Wijziging verplichtstelling tot deelneming in beroepspensioenregeling

Dierenartsen

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gezien de op 11 mei, 29 juni, 27 en 28 december 2007 ontvangen aanvraag van de beroepspensioenvereniging voor Dierenartsen, daartoe strekkende dat de verplichtstelling tot deelneming in de beroepspensioenregeling voor Dierenartsen ingevolge de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt gewijzigd voor de in de aanvraag bedoelde beroepsgroep Dierenartsen;

Overwegende dat vorengenoemde beroepspensioenvereniging is te beschouwen als een voor de betrokken tak van beroep voldoende representatieve organisatie van beroepsgenoten, die naar het oordeel van de Minister een belangrijke meerderheid van de in de tak van beroep werkzame personen vertegenwoordigt;

Gelet op de artikelen 9, eerste lid en 16 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

Gezien het overleg met De Nederlandsche Bank;

Besluit:

I. Wijzigt zijn besluit van 18 november 1975, nr. 45.789, Stcrt. 1975, nr. 243 waarin werd overgegaan tot het verplichtstellen van de deelneming in de Stichting Pensioenfonds voor Dierenartsen. De verplichtstelling tot deelneming komt na wijziging te luiden als volgt:

“Met ingang van 1 december 1975 is de deelneming in de beroepspensioenregeling, welke is neergelegd in de statuten en het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds voor Dierenartsen, verplicht gesteld voor dierenartsen die in Nederland als zodanig - hetzij zelfstandig, hetzij in dienstverband - praktijk uitoefenen, op 31 december 2006 nog geen 60 jaar waren, in Nederland wonen en de 65-jarige leeftijd nog niet hebben bereikt.”

II. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

’s-Gravenhage, 21 februari 2008.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,namens deze,
de Directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving,
M.H.M. van der Goes.

Naar boven