Werkafspraken tussen NMa en NZa m.b.t. concentratiezaken

Werkafspraken tussen de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met betrekking tot concentratiezaken

Uitgangspunten

1. Uit het Protocol tussen de NMa en de NZa over de wijze van samenwerking bij aangelegenheden van wederzijds belang (hierna het Samenwerkingsprotocol) blijkt de intentie van de NMa en de NZa om elkaar te consulteren wanneer zij voor de uitoefening van de hun bij of krachtens de wet opgedragen bevoegdheden deelmarkten van de zorg moeten afbakenen dan wel de mate van effectieve mededinging in een deelmarkt van de zorg moeten analyseren, met inbegrip van de vraag of een marktpartij een machtspositie dan wel een positie van aanmerkelijke marktmacht heeft. Hiermee streven de NMa en de NZa ernaar om zoveel mogelijk te komen tot een gelijkluidend gezichtspunt met betrekking tot de afbakening van de betrokken markten en het al dan niet bestaan van aanmerkelijke marktmacht of het ontstaan of versterken van economische machtsposities daarop.

2. Deze werkafspraken zijn gebaseerd op artikel 15 lid 3 van het samenwerkingsprotocol en geven een nadere invulling van het Samenwerkingprotocol. Deze werkafspraken hebben met name betrekking op de behandeling van concentratiezaken door de NMa en de daaraan gerelateerde activiteiten van de NZa. De begrippen die zowel in deze werkafspraken als in het Samenwerkingsprotocol worden gehanteerd, hebben in deze werkafspraken dezelfde betekenis als die er in het Samenwerkingsprotocol aan is toegekend.

3. Voor de NZa is het afgeven van zienswijzen inzake voorgenomen concentraties aan de NMa, gelet op haar rol in de zorgsector, van groot belang voor de uitvoering van de eigen wettelijke taken, met name ten aanzien van de (markt)monitor en het Aanmerkelijke Marktmacht instrument. Voor de NMa is samenwerking met de NZa van belang omdat de marktkennis waarover de NZa beschikt vaak van belang is in het kader van een zorgvuldige voorbereiding van een door de NMa te nemen besluit.

Werkafspraken

I Consultatie van de NZa in concentratiezaken

4. De NZa heeft de mogelijkheid om inzake voorgenomen en bij de NMa gemelde concentraties in de zorgsector, een zienswijze af te geven aan de NMa. De zienswijze bevat ondermeer opmerkingen en aandachtspunten bij de (wijze van) marktafbakening en gaat in op de mogelijke gevolgen die de voorgenomen concentratie heeft op de werking van de markt zoals die binnen de doelstellingen van de Wet marktordening gezondheidszorg voor gereguleerde marktwerking is beoogd.

5. Wanneer bij een voorgenomen concentratie die mogelijk gevolgen heeft op deelmarkten van de zorg de betrokken ondernemingen reeds voorafgaand aan een melding contact met de NMa opnemen, wordt ook reeds in dat stadium met de NZa contact gelegd indien deze ondernemingen daarmee instemmen.

6. Wanneer bij de NMa een melding binnenkomt die betrekking heeft op deelmarkten van de zorg, wordt dit door de teamleider, dan wel door een ander lid van het behandelteam van de NMa binnen twee werkdagen aan de NZa meegedeeld. Hierbij wordt aangegeven welke ondernemingen bij de concentratie zijn betrokken, welke markten volgens een eerste analyse door de concentratie worden geraakt en, voorzover dat reeds duidelijk is, of het een concentratie is in de zin van artikel 27, eerste lid, onder a, artikel 27, eerste lid, onder b of artikel 27, tweede lid van de Mededingingswet (Mw).

7. De NZa zal binnen vijf werkdagen na de mededeling van de NMa, aan de NMa berichten of al dan niet een zienswijze door de NZa wordt afgegeven.

8. In geval de NZa overgaat tot het afgeven van een zienswijze, zal de NZa deze zienswijze, behoudens het hierna in punt 9 en punt 10 gestelde, binnen twaalf werkdagen na de mededeling van de NMa verstrekken. In wederzijds overleg kan een langere termijn worden afgesproken.

9. Indien de NZa en de NMa van mening zijn dat met betrekking tot een concentratiezaak een nauwere vorm van samenwerking en/of consultatie is gewenst, worden zo snel mogelijk, doch uiterlijk twee werkdagen nadat de NMa de NZa op de hoogte heeft gesteld van de gemelde transactie, nadere afspraken gemaakt over de wijze waarop deze nauwere vorm van samenwerking gestalte krijgt. Deze samenwerking kan de vorm hebben van, bijvoorbeeld, operationele samenwerking op zaakbehandelaarsniveau of periodieke consultatie en overleg. De samenwerking is erop gericht om, met inachtneming van elkaars wettelijke bevoegdheden en taken, zoveel als mogelijk overeenstemming te bereiken tussen de NZa en de NMa ten aanzien van de wijze van marktafbakening, de gevolgen van de voorgenomen concentratie voor de werking van de markt en eventueel door de NMa te accepteren verbintenissen om mededingingsproblemen op te lossen. Samenwerking is in ieder geval gewenst in geval van een nieuwe marktafbakening.

10. De NMa werkt bij de beoordeling van concentraties op basis van het ‘stop-the-clock’ systeem. De NMa stelt, wanneer de NZa heeft aangegeven een zienswijze te gaan uitbrengen en voorzover deze zienswijze nog niet is uitgebracht, de NZa direct in kennis wanneer in het kader van dit systeem de beoordeling van een concentratie door de NMa tijdelijk wordt opgeschort. Hierdoor wordt de termijn genoemd in punt 8 eveneens opgeschort. In dat geval zal in gezamenlijk overleg worden beslist wanneer de zienswijze van de NZa zal worden verstrekt. De NMa stelt de NZa ook direct in kennis als de termijn weer loopt.

11. Wanneer bij de NMa een vergunningsaanvraag binnenkomt die betrekking heeft op deelmarkten van de zorg, wordt dit door de teamleider, dan wel door een ander lid van het behandelteam van de NMa binnen twee werkdagen aan de NZa meegedeeld. In geval van een vergunningsaanvraag in een concentratiezaak zal de NZa opnieuw in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze te geven. De NZa zal binnen tien werkdagen na de mededeling van de NMa dat een aanvraag om vergunning is binnengekomen, aan de NMa berichten of al dan niet een zienswijze door de NZa wordt afgegeven. Indien de NZa overgaat tot het afgeven van een zienswijze zal de NZa in kennis worden gesteld van de Punten van Overweging, of, indien deze niet worden uitgebracht, van de relevante onderdelen van een conceptbesluit. De NZa geeft vervolgens haar zienswijze binnen een door de NMa te stellen redelijke termijn, die mede afhankelijk is van de fase waarin het onderzoek zich bevindt en de resterende wettelijke termijn waarbinnen de NMa moet beslissen.

12. In geval de NMa overweegt om verbintenissen te accepteren die door de bij een concentratie betrokken ondernemingen worden aangeboden om (mogelijke) mededingingsproblemen op te lossen, zal de NMa de NZa hierover consulteren met het oog op de hiervoor in punt 1 geformuleerde doelstelling. De NZa zal in de zienswijze die wordt afgegeven aan de NMa ingaan op de voorgestelde verbintenissen.

13. Indien de NZa een aan de NMa ondersteunende rol verkrijgt in het toezicht op de naleving van de verbintenissen bedoeld in punt 12, wordt deze rol vastgelegd in het besluit en indien nodig in een apart document tussen de NZa en de NMa.

14. De NZa zal de NMa voorafgaand aan het uitbrengen van de definitieve zienswijze zo volledig mogelijk informeren over de voorlopige strekking en inhoud van deze zienswijze. Indien de voorlopige strekking van de zienswijze afwijkt van de voorlopige beoordeling van de NMa, vindt, in het kader van de doelstelling als geformuleerd in punt 1, eerst afstemming met de NMa plaats voordat een definitieve zienswijze wordt gestuurd.

15. Indien de NMa voornemens is om in haar besluit af te wijken van de zienswijze van de NZa zal, eveneens in het kader van de doelstelling als geformuleerd in punt 1, daarover in overleg worden getreden met de NZa. De NMa streeft er naar dit voornemen binnen twee werkdagen aan de NZa kenbaar te maken. Indien dit overleg uiteindelijk niet leidt tot eenzelfde beoordeling, zal een afwijking in het besluit worden gemotiveerd.

16. De zienswijze zal onderdeel vormen van het dossier van de NMa. Aan de zienswijze zal door de NMa in het besluit aandacht worden besteed. De NZa zal binnen vijf werkdagen na het uitbrengen van de zienswijze een versie hiervan aan de NMa sturen die geschikt is voor openbaarmaking.

17. De NMa zal, afgezien van het weergeven van (de hoofdpunten van) de zienswijze van de NZa in het besluit, niet overgaan tot publicatie van de zienswijze voordat de NZa haar zienswijze heeft gepubliceerd.

18. De NZa zal in beginsel de afgegeven zienswijze(n) publiceren. De NZa zal de afgegeven zienswijze niet openbaar maken zolang het besluit van de NMa waarop de zienswijze betrekking heeft niet is genomen. De NZa zal de zienswijze in beginsel niet openbaar maken dan nadat de openbare versie van het besluit is gepubliceerd. Met het oog op openbaarmaking van de door de NZa afgegeven zienswijze, zal de NMa, voor de van haar afkomstige informatie, in de gelegenheid worden gesteld aan te geven welke passages als vertrouwelijk in de zin van artikel 10 en 11 Wob moeten worden beschouwd.

II Consultatie van de NMa in aan concentratiezaken gerelateerde zaken

19. De NMa heeft de mogelijkheid om de NZa advies te geven bij het opstellen van producten die uit de wettelijke taken van de NZa voortvloeien en die de uitoefening van de bevoegdheid van de NMa met betrekking tot concentratiezaken (kunnen) raken. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan consultatie- en visiedocumenten over de mededinging in de zorgsector.

20. De NZa stelt de NMa in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn een visie te geven om de doelstelling als geformuleerd in punt 1 te bereiken.

III Gezamenlijke onderzoeken

21. In aanmerking nemend dat beide toezichthouders vergelijkbare onderzoeksprogramma’s kunnen hebben die dienstig kunnen zijn aan het behandelen van concentratiezaken en taken van de NZa, streven de NMa en de NZa hierbij naar onderlinge consultatie en overleg.

IV Informatie-uitwisseling

22. Gelet op artikel 90 van de Mw en onder verwijzing naar het Samenwerkingsprotocol verstrekt de NMa aan de NZa informatie over de gemelde concentraties voorzover dat noodzakelijk is voor het opstellen van een zienswijze.

23. De informatie wordt verstrekt ten behoeve van het opstellen van de zienswijze en zal door de NZa niet worden gebruikt voor een ander doel.

24. De NZa waarborgt de geheimhouding van de ontvangen informatie, voorzover zij daartoe wettelijk is verplicht, of voorzover daartoe een plicht voortvloeit uit de aard van de informatie.

25. Met inachtneming van de wettelijke bevoegdheden en onder verwijzing naar het Samenwerkingsprotocol zal de NZa aan de NMa die informatie verstrekken die nodig is voor een goede beoordeling van de concentratie door de NMa.

26. De NMa waarborgt de geheimhouding van de ontvangen informatie, voorzover zij daartoe wettelijk is verplicht, of voorzover daartoe een plicht voortvloeit uit de aard van de informatie.

V Contactpersoon

27. De NZa wijst een contactpersoon aan inzake concentratiezaken. De NMa wijst ook een contactpersoon aan voor algemene contacten in het kader van het concentratietoezicht. Daarnaast is de teamleider van een specifieke concentratiezaak verantwoordelijk voor het contact met de NZa omtrent de betreffende zaak. In overleg tussen de NZa en de NMa wordt desgewenst nader afgesproken wie de contactpersoon of -personen bij de NZa is/zijn voor een specifieke concentratiezaak. Of het aanwijzen van een nadere contactpersoon (of personen) nodig is, zal afhangen van de aard en zwaarte van de specifieke concentratiezaak en van de inbreng die de NZa in de behandeling daarvan zal geven.

28. Tussen de door de NZa en de NMa aan te wijzen contactpersonen zal, los van een concrete zaak waarover de NMa de NZa om advies vraagt, regelmatig overleg plaatsvinden ter bevordering van een goede samenwerking.

VI Slotbepalingen

29. Deze werkafspraken kunnen in onderling overleg worden aangepast of aangevuld en zullen in overeenstemming worden gebracht met eventuele wetswijzigingen.

30. Deze werkafspraken zullen, indien nodig, worden aangepast zodra een nieuw Samenwerkingsprotocol is opgesteld tussen de NMa en de NZa.

31. Deze werkafspraken treden in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin ze worden geplaatst.

32. Deze werkafspraken worden aangehaald als: ‘Werkafspraken tussen de NMa en de NZa met betrekking tot concentratiezaken’.

33. Deze werkafspraken zullen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 19 februari 2008.
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,
namens deze:
A.J.M. Kleijweg,
wnd. directeur Concentratiecontrole.
Utrecht, 22 februari 2008.
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit,
namens deze:
L.M. Hoppen,
directeur Zorgmarkten Cure.

Naar boven