Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 24 december 2008, nr. TRCJZ/2008/3804, houdende wijziging diverse regelingen zeevisserij

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de verordening van 19 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften;

Gelet op de verordening van 18 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004;

Gelet op de artikelen 3 en 4 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 19881 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, onderdeel f, komt te luiden:

  • f. verordening inzake vangstmogelijkheden: Verordening van 19 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften.

B

In artikel 2, tiende lid, wordt ‘als bedoeld in artikel 35 van de verordening inzake vangstmogelijkheden’ vervangen door: als bedoeld in artikel 34 van de verordening inzake vangstmogelijkheden.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt ‘als bedoeld in artikel 35 van de verordening inzake vangstmogelijkheden’ vervangen door ‘als bedoeld in artikel 34 van de verordening inzake vangstmogelijkheden’ en wordt ‘bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de verordening inzake vangstmogelijkheden’ vervangen door ‘bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de verordening inzake vangstmogelijkheden’.

2. In het elfde lid wordt ‘bedoeld in artikel 11, derde lid, van Verordening (EG) Nr. 423/2004 van de Raad van 26 februari 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden (PBEU L 70)’ vervangen door: bedoeld in artikel 24, derde lid, van de verordening van 18 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004.

3. In het dertiende lid wordt ‘als bedoeld in artikel 35 van de verordening inzake vangstmogelijkheden’ vervangen door ‘als bedoeld in artikel 34 van de verordening inzake vangstmogelijkheden’ en wordt ‘bedoeld in artikel 51, tweede lid, van de verordening inzake vangstmogelijkheden’ vervangen door ‘bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de verordening inzake vangstmogelijkheden’.

4. Onder vernummering van het veertiende tot en met het zestiende lid tot het vijftiende tot en met zeventiende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 14. De intrekking van een melding, bedoeld in het dertiende lid, geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 36, derde lid, van de verordening inzake vangstmogelijkheden.

D

In artikel 4 wordt ‘als bedoeld in artikel 35 van de verordening inzake vangstmogelijkheden’ telkens vervangen door: als bedoeld in artikel 34 van de verordening inzake vangstmogelijkheden.

ARTIKEL II

De Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij2 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, tweede lid, onderdeel f, komt te luiden:

  • f. verordening inzake een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden: Verordening van 18 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004;.

B

In artikel 18, eerste lid, onderdeel a, wordt ‘bedoeld in artikel 2 van verordening nr. 423/2004’ vervangen door: bedoeld in artikel 3 van de verordening inzake een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden.

C

Artikel 21, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Onverminderd het eerste lid, handelt de schipper van een in dat lid genoemd vaartuig in overeenstemming met artikel 26 en bijlage V van de verordening van 19 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften.

D

In artikel 32 wordt ‘bedoeld in artikel 2 van verordening nr. 423/2004’ vervangen door: bedoeld in artikel 3 van de verordening inzake een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden.

E

Na artikel 33 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 33a. Weging van kabeljauw

  • 1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 20, eerste lid, van de verordening inzake een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden.

  • 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de weging van de kabeljauw, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de verordening inzake een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden, plaatsvindt in een visafslag en als ook overigens wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 20, tweede lid, van die verordening.

ARTIKEL III

In artikel 3b, tweede lid, van de regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 18 juni 2001, TRCJZ/2001/87503, wordt de zinsnede die begint met ‘onderdeel 10.1 van bijlage III’ en eindigt met ‘in acht te nemen voorschriften (PbEU L 19)’ vervangen door: onderdeel 12.1 van bijlage III van de verordening van 19 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften.

ARTIKEL IV

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

overeenkomstig het door de minister genomen besluit,

de Directeur-Generaal,

J.P. Hoogeveen.

TOELICHTING

In onderhavige wijzigingsregeling wordt een aantal regelingen op het gebied van de zeevisserij gewijzigd ter uitvoering van de verordening van 19 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (hierna: de verordening inzake vangstmogelijkheden). Dit is de jaarlijkse Europese verordening waarbij thans de maximaal toegestane vangstmogelijkheden voor 2009 en aanvullende voorschriften worden vastgesteld. In de Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988, de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij en de regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 18 juni 2001, TRCJZ/2001/8750, zijn verwijzingen naar de verordening inzake vangstmogelijkheden geactualiseerd (Artikel I, Artikel II, onderdeel C, en Artikel III). Inhoudelijk zijn deze bepalingen uit de genoemde verordening niet gewijzigd ten opzichte van de bepalingen uit de verordening inzake vangstmogelijkheden die gold voor het jaar 2008.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om tevens uitvoering te geven aan onderdelen van de verordening van 18 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004. Het betreft een bepaling omtrent de kennisgeving voorafgaand aan de aanlanding van kabeljauw in de haven (artikel I, onderdeel C, derde lid). Tevens zijn er bepalingen opgenomen over de weging van kabeljauw (artikel II, onderdeel B en E) en over de documenten die opgesteld dienen te worden bij het vervoer van kabeljauw (artikel II, onderdeel D).

Administratieve lasten

Onderhavige wijzigingsregeling bevat geen nieuwe informatieverplichtingen.

Afwijking Vaste Verandermoment

De onderhavige regeling treedt op 1 januari 2009 in werking. De vaststelling van de hieraan ten grondslag liggende EU-regelgeving in de Europese Raad van 18 en 19 december 2008 brengt met zich dat niet voldaan kan worden aan de uitgangspunten van het systeem van Vaste Verandermomenten voor wat betreft het uitgangspunt dat de regelgeving minimaal drie maanden voorafgaande aan de inwerkingtreding wordt gepubliceerd, zoals neergelegd in mijn brief van 28 april 2008 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2007–2008, 29 515 en 31 201, nr. 243).

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

overeenkomstig het door de minister genomen besluit,

de Directeur-Generaal,

J.P. Hoogeveen.


XNoot
1

Stcrt. 1987, 253; laatstelijk gewijzigd bij regeling van 29 januari 2008 (Stcrt. 21).

XNoot
2

Stcrt. 2006, 134; laatstelijk gewijzigd bij regeling van 7 november 2008 (Stcrt. 224).

XNoot
3

Stcrt. 2001, 114; laatstelijk gewijzigd bij regeling van 29 januari 2008 (Stcrt. 21).

Naar boven