Besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat tot het instellen van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat (Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat)

18 december 2009

Nr. RWS/SDG/NW2009/1612/85180

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Er is een directoraat-generaal Rijkswaterstaat.

  • 2. Het directoraat-generaal Rijkswaterstaat staat onder leiding van de directeur-generaal Rijkswaterstaat.

Artikel 2

  • 1. Het directoraat-generaal Rijkswaterstaat is samengesteld uit:

    • a. een stafdienst van de directeur-generaal;

    • b. regionale diensten;

    • c. landelijke diensten;

    • d. programmadirecties en

    • e. projectdirecties.

  • 2. De Minister van Verkeer en Waterstaat stelt de in het eerste lid genoemde diensten en directies in.

  • 3. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan de in het eerste lid genoemde diensten en directies nader onderverdelen.

  • 4. De directeur-generaal Rijkswaterstaat wijst de directeuren en de direct onder hen ressorterende leidinggevende functionarissen van de in het eerste lid genoemde diensten en directies aan.

Artikel 3

Het directoraat-generaal Rijkswaterstaat is, voor zover één en ander aan de Minister van Verkeer en Waterstaat is opgedragen, belast met de navolgende hoofdtaken en daarmee samenhangende activiteiten:

  • a. de aanleg, het beheer en het onderhoud van rijkswaterstaatswerken;

  • b. het verrichten dan wel bevorderen van onderzoek en het adviseren van de Minister van Verkeer en Waterstaat over hetgeen dienstig kan zijn voor de uitvoering van de taken genoemd in onderdeel a;

  • c. het adviseren over en het toetsen van de uitvoerbaarheid van nieuwe wet- en regelgeving, die voor de uitvoering van de taken genoemd in onderdeel a, van belang is;

  • d. de vergunningverlening en handhaving van wet- en regelgeving, voor zover dat niet uitdrukkelijk aan een ander onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat is opgedragen, verband houdende met de uitvoering van de taken genoemd in onderdeel a, waarvoor de Minister van Verkeer en Waterstaat bevoegd gezag is; en

  • e. de toetsing van de uitvoerbaarheid van plannen, regelingen en projectenvan andere bestuursorganen die gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van de taken genoemd in onderdeel a.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 1.1 van de Waterwet in werking treedt.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat.

Dit besluit wordt met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant geplaatst en wordt in afschrift gezonden aan de Algemene Rekenkamer, de secretaris-generaal, diens plaatsvervanger en de diensthoofden.

Dit besluit is met terugwerkende kracht inwerking getreden vanaf 22 december 2009.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings.

TOELICHTING

Met de komst van de Waterwet is artikel 5, tweede lid, van de Waterstaatswet 1900 vervallen en daarmee de rechtsgrond voor het Organiek Besluit Rijkswaterstaat. Deze omstandigheid is de aanleiding geweest om Rijkswaterstaat van een Instellingsbesluit te voorzien dat de bestaande organisatie, taken en activiteiten weerspiegelt en waarvan tevens de opbouw spoort met de instellingsbesluiten van andere directoraten-generaal binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Het begrip rijkswaterstaatswerken omvat rijkswateren, bepaalde waterkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat, werken ten behoeve van de (hoofd)waterhuishouding, scheepvaartwegen, havens, wegen en oeververbindingen in samenhang met alle objecten die daar deel van uitmaken. In de dagelijkse praktijk worden deze tezamen aangeduid als hoofd(vaar)wegennet en hoofdwatersysteem.

De activiteiten van Rijkswaterstaat richten zich op de verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid op het hoofd(vaar)wegennet, op instandhouding van het hoofdwatersysteem en de waterkwaliteit en -kwantiteit.

In verband met deze taken toetst Rijkswaterstaat nieuwe wet- en regelgeving op uitvoerbaarheid en draagt zorg voor de watertoets voor nieuwe plannen op grond van de Wet ruimtelijke ordening.

De beheerstaak van Rijkswaterstaat voor het hoofd(vaar)wegennet en het hoofd- watersysteem omvat mede het namens de Minister van Verkeer en Waterstaat nemen van besluiten op grond van de Waterwet, de Ontgrondingenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Scheepvaartverkeerswet, de Wrakkenwet en de Wegenverkeerswet. Dergelijke besluiten betreffen vergunningen, ontheffingen en handhavingsbesluiten die niet onder de bevoegdheid van de inspectie Verkeer en Waterstaat vallen.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings.

Naar boven