Wijziging Beleidsregel vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport over de binnenwateren in beheer bij het rijk

16 juli 2009

Nr. RWS/DZH-2009/4415

De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat,

Gelet op artikel 2 van het Besluit mandaat vergunningverlening bijzondere transporten;

Besluit:

ARTIKEL I

De bijlagen 1, 2 en 3 bij de Beleidsregel vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport over de binnenwateren in beheer bij het rijk1 worden vervangen door respectievelijk de bijlagen 1, 2 en 3 bij dit besluit.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Rotterdam, 16 juli 2009

De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat,

namens deze:

de directeur van het Scheepvaartverkeerscentrum,

C. Venema.

BIJLAGE 1

Voorwaarden voor de vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport over de binnenwateren in beheer bij het rijk

Het bijzonder transport,

  • 1. is een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement of het Rijnvaartpolitiereglement;

  • 2. is voorzien van voldoende sleep- en/of duwboten met voldoende motorvermogen om het transport onder alle te verwachten omstandigheden goed te kunnen manoeuvreren. De sleep- en/of duwboten zijn voorzien van een geldig Certificaat van Onderzoek (CvO). De sleep- en/of duwboten moeten slepen of duwen overeenkomstig het betreffende CvO;

  • 3. heeft een veiligheidsafstand – als bedoeld in artikel 1.01 nummer 43 van bijlage 1.1 bij de Binnenvaartregeling – van minimaal 75 centimeter;

  • 4. is voorzien van voldoende deugdelijk en valklaar ankergerei om desgewenst het transport tijdig te kunnen stilleggen, zonder belemmering van de scheepvaart als bedoeld in artikel 7.01 van het Binnenvaartpolitiereglement en het Rijnvaartpolitiereglement, en zonder schade aan kunstwerken e.d. Onder transport wordt het geheel van het drijvende voorwerp of de drijvende inrichting, inclusief sleep- en/of duwboten verstaan;

  • 5. heeft voldoende deugdelijke bevestigingspunten ten behoeve van het slepen, die zodanig zijn dat ze tijdens het slepen overeenkomstig hun doelstelling gebruikt kunnen blijven worden. Indien geduwd, is het bijzonder transport hecht gekoppeld aan de duwboot;

  • 6. is uitgerust met voldoende onafhankelijke pompen met voldoende capaciteit om vervulling van het transport te voorkomen. Hiertoe dienen alle voor vervulling risicolopende ruimtes/compartimenten met een pomp bereikbaar te zijn. De pompen moeten gebruiksklaar zijn, zodat in geval van een calamiteit er direct gebruik van kan worden gemaakt.

  • 7. dient te blijven binnen de maximaal toegestane afmetingen zoals die aan schepen zijn gesteld in de vigerende regelgeving (zoals bijvoorbeeld bijlage 13 bij het Binnenvaartpolitiereglement en hoofdstuk 11 van het Rijnvaartpolitiereglement).

BIJLAGE 2

Aanmeldingsformulier voor de vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport op de binnenwateren in beheer bij het rijk

De in dit formulier genoemde contactpersoon verklaart dat onderstaand bijzonder transport voldoet aan de door de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat, op basis van artikel 1.21 BPR en RPR, gestelde standaardvoorwaarden voor een vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport op de binnenwateren in beheer bij het rijk. Genoemde standaardvoorwaarden zijn gepubliceerd in de Staatscourant als bijlage bij de Beleidsregel vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport over de binnenwateren in beheer bij het rijk en zijn tevens weergegeven op www.rijkswaterstaat.nl/rwsloket/vergunningen/bijzonder_transport_over_water

Verzend deze ingevulde verklaring naar bijzondertransport@rws.nl door onderaan het formulier op ‘volgende’ te klikken. Pas daarna kunt u de verklaring verzenden. U ontvangt dan elektronisch de vergunning voor uw transport. Print de ontvangen vergunning uit en neem deze mee op uw transport als bewijs voor handhavende diensten. Handhavende diensten kunnen controleren of u aan de gestelde voorwaarden voldoet.

Bedrijfsnaam

 

Contactpersoon

 

Adres

 

Postcode / Plaats

 

E-mailadres

 

Telefoonnummer

 

Korte omschrijving van het transport

 

Totale afmetingen van het transport inclusief sleep- en/of duwvaartuig(en) (lengte, breedte, hoogte, diepgang)

 

Naam en registratienummer(s)slepende en/of duwende vaartuig(en)

 

Plaats van vertrek

 

Geplande datum van vertrek

 

Geplande tijd van vertrek

 

Geplande route (vaarwegen). Als er mogelijk sprake is van een alternatieve route geeft u die dan ook aan (tussenhaakjes)

 

Plaats van bestemming

 

Geplande datum van aankomst

 

Geplande tijd van aankomst

 

BIJLAGE 3 ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, ONDERDEEL C, VAN DE BELEIDSREGEL VEREENVOUDIGDE VERGUNNINGVERLENING VOOR EEN BIJZONDER TRANSPORT OVER DE BINNENWATEREN IN BEHEER BIJ HET RIJK

Kennisgeving

Bijzonder transport van zeer korte duur

Naam transporteur:…..

Adres transporteur:…..

Telefoon nummer transporteur:…..

Naam slepende/duwende vaartuigen:…..

Verklaart een bijzonder transport uit te gaan voeren dat voldoet aan de onderstaande voorwaarden en dat1 maximaal één uur zal duren.

Plaats en locatie van vertrek:…..

Datum en tijdstip van vertrek:…..

Plaats en locatie aankomst:…..

Geplande tijd van aankomst bestemming:…..

Voorwaarden

Het bijzonder transport:

  • 1. is een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement of het Rijnvaartpolitiereglement;

  • 2. is voorzien van voldoende sleep- en/of duwboten met voldoende motorvermogen om het transport onder alle te verwachten omstandigheden goed te kunnen manoeuvreren. De sleep- en/of duwboten zijn voorzien van een geldig Certificaat van Onderzoek (CvO). De sleep- en/of duwboten moeten slepen of duwen overeenkomstig het betreffende CvO;

  • 3. heeft een veiligheidsafstand – als bedoeld in artikel 1.01 nummer 43 van bijlage 1.1 bij de Binnenvaartregeling – van minimaal 75 centimeter;

  • 4. is voorzien van voldoende deugdelijk en valklaar ankergerei om desgewenst het transport tijdig te kunnen stilleggen, zonder belemmering van de scheepvaart als bedoeld in artikel 7.01 van het Binnenvaartpolitiereglement en het Rijnvaartpolitiereglement, en zonder schade aan kunstwerken e.d. Onder transport wordt het geheel van het drijvende voorwerp of de drijvende inrichting, inclusief sleep- en/of duwboten verstaan;

  • 5. heeft voldoende deugdelijke bevestigingspunten ten behoeve van het slepen, die zodanig zijn dat ze tijdens het slepen overeenkomstig hun doelstelling gebruikt kunnen blijven worden. Indien geduwd, is het bijzonder transport hecht gekoppeld aan de duwboot;

  • 6. is uitgerust met voldoende onafhankelijke pompen met voldoende capaciteit om vervulling van het transport te voorkomen. Hiertoe dienen alle voor vervulling risicolopende ruimtes/compartimenten met een pomp bereikbaar te zijn. De pompen moeten gebruiksklaar zijn, zodat in geval van een calamiteit er direct gebruik van kan worden gemaakt.

  • 7. dient te blijven binnen de maximaal toegestane afmetingen zoals die aan schepen zijn gesteld in de vigerende regelgeving (zoals bijvoorbeeld bijlage 13 bij het Binnenvaartpolitiereglement en hoofdstuk 11 van het Rijnvaartpolitiereglement).

  

Datum: .....-.....-.....

Handtekeningtransporteur: ..........

  

Plaats: ..........

 

TOELICHTING

Dit besluit strekt ertoe om de 3 bijlagen bij de Beleidsregel vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport over de binnenwateren in beheer bij het rijk te vervangen. Aangezien de bijlagen op een aantal punten zijn gewijzigd is omwille van de overzichtelijkheid ervoor gekozen om de bijlagen in hun geheel te vervangen.

In bijlage 1 zijn de voorwaarden opgenomen waaraan bijzonder transport dient te voldoen wanneer het in aanmerking wil komen voor vereenvoudigde vergunningverlening. Middels onderhavige wijziging wordt een extra voorwaarde aan dit bijzonder transport gesteld. Het betreft hier een voorwaarde omtrent de maximaal toegestane afmeting waarbinnen het bijzonder transport moet blijven. In de praktijk is het gebleken dat het wenselijk is eisen te stellen aan de afmeting van het bijzonder transport met het oog op het veilig passeren van kunstwerken. Tevens is bijlage 1 gewijzigd in verband met een wijziging in regelgeving. Met ingang van 1 juli 2009 is de Binnenvaartregeling in werking getreden. De verwijzing in bijlage 1 naar het Binnenschepenbesluit is derhalve gewijzigd in een verwijzing naar de Binnenvaartregeling.

De wijzigingen in de bijlagen 2 en 3 vloeien voort uit bovenstaande wijzigingen en zijn van tekstuele aard.

De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat,

namens deze,

de directeur van het Scheepvaartverkeerscentrum,

C. Venema.


XNoot
1

Stcrt. 2008, 186.

XNoot
1

Als het transport voldoet aan bovenstaande voorwaarden, maar langer dan één uur duurt, moet het vierentwintig uur tevoren gemeld worden bij het loket bijzondere transporten van Rijkswaterstaat. Het aanmeldingsformulier hiervoor vindt u opwww.rijkswaterstaat.nl

Naar boven