Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Verkeer en Waterstaat | Staatscourant 2008, 41 pagina 11 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Verkeer en Waterstaat | Staatscourant 2008, 41 pagina 11 | Ontheffingen |
Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte die plaats kunnen vinden in een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied voor zowel boven als buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen
26 februari 2008
Nr. IVW TBE 45.1.a+b - 2008 - 133 - Helicon
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 5 februari 2008, ontvangen op 5 februari 2008 van Helicon BV;
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit de opdrachten van de Gasunie voor het uitvoeren van inspectievluchten op gaspijpleidingen. Het gaat hier om de controle vanuit de lucht op eventuele werkzaamheden of anderszins op of in de nabijheid van het hogedruk-pijpleidingentracé van de Gasunie, die een potentieel gevaar zouden kunnen opleveren voor beschadiging of lek raken van de gaspijpleiding;
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Deze beschikking is van toepassing op de helikopters van het type Eurocopter EC135 en AS355, Bölkow Bo-105, McDonnell Douglas MD900 en Robinson R44, dan wel een gelijkwaardige vervangende helikopter, in gebruik bij Helicon BV, waarmee de VFR-vluchten worden uitgevoerd in heel Nederland ten behoeve van het inspecteren van het gaspijpleidingnetwerk (hogedrukleidingen), in opdracht van de Gasunie.
Uitvoeren van VFR-vluchten die zowel plaatsvinden binnen als buiten een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied beneden de minimum VFR-vlieghoogte, zowel boven als buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen
Aan de gezagvoerders van de helikopters van het type Eurocopter EC135, AS355, Bölkow Bo-105 en McDonnell Douglas MD900, dan wel een gelijkwaardige vervangende helikopter, wordt van 26 februari 2008 tot en met 26 februari 2009 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onder a en b, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten die plaatsvinden zowel binnen als buiten een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, zowel boven als buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
Boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen
a. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt 150 meter (500 ft) doch ten minste 30 meter (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 m van de helikopter;
b. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. vee niet wordt verstoord;
3. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;
4. et inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse G in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) | Advies- snelheid (kts) |
|---|---|
800 - 1500 | < 50 |
1500 - 2000 | < 100 |
2000 - 5000 | < 120 |
c. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte m.b.t. plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
d. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring, de bebouwing te verlaten;
e. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek van de desbetreffende helikopter;
f. de helikopters dienen CAT A gecertificeerd te zijn.
Buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen
a. de minimum toegestane vlieghoogte buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt 60 meter (200 ft) boven de grond of het water, doch ten minste 30 meter (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 meter van de helikopter;
Zowel boven als buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum-VFR-vlieghoogte gedurende de periode dat dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht;
c. er wordt niet gevlogen beneden de minimum-VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;
d. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie en worden de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerder(s), registratie en model / type helikopter;
- route en periode van de voorgenomen vlucht;
e. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de Supervisor van MilATCC Nieuw Milligen; aan de voorwaarden door hem gesteld wordt strikt de hand gehouden;
f. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de operationele helpdesk; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;
g. voor het maken van opnamen van gaspijpleidingen dient de cameraman in het bezit te zijn van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BBMG, Sectie Luchtfotografie.
Uitvoeren van VFR-vluchten die plaatsvinden binnen een plaatselijke luchtverkeersleidingsgebied beneden de minimum VFR-vlieghoogte, buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen
Aan de gezagvoerder van de helikopter van het type Robinson R44, dan wel een gelijkwaardige vervangende helikopter, wordt van 26 februari 2008 tot en met 26 februari 2009 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten die plaatsvinden binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte bedraagt 60 meter (200 voet) boven de grond of het water, maar ten minste 30 meter (100 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 meter van de helikopter;
c. er wordt niet gevlogen beneden de minimum-VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;
d. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum-VFR-vlieghoogte gedurende de periode dat dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht;
e. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie en worden de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerder(s), registratie en model / type helikopter;
- route en periode van de voorgenomen vlucht;
f. vóór de aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de Supervisor van MilATCC Nieuw Milligen; aan de voorwaarden door hem gesteld wordt strikt de hand gehouden;
g. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de operationele helpdesk; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;
h. voor het maken van opnamen van gaspijpleidingen dient de cameraman in het bezit te zijn van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BBMG, Sectie Luchtfotografie.
Specifiek binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied
1. Voor vluchten binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied dient er eerst klaring te worden verkregen van de betrokken luchtverkeersdienstleiding. De LVNL is echter niet verantwoordelijk voor het vrij blijven van bebouwing!
2. Voor vluchten binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied dient er een SSR-transponder met 4096 codemogelijkheden in Mode A met automatische hoogterapportering in Mode C te worden gebruikt (Let op! Mode S Transponder verplicht vanaf 31 maart 2008).
3. Voor vluchten binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied is tijdens het uitvoeren van de vlucht een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd.
1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.
2. Bij het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften en beperkingen, genoemd in de artikelen 2, 3 en 4, kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
3. Met het van kracht worden van deze ontheffing vervalt de rechtsgeldigheid van de originele ontheffing: IVW TBE 45.1.b - 2008 - 128 - Helicon.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 26 februari 2008 en vervalt met ingang van 27 februari 2009, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,namens deze,
de
unitmanager Unit Kennis, Advies en Berichtgeving, Toelating/Continuering Luchtruim,
R.J.
Putters.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
- de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Verkeer en Waterstaat
Toezicht Beheereenheid
Unit Juridische Zaken
Postbus 90653
2509 LR Den Haag
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-41-p11-SC84751.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.