Samenwerkingsprotocol Commissariaat voor de Media en OPTA

Afspraken tussen het Commissariaat voor de Media en het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit over de wijze van samenwerking bij het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Telecommunicatiewet, de Mediawet en de bij of krachtens deze wetten vastgestelde regelgeving.

Afkortingen en definities

Commissariaat:

Commissariaat voor de Media

OPTA:

Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit

Tw:

Telecommunicatiewet (Stb. 1998, 610; gewijzigd Stb. 2004, 189)

Wet OPTA:

Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit (Stb. 1997, 580)

Awb:

Algemene wet bestuursrecht (Stb. 1992, 315)

Mw:

Mediawet (Stb. 1987, 249)

Considerans

Op grond van artikel 18.3, vierde lid, Tw dienen OPTA en het Commissariaat in het belang van een effectieve en efficiënte besluitvorming afspraken te maken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang. Het Commissariaat en OPTA achten het om de hierna genoemde redenen wenselijk de afspraken voor afstemming en samenwerking bij toezicht op naleving van de Tw en de Mw vast te leggen in een protocol. Het Commissariaat en OPTA hebben ten aanzien van hun taken en bevoegdheden al afspraken gemaakt en werken op dit gebied reeds samen. Dit protocol legt de bestaande samenwerking vast en geeft inzicht in de overige afspraken tussen het Commissariaat en OPTA. Het protocol biedt daarmee meer transparantie aan de buitenwereld over de samenwerking en de gemaakte afspraken tussen hen. Over onderstaande onderwerpen, en eventuele andere onderwerpen die het voorwerp van samenwerking tussen het Commissariaat en OPTA vormen, worden, naast de afspraken opgenomen in dit protocol, waar nodig nadere werkafspraken gemaakt.

  • 1. De Tw bevat verplichtingen voor aanbieders van systemen voor voorwaardelijke toegang (artikel 8.5), voor aanbieders van applicatieprogramma-interfaces (API) en elektronische programmagidsen (EPG) (artikel 8.6) en voor aanbieders van een samengesteld programmapakket (het standaardpakket) voor zover dit ‘onversleuteld’ aan eindgebruikers wordt geleverd (artikel 8.7). Dankzij digitalisering neemt het belang van een systeem voor voorwaardelijke toegang, alsmede toegang tot API’s en EPG’s, toe. De Mw kent verplichtingen die sociaal-culturele belangen nastreeft maar raakt tevens aan concurrentiële aspecten. Te denken valt aan de must carry-status van omroepprogramma’s (artikel 82i) en de advisering door programmaraden (artikel 82k). Eventuele regels en besluiten van zowel OPTA als het Commissariaat hieromtrent kunnen dan ook van invloed zijn op de programma’s die eindgebruikers ontvangen en daarmee ook op de concurrentiekracht van aanbieders dan wel vragers om toegang.

    Nauwe onderlinge afstemming tussen het Commissariaat en OPTA is in een convergerende en meer en meer gedigitaliseerde omgeving gewenst, nu de belangen die primair vanuit de Tw worden behartigd alsmede de belangen die primair vanuit de Mw worden behartigd elkaar beïnvloeden. Dit protocol voorziet in de regels om aan de eisen van artikel 18.3, vierde lid, Tw (effectieve en efficiënte besluitvorming) te voldoen.

  • 2. Tevens kent zowel OPTA als het Commissariaat een adviesbevoegdheid richting de politiek. Ook hier geldt dat in voorkomende gevallen een advies aan kracht en autoriteit kan winnen doordat het Commissariaat en OPTA van elkaars expertise gebruik maken.

  • 3. In een wereld die steeds verder convergeert, digitaliseert, en waarin (lands)grenzen steeds meer vervagen is het van belang om de ontwikkelingen in gezamenlijkheid te beoordelen. De media- en telecomsector overlappen door de verdere opkomst van breedbandig internet en de (IP-) diensten die hierover geleverd kunnen worden, elkaar in toenemende mate. Overleg tussen beide toezichthouders in deze sectoren is daarom van het grootste belang. Dit protocol biedt dan ook een basis voor het wederzijds uitwisselen van kennis en informatie en voor bestuurlijk overleg.

Partijen

Het Commissariaat is onder meer belast met de uitvoering van het toezicht op en met de handhaving van wet- en regelgeving (Mediawet, Mediabesluit en beleidsregels) betreffende publieke en commerciële omroepinstellingen.

OPTA is onder meer belast met de uitvoering en handhaving van het toezicht op wet- en regelgeving rond openbare elektronische communicatiediensten en -netwerken (bijvoorbeeld de Telecommunicatiewet), overeenkomstig het bij of krachtens wet bepaalde.

I Doorverwijzing van marktpartijen (algemeen)

Van OPTA naar Commissariaat:

  • 1. Indien programma-aanbieders vragen hebben over of een beroep doen op artikel 8.5, 8.6 en/of 8.7 van de Tw zal OPTA het Commissariaat informeren en indien nodig in overleg treden en partijen doorverwijzen.

  • 2. Indien OPTA op basis van artikel 6a.6 Tw een toegangsverplichting heeft opgelegd en een verzoek ontvangt dat raakt aan de verplichtingen uit de Mediawet zal OPTA het Commissariaat informeren en indien nodig met het Commissariaat in overleg treden en partijen doorverwijzen.

Van Commissariaat naar OPTA:

  • 3. Omtrent een geschil over de opname van een programma in het standaardpakket (artikel 82k, tweede lid, Mw: pakket overige programma’s) zal het Commissariaat OPTA informeren, voor zover op de aanbieder van dat pakket tevens een verplichting rust als bedoeld in artikel 6a.6 van de Tw. Partijen zullen vervolgens in onderling overleg bepalen of het Commissariaat dan wel OPTA het geschil zal behandelen.

  • 4. Indien bij een geschil over de opname van een programma in het wettelijke minimumpakket (artikel 82k, eerste lid, Mw) de beoordeling van financieel-economische aspecten aan de orde is, dan zal het Commissariaat OPTA informeren en zo nodig met OPTA in overleg treden (zie hierna onder II).

II Overleg

  • 1. Het Commissariaat en OPTA staan elkaar vanuit hun eigen deskundigheid op verzoek of, voor zover nodig, ambtshalve met raad en daad bij. Zij reageren op een verzoek om bijstand binnen drie weken na ontvangst van dat verzoek.

  • 2. Het Commissariaat respectievelijk OPTA benoemt op de datum van inwerkingtreding van dit protocol een contactpersoon die verantwoordelijk is voor het in stand houden van de wederzijdse communicatie, zoals bedoeld in dit samenwerkingsprotocol.

  • 3. Voor zover de uitoefening van bevoegdheden door het Commissariaat raakt aan de uitoefening van bevoegdheden door OPTA, of andersom, treden het Commissariaat en OPTA met elkaar in overleg over de uitleg van wettelijke begrippen en andere zaken die daarbij een rol kunnen spelen.

  • 4. Ieder kwartaal, of zoveel vaker als nodig is, vindt overleg plaats tussen – in ieder geval – de in het tweede lid genoemde contactpersonen van het Commissariaat en OPTA.

  • 5. Twee keer per jaar, of zoveel vaker als nodig is, vindt bestuurlijk overleg plaats tussen – in ieder geval – de voorzitter van het Commissariaat en de collegevoorzitter van OPTA.

III Advisering/zienswijze

  • 1. Partijen zullen bij advisering aan de Minister1 elkaar voorafgaand aan het uit te brengen advies in de gelegenheid stellen daarop te reageren, voor zover de aard van dat advies daartoe aanleiding geeft.

  • 2. Indien in het kader van een procedure betreffende het wettelijke minimumpakket financieel-economische aspecten zijn betrokken, kan het Commissariaat OPTA in de gelegenheid stellen daarover een zienswijze uit te brengen.

  • 3. Voor zover naar het oordeel van OPTA bij haar besluitvorming op grond van hoofdstuk 6a Tw de expertise van het Commissariaat nodig is om een adequate inschatting te kunnen maken van de concurrentiekracht van partijen die gebruik maken van het frequentiespectrum, zal OPTA het Commissariaat in de gelegenheid stellen daarover binnen drie weken een zienswijze uit te brengen.

  • 4. De termijn voor het geven van een reactie of het uitbrengen van een zienswijze, als in de vorige leden bedoeld, bedraagt drie weken of zoveel korter als spoedshalve noodzakelijk is.

IV Uitwisseling van informatie

  • 1. Op de uitwisseling en verstrekking van informatie door OPTA aan het Commissariaat ziet artikel 24 Wet OPTA.

  • 2. Op de uitwisseling en verstrekking van informatie door het Commissariaat aan OPTA is het bepaalde in artikel 18, tweede lid, Wet OPTA van toepassing.

  • 3. Het Commissariaat en OPTA wisselen wederzijds informatie uit over aangelegenheden die van belang kunnen zijn voor de uitoefening van hun taken, voor zover wettelijke bepalingen hieraan niet in de weg staan.

  • 4. Alvorens informatie te verstrekken op basis van artikel 24, tweede lid, Wet OPTA, treedt OPTA in overleg met het Commissariaat, in verband met het bepaalde in artikel 24, derde lid, Wet OPTA.

  • 5. Het Commissariaat en OPTA behandelen de van elkaar ontvangen informatie als vertrouwelijk, voor zover dit uit de aard van de informatie voortvloeit. De gegevens worden slechts gebruikt voor het doel waarvoor ze aan de ander zijn verstrekt.

V Publiciteit

  • 1. Het Commissariaat en OPTA stellen ieder op hun website dit protocol beschikbaar voor het publiek.

  • 2. Het Commissariaat en OPTA informeren elkaar – en stemmen voor zover nodig onderling af – in ieder geval over de publicatie van beslissingen, resultaten of overige mededelingen, die betrekking hebben op elkaars bevoegdheden en verder in gevallen waarin partijen dit van belang achten.

  • 3. Het Commissariaat en OPTA stemmen waar nodig communicatie over onderwerpen in de media af.

Publicaties kunnen onder meer plaatsvinden op www.opta.nl, via de OPTA-e-mailservice, in het OPTA-blad Connecties, op www.cvdm.nl en in het Commissariaatsblad Comedia.

VI Aanpassingen en wijzigingen

  • 1. Het Commissariaat en OPTA kunnen in onderling overleg op grond van bijzondere omstandigheden besluiten om af te wijken van de afspraken in dit protocol.

  • 2. Het protocol kan in onderling overleg tussentijds worden aangepast of aangevuld en zal in overeenstemming worden gebracht met eventuele wetswijzigingen.

  • 3. Jaarlijks wordt door het Commissariaat en OPTA gezamenlijk bekeken of een aanpassing van dit protocol noodzakelijk is. Hierbij wordt in het bijzonder gekeken naar de realisatie van de gestelde doelen en naar de praktische werkbaarheid van hetgeen in het protocol is vastgelegd en de wenselijkheid om dit protocol aan te vullen met in de praktijk gebleken nuttige werkafspraken en beleidsregels.

VII Looptijd en werkingsduur

  • 1. Dit protocol treedt in werking met ingang van de dag volgend op de dagtekening van de publicatie ervan in de Staatscourant. Het heeft een werkingsduur van 3 jaar.

  • 2. Dit protocol kan slechts schriftelijk en met instemming van partijen worden gewijzigd.

  • 3. Als dit protocol niet schriftelijk tenminste zes maanden voor de vervaldatum wordt opgezegd, wordt het geacht te zijn verlengd met één jaar onder dezelfde voorwaarden.

Den Haag, 2 december 2008

Onafhankelijke Post- en Telecommunicatie Autoriteit,

namens het college:

C.A. Fonteijn,

voorzitter.

Commissariaat voor de Media,

namens het college van commissarissen:

I. Brakman,

voorzitter.


XNoot
1

Dan wel diens Staatssecretaris.

Naar boven