Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
EnschedeStaatscourant 2008, 83 pagina 19Overig

Charter Enschede

Charter betreffende de aanpak van wijk Velve-Lindenhof op basis van het door diverse partners ondertekende wijkactieplan Velve-Lindenhof

Namens de gemeente Enschede,

De wethouder van Stedelijke Ontwikkeling en Cultuur,

de heer R.W. Bleker.

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

drs. Ella Vogelaar.

Mede namens

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties mevrouw G. ter Horst,

Staatssecretaris van Economische Zaken drs. F. Heemskerk,

Minister voor Jeugd en Gezin mr. A. Rouvoet,

Minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin,

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mevrouw G. Verburg,

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dr. R.H.A. Plasterk,

Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mevrouw J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart,

Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mevrouw S.A.M. Dijksma,

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mr. J.P.H. Donner,

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de heer A. Aboutaleb,

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dr. A. Klink,

Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mevrouw dr. M. Bussemaker,

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer mevrouw dr. J.M. Cramer,

handelend als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden.

1. Preambule

In de afgelopen vijftien jaar is hard gewerkt om aandachtswijken er weer bovenop te helpen. In de meeste is de kwaliteit van de woningvoorraad en de woonomgeving er zichtbaar op vooruit gegaan deze wijken zijn zichtbaar vooruitgegaan. De sociaal-economische positie van de bewoners is veel minder vooruitgegaan of zelfs achteruit gegaan. Ondanks alle maatregelen op fysiek en sociaal gebied zijn de huishoudens aan de onderkant van de maatschappelijke ladder niet in staat geweest hierop te stijgen.

Complexe maatschappelijke problemen als schooluitval, een eenzijdige woonvoorraad en een verloederde leefomgeving met weinig mogelijkheden om sociale contacten te leggen, hoge (jeugd)werkloosheid, een gebrekkige inburgering van nieuwkomers en achterblijvende emancipatie en participatie van vooral niet-westerse vrouwen, weinig werkgelegenheid in de buurt, ontoereikende jeugdzorg, gezondheidsachterstanden, criminaliteit en gevoelens van onveiligheid, komen in sommige wijken veelvuldig en naast elkaar voor. Juist deze veelheid aan problemen veroorzaakt de hardnekkigheid van de problematiek in deze wijken. Alleen een langdurige, samenhangende inzet van preventieve, curatieve en repressieve maatregelen kan het verschil gaan maken.

Daarom zijn er 40 wijken aangewezen waar steden en rijk samen de komende 10 jaar aan de slag gaan. Steden en rijk willen deze wijken weer tot vitale woon-, werk-, leer-, en leefomgevingen maken, waar het prettig wonen is en mensen betrokken zijn bij de samenleving. We, stad en rijk, zetten in op een strategie die als doel heeft om de komende 10 jaar de kloof tussen kansarmen en kansrijken te verkleinen en waarmee de opeenstapeling van problemen bij kansarme huishoudens en in de wijken waar zij leven effectief wordt aangepakt. De afgelopen periode zijn door de steden in nauwe samenwerking met lokale partijen 40 wijkactieplannen opgesteld. De in het navolgende charter vastgelegde afspraken zijn gebaseerd op de wijkactieplannen en vormen een aanvulling op de bestaande afspraken/overeenkomsten zoals bijvoorbeeld geformuleerd in GSB en ISV. De afspraken tussen rijk en gemeenten voor de 40 wijken sluiten aan bij de afspraken die tussen het rijk en de VNG zijn gemaakt in het kader van het Bestuursakkoord van 4 juni 2007.

Met deze verklaring spreken we, stad en rijk, ons uit om als bondgenoten in de 40 wijken er alles aan te doen om de hierna geformuleerde ambities voor de wijk(en) te realiseren. Dat betekent dat we met louter “kan niet” geen genoegen zullen nemen.

We verbinden ons om de afgesproken gezamenlijke maatschappelijke ambities te bereiken. Deze ambities zijn robuust en zullen daarom slechts in uitzonderlijke situaties worden aangepast. We spreken elkaar daarom aan op het inzetten van een effectief instrumentarium en blijven daarover met elkaar in gesprek. Als een instrument niet effectief genoeg blijkt, zoeken we naar andere, meer effectieve instrumenten. De weg waarlangs is dus minder onwrikbaar dan de ambities.

2. Afspraken specifiek voor wijk Velve-Lindenhof

Algemeen

Van innovatief naar structureel

In het wijkactieplan is een aantal innovaties omschreven, werkwijzen en benaderingen waarin op nieuwe manieren wordt getracht de situatie van de bewoners van de Velve-Lindenhof te verbeteren. De gemeente Enschede ziet deze initiatieven als kraamkamer voor nieuw beleid. Van sommige innovatieve ideeën zal mogelijk blijken dat ze in de praktijk van alledag niet werken, van andere nieuwe werkwijzen zal duidelijk worden dat ze een substantiële verbetering zijn in vergelijk met reguliere aanpakken.

Een bekend probleem is dat de omslag van innovatieve projecten naar regulier beleid lastig is. Met goede intenties wordt een veelheid aan initiatieven opgezet, die vaak ook na een paar jaar weer worden opgeheven. Voor de professionals ’in het veld’ en bewoners werkt deze projectencarrousel frustrerend. Om de omslag van innovatieve projecten naar regulier beleid vorm te geven zijn bestuurlijk commitment, organisatorische veranderingen en vaak ook cultuurveranderingen nodig. De gemeente Enschede, haar lokale partners en de nationale overheid hebben de gedeelde ambitie om ’van aandachtswijken, krachtwijken te maken’. Dit betekent onder meer dat deze partijen zich gezamenlijk moeten inzetten om de overgang van innovatieve projecten naar regulier beleid vorm te geven.

Voor de aanpak van de Velve-Lindenhof heeft de gemeente gekozen hiervoor een aparte uitvoeringsorganisatie op te zetten. De gemeente Enschede is van mening dat integrale aanpak en ontschotting pas echt werken als ook op het niveau van de departementen daadwerkelijk wordt ontschot waardoor de problemen adequater en effectiever kunnen worden aangepakt.

De gemeente Enschede spreekt met de coördinerend bewindspersoon voor het stedenbeleid af dat zij zich zoveel mogelijk inspant om één frontoffice te organiseren zodat de stad zich voor de wijkaanpak tot dat loket kan wenden. Dit houdt in dat het betreffende ministerie van VROM/WWI zich zal inspannen om op te treden als het ene loket voor andere ministeries.

De afspraken, zoals beschreven in dit charter, zijn gebaseerd op de wijkactieplannen die de stad met de lokale partijen heeft afgesloten.

2.1 Wonen in Velve-Lindenhof

a. Gezamenlijke ambitie (2008 - 2012)

1. Het verbeteren van de kwaliteit van de woningvoorraad. We willen dat bereiken door nieuwbouw van grondgebonden koop- en huurwoningen, renovatie van bestaande sociale huurwoningen en van bestaande slechte particuliere woningen.

2. Het verminderen van het energieverbruik door voor alle nieuw te bouwen woningen van de corporaties uit te gaan van een Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) van maximaal 0,4, in overleg met andere betrokken partijen in de wijk.

3. Het vergroten van de differentiatie in leefstijlen, woonmilieus en inkomensklassen in de wijk door op enkele plaatsen specifiek te bouwen voor bijvoorbeeld ouderen, kunstenaars of bijzondere doelgroepen.

4. Transformatie van het gebied Lage Bothof Noord en Zuid van verouderd bedrijfsterrein naar hoogwaardig woon- en winkelgebied. Hiertoe wordt een functiewijziging gerealiseerd, waarvoor tussen de corporaties en de gemeente een samenwerkingsovereenkomst zal worden gesloten.

b. Inzet stad (afgerond in het jaar 2012)

1. In de totale wijk worden ca. 400 woningen bijgebouwd:

a. ca. 400 woningen en een aantal bedrijfs- en maatschappelijke panden worden gesloopt

b. ca. 800 nieuwe woningen worden gebouwd

c. ca. 35 woningen worden gerenoveerd

d. ca. 25.000m2 commercieel en maatschappelijk vastgoed wordt gebouwd.

2. Alle bewoners die dat willen, kunnen in de wijk blijven wonen.

3. Alle particuliere eigenaren die dat willen, krijgen procesbegeleiding bij de verbetering van hun woning.

4. Alle bewoners worden betrokken bij de bouw van hun nieuwe of te renoveren woning d.m.v. een intensief participatieproces.

5. Velve-Lindenhof moet een duurzame wijk worden, met woningen die energiezuinig zijn. Voor de bestaande woningen wordt daarom ingezet op minimaal een B-label. Deze ambitie wordt nader ingevuld met de woningeigenaren.

6. Alle nieuw te bouwen woningen in de wijk door De Woonplaats, worden gerealiseerd met een EPC van maximaal 0,4. Deze ambitie wordt nader ingevuld met de betrokken opdrachtgevers.

7. Bij te renoveren woningen vormt het verbeteren van de energieprestatie en daarmee gepaard gaande verlaging van energiekosten voor de bewoner een essentieel onderdeel van de aanpak.

8. Er wordt een experiment gestart met huurders-opdrachtgeverschap waarbij huurders zeggenschap over het ontwerp van hun nieuwe huurwoning krijgen. Deze huurders worden in principe in de gelegenheid gesteld de woning op een later tijdstip te kopen.

9. Velve-Lindenhof heeft een heel stenige uitstraling met weinig groen en de buitenruimte ziet er sjofel uit. In enkele straten is een begin gemaakt met een nieuwe inrichting waardoor er direct een andere sfeer is ontstaan. De ambitie is om de buitenruimte van de gehele wijk opnieuw aan te leggen en het aanzicht van de wijk daarbij fors te vergroenen. Daarbij zal extra oppervlakte groene buitenruimte toegevoegd worden en zal een nieuwe lanenstructuur opgezet kunnen worden. De nieuwe inrichting leidt tot extra gebruik van de buitenruimte. Met name door jongeren - sport - maar ook voor ouderen - wandelingetje. De herinrichting van de buitenruimte is een goede manier om bewoners die nu maar zeer beperkt participeren in het herstructureringsproces te benaderen. Het kan daarbij gaan om huidige en nieuwe bewoners van de wijk maar ook om mensen die nu aan de ‘goudkust’ van Velve wonen of om toekomstige kopers van de nieuwbouwwoningen.

c. Inzet rijk

1. Om de energievisie voor de hele wijk uit te kunnen voeren (energiezuinig wonen met een EPC van 0,4) is het één en ander nodig. SenterNovem stelt kennis beschikbaar, kan adviseren en doorverwijzen naar passende subsidieregelingen. In het kader van het programma PEGO zal de gemeente bij het opstellen voor de visie op de wijk worden ondersteund door SenterNovem.

2. Enschede geeft aan groen te willen gebruiken om de leefbaarheid van de wijken te vergroten en de bewoners te betrekken bij hun leefomgeving. LNV kan hier op de volgende manier aan bijdragen:

• Via de DLG (Dienst Landelijk Gebied) een stad helpen bij het ontwerpen van gebiedsplannen, maar ook bij het begeleiden van processen.

• Ondersteuning bij specifieke onderzoeksvragen (denk bijv. aan het effect van groen op luchtkwaliteit/fijn stof).

• Kennisuitwisseling / uitwisseling van best practices via het Kennisnetwerk Groen en de stad.

• Een financiële bijdrage uit het impulsprogramma Groen en de stad (dit bedraagt maximaal 1 miljoen per jaar voor de krachtwijken). In de eerste helft van 2008 worden de criteria uitgewerkt en wordt er een verdeling gemaakt over die krachtwijken die ambities laten zien op het gebied van groen.

• Leerlingen uit het (groene) onderwijs kunnen bijdragen aan onderhoud en inrichting van het groen in en rond de stad in het kader van een maatschappelijke stage, al dan niet met begeleiding vanuit een instelling van het groene onderwijs.

2.2 Leven en werken in Velve-Lindenhof

a. Gezamenlijke ambitie (2008 ‐ 2014)

1. Terugdringen van de werkloosheid: het aantal niet-werkende werkzoekenden gaat omlaag van 14,4% naar het stedelijk gemiddelde (nu 9,2%).

2. Terugdringen van werkloosheid en armoede: het aantal huishoudens met een WWB uitkering gaat omlaag van 9,2 % tot het stedelijk gemiddelde (nu 5,6%).

3. Groei van het aantal ondernemers en versterken van het ondernemersklimaat.

4. Behoud en/of uitbreiding van het aantal bedrijfsruimten in de wijk.

5. Bevorderen van participatie door een meer dan evenredige reïntegratie en activering van uitkeringsgerechtigden en andere inwoners: alle bewoners van Velve-Lindenhof participeren in werk, opleiding, zorg of op een andere manier.

6. Het verminderen van armoede en schulden door meer inkomen uit werk.

b. Inzet stad

1. Alle bewoners van de hele wijk, worden de komende vier jaar huis-aan-huis bezocht door of onder de verantwoordelijkheid van een vast Actieteam met verregaand bevoegde wijkcoaches. De wijkcoaches komen in de plaats van vrijwel alle huidige hulpverleners. Enschede wil in de aanpak gebruik gaan maken van gezinscoaches. Enschede streeft naar de mogelijkheid om te komen tot onder meer één indicatiestelling per multi-probleemgezin.

2. Alle bewoners van de hele wijk, waarvoor de wijkcoaches het nodig achten, krijgen hierdoor een individueel traject op maat, waarbij er aangesloten wordt bij de individuele talenten, kansen, behoeften en noden.

3. Resultaat is dat elke bewoner in het maatschappelijk proces participeert. Als dit niet via een reguliere baan lukt, dan via een participatie- of terugkeerbaan of een onderwijs-/zorgtraject.

4. Uitgangspunt is Voor wat, hoort wat als basisstrategie voor gedragsverandering. Dit is een door de woningcorporatie en gemeente ontwikkelde methodiek.

5. Inzet van een ondernemerscoach met ingang van 2008.

c. Inzet rijk

1. SZW, OCW en WWI streven naar de totstandkoming van een Participatiefonds, waarin middelen voor volwasseneneducatie, inburgering en reïntegratie worden gebundeld. Vooruitlopend hierop neemt Enschede deel aan het project voorbereidingstrajecten participatiefonds. De voorbereidingstrajecten zijn er op gericht om gemeenten beleidsmatig en organisatorisch voor te bereiden op de komst van het participatiefonds, zodat zij, zodra dit fonds feitelijk tot stand is gebracht, van start kunnen met een gerichte inzet hiervan voor het bevorderen van duurzame participatie. SZW, OCW en WWI zorgen voor begeleiding en ondersteuning bij de vormgeving van het proces. Daarnaast is er een financiële tegemoetkoming van 225.000 euro beschikbaar, onder meer voor de inzet van een projectleider en het betrekken van medewerkers uit de betrokken beleidsterreinen (brief van 1 februari 2008 (WWI/W2008002440)).

2. Enschede doet mee in het project: Slagkracht achter de voordeur. In dit project zal het rijk samen met de gemeente Enschede en een aantal andere gemeenten, zoeken naar oplossingen die bijdragen aan het vergroten van de effectiviteit in de aanpak van multi-probleemgezinnen. onder andere door te bezien op welke wijze kan worden gekomen tot 1 indicatiestelling per multi-probleemgezin.

2.3 Opgroeien en leren in de Velve-Lindenhof

a. Gezamenlijke ambitie

1. De uitstroom naar het speciaal onderwijs terugdringen van 9,5% naar het stedelijk gemiddelde van 6% (nu) en in de subbuurten 1003/1004 van 11,5% naar het stedelijk gemiddelde.

2. Het aantal leerlingen dat buiten de wijk naar school gaat, terugdringen van 44% naar het stedelijk gemiddelde.

3. Terugdringen van het voortijdig schoolverlaters naar het stedelijk gemiddelde. Terugdringen van het aantal leerlingen, dat het advies vmbo of praktijkonderwijs krijgt van 85% naar 75% (het gemiddelde % van vergelijkbare scholen, uit de categorie zware achterstandsscholen met meer dan 60% doelgroepleerlingen).

4. Momenteel hebben de leerlingen gemiddeld een taalachterstand van bijna een jaar; dit willen we verkleinen naar maximaal een half jaar (dat wil zeggen: een LA score op alle taalonderdelen van gemiddeld 0,146 naar 0,06).

5. Leerkrachten en directeuren van basisscholen moeten weer meer gelegenheid krijgen om hun tijd te besteden aan het primaire proces op school. Daarom willen we op elke basisschool een conciërge.

6. Elke ouder (die in aanmerking komt of wil komen) krijgt ondersteuning bij de opvoeding.

b. Inzet stad

1. Realisatie van een Brede school met daarin o.a. één voorschoolse voorziening voor alle kinderen van 0-4 jaar per circa 2013.

2. Realisatie van een Centrum voor Jeugd en Gezin. Het Centrum voor Jeugd en Gezin maakt deel uit van het Hart van de Wijk. Vooruitlopend op de definitieve locatie zal de gemeente Enschede in de Velve-Lindenhof een tijdelijke locatie aanwijzen van waaruit de activiteiten van het Centrum voor Jeugd en Gezin worden vormgegeven. De tijdelijke locatie zal in 2009 / 2010 beschikbaar komen. Vóór 1 januari 2011 zal het Centrum van Jeugd en Gezin hier gehuisvest zijn. De definitieve locatie zal in 2014 worden opgeleverd.

3. Elk kind gaat naar de peuteropvang in de voorziening voor opvang en educatie van 0-4 jarigen (vanaf 2012).

4. Alle doelgroepkinderen krijgen VVE (2008 - 2011).

5. Alle kinderen uit de wijk kunnen deelnemen aan een breed pakket aan buitenschoolse activiteiten. Elk kind dat naar het VO gaat, kan een beroep doen op huiswerkbegeleiding in de wijk.

6. Het BASIS-programma, inclusief de Brede schoolregisseur, wordt in ieder geval tot en met schooljaar 2009-2010 gecontinueerd.

7. Er wordt een multifunctioneel Hart van de Wijk gerealiseerd, incl. de Brede school in 2013.

c. Inzet rijk

1. Enschede wil in de Velve-Lindenhof één geheel geïntegreerde voorziening voor opvang en educatie voor 0-4 jarigen realiseren. Een voorziening waar alle kinderen naartoe kunnen, waarvoor er geen drempel is, er geen financiële belemmeringen bestaan en waar kinderen programma’s aangeboden krijgen. Het rijk zal een platform oprichten voor de verschillende gemeenten die de ambitie op het gebied van de sluitende aanpak 0-4 jarigen ondersteunen. In dit platform wordt het delen van expertise en informatie met betrekking tot harmonisatie mogelijk gemaakt. Goede voorbeelden kunnen hier besproken worden, maar ook knelpunten of problemen kunnen hier aan de orde komen waarbij constructief zal worden gezocht naar oplossingen.

2. Daarnaast zoekt het rijk naar verruiming van de regelgeving voor VVE. De werving en toeleiding kunnen nu slechts 15% zijn van het OAB-budget. Nu voor het verhogen van de doelgroep de werving en toeleiding steeds belangrijker wordt, onderzoekt OCW de mogelijkheden voor verruiming.

3. Na de bespreking van de notitie ’samen spelen, samen leren’ met de Tweede Kamer zal nader overleg zijn tussen OCW en Enschede waarin gezamenlijk gezocht zal worden naar mogelijkheden om de harmonisatie 0-4 jarigen te realiseren.

4. Tenslotte de financiën: de middelen voor VVE worden verhoogd. Voor het jaar 2008 komt er in ieder geval 53,5 miljoen extra voor VVE beschikbaar vanuit OCW. (Brief van 1 februari WWI/W2008002440)

5. Vanuit de impuls ’brede school, cultuur en sport’ zullen door VWS en OC&W middelen ter beschikking worden gesteld voor combinatiefuncties. Dit betreft functies voor professionals die bij één werkgever in dienst zijn, maar werkzaam zijn in, of ten behoeve van meerdere sectoren. Met de gemeente worden apart afspraken gemaakt over het aantal combinatiefuncties. De gemeente Enschede wil deze combinatiefuncties vooral inzetten om de in het WAP beschreven versterking op het terrein van Onderwijs, Sport en Cultuur.

6. Er komt een aanvraagregeling voor basisscholen die tegemoet komt in de kosten van een conciërge. Voor geheel Nederland is voor de regeling € 20 miljoen beschikbaar. Basisscholen in de aandachtswijken en de G4 kunnen met voorrang gebruik maken van deze regeling. Voorwaarde zal cofinanciering zijn. Over de specifieke uitwerking vindt op dit moment nog overleg plaats. De maximale bijdrage vanuit OCW is 0,4 fte. per basisschool (€ 12.937,-). Vanaf augustus 2008 kunnen alle aandachtswijken een beroep doen op deze regeling. Met de G-4 worden aparte afspraken gemaakt voor de basisscholen in de niet-aandachtswijken in hun gemeente. Daarna komt er een regeling voor alle basisscholen.

2.4 Participeren en ontmoeten in de Velve-Lindenhof

a. Gezamenlijke ambitie

1. Bij alle veranderingstrajecten (herstructurering, Hart van de Wijk, herinrichting openbare ruimte, et cetera) in de wijk participeren de bewoners door middel van een door de verschillende partners opgezet participatietraject. Alle instellingen committeren zich hieraan.

2. Alle inburgeringsplichtigen en

-behoeftigen krijgen een inburgeringtraject aangeboden gericht op taal en participatie in de Enschedese samenleving.

3. Duurzamere participatie in de samenleving door de inburgeringtrajecten, in aansluiting op het inburgeringexamen (A2), te richten op het hogere taalniveau B1.

b. Inzet stad

1. Er wordt zo spoedig mogelijk een multifunctionele voorziening gerealiseerd: het Hart van de Wijk.

2. In 2011 is van alle in de wijk aangeboden inburgeringtrajecten 80% duaal.

3. Alle inburgeringplichtigen en

-behoeftigen krijgen een inburgeringtraject aangeboden gericht op taal en participatie in de Enschedese samenleving, o.a. door de inburgeringtrajecten te richten op het hogere taalniveau B1.

Daarnaast wordt het buurtvermogen versterkt door gebruik te maken van de talenten in de wijk, participatietrajecten te realiseren rondom het Hart van de Wijk en de openbare ruimte, en door het aanbieden van kansen aan bewoners om te ‘stijgen’ d.m.v. de Voor Wat, Hoort Wat methode.

c. Inzet rijk

1. SZW, OCW en WWI streven naar de totstandkoming van een Participatiefonds, waarin met ingang van 1 januari 2009 middelen voor volwasseneneducatie, inburgering en reïntegratie worden gebundeld.

2. Gemeenten kunnen een beroep doen op procesmanagement van WWI bij de uitvoering van het Deltaplan inburgering

3. Via de landelijke stimuleringsregeling ‘Ruimte voor contact’ (www.ruimtevoorcontact.nl) kunnen lokale instellingen een beroep doen op financiële ondersteuning voor projecten gericht op duurzame interetnische ontmoeting.

4. Op Forum kan een beroep worden gedaan voor advies en begeleiding in het integratieproces. Zie o.a. de producten ‘woonateliers’ en ‘wijktafels’ om allochtone burgers bij het WAP te betrekken www.forum.nl.

2.5 Sporten en bewegen in de Velve-Lindenhof

a. Gezamenlijke ambitie

1. De Body Mass Index (BMI) -overgewicht bij leerlingen van het basisonderwijs neemt de komende 4 jaar af.

2. Het percentage peuters van 4 jaar met overgewicht wordt jaarlijks verminderd met 5%.

3. Het percentage inactieven neemt af van 8% naar 7% (Nationaal Actieplan Sport en Bewegen). Het percentage mensen dat voldoet aan de beweegnorm (30 minuten per dag voor volwassenen en 60 minuten per dag voor de jeugd) stijgt naar 65% (NASB)

4. Het aantal jeugdleden bij sportverenigingen neemt de komende 4 jaar toe van 35% naar 51% (stedelijk gemiddelde).

b. Inzet stad

1. In het Hart van de Wijk wordt een sportzaal gerealiseerd.

2. Samen met FC Twente zal het project ‘Scoren in de wijk’ worden gerealiseerd, gericht op meerdere doelen uit het WAP (dus breder dan sport).

3. Er wordt uiterlijk in 2011 een Cruijff Court gerealiseerd.

4. Er wordt een doorgaande sluitende lijn voor 0-12 jarigen gerealiseerd (o.a. met zwemdiplomagarantie voor basisschoolleerlingen, motorisch remedial teaching voor alle kinderen die dat nodig hebben, een leerlingvolgsysteem gericht op beweeg- en sportactiviteiten en overgewicht en het opleiden van vrijwillig kader (o.a. ouders) voor spel- en sportactiviteiten in de buurt).

c. Inzet rijk

Het NISB stelt als kennisinstituut informatie ter beschikking aan gemeenten. NISB kan vanuit haar werkprogramma 2008 1(één) dagdeel per WWI-wijk aanbieden, bij voorkeur te benutten voor vraagverkenning en het analyseren van de lokale situatie. De analysefase kan uitmonden in een voorstel voor in te zetten interventies, ondersteuning van de gemeente door NISB bij uitvoering, of uitvoering van de interventie door NISB eventueel samen met andere partners.

NISB heeft daarvoor een modulair wijkconcept ontwikkeld, waar interventies zoals de Ketenaanpak Actieve Leefstijl, Communities in Beweging, Beweegkriebels deel van uitmaken.

2.6 Een veilig Velve-Lindenhof

a. Gezamenlijke ambitie

1. Het terugbrengen van het aantal incidenten overlast in de buurt (zoals overlast geluid, zendapparatuur, gestoorde/ overspannen mensen die overlast, vuurwerk en jeugd) van 16,7 naar het stedelijk gemiddelde van 15,6 in 2009.

2. Volgens de politiemonitor uit 2006 voelde 25% van de bewoners zich wel eens onveilig in de buurt. Dit willen we terugdringen naar 20% in 2012.

3. Het terugdringen van het aantal woninginbraken van 19,2 naar het stedelijk gemiddelde van 11,4 in 2012.

4. Het terugdringen van het aantal bedreigingen van 2,7 naar het stedelijk gemiddelde van 2,2 in 2009.

5. Het terugbrengen van het aantal mishandelingen van 5,3 naar het stedelijk gemiddelde van 4,1 in 2009.

6. Vergroten van de sociale en verkeersveiligheid door herinrichting van de openbare ruimte.

7. In samenwerking met de corporaties de openbare ruimte opnieuw inrichten.

8. Bevorderen van de veiligheid en voorkomen van verloedering door meer blauw op straat.

b. Inzet stad

De Velve-Lindenhof wijkt op het punt van georganiseerde criminaliteit niet significant af van de andere wijken in Enschede.Die vorm van criminaliteit heeft geen specifieke relatie met de Velve-Lindenhof. Dat neemt niet weg dat er mensen wonen waarvan een relatie kan worden gelegd met georganiseerde criminaliteit. De stad heeft hierbij de afweging gemaakt op dit punt voor de wijk geen doelstelling op te nemen.

Op basis van de wijkscan Velve-Lindenhof (waarin de objectieve politiecijfers zijn aangevuld met de subjectieve beelden van de politie) en het leefbaarheidonderzoek van de gemeente Enschede komen de volgende hoofdproblemen in Velve-Lindenhof naar voren:

• Sociale problematiek, met name huiselijk geweld, burenruzies, illegale praktijken en overlast;

• Jeugdproblematiek, met name vernielingen, openlijke geweld, bedreigingen, mishandelingen en overlast.

• Problemen als uitgaansoverlast en drugsgerelateerde overlast.

• De cijfers geven aan dat op al deze punten de problematiek in Velve-Lindenhof groter is dan het gemiddelde in Enschede.

De gemeente zet in op de volgende thema’s. De openbare ruimte wordt opnieuw ingericht op een dusdanige wijze, dat er een (sociaal) veilige en leefbare woonomgeving ontstaat. Door diverse partners, m.n. de politie, wordt extra ingezet op het terugdringen van overlast (drugs, huiselijk geweld, multi-probleemgezinnen), het vergroten van de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de politie en het vergroten van de sociale veiligheid en leefbaarheid. De gemeente Enschede zal in de lokale driehoek afspraken maken over de extra inzet van 1 extra wijkagent voor de Velve-Lindenhof.

1. De bewoners van de wijk worden nauw betrokken bij de inrichting van de openbare ruimte waarbij met name aandacht zal worden besteed aan Spelen en Ontmoeten.

2. Investeringen op het snijvlak van zorg en veiligheid (drang en dwang) door middel van huis aan huis bezoeken, wijkzorgteams het interventieteam en het actieteam (integrale aanpak vanuit politie, Justitie en zorg).

3. Het opzetten van een veiligheidshuis. Onder deze noemer ontmoeten politie, justitie en gemeente elkaar om doelgericht en doelmatig veiligheidsproblemen en risico’s te signaleren, te analyseren en erop te handelen. Er wordt in gezamenlijkheid een aanpak voor gebieden, personen, doelgroepen of onderwerpen ontwikkeld en uitgevoerd.

4. De Integrale Aanpak Lipperkerkstraat, inclusief de oprichting van de Neighboorhood Corporation Enschede. In deze straat bevonden zich veel overlastgevende panden (onder andere door huisjesmelkers en drugshandel). Een groot deel van deze panden is door de NCE opgekocht en zal binnenkort worden opgeknapt en herbestemd.

5. Alle coffeeshops in de wijk zijn inmiddels gesloten of verplaatst naar meer geschikte plaatsen, niet direct in een woonwijk.

6. In de afgelopen periode heeft de gemeente in een deel van de wijk de openbare ruimte grondig verbeterd om zo de sociale veiligheid te vergroten. Er is voor 6 miljoen Euro geïnvesteerd door gemeente en provincie.

7. Velve-Lindenhof wordt de leerwerkplek voor nieuwe wijkagenten.

8. Medio 2008 zullen er opnieuw wijkscans worden gemaakt op basis waarvan doelstellingen zullen worden geactualiseerd.

9. De inzet van 1 extra wijkagent.

c. Inzet rijk

De ministers van BZK en Justitie ondersteunen de gemeenten met de volgende beleidsmaatregelen uit het project Veiligheid begint bij Voorkomen.

Wijkagenten

De aanpak en oplossing van de in het WAP beschreven veiligheidsvraagstukken zijn van belang om in 2017 te kunnen stellen dat Velve-Lindenhof zich tot krachtwijk heeft ontwikkeld. Het rijk stelt 500 extra wijkagenten beschikbaar. De verdeling van de extra wijkagenten over de regio’s gaat volgens het reguliere budgetverdeelsysteem in de vorm van een bijzondere bijdrage. De uitbreiding van wijkagenten zal, conform de landelijke prioriteiten van de politie, het eerst plaatsvinden in de wijken met de grootste problemen. Het regionaal college zal, op voordracht van de regionale driehoek, bepalen welke wijken dat in de regio zijn. Met de korpsen is afgesproken dat hierbij specifieke aandacht wordt besteed aan de 40 WWI-wijken. Het korps Twente krijgt in de periode 2007-2011 14 extra wijkagenten.

Overlast

- Rijk en gemeenten maken samen werk van de aanpak van problemen rond jongeren en gezinnen. Vanuit het Ministerie voor Jeugd en Gezin wordt samen met de partijen uit “opvoeden in de buurt” (waaronder de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Eindhoven) gewerkt aan praktische handreikingen en afspraken om de regierol van gemeente c.q. de wethouder jeugd ten aanzien van de lokale jeugdketen concreet handen en voeten te geven. Het kabinet bekijkt voorts in het kader van het Actieplan Overlast en Verloedering, samen met de G4-gemeenten, hoe de aanpak van overlast op dit terrein verder versterkt kan worden. Het ministerie van BZK komt in het eerste kwartaal van 2008 met de G4 en de andere betrokken departementen met een voorstel over doorzettingsmacht. Dit voorstel zal ook in andere gemeenten inzetbaar zijn.

- Het rijk brengt het actieplan Overlast en Verloedering ten uitvoer.

- Het rijk streeft ernaar het wetsvoorstel maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast in de eerste helft van 2008 in te dienen bij de Tweede Kamer.

- Het rijk streeft ernaar dat de wet bestuurlijke boeteoverlast in de openbare ruimte in de tweede helft van 2008 in werking treedt.

Onveiligheidsgevoelens

In opdracht van het Ministerie BZK zal naar voorbeeld van de Fear of Crime toolkit van de Britse Home Office een toolkit onveiligheidsgevoelens ontwikkeld worden door het CCV. Deze (digitale) toolkit omvat de tot nu toe opgebouwde kennis over onveiligheidsgevoelens en geeft gemeenten en andere veiligheidspartners op lokaal niveau directe handvatten om hun problemen te analyseren en ze vervolgens effectief aan te pakken.

Bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit

Gemeenten hebben door middel van de Wet BIBOB een extra instrument in handen om de integriteit te beoordelen van partners met wie zij zaken doen. Bij ernstig gevaar van misbruik kan een gemeente een vergunning of subsidie weigeren of intrekken. BZK onderzoekt i.s.m. Justitie de noodzaak en mogelijkheden om branches zoals uitzendbureaus en de vastgoedsector ook onder de wet Bibob te laten vallen. Vanaf begin 2008 voert het rijk het actieplan Bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit uit.

Privacy

- De helpdesk Privacy ondersteunt de wijken en geeft (juridisch) advies indien instanties tegen problemen aanlopen op het gebied van privacy en gegevensuitwisseling.

- Het rijk betrekt de problemen van de wijken bij de ontwikkeling van het kaderconvenant Veiligheid in 2008.

3. Bewonersparticipatie

Betrokkenheid bewoners centraal in de uitvoering van het WAP

In het voortraject zijn bij de planvorming in diverse bijeenkomsten bewoners en overige belanghebbenden betrokken. Bij de uitvoering van de projecten van het WAP staat de betrokkenheid van de bewoners centraal. De wijkraad fungeert in dit opzicht als een soort klankbordgroep. Bij de fysieke herstructurering van de woningen van de Woonplaats staat bewonersparticipatie centraal. In het WAP is uitgebreid beschreven hoe dit reeds is vorm gegeven. Daarnaast zullen alle wijkbewoners over de voortgang via diverse communicatiemiddelen van de gemeente en de wijk op de hoogte worden gehouden. Hierbij valt te denken aan de website van de gemeente en van de wijkraad, huis-aan-huis nieuwsbrieven en bijeenkomsten. Naast de huidige bewoners van de wijk zal de gemeente ook extra aandacht besteden aan het feit dat in de wijk circa 600 nieuwe gezinnen een woning zullen vinden. Ook deze groep bewoners zal intensief bij de wijkvernieuwing worden betrokken

a. Inzet stad: Bewonersparticipatie en -budgetten

In Enschede wordt de betrokkenheid van bewoners bij allerlei zaken als erg belangrijk gezien. De werkwijze van de gemeente is er deels op aangepast door het ‘stadsdeelsgewijs werken’. Eigenlijk is het gemeengoed geworden. Zo zijn er in Enschede, in navolging van de Buurt aan Zet gelden, gemeentebreed ‘Buurt in Actie’ wijken benoemd. Hieraan is een budget voor de wijk gekoppeld, waar bewoners initiatieven van kunnen financieren, die een verbetering voor hun wijk betekenen en de leefbaarheid vergroten. Daarnaast worden wijkraden actief ondersteund.

b. Inzet rijk

Het rijk stelt landelijk in 2008 20 miljoen beschikbaar voor burgerinitiatieven. Hiervan zal 10 miljoen beschikbaar komen voor de 40 aandachtswijken en dus voor de Velve-Lindenhof. De gemeente Enschede krijgt in 2008 € 60.000 euro.

4. Experimenten

Inzet rijk

Om op bepaalde terreinen doorbraken te forceren, wil het rijk experimenteerruimte creëren voor gemeenten om innovatieve en onorthodoxe aanpakken mogelijk te maken. Het rijk wil samen met de gemeenten die hun interesse kenbaar hebben gemaakt aan de slag op de volgende onderwerpen:

1. samenhang en integraliteit

2. bewoners

3. slagkracht in de wijk

4. slagkracht achter de voordeur

5. opheffen bureaucratische structuren

In de eerste helft van 2008 zal het rijk in samenspraak met de gemeenten die zich voor een bepaald onderwerp hebben opgegeven invulling gaan geven aan deze experimenten.

Inzet stad

Gemeente Enschede heeft kenbaar gemaakt deel te willen nemen aan experiment 4 (zie 2.2).

5. Kennis

Ambitie rijk

Een vraaggericht kennisaanbod vanuit verscheidene kenniscentra die het terrein van de wijkaanpak bestrijken, waardoor steden op adequate wijze worden ondersteund bij de uitvoering van hun wijkactieplannen, inclusief experimenten, en er een optimale kennisontwikkeling en -uitwisseling plaatsvindt binnen en tussen de steden en waar nodig de wijken onderling.

Inzet rijk

- WWI heeft een consortium van kenniscentra tot stand gebracht dat zijn aanbod onderling afstemt en waar nodig aanpast en uitbreidt ten behoeve van de kennisbehoefte onder de 40 wijken/18 gemeenten.

- WWI heeft één digitaal loket ’40 wijkenaanpak’ tot stand gebracht, waar gemeenten via een portal de diverse kenniscentra kunnen raadplagen en benaderen; waar een gemeenschappelijke agenda van symposia, workshops en opleidingen wordt aangeboden; waar good practices staan beschreven.

- WWI heeft een gezamenlijke helpdesk gerealiseerd, waar gemeenten hun vragen m.b.t. de wijkenaanpak kunnen stellen en binnen korte tijd antwoord of toelichting krijgen.

- WWI zorgt voor een vraaggericht aanbod van opgedane kennis en onderzoek m.b.t. thema’s die binnen de wijkactieplannen beschreven staan en waar aanvullende kennis en kennisdeling noodzakelijk zijn. Dit kan o.a. in de vorm van kleine bijeenkomsten, cursussen en excursies.

Landelijke alliantie

Ambitie rijk en partners

Veel partijen uit het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven willen een bijdrage leveren aan het aanpakken van de wijkproblematiek. Op landelijk niveau wordt met deze organisaties een landelijke alliantie worden gevormd die ondersteuning biedt aan de lokale coalities in de wijken. WWI faciliteert deze landelijke alliantie.

Inzet rijk

- Ondersteuning en faciliteren van de landelijke alliantie. Met de partners worden afspraken gemaakt over concrete inzet in de 40 wijken (kennis, investeringen of (pilot)activiteiten). Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de logistiek, infrastructuur en achterban van deze partijen. Het rijk is een makelaar tussen gemeente en de partners.

- Twee keer per jaar wordt een landelijk evenement georganiseerd voor alle betrokken partijen. Doel is kennisuitwisseling en een podium bieden aan alle betrokkenen.

- Samen met de brede alliantie sport wil het rijk ondersteuning bieden aan lokale initiatieven gericht op het bevorderen van sport en bewegen. Daarmee willen we ook een verbinding leggen naar bedrijven die vanuit maatschappelijk verantwoord ondernemen initiatieven in de wijken ondersteunen of voornemens zijn dit te doen. Het rijk zal hiertoe goede voorbeelden uitdragen en stimuleren.

- WWI maakt afspraken met de partners van de landelijke alliantie over het aanbod dat de partners doen aan gemeenten voor concrete inzet in de 40 wijken (kennis, investeringen of (pilot)activiteiten).

- WWI is een makelaar tussen gemeente en de partners en zal met iedere gemeente apart in overleg treden om te bezien welke afspraken met welke partijen kunnen worden gemaakt.

6. Financiering

Voor de verwezenlijking van de doelstellingen in de wijkactieplannen staan drie geldstromen ter beschikking:

1. Een additionele inzet vanuit de corporatiesector

Het rijk heeft met Aedes vereniging van woningcorporaties afspraken gemaakt over een additionele bijdrage van de woningcorporaties in de 40 wijken. De indicatieve verdeling van deze additionele bijdrage over de 40 wijken en de verdelingsmethodiek is beschreven bij brief van 3 oktober 2007 (WWI/W2007092376).

2. Delen van extra rijksmiddelen t.b.v. gemeenten en lokale/regionale organisaties

Het gaat hier om intensiveringen in de rijksbegroting, die een relatie hebben met de wijkenaanpak. Deze extra middelen komen ter beschikking aan alle gemeenten in Nederland alsmede aan lokale organisaties (bijv. scholen) en regionale organisaties (bijv. politiekorpsen, bureaus jeugdzorg). Uitgangspunt van de afspraken is dat gemeenten met de 40 wijken de door hen te ontvangen extra middelen prioriteren voor de wijken met de grootste knelpunten, i.c. de 40 wijken en dat gemeenten met de andere lokale organisaties overleg voeren over een dergelijke prioritering. Daar waar extra gelden lopen via indicatieprocessen, zoals bij de jeugdzorg, is automatisch te verwachten dat de extra middelen bovengemiddeld terecht zullen komen in wijken met veel jeugdzorgproblemen, i.c. dus ook de 40 aandachtswijken. Verder is in het bestuursakkoord tussen rijk en VNG afgesproken dat in het bijzonder op het gebied van zorg, openbare orde en veiligheid, wijken, onderwijs, armoedebeleid en schuldhulpverlening en Jeugd en Gezin er voor gemeenten en rijk beleidsmatig en budgettair gezamenlijke opgaven liggen. In de brief van 15 november 2007 (DGWWI/W2007103016) en de brief van 1 februari 2008 (DGWWI/W2008002440) is een overzicht gegeven van de extra geldstromen die via het gemeentefonds, specifieke regelingen of brede doeluitkeringen ter beschikking zullen komen van de 18 gemeenten, als ook van het accres van het gemeentefonds en de geldstromen die via andere kanalen in de 40 wijken terechtkunnen komen.

3. Gemeentemiddelen

Gezien de problematiek die in de 40 wijken speelt is te verwachten dat naast de extra rijksinzet de gemeenten ook zelf een extra inzet vanuit de eigen gemeentelijke middelen in die wijken zullen plegen.

Door gemeenten, woningcorporaties en overige lokale en regionale organisaties zijn op basis van deze uitgangspunten afspraken gemaakt over de financiering en uitvoering van de wijkactieplannen. Dit heeft tot de volgende afspraken in de wijkactieplannen geleid:

1. De gezamenlijke woningcorporaties, werkzaam in de wijk Velve Lindenhof in gemeente Enschede, dragen in totaal € 200 miljoen bij aan de wijkaanpak conform de in het wijkactieplan opgenomen afspraken.

2. De gemeente Enschede zal ongeveer € 13 miljoen (eigen middelen, rijksmiddelen en indien mogelijk provinciale en/of EU gelden) inzetten ten behoeve van het wijkactieplan.

In dit charter worden van rijkszijde diverse financiële toezeggingen gedaan. Dit charter is echter geen beschikking. De genoemde geldstromen zijn of worden ieder in hun geëigende vorm (middels (doel)uitkeringen of subsidiebeschikkingen) en onder de daarvoor geldende voorwaarden vastgelegd en uitbetaald.

7. Overleg en Voortgang

Om op de hoogte te blijven van de voortgang en onszelf scherp te houden op de urgentie daarvan organiseren we de volgende zaken:

Controle en verantwoording: Uitgangspunt is dat de reguliere vormen van verantwoording en controle een stevige basis vormen en dat daar alleen iets aan toe wordt gevoegd als dat strikt noodzakelijk is.

- Democratische controle: De gemeente doet jaarlijks verslag over de inzet aan haar Gemeenteraad, het rijk brengt jaarlijks verslag uit aan de Tweede Kamer.

- Elkaar aanspreken: de stad en het rijk spreken elkaar op basis van bestaande documenten, waaronder de hier bovengenoemde, aan op de bereikte resultaten.

Overleg en aanpassing van het charter:

‐ Regelmatige ambtelijk overleg. Daartoe heeft elke stad een accountmanager bij WWI.

- Jaarlijks vindt een bestuurlijk gesprek rijk-gemeente-corporatie(s) plaats over de voortgang. Eventuele aanpassingen van het charter kunnen hier worden besproken. Indien beide partijen akkoord zijn kan het charter worden aangepast. Aanleidingen voor aanpassingen kunnen bijvoorbeeld zijn veranderde financiële omstandigheden, of wijzigingen in het Wijkactieplan.

- Visitatie: gemeenten en rijk gaan samen bepalen hoe een visitatie zal worden vormgegeven. Deze visitatie vindt in 2010 plaats.

Meten en kennisdelen:

‐ Monitoring:

Effectmeting. De (maatschappelijke) effecten van de verschillende maatregelen zullen via een jaarlijkse outcomemonitor worden gevolgd. Deze outcomemonitor brengt op beknopte wijze de ontwikkelingen in kaart op de terreinen wonen, werken, leren en opgroeien, integreren en veiligheid. Aan de hand van deze informatie kan worden vastgesteld hoe de situatie in de wijken zich ontwikkelt en kan worden vastgesteld of en in hoeverre de beoogde maatschappelijke effecten (zullen) worden gerealiseerd (doelbereik). Het onderzoek wordt in opdracht van VROM/WWI uitgevoerd door het CBS.

- Meten van acties en maatregelen. De gemeente geeft in dit charter aan welke inspanningen zij samen met andere partijen zullen plegen om de gewenste maatschappelijke effecten te realiseren. Deze partijen maken onderling afspraken over de wijze waarop de voortgang van deze inspanningen jaarlijks wordt gevolgd en geregistreerd en op welke wijze deze partijen naar elkaar verantwoording afleggen over de al dan niet gerealiseerde prestaties. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de informatie die de gemeenten in het kader van de reguliere verantwoordings- en begrotingscyclus verzamelen.

- De gemeente presenteert in het kader van de outputmonitoring in ieder geval informatie over de wijze waarop bewonersbetrokkenheid is georganiseerd, het aantal activiteiten dat heeft plaatsgevonden en het aantal bewoners dat naar schatting per activiteit is bereikt. Daarnaast wordt voor een langere periode onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van de burgerparticipatie in samenwerking met gemeenten en het LSA. Een afschrift van bovengenoemde informatie wordt aan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie aangeboden.

- Kennisdelen: Over en weer worden best practises en kennis uitgewisseld ten behoeve van optimale voortgang in de wijken.

8. Overig

Mediation

- Partijen zullen elkaar lopende het uitvoeringsproces informeren over de realisatie van de inhoudelijke en financiële inzet met betrekking tot de wijkactieplannen. Indien de gemeente lopende het proces van uitvoering van de wijkactieplannen van mening mocht zijn dat een woningcorporatie de in de wijkactieplannen afgesproken inzet in onvoldoende mate levert, kan zij bij de minister voor Wonen, Wijken en Integratie een verzoek indienen voor mediation. Wanneer dit niet tot het gewenste resultaat/afgesproken resultaat leidt, zal de minister uiteindelijk gebruik maken van het wettelijke handhavingsinstrumentarium.

- Deze afspraken gelden vanaf 1 maart 2008 tot en met 31 december 2017.

- Dit charter wordt gepubliceerd in de Staatscourant binnen een maand na ondertekening.

Aldus opgemaakt en in tweevoud ondertekend op 31 maart 2008 te Enschede.

De wethouder van Enschede,
R.W. Bleker.
De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,C.P. Vogelaar.