Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2008, 253Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 december 2008, nr. AM/BR/08/34135, houdende de instelling van een subsidieplafond voor loonkostensubsidie

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 78a, elfde lid, van de Werkloosheidswet, 67f, elfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 59j, elfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 65i, elfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en 37a, elfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

Besluit:

Artikel 1 Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond, bedoeld in de artikelen 78a, elfde lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet, 67f, elfde lid, onderdeel b, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 59j, elfde lid, onderdeel b, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 65i, elfde lid, onderdeel b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en 37a, elfde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, bedraagt tezamen voor de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2012 € 236,2 miljoen.

  • 2. De aanvragen om subsidie worden behandeld in volgorde van binnenkomst.

Artikel 2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat de Wet stimulering arbeidsparticipatie in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 23 december 2008

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner.

TOELICHTING

Deze regeling voorziet in de vaststelling van een subsidieplafond voor de verstrekking van loonkostensubsidies, op grond van de Werkloosheidswet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, door het UWV aan werkgevers die UWV-cliënten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen.

Zoals in de memorie van toelichting bij het voorstel van wet houdende regels met betrekking tot participatieplaatsen en loonkostensubsidies (Wet stimulering arbeidsparticipatie, hierna: de wet) is aangegeven, wordt het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden geïncorporeerd in de wet. In de wet is daartoe geregeld dat loonkostensubsidies die voor brugbanen zijn verstrekt, na de inwerkingtreding van de wet worden aangemerkt als loonkostensubsidies op basis van de wet.

Het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden vervalt met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet stimulering arbeidsparticipatie. Op ditzelfde moment vervalt ook de Regeling van de minister van SZW van 22 februari 2008, houdende een subsidieplafond en regels omtrent het indienen van een aanvraag met betrekking tot brugbanen voor uitkeringsgerechtigden.

Het (nieuwe) subsidieplafond voor loonkostensubsidies wordt in deze regeling vastgesteld voor de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2012. Gelet op de memorie van toelichting op de wet kunnen loonkostensubsidies worden aangevraagd en verleend in de jaren 2009 tot en met 2011. Het jaar 2012 geldt slechts als een uitloopjaar voor de voortzetting van de al in 2011 gestarte loonkostensubsidies (bijvoorbeeld in het geval een uitzendkracht in dienst wordt genomen door een inlenende werkgever).

Door de vaststelling van een subsidieplafond voor meerdere jaren wordt voorkomen dat steeds per jaar een afzonderlijk plafond moet worden vastgesteld en hierdoor kunnen de middelen voor de loonkostensubsidies worden ingezet op het moment dat dit het meest effectief is.

De hoogte van het plafond bedraagt € 236,2 miljoen. In dit bedrag is verwerkt dat de brugbanen (voor zowel uitkeringsgerechtigde als niet-uitkeringsgerechtigde herbeoordeelden) en daarmee het subsidieplafond voor die brugbanen opgaan in de met de wet in het leven geroepen loonkostensubsidieregeling.

In artikel 4:25 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat een subsidieplafond slechts bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt vastgesteld. Tevens is bepaald dat een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. In artikel 4:26 Awb is bepaald dat de minister bij de bekendmaking van een subsidieplafond bepaalt hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

Deze regeling voorziet in de vaststelling van een subsidieplafond en de verdelingsmaatstaf. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld in volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. In combinatie met het subsidieplafond betekent dit dat het beginsel ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ wordt gehanteerd.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner.