11 maart 2008
Nr. IVW TBE 44.1.b - 2008 - 143 - Skydive
Rotterdam
Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat,
houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren in luchtverkeersdienstverleningsgebieden
met klasse A
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 26 februari 2008, ontvangen op 28
februari 2008 van Skydive Rotterdam;
Gelet op artikel 44, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Aan de gezagvoerder van het vliegtuig van het type Cessna Caravan C208B,
met de registratie PH-BSU, dan wel gelijkwaardige vervangende vliegtuigen,
in gebruik bij Skydive Rotterdam, wordt ontheffing verleend van het verbod
tot het uitvoeren van VFR-vluchten in het luchtverkeersleidingsgebied Amsterdam
CTA West met klasse A, zoals genoemd in artikel 44, eerste lid, onder b, van
het Luchtverkeersreglement, voor het uitvoeren van een enkele parachute demonstratie
-vlucht met een maximale hoogte van FL 120, van waaruit een incidentele valschermspong
zal plaatsvinden boven de gemeente Strijen, met als coördinaten 5147
N en 0433 E, maandag 12 mei 2008, tussen 15.55 uur en uiterlijk 17.05 uur
lokale tijd, onder de volgende voorschriften en beperkingen:
1. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
2. de gezagvoerder is te allen tijde in staat de vlucht onder instrumentvliegvoorschriften
voort te zetten;
3. de maximum hoogte van waar de valschermsprong wordt uitgevoerd, bedraagt
FL 120;
4. de incidentele valschermsprong wordt bekend gemaakt per NOTAM; deze
wordt door Skydive Rotterdam bij de Operationele Helpdesk zelf aangevraagd;
5. de vlucht kan slechts geaccommodeerd worden, indien het aanbod van
het luchtverkeer in het luchtruim met klasse A dit toelaat. De luchtverkeersleidingsdienst
kan bij drukte, te allen tijde, een vlucht weigeren of de springhoogte beperken
als de afhandeling van het reguliere luchtverkeer in het luchtruim met klasse
A in het gedrang zou komen. Discussie hierover via radiotelefonie is niet
toegestaan;
6. deze vluchten worden slechts uitgevoerd binnen klasse A, indien het
vliegzicht minstens 8 km bedraagt en indien minstens 1500 meter horizontaal
en verticaal 300 meter vrij van wolken wordt gevlogen met continu zicht op
grond of water;
7. de vlucht wordt uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht. De gezagvoerder
van het betrokken luchtvaartuig onderhoudt tijdens het uitvoeren van de incidentele
valschermsprong en de daarvoor vereiste vlucht voortdurend tweezijdig radiocontact
op de voorgeschreven frequentie met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst,
tenzij anders aangegeven door de betrokken luchtverkeersleidingsdienst. Voor
contact met de grond dient een tweede radioset aanwezig te zijn;
8. het luchtvaartuig van waaruit de incidentele valschermsprong wordt
uitgevoerd, is gecertificeerd en uitgerust voor vluchten onder instrumentvliegvoorschriften,
waaronder een werkende SSR-transponder met Mode S of Mode A en C. De transponder
wordt ingesteld op de code zoals deze is verkregen van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst;
9. vóór de vlucht wordt een vliegplan ingediend;
10. de tijdstippen van aanvang en einde van de incidentele valschermsprongen
worden van tevoren telefonisch gemeld aan de operationele helpdesk; tel: 020-4062201,
fax: 020-4063672, e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl; aan de voorwaarden door hem
gesteld wordt strikt de hand gehouden. Men dient rekening te houden met de
openingstijden van de Operationele Helpdesk (ma-vr 0700-1800 en za-zo 0700-1700);
11. bij het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften
en beperkingen kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Artikel 2
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de
inhoud van deze beschikking.
Artikel 3
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 12 mei 2008 en vervalt
met ingang van 13 mei 2008, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
- de gronden van het bezwaar.