Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
overigStaatscourant 2009, 16749Besluiten van algemene strekking

Klachtenregeling van het College van Beroep voor het bedrijfsleven

7 september 2009

Bij besluit van 14 juni 2001 heeft het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven een klachtenregeling als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet op de Rechterlijke Organisatie vastgesteld. Deze regeling geldt vanaf 1 januari 2002.

Op 25 oktober 2004 heeft het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven besloten deze klachtenregeling in te trekken en te vervangen door een nieuwe klachtenregeling (Stcrt 10 december 2004, nr. 239/ p. 34 ).

Bij besluit van 7 september 2009 heeft het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven besloten dat de klachtenregeling op enkele onderdelen dient te worden gewijzigd om die in overeenstemming te brengen met de herziene modelklachtenregeling van de Raad voor de rechtspraak. De klachtenregeling wordt om deze reden ingetrokken en vervangen door de navolgende klachtenregeling.

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. klacht:

een uiting van ongenoegen over een gedraging van het College die zowel bejegening als bedrijfsvoering kan betreffen;

b. College:

College van Beroep voor het bedrijfsleven;

c. bestuur:

bestuur van het College;

d. betrokkene:

degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft;

e. commissie:

klachtadviescommissie.

Artikel 2 Klachtrecht

  • 1. Een ieder heeft het recht bij het bestuur een klacht in te dienen over de wijze waarop het College zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen. Niet geklaagd kan worden over de inhoud en motivering van een beslissing van een met rechtspraak belaste rechterlijke ambtenaar of over de totstandkoming van een rechterlijke beslissing, met inbegrip van de in dat kader genomen beslissingen van procedurele aard.

  • 2. Een gedraging van een onder verantwoordelijkheid van het College werkzame persoon wordt aangemerkt als gedraging van het College, voorzover deze gedraging aan het College kan worden toegerekend.

  • 3. Als personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van het College worden beschouwd

    • a. de met rechtspraak belaste rechterlijke ambtenaren die het College vormen;

    • b. de rechters-plaatsvervanger, verbonden aan het College;

    • c. de gerechtsauditeurs en de rechterlijke ambtenaren in opleiding die bij het College werkzaam zijn;

    • d. de bij het College werkzame gerechtsambtenaren, daaronder mede begrepen personen werkzaam bij een arrondissementale stafdienst, voorzover zij werkzaamheden verrichten ten behoeve van het College;

    • e. de overige, niet onder de vorige letters begrepen, onder verantwoordelijkheid van het College werkzame personen.

  • 4. De in het derde lid bedoelde personen kunnen alleen een klacht indienen voorzover zij partij of belanghebbende zijn in een geding dat bij het College aanhangig is of is geweest, een partij of belanghebbende in een dergelijk geding vertegenwoordigen of bijstaan of daarin als getuige of deskundige optreden.

Artikel 3 Klaagschrift

  • 1. Een klacht kan uitsluitend schriftelijk worden ingediend.

  • 2. Het klaagschrift moet worden ondertekend en tenminste bevatten:

    • a. de naam en het adres van de indiener;

    • b. de dagtekening;

    • c. een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is gericht en het tijdstip van de gedraging.

  • 3. Niet gedagtekende klaagschriften worden geacht te zijn gedagtekend op de dag van ontvangst.

  • 4. Indien het klaagschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van de klacht noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling.

  • 5. Indien de klager onder curatele is gesteld, moet de klacht worden ondertekend door de curator.

Artikel 4 Afdoening in der minne

  • 1. In iedere fase van de klachtbehandeling kan het bestuur nagaan of de klager door middel van een informele afhandeling van zijn klacht tevreden gesteld kan worden.

  • 2. Zodra het bestuur naar tevredenheid van de klager aan diens klacht tegemoet is gekomen, vervalt de verplichting tot het verder toepassen van deze regeling. De klager ontvangt in dat geval een schriftelijke kennisgeving van de afsluiting van de klachtprocedure. Betrokkene wordt een kopie van deze kennisgeving verstrekt.

Artikel 5 Bijstand en vertegenwoordiging

  • 1. De klager en betrokkene kunnen zich door een gemachtigde laten bijstaan of laten vertegenwoordigen.

  • 2. Het bestuur kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.

  • 3. Het bestuur kan bijstand of vertegenwoordiging door een persoon, tegen wie ernstige bezwaren bestaan, weigeren.

  • 4. Het derde lid is niet van toepassing ten aanzien van advocaten en procureurs.

Artikel 6 Ontvangstbevestiging, door- en terugzending

  • 1. Het bestuur bevestigt de ontvangst van het klaagschrift schriftelijk, onder mededeling van de datum van ontvangst. In de ontvangstbevestiging wordt de vindplaats van deze regeling op het internet vermeld en wordt de klager medegedeeld dat hem desgevraagd een kopie van de regeling zal worden toegezonden.

  • 2. Het bestuur zendt een klaagschrift tot behandeling waarvan kennelijk een andere instantie bevoegd is onverwijld door naar die instantie, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de indiener.

  • 3. Het bestuur zendt een klaagschrift dat niet voor hem bestemd is en dat evenmin wordt doorgezonden zo spoedig mogelijk terug naar de indiener.

  • 4. Het bestuur verstrekt betrokkene een kopie van het klaagschrift en de daarbij meegezonden stukken.

  • 5. Het bestuur registreert en administreert binnengekomen klaagschriften en zorgt voor een goede voortgangscontrole.

Artikel 7 Geen verplichting tot klachtbehandeling

  • 1. Het bestuur kan besluiten een klaagschrift dat niet aan artikel 3, tweede, vierde of vijfde lid voldoet niet te behandelen, mits de indiener in de gelegenheid is gesteld het klaagschrift binnen een door het bestuur te stellen termijn aan te vullen.

  • 2. Het bestuur is evenmin verplicht een klacht te behandelen indien zij betrekking heeft op een gedraging:

    • a. waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van deze regeling is afgedaan;

    • b. die langer dan een jaar voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden;

    • c. waartegen door de klager bezwaar als bedoeld in artikel 1:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gemaakt had kunnen maken;

    • d. waartegen door de klager beroep als bedoeld in artikel 1:5, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingesteld;

    • e. die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke dan een administratieve rechter onderworpen is, dan wel onderworpen is geweest;

    • f. zolang terzake daarvan een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en terzake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is.

  • 3. Het bestuur is voorts niet verplicht een klacht te behandelen indien het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is.

  • 4. Van het niet in behandeling nemen van de klacht stelt het bestuur de klager zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk in kennis.

Artikel 8 Gelegenheid tot horen

  • 1. Het bestuur stelt de klager en betrokkene in de gelegenheid te worden gehoord. Het bestuur kan besluiten de klager en betrokkene geheel of gedeeltelijk buiten elkaars aanwezigheid te horen.

  • 2. Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht niet in behandeling wordt genomen, indien de klacht kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is of indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.

  • 3. Van het horen van betrokkene kan worden afgezien indien de klacht niet in behandeling wordt genomen, indien de klacht kennelijk ongegrond is of indien betrokkene heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.

  • 4. Van het horen wordt een verslag gemaakt.

Artikel 9 Behandeling en beslissing

  • 1. Het bestuur handelt de klacht binnen zes weken na ontvangst van het klaagschrift af. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 11, eerste lid, bedraagt deze termijn tien weken.

  • 2. Het bestuur kan de afhandeling voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de klager en betrokkene.

  • 3. Wanneer de klacht een lid van het bestuur betreft, neemt dit lid niet aan de behandeling van de klacht deel.

Artikel 10 Afdoening

  • 1. Het bestuur stelt de klager en betrokkene schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

  • 2. Indien vervolgens nog een klacht kan worden ingediend bij een persoon of college, wordt daarvan bij de kennisgeving melding gemaakt.

Artikel 11 Klachtadviescommissie

  • 1. Het bestuur kan een commissie verzoeken te adviseren over een klacht. Op de behandeling van een dergelijke klacht zijn het vierde lid en de artikelen 12 en 13 van toepassing.

  • 2. Het bestuur benoemt de voorzitter, de leden en de secretaris van de commissie en hun plaatsvervangers.

  • 3. Het bestuur kan de commissie alleen algemene aanwijzingen geven.

  • 4. Indien betrokkene voorzitter, lid of secretaris van de commissie dan wel plaatsvervanger van één van hen is, neemt hij niet deel aan de behandeling van de op zijn gedraging betrekking hebbende klacht door de commissie.

Artikel 12 Het horen door de commissie

  • 1. Zodra het bestuur besluit de commissie in te schakelen, deelt het de klager en betrokkene mee dat een commissie met de advisering over de klacht is belast.

  • 2. Het horen geschiedt door de commissie.

  • 3. De commissie kan het horen aan de voorzitter of een lid opdragen.

  • 4. De commissie beslist over de toepassing van artikel 8, eerste tot en met derde lid.

  • 5. De commissie zendt een rapport van bevindingen, vergezeld van het advies en eventuele aanbevelingen, aan het bestuur.

  • 6. Het rapport bevat het verslag van het horen.

Artikel 13 Afwijking van het advies

Indien de conclusies van het bestuur afwijken van het advies van de commissie, wordt in die conclusies de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies meegezonden met de kennisgeving, bedoeld in artikel 10, eerste lid.

Artikel 14 Jaarlijks verslag

Het bestuur publiceert jaarlijks een verslag van de behandeling van de klachten.

Artikel 15 Overgangsbepalingen

  • 1. De door het bestuur bij besluit van 25 oktober 2004 vastgestelde klachtenregeling wordt ingetrokken per de in artikel 16 tweede lid, bedoelde datum van inwerkingtreding van de onderhavige regeling.

  • 2. Klachten die op de datum van inwerkingtreding van deze regeling aanhangig zijn, worden afgehandeld met toepassing van de bij besluit van 25 oktober 2004 vastgestelde klachtenregeling.

  • 3. Klachten, ingediend op of na de datum van inwerkingtreding van deze regeling en betrekking hebbend op een gedraging die heeft plaatsgevonden vóór de datum van inwerkingtreding van deze regeling, worden behandeld met toepassing van deze regeling.

Artikel 16 Citeertitel, bekendmaking en inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling kan worden aangehaald als de klachtenregeling van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

  • 2. Deze regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op de website www.rechtspraak.nl. Zij treedt in werking op de tweede dag na de datum van publicatie in de Staatscourant.

Aldus vastgesteld te 's-Gravenhage, 7 september 2009

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven.