Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2009, 25 | Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2009, 25 | Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen |
Kappersbedrijf
Sociaal Fonds voor Opleiding en Ontwikkeling 2009/2010
Verbindendverklaring gewijzigde CAO-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
UAW Nr. 10885
Bijvoegsel Stcrt d.d. 6 februari 2009, nr. 25
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van Syntrus Achmea namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partij(en) te ener zijde: Koninklijke Algemene Nederlandse Kappersorganisatie;
Partij(en) te anderer zijde: Kappersbond FNV Mooi en CNV BedrijvenBond.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Het besluit tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Kappersbedrijf inzake Sociaal Fonds voor Opleiding en Ontwikkeling1 wordt met inachtneming van dicta II en III als volgt gewijzigd:
A
De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:
Artikel 1 komt te luiden:
In deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:
degene die een onderneming drijft waarin het kappersbedrijf wordt uitgeoefend;
een onderneming waar bedrijfsmatig het hoofdhaar van mannen, vrouwen of kinderen wordt geknipt of anderszins wordt behandeld;
degene die tot een werkgever als genoemd in dienstbetrekking staat in de zin van de sociale werknemersverzekeringen;
de leerling die de beroepsopleidende leerweg Kapper of Allround kapper in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs, niveau 2 of 3, volgt aan een van de instituten ingeschreven in het CREBO-register en die in het kader van die opleiding een aantal dagen beroepspraktijkervaring moet opdoen, c.q. stage moet lopen, in een erkend leerbedrijf;
‘Stichting Sociaal Fonds voor Opleiding en Ontwikkeling in het Kappersbedrijf’, gevestigd te Utrecht;
het loon in de zin van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen, met uitzondering van:
a. uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Werkloosheidswet en hierop door de werkgever verstrekte aanvullingen;
b. het genot van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto.
Het loon dat meer heeft bedragen dan het maximum premieloon als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen op jaarbasis (2009: € 47.802,–), blijft buiten aanmerking. Indien de dienstbetrekking een deel van een kalenderjaar betreft, wordt dit maximum premieloon vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller gelijk is aan het aantal kalenderdagen dat de dienstbetrekking heeft geduurd en waarvan de noemer gelijk is aan het aantal kalenderdagen in het desbetreffende kalenderjaar.’
Artikel 2 komt te luiden:
1. het geheel of gedeeltelijk financieren van de navolgende onderzoek-, opleidings- en ontwikkelingsprojecten, gelegen in de sfeer van de arbeidsvoorwaarden en/of de arbeidsverhoudingen en/of de arbeids- en/of milieu-omstandigheden in de bedrijfstak:
a. het geven van voorlichting, informatie en instructie gericht op de bedrijfstak in de vorm van scholing en vormingswerk ten behoeve van de werknemers;
b. het opzetten en uitvoeren van informatie-, voorlichtings- en scholingsprojecten voor de werkgevers;
c. het uitvoeren van de werkzaamheden die voortvloeien uit de CAO voor het Kappersbedrijf door het Brancheplatform Kappersbedrijf, te weten;
– de bevordering van de algemene invoering en de trouwe naleving van de CAO voor het Kappersbedrijf;
– het geven van schriftelijk advies aan de werkgever en de werknemer in geval van geschillen welke voortvloeien uit of verband houden met de interpretatie van de CAO voor het Kappersbedrijf;
– het in bijzondere en op zichzelf staande gevallen toestaan van afwijkingen van de CAO voor het Kappersbedrijf en het schriftelijk ter kennis brengen van uitspraken van het Brancheplatform Kappersbedrijf inzake het toestaan van deze afwijkingen aan betrokkenen en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
d. overige onderzoek-, opleidings- en ontwikkelingsprojecten, te weten:
– egalisatie van opleidingskosten;
– wetenschappelijk onderzoek;
– op (toekomstige) branchegenoten gerichte voorlichting;
– projecten ter ondersteuning van vaktechnische ontwikkelingen;
– projecten ter ondersteuning van de kwaliteit van de gehanteerde hulpmiddelen in de bedrijfstak;
– projecten ter ondersteuning van de verbetering van arbeids- en/of milieu-omstandigheden in de bedrijfstak;’
Artikel 3 komt te luiden:
Artikel 6 komt te luiden:
1. percentage van het premieplichtig loon van alle werknemers in de onderneming. Deze premie is vastgesteld op 0,6%. Voor het jaar 2009 geldt een premiekorting van 0,2%. De werkgever zal in 2009 maximaal 0,2% ten behoeve van de O&O-regeling verhalen op de bij hem werkzame werknemers door middel van inhoudingen bij elke loonbetaling;
2. stagebijdrage voor iedere stagiair in de onderneming. Deze stagebijdrage is vastgesteld op € 6,81 per stagiair per stagedag.’
Artikel 3 komt te luiden:
1. het geheel of gedeeltelijk financieren van de navolgende onderzoek-, opleidings- en ontwikkelingsprojecten, gelegen in de sfeer van de arbeidsvoorwaarden en/of de arbeidsverhoudingen en/of de arbeids- en/of milieu-omstandigheden in de bedrijfstak:
a. het geven van voorlichting, informatie en instructie gericht op de bedrijfstak in de vorm van scholing en vormingswerk ten behoeve van de werknemers;
b. het opzetten en uitvoeren van informatie-, voorlichtings- en scholingsprojecten voor de werkgevers;
c. het uitvoeren van de werkzaamheden die voortvloeien uit de CAO voor het Kappersbedrijf door het Brancheplatform Kappersbedrijf, te weten;
– de bevordering van de algemene invoering en de trouwe naleving van de CAO voor het Kappersbedrijf;
– het geven van schriftelijk advies aan de werkgever en de werknemer in geval van geschillen welke voortvloeien uit of verband houden met de interpretatie van de CAO voor het Kappersbedrijf;
– het in bijzondere en op zichzelf staande gevallen toestaan van afwijkingen van de CAO voor het Kappersbedrijf en het schriftelijk ter kennis brengen van uitspraken van het Brancheplatform Kappersbedrijf inzake het toestaan van deze afwijkingen aan betrokkenen en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
d. overige onderzoek-, opleidings- en ontwikkelingsprojecten, te weten:
– egalisatie van opleidingskosten;
– wetenschappelijk onderzoek;
– op (toekomstige) branchegenoten gerichte voorlichting;
– projecten ter ondersteuning van vaktechnische ontwikkelingen;
– projecten ter ondersteuning van de kwaliteit van de gehanteerde hulpmiddelen in de bedrijfstak;
– projecten ter ondersteuning van de verbetering van arbeids- en/of milieu-omstandigheden in de bedrijfstak;
2. Uit de stagebijdragen worden door de Stichting de volgende voorlichtings-, onderzoeks-, ontwikkelings-, instructie- en onderwijsprojecten ten behoeve van stagiair(e)s in het kappersonderwijs, die gericht zijn op de arbeidsvoorwaarden en/of arbeidsverhoudingen, gesubsidieerd:
a. beleidsontwikkeling ten behoeve van opleiding en vorming;
b. werkzaamheden ter stimulering en begeleiding van opleiding en vorming;
c. ontwikkelen leermiddelen;
d. bevorderen van het gebruik van nieuwe ICT technieken en daarmee samenhangende technologieën in de branche in verband met opleiding, informatie- en kennisuitwisseling en -toepassing voor en door werkgevers en werknemers in de branche;
e. projecten op het gebied van arbeidsomstandigheden;
f. uitgifte van informatie via brochures en CD-roms op het gebied van opleidingen.’
Artikel 1 komt te luiden:
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 2 van de statuten.
Voorts wordt in dit reglement verstaan onder premieplichtig loon:
het loon in de zin van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen, met uitzondering van:
a. uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Werkloosheidswet en hierop door de werkgever verstrekte aanvullingen;
b. het genot van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto.
Het loon dat meer heeft bedragen dan het maximum premieloon als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen op jaarbasis (2009: € 47.802,–), blijft buiten aanmerking. Indien de dienstbetrekking een deel van een kalenderjaar betreft, wordt dit maximum premieloon vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller gelijk is aan het aantal kalenderdagen dat de dienstbetrekking heeft geduurd en waarvan de noemer gelijk is aan het aantal kalenderdagen in het desbetreffende kalenderjaar.’
Artikel 3 lid 1 komt te luiden:
1. ‘De Stichting realiseert het in artikel 3 lid 1 van de statuten genoemde doel door het toekennen van subsidies ten behoeve van de werknemers, aan instellingen die activiteiten als genoemd in deze doelstelling verrichten, alsmede door het leveren tot en met 31 december 2006 van een financiële bijdrage in de kosten van een kindplaatsvoorziening.
Van de in artikel 4 lid 1 en lid 2 van de statuten bedoelde gelden zal voor zover niet benodigd voor bestuurs-, administratie- en andere kosten:
– 100% ter beschikking worden gesteld voor de subsidiering van de activiteiten als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub a, b, c en d van de statuten;
– de stagebijdrage genoemd in artikel 6 lid 2 van de CAO wordt ter beschikking gesteld voor subsidiering van de activiteiten als bedoeld in artikel 3 lid 2 van de statuten;
De gelden die telkenjare per onderdeel resteren, zullen worden gereserveerd en onder hetzelfde onderdeel worden opgevoerd op de begroting van het volgend jaar. De genoemde bijdrage per onderdeel kan door het bestuur overschreden worden, mits daartoe voldoende gelden aanwezig zijn.’
Artikel 4 komt te luiden:
1. De aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 13 lid 3 van de statuten dienen schriftelijk bij het bestuur te worden ingediend, en wel
– voor éénmalige subsidies: zo spoedig mogelijk na het nemen van het besluit een subsidie aan te vragen;
– voor periodieke subsidies: jaarlijks vóór de eerste december voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
Bij de aanvragen dient een begroting betreffende de besteding van de aangevraagde gelden te worden meegezonden.
2. De verantwoording omtrent de besteding van de ontvangen gelden als bedoeld in artikel 13 lid 3 van de statuten dient schriftelijk bij het bestuur te worden ingediend, en wel
– voor éénmalige subsidies: zo spoedig mogelijk na de besteding van deze gelden;
– voor periodieke subsidies: jaarlijks vóór de 1e april volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking had.
3. Het bestuur is bevoegd nadere voorschriften te geven waaraan de bij de subsidieaanvraag mee te zenden begroting c.q. de schriftelijke verantwoording dient te voldoen. De begroting moet zijn gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 3 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten. Behoudens een subsidie voor activiteiten waarvan de kosten verantwoord worden door middel van een gespecificeerde factuur van een derde, dient de verantwoording vergezeld te gaan van een door een registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde verklaring van de subsidie-ontvangende instelling over de besteding van de subsidiegelden, welke verklaring moet zijn gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 3 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten, en geïntegreerd onderdeel uit moet maken van het jaarverslag van de Stichting.
4. Op beslissingen van het bestuur omtrent de subsidieaanvraag kan geen beroep worden ingesteld, onverlet de mogelijkheid een nieuwe aanvraag in te dienen.’
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-25.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.