Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Nederlandse ZorgautoriteitStaatscourant 2009, 10889Bekendmakingen Nederlandse Zorgautoriteit

Regeling gezamenlijke aanlevering bovenregionale opgave 2010

Nr. CA/NR-100.100

De Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit,

Gelet op de artikelen 61, 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vastgesteld:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

1.1 Zorgkantoor:

Een verbindingskantoor als bedoeld in artikel 1, onder c, onderdeel 1, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering.

1.2 Zorgkantoorregio:

Regio als omschreven in de bijlagen 1 en 2 van de onder artikel 1.2 van de Aanwijzing Zorgkantoren (met kenmerk Z/VU-2892517) van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

1.3 Zorgaanbieder:

Zorgaanbieder als omschreven in artikel 1, sub c, onderdeel 1 van de Wmg die de functies persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, behandeling en/of verblijf als omschreven in het Besluit zorgaanspraken AWBZ levert.

1.4 AWBZ-zorg:

AWBZ-zorg als omschreven in artikel 1, sub b, onderdeel 1 van de Wmg.

1.5 Bovenregionale opgave:

Een gezamenlijke opgave van een zorgaanbieder en een zorgkantoor waaruit het totaal van de zorg dat de zorgaanbieder per zorgkantoorregio levert, is opgegeven, gesplitst naar onderliggende prestaties en tarieven.

1.6 Prestatie:

De levering van zorg door een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1.3.

1.7 Tarief:

Prijs voor een prestatie van een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1.3.

1.8 Budgetverzoek:

Tariefverzoek van zorgaanbieder en/of zorgkantoor op basis van paragraaf 4.4 van de Wmg ter vaststelling van de overeengekomen prestaties en tarieven

1.9 Budgetronde:

Door de NZa vastgestelde data voor indiening van tariefverzoeken.

Artikel 2. Werkingssfeer

Deze regeling is uitsluitend van toepassing op zorgaanbieders als bedoeld in artikel 1.3 van deze regeling die in meerdere zorgkantoorregio’s de functies persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, behandeling en/of verblijf leveren als omschreven in het Besluit Zorgaanspraken AWBZ.

Artikel 3. Informatieverplichting

  • 1. Een zorgaanbieder en een zorgkantoor leveren in de budgetronde 2010 van november 2009 gezamenlijk de gegevens en inlichtingen, als bedoeld in artikel 4, aan de NZa.

  • 2. Een zorgaanbieder en een zorgkantoor gebruiken voor de bovenregionale opgave het daartoe door de NZa beschikbaar gestelde budgetformulier, waarin hiervoor een onderdeel is opgenomen.

  • 3. De uiterste inleverdatum voor de gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste lid is gelijk aan de uiterste inleverdatum voor het budgetformulier 2010 van november 2009.

  • 4. Het doel van de verplichte gezamenlijke aanlevering van de gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 4 is het verkrijgen van een betrouwbaar inzicht in de verdeling van productieafspraken van de zorgaanbieder per zorgkantoorregio.

Artikel 4. Gegevens en inlichtingen

De gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 3 bestaan uit:

  • a. een bovenregionale opgave als bedoeld in artikel 1.5, juncto artikel 5;

  • b. de ondertekening door de zorgaanbieder en zorgkantoor bij instemming met de inhoud van de bovenregionale opgave;

  • c. een ondertekende verklaring indien zorgaanbieder en zorgkantoor geen overeenstemming bereiken over de inhoud van de bovenregionale opgave, waarbij de verklaring de gronden bevat waarom de ondertekenaars niet kunnen instemmen met de inhoud van de bovenregionale opgave.

Artikel 5. Bovenregionale opgave

De bovenregionale opgave bevat een onderverdeling per zorgkantoorregio van het totaal van de zorg dat de zorgaanbieder levert.

In de bovenregionale opgave doen zorgaanbieder en zorgkantoor opgave per zorgkantoorregio van:

  • a. de prestaties;

  • b. de tarieven.

Het totaal van a en b komt overeen met het totaal van de afspraken terzake de te leveren reguliere productie.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009 en wordt met de bijbehorende toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Artikel 7. Intrekking

De Regeling gezamenlijke aanlevering bovenregionale opgave CA/NR-100.090 wordt ingetrokken.

Artikel 8. Citeertitel

Deze Regeling kan worden aangehaald als Regeling gezamenlijke aanlevering bovenregionale opgave 2010.

C.C. van Beek MCM,

voorzitter a.i.

TOELICHTING

Inleiding

Namens de uitvoeringsorganen AWBZ sluiten zorgkantoren overeenkomsten ten aanzien van de levering van AWBZ-zorg, de in dat kader toe te passen prestatiebeschrijvingen en de bijbehorende tarieven.

Zorgkantoren hebben bij het sluiten van deze overeenkomsten, en derhalve bij de inkoop van de zorg, steeds vaker te maken met bovenregionale zorgaanbieders die bovenregionaal contracteren. Bovenregionale aanbieders zijn aanbieders die in meerdere zorgkantoorregio’s werkzaam zijn. Bovenregionaal contracteren wil zeggen dat een aanbieder met één zorgkantoor de productieafspraken maakt voor alle (zorgkantoor)regio’s waarin hij actief is. Het zorgkantoor in wiens regio het hoofdkantoor van de bovenregionale zorgaanbieder is gevestigd maakt de productieafspraken. In beginsel maakt dit zorgkantoor met de zorgkantoren in de andere regio’s, waar deze zorgaanbieder de afgesproken zorg gaat leveren, afspraken over de overheveling van de contracteerruimte van die zorgkantoren naar het zorgkantoor waarmee de budgetafspraken gemaakt zijn.

Niet de vraag van de cliënt of de plaats van levering is bepalend voor deze zorginkoop door het zorgkantoor, maar de (hoofd-)vestigingsplaats van de aanbieder.

De NZa streeft ernaar om de zorgvraag in de regio uitgangspunt te laten zijn en aldus te bewerkstelligen dat in elke regio waar de zorgaanbieder zorg wil leveren productieafspraken gemaakt moet worden voor de zorglevering aan de cliënten in die regio.

Deze regeling heeft als doel om met behulp van de verkregen bovenregionale opgaven de herverdeling van de contracteerruimte over de zorgkantoren zo in te richten dat het zorgkantoor zorg contracteert met zorgaanbieders die in zijn regio zorg leveren. De zorg die in een regio wordt geleverd maakt zo deel uit van de contracteerruimte van het bijbehorende zorgkantoor. Op deze wijze wordt tevens een gelijk speelveld voor zowel regionale als bovenregionale zorgaanbieders gecreëerd.

Om een juiste herverdeling van de contracteerruimte mogelijk te maken, omvat de regeling de totale contracteerruimte; dus zowel de extramurale zorg als de intramurale zorg.

In de hier voorafgaande regeling werd uitsluitend de bovenregionale extramurale zorg bij de zorgaanbieders en zorgkantoren opgevraagd. Daarnaast konden zij vrijwillig een opgave doen van de bovenregionale intramurale zorg. De reden van deze uitvraag lag in het creëren van een gelijk speelveld voor zowel regionale als bovenregionale zorgaanbieders. Het uitbreiden van de regeling met de intramurale zorg heeft te maken met het doel van deze regeling, namelijk de totale contracteerruimte zo her te verdelen dat er een verdeling van de contracteerruimte ontstaat die aansluit met de zorglevering in een zorgkantoorregio.

In het hiernavolgende volgt een artikelsgewijze toelichting op de artikelen van de regeling.

Artikel 1

Dit artikel bevat de in de regeling gehanteerde definitiebepalingen.

Artikel 2

Dit artikel bevat de werkingssfeer van de regeling: de regeling is van toepassing op zorgaanbieders die in meerdere zorgkantoorregio’s zorg leveren. De regeling ziet derhalve niet toe op zorgaanbieders die slechts in één zorgkantoorregio zorg leveren.

Artikel 3

Dit artikel bevat de verplichting voor zorgaanbieders en zorgkantoren om gegevens en inlichtingen te verstrekken samengevat onder de noemer bovenregionale opgave. De inhoud van de verplichting wordt verder uitgewerkt in artikel 3.

Het derde lid geeft aan dat de verstrekking van de bedoelde gegevens en inlichtingen synchroon loopt met de indiening van budgetten tijdens de budgetronde 2010 van november 2009. In het budgetformulier is daartoe een afzonderlijk onderdeel opgenomen voor deze bovenregionale opgave. Tot slot is in dit artikel aangegeven waarvoor de gegevens zullen worden gebruikt en waarom deze aldus worden opgevraagd.

Artikel 4

In dit artikel is uitgewerkt welke gegevens en inlichtingen zorgaanbieder en zorgkantoor gezamenlijk moeten verstrekken aan de NZa.

Eveneens wordt bepaald dat er een aanvullende gemotiveerde verklaring moet worden aangeleverd aan de NZa indien en voor zover partijen het niet eens zijn geworden over de inhoud van de aan te leveren bovenregionale opgave.

Met betrekking tot de gezamenlijke en tijdige aanlevering van informatie en gegevens door zorgaanbieder en zorgkantoor aan de NZa, geldt de volgende procedure. In beginsel is de zorgaanbieder verantwoordelijk voor en gehouden tot aanlevering van zijn bovenregionale opgave aan het zorgkantoor. Indien de zorgaanbieder niet tijdig overgaat tot aanlevering van de bovenregionale opgave aan het zorgkantoor, is het aan het zorgkantoor om tijdig te bewerkstelligen dat de zorgaanbieder alsnog overgaat tot het indienen van de bovenregionale opgave van de zorgaanbieder. Een tijdige aanbieding houdt in dat de zorgaanbieder het zorgkantoor een redelijke termijn gunt om de bovenregionale opgave van de zorgaanbieder te beoordelen, alvorens de bovenregionale opgave bij de NZa op grond van de regeling moet worden ingediend.

Het zorgkantoor is vervolgens verantwoordelijk voor, en gehouden tot, de beoordeling van de bovenregionale opgave van de zorgaanbieder (mede in het licht van deze regeling) én voor de aanlevering van de gezamenlijke opgave aan de NZa. Daarbij dient het zorgkantoor aan te geven of, en zo ja in hoeverre hij het eens is met opgave van de zorgaanbieder. Er kunnen daarbij verschillende wijzen van aanlevering worden onderscheiden:

  • I. Indien het zorgkantoor het eens is met bovenregionale opgave van de zorgaanbieder volstaat het om de opgave van de zorgaanbieder mede te ondertekenen.

  • II. Indien het zorgkantoor zich niet kan vinden in de opgave van de zorgaanbieder dient het zorgkantoor naast de opgave van de aanbieder een verklaring naar de NZa te sturen waarom het zorgkantoor zich niet kan vinden in de opgave van de zorgaanbieder.

De zorgkantoren in de regio’s waar de bovenregionaal gecontracteerde zorg wordt aangeboden, krijgen vervolgens (na indiening van de bovenregionale opgave door het contracterende zorgkantoor en de zorgaanbieder) van de NZa de vraag voorgelegd of de opgaven van het contracterende zorgkantoor (ingediend op grond van deze regeling) overeenstemmen met het gerealiseerde bovenregionale zorgaanbod in hun regio (zoals opgegeven in de opgave). De opgave op grond van deze regeling wordt derhalve ook door het zorgkantoor in wiens regio de gecontracteerde zorg wordt aangeboden gecheckt.

Op de in de regeling beschreven wijze wordt inzicht verkregen in de wijze van opbouw van het budget van de bovenregionaal contracterende aanbieders, opdat de overgang in 2011 zo soepel en zo zorgvuldig mogelijk kan verlopen.

Artikel 5

Wat onder de bovenregionale opgave, als uitwerking van de definitiebepaling, nader wordt verstaan, wordt toegelicht in dit artikel.