Medegebruik militair luchtvaartterrein Eindhoven

28 februari 2008

Nr. MLA/025/2008

De Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelezen het verzoek van de Eindhovense Aeroclub Zweefvliegen (EACz) van 5 februari 2008;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Aan leden van de Eindhovense Aeroclub Zweefvliegen die optreden als gezagvoerder van luchtvaartuigen in beheer bij deze vereniging wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Eindhoven op dagen en tijden zoals nader is overeengekomen met de Commandant vliegbasis Eindhoven.

Artikel 2

1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘de vergunning’ deze beschikking dient te worden verstaan.

2. De Commandant vliegbasis Eindhoven kan nadere aanwijzingen geven voor het betreden en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein.

Artikel 3

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de geluidszone van het militaire luchtvaartterrein Eindhoven niet wordt overschreden.

Artikel 4

1. Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 maart 2008.

2. Deze beschikking vervalt op 1 september 2009.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 28 februari 2008.
De Staatssecretaris van Defensie,voor deze:
de directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,
P.M.A. Vorderman,
generaal-majoor KLu b.d.
Hoofddorp, 28 februari 2008.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,voor deze:
de hoofdinspecteur Toezichteenheid Luchthavens en Luchtruim,
J.H. Wilbrink.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

Toelichting

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder ‘Onze Minister’ wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat. Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder ‘Onze Minister’, de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen beide ministers toestemming moeten geven.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In 1985 is het Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) vastgesteld. In het SMT is bepaald dat de vliegbasis Eindhoven, tezamen met de andere militaire vliegvelden in Nederland, op de bestaande locaties worden gehandhaafd. Als beleid is aangegeven dat de vliegbasis Eindhoven de Main Operating Base is voor een squadron F-16 jachtvliegtuigen, dat bondgenootschappelijk medegebruik mogelijk is en dat sprake is van permanent burgermedegebruik en motorsportvliegen in clubverband. Met de brief van 26 januari 1994 aan de Eerste en Tweede Kamer der StatenGeneraal is dit beleid aangepast. De vliegbasis Eindhoven is de thuisbasis geworden van een squadron transportvliegtuigen, alsmede reservebasis en Dispersion Operating Base voor een squadron jachtvliegtuigen. Voorts is bondgenootschappelijk medegebruik mogelijk en is sprake van permanent commercieel burgermedegebruik en recreatief medegebruik in de vorm van motorsportvliegen en zweefvliegen in clubverband en vluchten met een algemeen maatschappelijk belang. In 2005 is het Tweede SMT vastgesteld. Daarin zijn de ligging, de belegging en het gebruik van de vliegbasis Eindhoven herbevestigd. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

De Eindhovense Aeroclub Zweefvliegen is kort na de opening van het Vliegveld Welschap in 1932 opgericht. Sindsdien vindt er op het vliegveld zweefvliegen plaats. Tot het moment van de baanverdraaiing in 1982 vond het zweefvliegen plaats op basis van een beschikking ex artikel 34 Luchtvaartwet gericht aan de leden van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL). Met de verdraaiing van de baan in 1982 veranderde ook de contour van het luchtvaartterrein Eindhoven. De zweefvliegstrip lag weliswaar nog op het grondgebied van het militaire luchtvaartterrein Eindhoven, maar was buiten het als luchtvaartterrein aangewezen gedeelte komen te liggen. Om het zweefvliegen vanaf deze zweefvliegstrip een juridische basis te geven is er destijds voor gekozen om het zweefvliegen te reguleren via het Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen (BIGNAL). De basis voor dit besluit is gelegen in artikel 14 van de Luchtvaartwet.

Met het vaststellen van het Aanwijzingsbesluit ingevolge artikel 18 van de Luchtvaartwet tot het aanwijzen van het militaire luchtvaartterrein Eindhoven (Staatscourant van 27 december 2007, nr. 250 / pag. 13) is opnieuw de contour van het luchtvaartterrein gewijzigd en is de zweefvliegstrip weer binnen het als luchtvaartterrein aangewezen gedeelte komen te liggen. Hierdoor treedt ook verandering op in de juridische basis voor het zweefvliegen. Aangezien het luchtvaartterrein is aangewezen ten behoeve van de militaire luchtvaart kan alleen gebruik van dit luchtvaartterrein worden gemaakt als daar een ontheffing ex artikel 34 Luchtvaartwet voor is verleend. Deze ontheffing strekt daartoe.

Aan deze ontheffing is een beperkte duur toegekend. De ontheffing vervalt per 1 september 2009. De reden hiervoor is gelegen in de activiteiten op en met name rondom het luchtvaartterrein Eindhoven. Naast het militaire gebruik van het luchtvaartterrein vindt onder andere ook burgermedegebruik plaats door Eindhoven Airport. De focus van deze exploitant is met name gericht op het afhandelen van passagiers. Hoewel aantallen vliegtuigbewegingen in de laatste jaren stabiel zijn gebleven, is wel een toename in passagiersafhandeling te constateren. Dit is het gevolg van ontheffingen ex artikel 33 Luchtvaartwet en het toestaan dat, binnen een totaal aantal vliegtuigbewegingen, ‘zwaardere’ luchtvaartuigen gebruik mogen maken van het militaire luchtvaartterrein Eindhoven. Een uitvloeisel hiervan is de bouw van een nieuwe passagiersterminal van Eindhoven Airport en de ontwikkeling van het aangrenzende bedrijventerrein. Daarnaast is en wordt rondom het militaire luchtvaartterrein volop gebouwd. Als voorbeeld kan de wijk Meerhoven worden genoemd. Deze wijk grenst aan de zweefvliegstrip (baan 25-07). Met de toekomstige voltooiing van het ASML-gebouw in deze wijk zijn de grenzen van het zweefvliegen bereikt.

In overleg met het Commando Luchtstrijdkrachten is daarom besloten het zweefvliegen op het militaire luchtvaartterrein te beëindigen. Om de EACz in staat te stellen om te zien naar een nieuwe locatie en zijn activiteiten op Eindhoven te kunnen afbouwen is besloten de beëindiging in te laten gaan op 1 september 2009.

De zweefvliegactiviteiten dienen volgens aanwijzingen van Commandant vliegbasis Eindhoven plaats te vinden. Wat betreft het zweefvliegen met lierstarts voldoet baan 25-07 aan de eisen die aan een zweefvliegstrip worden gesteld. Wat betreft het gebruik van de zweefvliegstrip door motorzwevers en sleepvliegtuigen voldoet de zweefvliegstrip vooralsnog niet volledig aan de eisen. Aanwijzingen van de Commandant terzake dienen dan ook te worden opgevolgd.

Naar boven