Mandaatregeling DGWIAV Justitie

Regeling van de directeur-generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken (DGWIAV) van het Ministerie van Justitie van 14 maart 2008, nr. 5536323/DP&O, houdende verlening van ondermandaat en het doorgeven van volmacht en machtiging aan de hoofden van de onder het directoraat-generaal ressorterende directies en diensten (Mandaatregeling DGWIAV Justitie)

De directeur-generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken,

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005 en artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

Besluit:

Artikel 1

Van het ingevolge artikel 1, onderdeel a, van de Mandaatregeling DG’s, NCTb en plv. SG Justitie 2005 aan de directeur-generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun directie of dienst betreffen ondermandaat verleend aan:

a. de directeur Wetgeving;

b. de directeur Europese en Internationale Aangelegenheden;

c. de directeur Vreemdelingenbeleid;

d. de algemeen directeur van de dienst Terugkeer & Vertrek;

e. de directeur van de stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen;

f. het hoofd van het secretariaat van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken;

g. de hoofddirecteur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Artikel 2

1. Aan de directeur-generaal blijft voorbehouden:

a. de bevoegdheid om beslissingen te nemen ten aanzien van de aanstelling, de bevordering en het ontslag alsmede ten aanzien van disciplinaire maatregelen van functionarissen op managementfuncties van schaal 14 en hoger direct onder het niveau van het hoofd van de directie of dienst;

b. voor zover het de verlening van ondermandaat aan de in artikel 1, onderdelen a tot en met f, genoemde functionarissen betreft: de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies.

2. De in artikel 1, onderdeel g, genoemde functionaris kan de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde bevoegdheid niet verder doorgeven.

Artikel 3

De hoofden van de onder het directoraat-generaal ressorterende directies en diensten worden ieder voor zich aangewezen als hoofden van dienst in de zin van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement ten aanzien van de hoofden van de rechtstreeks onder hen ressorterende stafondersteuning, stafbureaus en dienstonderdelen.

Artikel 4

1. De Mandaatregeling DGWRR Justitie 2005 en de Mandaatregeling directoraat-generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken Justitie 2005 worden ingetrokken.

2. Vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling door in artikel 1 genoemde functionarissen genomen besluiten waarin mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend of doorgegeven, blijven van kracht.

Artikel 5

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling werkt, met uitzondering van artikel 1, onderdeel d, terug tot en met 1 oktober 2006, met dien verstande dat:

a. tot en met 21 februari 2007 in artikel 1, aanhef, in plaats van ‘Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken’ wordt gelezen: Wetgeving, Internationale aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken;

b. van 1 oktober 2006 tot en met 31 december 2006 artikel 1, onderdeel c, wordt gelezen als volgt:

c. de directeur Vreemdelingenbeleid en de directeur Coördinatie Integratiebeleid Minderheden;

c. van 1 januari 2007 tot en met 21 februari 2007 artikel 1, onderdeel c, wordt gelezen als volgt:

d. de directeur Vreemdelingenbeleid en de directeur Inburgering en Integratie;.

3. Artikel 1, onderdeel d, werkt terug tot en met 1 januari 2007.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling DGWIAV Justitie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De directeur-generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie,
R.K. Visser.

Toelichting

Deze regeling vloeit voort uit het feit dat op 1 oktober 2006 het directoraat-generaal Wetgeving, Internationale aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken (vanaf 22 februari 2007: Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken) in het kader van de wijzigingen van de topstructuur van het Ministerie van Justitie operationeel is geworden. Voor een nadere toelichting op deze wijzigingen wordt verwezen naar de toelichting op de Organisatieregeling Ministerie van Justitie 2007 (Stcrt. 2007, 199).

De onderhavige regeling voorziet erin dat aan de directeuren c.q. hoofden van de onder het nieuwe directoraat-generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken ressorterende directies en diensten de bevoegdheid wordt doorverleend om namens de Minister of Staatssecretaris van Justitie besluiten te nemen (ondermandaat). Ingevolge artikel 7 van de Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005 heeft deze regeling ook betrekking op de doorgifte van de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen te verrichten (volmacht en machtiging). Artikel 4, tweede lid, stelt buiten twijfel dat door genoemde directeuren c.q. hoofden reeds verleende ondermandaten etc. van kracht blijven, ook als deze nog onder de oude organisatievorm tot stand zijn gekomen. Dit betekent bijvoorbeeld dat de Algemene ondermandaatregeling van het hoofd Immigratie- en Naturalisatiedienst 2005 van kracht blijft. Opgemerkt zij nog dat in artikel 3 van de Organisatieregeling Ministerie van Justitie 2007 is voorzien in de aanwijzing van twee plaatsvervangend directeuren-generaal voor de terreinen Wetgeving en Internationale Aangelegenheden onderscheidenlijk Vreemdelingenzaken. De plaatsvervangend directeur-generaal Wetgeving en Internationale Aangelegenheden treedt op als eerste plaatsvervanger in de ministerstaf, de bestuursraad en de ondernemingsraad.

De in artikel 5, tweede en derde lid, opgenomen bepalingen inzake terugwerkende kracht corresponderen met de op de betrokken dienstonderdelen betrekking hebbende voorzieningen in artikel 54, derde lid, van de Organisatieregeling Ministerie van Justitie 2007.

De directeur-generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie,

R.K. Visser.

Naar boven