Opsporingsvergunning koolwaterstoffen

Blok P2

21 februari 2008

ET/EM / 8014706

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop

- Elko Energy Inc. (hierna genoemd Elko) en Oyster Energy B.V. (hierna genoemd Oyster) tezamen (hierna tezamen genoemd de aanvrager) hebben op 23 februari 2007 een aanvraag om een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet ingediend voor het blok P2, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart, waarvoor op dat moment geen vergunning voor koolwaterstoffen gold.

- Naar aanleiding van de onderhavige aanvraag is in het Publicatieblad van de Europese Unie van 12 mei 2007, nr. C108, en in de Staatscourant van 24 mei 2007, nr. 97, een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen om een opsporingsvergunning voor het blok P2.

- Binnen de periode van dertien weken na plaatsing van bovenbedoelde uitnodiging in het Publicatieblad van de Europese Unie is geen concurrerende aanvraag ontvangen.

- TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ (hierna genoemd TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 26 oktober 2007 advies uitgebracht.

- Staatstoezicht op de mijnen (hierna genoemd Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 27 augustus 2007 advies uitgebracht.

- Energie Beheer Nederland B.V. (hierna genoemd EBN) heeft op 22 november 2007 op verzoek van de Minister advies uitgebracht.

- De Mijnraad heeft op 20 december 2007 advies uitgebracht (kenmerk MIJR/7152075) op grond van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet.

Gelet op:

De artikelen 6, 7, 9, 11, 12, 15, 17, 22, vijfde en zesde lid, 82 en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.7 van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan Elko Energy Inc. en Oyster Energy B.V. tezamen (hierna genoemd de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De vergunning geldt voor het blok P2 als aangegeven op de kaart die als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling is gevoegd.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 23 februari 2007 ingediende aanvraag.

Artikel 4

Elko Energy Inc. wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden uitvoert of daartoe opdracht verleent.

Artikel 5

De vergunning geldt, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding nadat zij onherroepelijk is geworden, gedurende een tijdvak van 6 jaar, indien:

- binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning tijdig aan de Minister van Economische Zaken schriftelijk gemotiveerd wordt aangegeven waar een eerste onvoorwaardelijke boring zal worden verricht, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte, waarbij wordt voorgeschreven dat voor het verstrijken van het derde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning met die boring is begonnen en de Minister van Economische Zaken terstond na aanvang van deze boring hierover schriftelijk is ingelicht;

- uiterlijk 4 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning tijdig aan de Minister van Economische Zaken schriftelijk gemotiveerd wordt aangegeven waar tenminste een tweede onvoorwaardelijke boring zal worden verricht, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte, waarbij wordt voorgeschreven dat voor het verstrijken van het vijfde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning met die boring(en) is begonnen en de Minister van Economische Zaken terstond na aanvang van deze boring(en) hierover schriftelijk is ingelicht.

Artikel 6

Energie Beheer Nederland B.V. wordt aangewezen als de vennootschap als bedoeld in artikel 82 van de Mijnbouwwet.

Artikel 7

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,namens deze:
Y. Peters,
MT-lid directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/L204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven