09' 30,000" NB en 04° 06' 00,000" OL
M 52° 09' 30,000" NB en 04° 00' 00,000" OL
N 52° 04' 48,007" NB en 04° 00' 00,000" OL
O 52° 03' 23,260" NB en 04° 01' 13,523" OL
P 52° 02' 30,000" NB en 04° 03' 00,000" OL
Q 52° 02' 47,735" NB en 04° 03' 23,375" OL
R 52° 02' 32,565" NB en 04° 04' 30,560" OL
S 52° 00' 00,000" NB en 04° 01' 00,000" OL
T 52° 00' 00,000" NB en 04° 00' 00,000" OL
De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
De oppervlakte van de blokdelen Q16b-ondiep en Q16c-ondiep, gezamenlijk aangeduid als Q16b/c-ondiep bedraagt 79,75 km2.
Het andere deel van de opsporingsvergunning Q16b, dat door de in artikel 1 bedoelde splitsing ontstaat, zal worden aangeduid als Q16b/c-diep. Het gebied bestaat uit twee blokdelen Q16b-diep en Q16c-diep. Het blokdeel Q16b-diep wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B, F-G, H-I, J-K en L-M, door de lengtecirkels tussen de puntenparen E-F, G-H, I-J, K-L en A-M, door de grootcirkels tussen de puntenparen C-D en D-E en door de lijn zoals deze beschreven is in de bijlage van de Mijnbouwwet tussen de punten B en C en in diepte is gelegen vanaf het geologisch vlak Top Trias en dieper.
Het blokdeel Q16c-diep wordt begrensd door de breedtecirkel tussen de punten S en T, door de lengtecirkel tussen de punten N en T, door de grootcirkels tussen de puntenparen O-P, P-Q, en Q-R, door de cirkelboog met een straal van 5 zeemijl, waarvan het middelpunt ligt op 52° 01' 46" NB en 03° 53' 34" OL, tussen de punten N en O en door de lijn zoals deze is beschreven in de bijlage van de Mijnbouwwet tussen de punten R en S en in diepte is gelegen vanaf het geologisch vlak Top Trias en dieper.
De eerder genoemde punten zijn als volgt gedefinieerd:
A 52° 10' 00,000" NB en 04° 00' 00,000" OL
B de intersectie van de breedtecirkel door het punt A met de lijn zoals deze is beschreven in de bijlage van de Mijnbouwwet
C 52° 02' 48,155" NB en 04° 04' 48,585" OL
D 52° 03' 22,170" NB en 04° 04' 09,590" OL
E 52° 04' 00,000" NB en 04° 05' 00,000" OL
F 52° 06' 00,000" NB en 04° 05' 00,000" OL
G 52° 06' 00,000" NB en 04° 08' 00,000" OL
H 52° 08' 30,000" NB en 04° 08' 00,000" OL
I 52° 08' 30,000" NB en 04° 07' 00,000" OL
J 52° 09' 00,000" NB en 04° 07' 00,000" OL
K 52° 09' 00,000" NB en 04° 06' 00,000" OL
L 52° 09' 30,000" NB en 04° 06' 00,000" OL
M 52° 09' 30,000" NB en 04° 00' 00,000" OL
N 52° 04' 48,007" NB en 04° 00' 00,000" OL
O 52° 03' 23,260" NB en 04° 01' 13,523" OL
P 52° 02' 30,000" NB en 04° 03' 00,000" OL
Q 52° 02' 47,735" NB en 04° 03' 23,375" OL
R 52° 02' 32,565" NB en 04° 04' 30,560" OL
S 52° 00' 00,000" NB en 04° 01' 00,000" OL
T 52° 00' 00,000" NB en 04° 00' 00,000" OL
De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
De oppervlakte van de blokdelen Q16b-diep en Q16c-diep, gezamenlijk aangeduid als Q16b/c-diep bedraagt 79,75 km2.
Aan Cirrus Energy Nederland B.V. (hierna genoemd Cirrus) wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend voor Q16b/c-ondiep. De vergunning geldt voor het gebied, zoals aangegeven in Artikel 1, onder Artikel 2.
De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 25 januari 2008 ingediende aanvraag, met dien verstande dat:
– binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een eerste onvoorwaardelijke exploratieboring zal zijn verricht. Van deze boring moet, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte terstond na aanvang ervan schriftelijk melding worden gemaakt bij de Minister van Economische Zaken;
– binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een tweede onvoorwaardelijke evaluatieboring zal zijn verricht. Van deze boring moet, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte, terstond na aanvang ervan schriftelijk melding worden gemaakt bij de Minister van Economische Zaken.
Het bovenstaande in dit artikel geldt enkel voor zover dat betrekking heeft op blokdeel Q16b/c-ondiep, zoals beschreven in Artikel I, onder Artikel 2.
Aan Cirrus Energy Nederland B.V. (hierna genoemd Cirrus) wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend voor het blokdeel Q16b/c-diep. De vergunning geldt voor het blokdeel Q16b/c-diep, zoals aangegeven in Artikel I, onder Artikel 3.
De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 25 januari 2008 ingediende aanvraag, met dien verstande dat:
– binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een eerste onvoorwaardelijke exploratieboring zal zijn verricht. Van deze boring moet, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte terstond na aanvang ervan schriftelijk melding worden gemaakt bij de Minister van Economische Zaken;
– binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een tweede onvoorwaardelijke evaluatieboring zal zijn verricht. Van deze boring moet, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte, terstond na aanvang ervan schriftelijk melding worden gemaakt bij de Minister van Economische Zaken.
Het bovenstaande in dit artikel geldt enkel voor zover dat betrekking heeft op blokdeel Q16b/c-diep, zoals beschreven in Artikel I, onder Artikel 3.
Aan Cirrus Energy Nederland B.V. wordt toestemming verleend tot het doen overgaan van de opsporingsvergunning Q16b/c-ondiep, zodat Delta Hydrocarbons NL B.V. (voorheen Island Netherlands B.V.) houder wordt van de opsporingsvergunning Q16b-ondiep.
Aan Cirrus Energy Nederland B.V. wordt toestemming verleend tot het doen overgaan van de opsporingsvergunning Q16b/c-diep zodat Cirrus Energy Nederland B.V. en Energy-06 Investments B.V. gezamenlijk houder worden van de opsporingsvergunning Q16b/c-diep.
Na overdracht van de vergunning is Cirrus Energy Nederland B.V. de persoon als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP/L204), Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de in de aanhef vermelde datum.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-2795.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.