De Minister van Economische Zaken,
Procesverloop
- Ascent Resources Netherlands B.V., (hierna genoemd Ascent) heeft
mede namens HPI Netherlands Limited en GTO Limited op 19 januari 2007 (hierna
tezamen genoemd Ascent)een aanvraag ingediend om een opsporingsvergunning
voor koolwaterstoffen, ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet, voor een deel
van blok E17 (hierna genoemd deelblok E17c), welk blok is aangegeven op de
als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart, waarvoor op dat moment
geen vergunning voor koolwaterstoffen gold.
- Naar aanleiding van de onderhavige aanvraag is in het Publicatieblad
van de Europese Unie van 21 april 2007, nr. 88 en in de Staatscourant van
21 mei 2007, nr. 95, een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende
aanvragen om een opsporingsvergunning voor het onderhavige deelblok.
- Binnen de periode van dertien weken na plaatsing van bovenbedoelde
uitnodiging in het Publicatieblad van de Europese Unie is op 12 juli 2007
een concurrerende aanvraag ingediend door GDF Production Nederland B.V., mede
namens Total E&P Nederland B.V. en Lundin Netherlands B.V. (hierna tezamen
genoemd GdF) en op 19 juli 2007 door Tullow Netherlands B.V. (hierna genoemd
Tullow).
- TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ (hierna genoemd TNO) en
Staatstoezicht op de mijnen (hierna genoemd Sodm) hebben op verzoek van de
Minister van Economische Zaken bij brieven gedateerd op respectievelijk 9
en 15 augustus 2007 advies uitgebracht.
- De Mijnraad heeft op 20-12-2007 advies uitgebracht (kenmerk MIJR/7152099)
op basis van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet).
Gelet op:
De artikelen 6, 7, 9, 11, 12, 15, 17, artikel 22, vijfde en zesde lid,
82 en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.7 van de Mijnbouwregeling;
Besluit:
Artikel 1
Aan GDF Production Nederland B.V., Total E&P Nederland B.V. en Lundin
Netherlands B.V. tezamen (hierna genoemd de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning
voor koolwaterstoffen verleend.
Artikel 2
De vergunning geldt voor het blokdeel E17c als aangegeven op de kaart
die als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling is gevoegd.
Artikel 3
De vergunning geldt, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding nadat zij
onherroepelijk is geworden, gedurende een tijdvak van 4 jaar, indien:
- binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning
tijdig aan de Minister van Economische Zaken schriftelijk gemotiveerd wordt
aangegeven waar een eerste onvoorwaardelijke boring zal worden verricht, onder
vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte, waarbij
wordt voorgeschreven dat voor het verstrijken van het derde jaar na het onherroepelijk
worden van de vergunning met die boring is begonnen en de Minister van Economische
Zaken terstond na aanvang van deze boring hierover schriftelijk is ingelicht;
- uiterlijk binnen twee jaren na het onherroepelijk worden van de
vergunning GDF Production Nederland B.V. aan de Minister van Economische Zaken
concreet aangeeft welke activiteiten met de daarbij behorende tijdstippen
zij binnen de resterende periode zal gaan uitvoeren.
Artikel 4
GDF Production Nederland B.V. wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke
werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent.
Artikel 5
Energie Beheer Nederland B.V. wordt aangewezen als de vennootschap als
bedoeld in artikel 82 van de Mijnbouwwet.
Artikel 6
De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de
beschikking is bekendgemaakt.
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvragers.
Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit
is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd
bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving
en Juridische Zaken (ALP: L/204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage.
Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.