Ontheffing VFR-vluchten in luchtruim klasse A

Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A

6 februari 2008

Nr. IVW TBE 44.1.b - 2008 - 127 - Paracentrum Eelde-Hoogeveen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 23 januari 2008, ontvangen op 29 januari 2008 van Paracentrum Eelde-Hoogeveen;

Gelet op artikel 44, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Artikel 1

Aan de gezagvoerder van het vliegtuig van het type Cessna 207-A Soloy, met de registratie PH-ZZF, dan wel gelijkwaardige vervangende vliegtuigen, in gebruik bij Paracentrum Eelde-Hoogeveen, wordt ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten in het luchtverkeersdienstverleningsgebied Amsterdam CTA East met klasse A, zoals genoemd in artikel 44, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, voor het uitvoeren van vluchten met een maximale hoogte van FL 100, van waaruit incidentele valschermspongen zullen plaatsvinden boven Delfzijl, met als coördinaten 5320 N en 00624 E, zaterdag 23 februari 2008, tussen 14.00 uur en uiterlijk 17.30 uur lokale tijd, onder de volgende voorschriften en beperkingen:

1. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;

2. de gezagvoerder is te allen tijde in staat de vlucht onder instrumentvliegvoorschriften voort te zetten;

3. de maximum hoogte van waar valschermsprongen worden uitgevoerd, bedraagt FL 100;

4. de incidentele valschermsprongen worden bekend gemaakt per NOTAM; deze wordt door Paracentrum Eelde-Hoogeveen (PCEH) zelf aangevraagd;

5. de vlucht kan slechts geaccommodeerd worden, indien het aanbod van het luchtverkeer in het luchtruim met klasse A dit toelaat. De luchtverkeersleidingsdienst kan bij drukte, te allen tijde, een vlucht weigeren of de springhoogte beperken als de afhandeling van het reguliere luchtverkeer in het luchtruim met klasse A in het gedrang zou komen. Discussie hierover via radiotelefonie is niet toegestaan;

6. deze vluchten worden slechts uitgevoerd binnen klasse A, indien het vliegzicht minstens 8 km bedraagt en indien minstens 1500 meter horizontaal en verticaal 300 meter vrij van wolken wordt gevlogen met continu zicht op grond of water;

7. de vluchten worden uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht. De gezagvoerder van het betrokken luchtvaartuig onderhoudt tijdens het uitvoeren van de incidentele valschermsprongen en de daarvoor vereiste vlucht voortdurend tweezijdig radiocontact op de voorgeschreven frequentie met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst, tenzij anders aangegeven door de betrokken luchtverkeersleidingsdienst. Voor contact met de grond dient een tweede radioset aanwezig te zijn;

8. het luchtvaartuig van waaruit de incidentele valschermsprongen worden uitgevoerd, is gecertificeerd en uitgerust voor vluchten onder instrumentvliegvoorschriften, waaronder een werkende SSR-transponder met Mode S of Mode A en C. De transponder wordt ingesteld op de code zoals deze is verkregen van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst;

9. vóór de vlucht wordt een vliegplan ingediend;

10. de tijdstippen van aanvang en einde van de incidentele valschermsprongen worden van tevoren telefonisch gemeld aan de operationele helpdesk; aan de voorwaarden door hem gesteld wordt strikt de hand gehouden;

11. bij het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften en beperkingen kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.

Artikel 2

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de inhoud van deze beschikking.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 23 februari 2008 en vervalt met ingang van 24 februari 2008, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,namens deze,
de unitmanager Unit Kennis, Advies en Berichtgeving, Toelating/Continuering Luchtruim,
R.J. Putters.

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

- de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Toezicht Beheereenheid

Unit Juridische Zaken

Postbus 90653

2509 LR Den Haag

Naar boven