Vergunning voor de aanleg van een pijpleiding tussen blok A12 en blok B13 van het continentaal plat; artikel 94 Mijnbouwbesluit

16 juni 2009

Nr. ET/EM / 9089977

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop:

  • Chevron Transportation B.V., gevestigd te Voorburg, heeft op 28 april 2009 een aanvraag ingediend om een vergunning ingevolge artikel 94 van het Mijnbouwbesluit (Stb. 2002, 604), voor het aanleggen van een pijpleiding op het continentaal plat in het hieronder in artikel 1, tweede lid, omschreven traject tussen blok A12 en blok B13 van het continentaal plat. Deze blokken zijn aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling (Stcrt. 2002, 245), gevoegde kaart.

  • De inspecteur-generaal der mijnen heeft op 25 mei 2009 advies uitgebracht (kenmerk 9090050), de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat heeft op 8 juni 2009 advies uitgebracht (kenmerk ‘advies Chevron leiding A12–B13’).

Overwegingen:

  • De pijpleiding zal op grond van artikel 93 van het Mijnbouwbesluit moeten bestaan uit pijpen die voldoende sterk zijn en op doelmatige wijze met elkaar zijn verbonden, en tegen corrosie en uitwendige krachten moeten worden beschermd.

  • De ligging van de pijpleiding zal op grond van voornoemd artikel zodanig moeten zijn dat geen schade wordt veroorzaakt of dat schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.

  • De eigenschappen, de aanleg, de ligging en het onderhoud van de leiding moeten op grond van voornoemd artikel voldoen aan de bij artikel 10.1 van de Mijnbouwregeling gestelde eisen.

  • Met het bij de aanvraag overgelegde rapport van het voorontwerp van de pijpleiding is aangetoond dat zal worden voldaan aan NEN 3650. Uit de aanvraag blijkt derhalve dat de pijpleiding zal voldoen aan de bij en krachtens artikel 93, derde lid, van het Mijnbouwbesluit gestelde eisen.

  • De pijpleiding zal worden aangelegd in het gebied de Doggersbank, een gebied met bijzondere ecologische waarden, gelegen in de Exclusieve Economische Zone. Dit gebied zal in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 worden aangewezen als speciale beschermingszone volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Het gebied is daartoe in december 2008 aangemeld bij de Europese Commissie.

  • In het Integraal Beheerplan Noordzee 2015 (IBN 2015) is vastgesteld dat, totdat het afwegingskader van de Natuurbeschermingswet 1998 van kracht wordt voor de Doggersbank, bij vergunningplichtige activiteiten moet worden voorkomen dat de toekomstige aanwijzing als beschermd gebied door een ingreep onmogelijk wordt gemaakt.

  • In het ‘Milieu Effect Rapport voor de ontwikkeling van de gasvelden in de A en B blokken in het Nederlands deel van het continentaal plat’, kenmerk 2006-DH-R0190/B, is aangegeven dat door het installeren van de pijpleiding benthische fauna wordt verstoord. Het reliëf dat door de installatiewerkzaamheden wordt veroorzaakt zal snel egaliseren onder invloed van waterstromingen en stormen. Herkolonisatie van verstoorde gebieden zal zeer spoedig verlopen.

  • De oppervlakte van het door de aanleg van de pijpleiding verstoorde gebied betreft slechts een gering gedeelte van het gebied de Doggersbank.

  • Uit het bovenstaande blijkt dat er geen significante effecten zijn te verwachten van de aanleg van de pijpleiding en dat de toekomstige aanwijzing als beschermd gebied niet onmogelijk wordt gemaakt door de aanleg van de pijpleiding.

  • De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft in het toetsingsadvies over bovengenoemd milieueffectrapport, kenmerk 1474-70/Dr/jr, geoordeeld dat de essentiële informatie aanwezig is om het milieubelang een volwaardige plaats te kunnen geven in de besluitvorming.

  • In het IBN 2015 is tevens vastgesteld dat in gebieden met bijzondere ecologische waarden zoals de Doggersbank nieuwe activiteiten niet zijn toegestaan, tenzij er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang.

  • Van olie- en gaswinning is in het IBN 2015 aangegeven, dat het één van de activiteiten is waarvan het grote openbare belang expliciet in rijksbeleid is vastgelegd, te weten in de Derde Energienota (1995) van het Ministerie van Economische Zaken: het zogenoemde kleine velden beleid.

  • Er is geen reëel alternatief voor het transport per pijpleiding van het gewonnen gas.

  • Gezien het bovenstaande kan de aanleg van de pijpleiding in het gebied de Doggersbank worden toegestaan.

  • De werkingssfeer van de Natuurbeschermingswet 1998 zal worden uitgebreid naar de Exclusieve Economische Zone. Vervolgens zal de Doggersbank als Habitatrichtlijngebied kunnen worden aangewezen. Indien de werkzaamheden voor de aanleg van de pijpleiding zullen worden verricht wanneer het gebied is aangewezen, zal een vergunning moeten worden aangevraagd op grond van de Natuurbeschermingswet 1998.

Gelet op de artikelen 92, 93 en 94 van het Mijnbouwbesluit, alsmede op de artikelen 1.7.1 en 10.1 van de Mijnbouwregeling;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Aan Chevron Transportation B.V., gevestigd te Voorburg, wordt vergunning verleend voor het aanleggen van een pijpleiding op het continentaal plat in het hieronder in het tweede lid omschreven traject;

  • 2. De vergunning geldt voor een traject tussen de mijnbouwinstallatie A12-CPP en de nog te plaatsen mijnbouwinstallatie B13-A.

    De coördinaten van de mijnbouwinstallatie en de aansluiting zijn:

    A12-CPP: 55° 23' 58,572" N.B. en 03° 48' 41,861" O.L.

    B13: 55° 17' 07,775" N.B. en 04° 05' 53,550" O.L.

  • 3. De ligging van de in het tweede lid bedoelde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.

Artikel 2

  • 1. De beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, van het Mijnbouwbesluit, meldt uiterlijk 14 dagen voorafgaande aan de uitvoering van de aanlegwerkzaamheden de startdatum, tijdsduur, locatie, gebied en traject, betrokken schepen en 24 uurs contactpersonen aan de inspecteur-generaal der mijnen en de Chef der Hydrografie.

  • 2. De beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, van het Mijnbouwbesluit, meldt 24 uur voorafgaande aan de uitvoering van de aanlegwerkzaamheden de startdatum, tijdsduur, locatie, gebied en traject, betrokken schepen en 24 uurs contactpersonen aan de inspecteur-generaal der mijnen en de directeur van de Kustwacht.

  • 3. De bij de aanlegwerkzaamheden betrokken schepen melden zich voor de daadwerkelijke aanvang van de werkzaamheden bij het Kustwachtcentrum te Den Helder.

Artikel 3

Gedurende de aanleg van de pijpleiding is voor het afstand houden van de scheepvaart minimaal één wachtschip aanwezig.

Artikel 4

Bij gebruik van stortsteen of grind voor gronddekking geldt als maximum korreldiameter voor de afsluitende bovenlaag D90=85 mm.

Artikel 5

De vrije waterkolom boven de pijpleiding, kabels, stortsteen, grind, matrassen en randapparatuur, waaronder begrepen T-stukken, side-taps, frames en target boxes, is te allen tijde minimaal – 29 meter LLWS.

Artikel 6

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt. Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

MT-lid directie Energiemarkt,

Y. Peters.

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag, waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/204), Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven