11 april 2008
Nr. IVW TBE 45.1.a - 2008 - 150 - Heli
Holland
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 6 maart 2008, ontvangen op 6 maart
2008 van Heli Holland Airservice BV. Contactpersoon: dhr T.R. Heinen.
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit de
opdrachten van Heli Holland Airservice BV, in samenwerking met de Publieke
Omroep (AVRO) voor het uitvoeren van gyrogestabiliseerde wescamopnamen boven
de stad Amsterdam ter ondersteuning van tv-programma’s van de Publieke
Omroep;
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Deze beschikking is van toepassing op de helikopter van het type AS 355
Aerospatiale Twinstar F1, dan wel een gelijkwaardige vervangende helikopter,
in gebruik bij Heli Holland Airservice BV, waarmee de VFR-vluchten worden
uitgevoerd boven de stad Amsterdam ten behoeve van het uitvoeren van gyrogestabiliseerde
wescamopnamen ter ondersteuning van tv-programma’s van de Publieke Omroep,
in opdracht van Heli Holland Airservice BV, in samenwerking met de Publieke
Omroep (AVRO).
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter wordt van
12 april 2008 tot en met 16 mei 2008 ontheffing verleend van het verbod, genoemd
in artikel 45, eerste lid, onder a, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten
uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder
a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften
en beperkingen:
a.de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt 500 ft doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen
binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. vee niet wordt verstoord;
3. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;
4. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) Adviessnelheid (kts)
800 - 1500 < 50
1500 - 2000 < 100
2000 - 5000 < 120
d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte m.b.t. plaatsen
die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
e. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing te verlaten;
f. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke
gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter;
g. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het daadwerkelijk maken van filmopnamen noodzakelijk
is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie
is doorgegeven;
h. voor het maken van opnamen wordt de helikopter hoogstens een kwartier
per locatie toegestaan;
i. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
j. de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie
en worden de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerder(s), registratie en model / type helikopter;
- route en periode van de voorgenomen vlucht;vóór aanvang
van de vlucht wordt gecoördineerd met de operationele helpdesk aan de
voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;
k. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn
van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij
het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BBMG, Sectie Luchtfotografie
l. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever
in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht;
m. bij het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften
en beperkingen kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend
zijn met de inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 12 april 2008 en vervalt
met ingang van 17 mei 2008, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
- de gronden van het bezwaar.