Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 2008, 247Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 9 december 2008, nr. TRCJZ/2008/286, houdende wijziging van diverse veterinaire regelingen i.v.m. een aantal technische wijzigingen

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op richtlijn nr. 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van Richtlijn 92/117/EEG van de Raad (PbEG L 325);

Gelet op beschikking nr. 2003/881/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 11 december 2003 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften en de certificeringsvoorwaarden voor de invoer van bijen en hommels (Apis mellifera & Bombus spp.) uit bepaalde derde landen en tot intrekking van Beschikking 2000/462/ EG (PbEU L 328);

Gelet op verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEG L 325);

Gelet op verordening (EG) nr. 318/2007 van de Commissie van 23 maart 2007 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van bepaalde vogels in de Gemeenschap en de desbetreffende quarantainevoorschriften (PbEU L 84);

Gelet op richtlijn 2008/71/EG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 2008 met betrekking tot de identificatie en registratie van varkens (PbEU L 213);

Gelet op de artikelen 30 en 31 van de Diergeneesmiddelenwet, de artikelen 10, 11, 17, 18, 94, 94a, 111, 108 en 108a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 13, 15, 17, 19 en 22a van de Landbouwwet, de artikelen 34 en 37 van de Meststoffenwet, de artikelen 3 en 3a van het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten, de artikelen 3, 4, 7, 15 en 18 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra, artikel 3 van het Besluit identificatie en registratie van dieren, artikel 5 van het Besluit inzake het in de handel brengen van dieren en producten en de toepassing van maatregelen met betrekking tot in Nederland gebrachte dieren en producten en artikel 5 van het Besluit sera en entstoffen;

Besluit:

ARTIKEL I

Aan artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit organisatie VWA1 wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • 16° de Geneesmiddelenwet;

ARTIKEL II

In Bijlage V bij de Diergeneesmiddelenregeling2 wordt ‘CIDC’ vervangen door: Centraal Veterinair Instituut.

ARTIKEL III

In de artikelen 2 en 3, tweede en vijfde lid, van de Regeling aanwijzing panel ‘gE-Aujeszky’ standaardsera en onderzoek Aujeszky-entstoffen3 wordt ‘Centraal Instituut voor DierziekteControle te Lelystad’ telkens vervangen door: Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad.

ARTIKEL IV

De artikelen 9.1.1, derde lid, en 9.1.2 van de Regeling aquacultuur4 vervallen.

ARTIKEL V

De Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria5 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel h vervalt.

2. De onderdelen i en j worden geletterd h en i.

B

In de artikelen 6, tweede lid, 7, tweede lid, 8, 12, tweede lid, 13, eerste lid, 15, eerste lid, 16, onderdeel b, 19, eerste lid, 20, 21 en in de bijlage, onderdeel 9, in de kolom ‘Testmethode’, wordt ‘CIDC-Lelystad’ telkens vervangen door: Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad.

C

In artikel 20a wordt ‘Het laboratorium Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, bijen, te Wageningen’ vervangen door: Plant Research International BV, Business Unit Biointeracties, bijen@wur, te Wageningen.

D

Na artikel 20c wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 20d

Het Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad wordt aangewezen als laboratorium, bedoeld in bijlage VI, onderdeel 3, van verordening (EG) nr. 318/2007 van de Commissie van 23 maart 2007 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van bepaalde vogels in de Gemeenschap en de desbetreffende quarantainevoorschriften (PbEU L 84).

ARTIKEL VI

De Regeling GLB-inkomenssteun 20066 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel o, komt te luiden:

  • o. richtlijn 2008/71/EG: richtlijn 2008/71/EG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 2008 met betrekking tot de identificatie en registratie van varkens (PbEU L 213);.

B

In Bijlage 1, onder Milieu, onderdeel 11, wordt ‘Artikel 5, eerste lid, onder a, richtlijn 92/102,’ vervangen door: Artikel 5, eerste lid, onder a, richtlijn 2008/71/EG,.

ARTIKEL VII

De Regeling handel levende dieren en levende producten7 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De begripsbepaling van ‘richtlijn 92/102/EEG’ vervalt.

2. Na de begripsbepaling van ‘richtlijn 2004/68/EG’ wordt de volgende begripsbepaling ingevoegd:

richtlijn 2008/71/EG:

richtlijn nr. 2008/71/EG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 2008 met betrekking tot de identificatie en registratie van varkens (PbEU L 213);.

3. Na de begripsbepaling van ‘beschikking 2000/571/EG’ wordt de volgende begripsbepaling ingevoegd:

beschikking 2003/881/EG:

beschikking nr. 2003/881/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 11 december 2003 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften en de certificeringsvoorwaarden voor de invoer van bijen en hommels (Apis mellifera & Bombus spp.) uit bepaalde derde landen en tot intrekking van beschikking 2000/462/EG (PbEU L 328);.

4. Na de begripsbepaling van ‘instelling, instituut of centrum’ wordt de volgende begripsbepaling ingevoegd:

quarantainevoorziening:

een gebouw dat zich, de epizoötische kenmerken van Newcastle disease en aviaire influenza inzake verspreiding door de lucht in aanmerking genomen, op ten minste 200 meter afstand bevindt van pluimveebedrijven of van andere voorzieningen waar vogels worden gehouden, waar ingevoerde vogels in quarantaine worden gehouden volgens het ‘all in all out’-beginsel;.

B

In artikel 2.27 wordt ‘richtlijn 92/102/EEG’ vervangen door: richtlijn 2008/71/EG.

C

In artikel 2.37, tweede lid, wordt ‘artikel 10, eerste lid, tweede gedachtenstreepje,’ vervangen door: artikel 10, eerste lid, tweede gedachtenstreepje, van richtlijn 91/496/EEG,.

D

In de artikelen 3.1 en 4.1 vervalt telkens de begripsbepaling van ‘richtlijn 92/102/EEG’.

E

In artikel 4.7c, eerste lid, wordt ‘artikel 47’ vervangen door: artikel 41.

F

In artikel 6:11, achtste lid, wordt ‘Central Institute for Animal Disease Control, gevestigd te Lelystad’ vervangen door: Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad.

G

Artikel 7.1 dat bij artikel II, onderdeel E, van de regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 september 2008, TRCJZ/2008/2676, houdende wijziging van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s in verband met de herziening van preventieregels voor evenhoevigen (Stcrt. 190) is ingevoegd, wordt vernummerd tot artikel 7.1a.

H

Artikel 8.1 komt te luiden:

Artikel 8.1

Onverminderd artikel 1.1 wordt, voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald, in dit hoofdstuk verstaan onder:

lagomorfen:

lagomorfen die zijn bestemd voor een lid-staat die een gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEG eist;

quarantainestation:

een gebouw bestaand uit een aantal functioneel en materieel van elkaar afgescheiden eenheden, elk uitsluitend vogels bevattend die tot dezelfde partij behoren en dezelfde gezondheidsstatus hebben en daardoor als epizoötiologische eenheid te beschouwen zijn, waar ingevoerde vogels in quarantaine worden gehouden volgens het ‘all in all out’-beginsel en dat zich, de epizoötische kenmerken van Newcastle disease en aviaire influenza inzake verspreiding door de lucht in aanmerking genomen, op ten minste 200 meter afstand bevindt van pluimveebedrijven of van andere voorzieningen waar vogels worden gehouden.

I

In artikel 8.6a, eerste en tweede lid, wordt ‘bijlage B van beschikking 2000/666’ vervangen door: bijlage IV, hoofdstukken 1 en 2, van verordening 318/2007.

ARTIKEL VIII

De Regeling identificatie en registratie van dieren8 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel u komt te luiden:

u. bedrijf:

op één locatie op het Nederlands grondgebied gelegen:

  • bedrijf als bedoeld in artikel 2, tweede gedachtestreepje, van verordening 1760/2000, voor zover dit begrip betrekking heeft op runderen;

  • bedrijf als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van richtijn 2008/71/EG, voor zover dit begrip betrekking heeft op varkens, of

  • bedrijf als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van verordening 21/2004, voor zover dit begrip betrekking heeft op schapen of geiten.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel kk. door een puntkomma, worden de volgende onderdelen toegevoegd, luidende:

ll. richtlijn 92/102/EEG:

richtlijn nr. 92/102/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en registratie van dieren (PbEG L 355);

mm. richtlijn 2008/71/EG:

richtlijn nr. 2008/71/EG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 2008 met betrekking tot de identificatie en registratie van varkens (PbEU L 213)..

B

Artikel 13, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. In zoverre in afwijking van het eerste lid, zijn:

    • a. uit lidstaten afkomstige varkens geïdentificeerd overeenkomstig richtlijn 2008/71/EG, door middel van het in betrokken lidstaat aangebrachte identificatiemerkteken als bedoeld in artikel 5, derde lid, van richtlijn 2008/71/EG;

    • b. uit lidstaten afkomstige schapen en geiten die geboren zijn op of voor 9 juli 2005 geïdentificeerd overeenkomstig richtlijn 92/102/EEG, zoals deze gold op 8 juli 2005, door middel van het in betrokken lidstaat aangebrachte identificatiemerkteken als bedoeld in artikel 5, derde lid, van richtlijn 92/102/EEG.

C

In artikel 19, derde lid, wordt: ‘bijlage II, onderdeel a’ vervangen door: bijlage III, onderdeel a.

D

In artikel 32, tweede lid, onderdeel d, wordt ‘het aantal varkens’ vervangen door: het aantal en het soort varkens.

ARTIKEL IX

In artikel 9 van de Regeling paardensperma9 wordt ‘Centraal Instituut voor DierziekteControle te Lelystad’ vervangen door: Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad.

ARTIKEL X

De Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s10 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel e, tweede gedachtestreepje, wordt ‘43 tot en met 45’ vervangen door: 43 tot en met 46.

2. In het tweede lid wordt ‘artikel 20, eerste lid’ vervangen door: artikel 21.

3. In het tweede lid wordt ‘artikel 27, tweede lid’ vervangen door: artikel 28, tweede lid.

B

In artikel 24, eerste lid, onderdeel e, wordt ‘de artikelen 36, 37, 38, 41 en 46’ vervangen door: de artikelen 36, 37, 38, 41 en 47.

C

Aan artikel 33 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Het tweede lid is niet van toepassing op varkens.

D

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid wordt vernummerd tot vijfde lid.

2. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op varkens, niet zijnde slachtvarkens.

E

In artikel 41 vervalt de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid.

F

Artikel 96, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. Het Productschap Pluimvee en Eieren kan op grond van artikel 13 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007, artikel 10 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie (PPE) 2007 onderscheidenlijk artikel 10 van de Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999 bepalen dat tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld bij overtreding van repsectievelijk:

    • (i) de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, zesde, achtste, negende en tiende lid, 7, derde en vierde lid, 8, zevende, negende, tiende, elfde en twaalfde lid, 11, eerste en tweede lid, en 12, tweede lid, van de Verordening Hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007,

    • (ii) de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 8, eerste lid, en 9, tweede lid van de Verordening Hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie (PPE) 2007,

    • (iii) de artikelen 2, 3, 4, 5, 6 en 8 van de Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij (PPE) 1999.

G

Artikel 115a dat bij artikel I, onderdeel C, van de regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 september 2008, TRCJZ/2008/2676, houdende wijziging van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s in verband met de herziening van preventieregels voor evenhoevigen (Stcrt. 190) is ingevoegd, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het artikel wordt vernummerd tot artikel 115b.

2. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘artikel 20’ vervangen door: artikel 21.

3. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘artikel 20, zesde lid’ vervangen door: artikel 21, zesde lid.

4. In het tweede lid, onderdeel a, wordt ‘artikel 25’ vervangen door: artikel 26.

5. In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘artikel 25, tweede lid’ vervangen door: artikel 26, tweede lid.

ARTIKEL XI

De Regeling retributies veterinaire en hygiënische aangelegenheden11 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. richtlijn nr. 2006/88/EG: richtlijn nr. 2006/88/EG van de Raad van 24 oktober 2006 betreffende veterinairrechtlijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren. (PbEG L 328);

B

In artikel 4, eerste lid, wordt ‘richtlijn nr. 91/67/EG’ vervangen door: richtlijn nr. 2006/88/EG.

C

In de artikelen 32, derde lid, en 33, eerste, tweede en vijfde lid, wordt ‘CIDC-Lelystad’ telkens vervangen door: Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad.

D

Artikel 34, onderdeel c, onder (ii) vervalt.

E

Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen c en d vervallen.

2. In onderdeel e wordt ‘artikel 78, eerste lid’ vervangen door: artikel 26, eerste lid.

F

In Bijlage II wordt in onderdeel 3, onder b, ‘de artikelen 21, eerste lid, 30 en 40’ vervangen door: artikel 21, eerste en vierde lid.

ARTIKEL XII

De Regeling varkenssperma12 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, onderdeel b, wordt ‘Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij’ vervangen door: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

B

In artikel 7 wordt ‘Centraal Instituut voor DierziekteControle te Lelystad’ vervangen door: Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad.

ARTIKEL XIII

De Regeling betreffende maatregelen ter voorkoming van overbrenging besmetting13 wordt ingetrokken.

ARTIKEL XIV

De Subsidieregeling diergezondheid 199614 wordt ingetrokken.

ARTIKEL XV

De Tijdelijke regeling handel runderen en rundvlees in verband met BSE15 wordt ingetrokken.

ARTIKEL XVI

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

  • 2. Artikel V, onderdeel D, werkt terug tot en met 16 december 2007.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 9 december 2008

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg.

TOELICHTING

Via de onderhavige wijzigingsregeling wordt een aantal veterinairrechtelijke regelingen gewijzigd. Het betreft wijzigingen met een voornamelijk technisch karakter. Behalve de wijzigingen in de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (artikel X), is er niet voorzien in wijzigingen van wezenlijke beleidsinhoudelijke aard. Er is geen sprake van een verandering in de administratieve lasten als gevolg van deze regeling. De wijzigingen worden hierna artikelsgewijs toegelicht.

Artikel I

De ambtenaren van de VWA worden nu ook met de handhaving van de bij of krachtens de Geneesmiddelenwet gestelde voorschriften belast.

Artikelen II, III, V, onderdelen A en B, VII, onderdeel F, IX, XI, onderdeel C, XII, onderdeel B

Op 1 januari 2008 is het Centraal Instituut voor DierziekteControle te Lelystad samen gegaan met de divisie Infectieziekten van de Animal Science Group. Beide instituten maken onderdeel uit van Wageningen UR. Ten gevolge van de fusie is het Centraal Veterinair Instituut ontstaan. Door middel van bovengenoemde artikelen en onderdelen wordt de veterinaire regelgeving met deze naamswijziging in overeenstemming gebracht.

Artikelen IV, XI, onderdelen A, B, D, E en F

De artikelen 9.1.1, derde lid, en 9.1.2 van de Regeling aquacultuur dienen ter implementatie van de thans ingetrokken richtlijn nr. 91/67/EEG1. Deze artikelen kunnen derhalve vervallen. Tevens wordt een aantal onjuiste verwijzingen naar deze ingetrokken regeling en de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s in de Regeling retributies veterinaire en hygiënische aangelegenheden hersteld.

Artikel V, onderdeel C

In artikel 20a van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria is het laboratorium Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, bijen aangewezen als laboratorium dat het onderzoek, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van beschikking nr. 2003/881/EG2 verricht. Ook dit laboratorium heeft een naamswijziging ondergaan. Bovengenoemd onderdeel wijzigt de naam van het laboratorium.

Artikel V, onderdeel D

Verordening (EG) nr. 318/20073 geeft veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van bepaalde vogels in de Gemeenschap en vervangt beschikking nr. 2000/666/EG4. In bijlage VI, onderdeel 3, bij de verordening wordt ten aanzien van de genoemde onderzoeken voorgeschreven dat een aangewezen laboratorium deze onderzoeken uitvoert. Abusievelijk is de aanwijzing hiertoe door een eerdere wijziging in de regelgeving komen te vervallen. Dit wordt hersteld door in artikel 20d van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria het Centraal Veterinair Instituut aan te wijzen als laboratorium, bedoeld in bijlage VI, onderdeel 3, van verordening (EG) nr. 318/2007. Aan dit onderdeel wordt terugwerkende kracht verleend tot het moment dat de aanwijzing in de regelgeving is komen te vervallen. De reden voor deze terugwerkende kracht betreft het feit dat er altijd een aangewezen laboratorium moet zijn zoals voorgeschreven in de Verordening (EG) nr. 318/2007.

Artikelen VI, VII, onderdelen A, punten 1 en 2, B, D, VIII, onderdelen A en B

Richtlijn nr. 92/102/EEG5 bevatte regels betreffende de identificatie en registratie van dieren. De richtlijn is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd. Gelet daarop is overgegaan tot codificatie van de richtlijn. De gecodificeerde richtlijn nr. 2008/71/EG6 ziet slechts op de identificatie en registratie van varkens.

Door middel van de artikelen VI, VII, onderdelen A, punten 1 en 2, en B, worden de verwijzingen in de regelgeving aangepast.

Door middel van onderdeel D, van artikel VII, komen de begripsbepalingen van richtlijn nr. 92/102/EEG in de artikelen 3.1 en 4.1 van de Regeling handel levende dieren en levende producten te vervallen. De begripsbepaling is reeds opgenomen in artikel 1.1 van deze regeling en is in de artikelen 3.1 en 4.1 derhalve overbodig.

In artikel VIII, onderdeel A, wordt de begripsbepaling van de richtlijn aangepast in de Regeling identificatie en registratie van dieren. Onderdeel B, van dit artikel wijzigt artikel 13, tweede lid, van de Regeling. Hierin was bepaald dat uit lidstaten afkomstige varkens, alsmede schapen en geiten, geboren op of voor 9 juli 2005, geïdentificeerd moeten zijn overeenkomstig richtlijn nr. 92/102/EEG. Voor varkens betreft de wijziging het aanpassen van de verwijzing naar richtlijn nr. 2008/71/EG.

Artikel VII, onderdelen A, punten 3 en 4, C, E, G, H en I

Onderdeel A, punten 3 en 4, en onderdeel H, wijzigen de begripsbepalingen in de Regeling handel levende dieren en levende producten. Een tweetal begrippen dat eerder in artikel 8.1 van de Regeling was opgenomen wordt verplaatst naar artikel 1.1 om de helderheid en de leesbaarheid van de regeling te bevorderen. Tevens is gebleken dat een aantal begrippen dat opgenomen was in artikel 8.1 kan komen te vervallen.

De onderdelen C en I herstellen een tweetal onjuiste verwijzingen naar Europeesrechtelijke regelgeving. Door de onderdelen E en G wordt een tweetal omissies in de regeling hersteld.

Artikel VIII, onderdelen C en D

Onderdeel C herstelt een onjuiste verwijzing naar bijlage III, onderdeel a, bij de Regeling identificatie en registratie van dieren.

Onderdeel D herintroduceert de verplichting om naast gegevens met betrekking tot het aantal varkens ook het soort varkens bij aan- en afvoer op onderscheidenlijk van het bedrijf aan de minister te melden. De gegevens betreffende het soort varkens zijn van belang voor de controle en handhaving van de mestregelgeving. Deze verplichting is eerder per abuis uit de regeling verwijderd en wordt thans weer opgenomen.

Artikel X, onderdelen A tot en met E, en G

De onderdelen A, B, E en G betreffen technische aanpassingen. De onderdelen C en D hebben betrekking op de varkenssector. De eerste wijziging ziet op het lossen van vervoermiddelen geladen met varkens. Door deze wijziging dienen vervoermiddelen waarmee een of meer varkens worden vervoerd, na aankomst op de plaats van bestemming geheel te worden gelost. Hiermee sluit de regeling beter aan op de contactstructuur van de varkenssector zoals vastgelegd in de Verordening varkensleveringen (PVV).

De tweede wijziging ziet op het bijeenbrengen van varkens op een bedrijf. De structuur van de nieuwe regelgeving, die eveneens op 1 januari 2009 in werking zal treden, heeft tot gevolg dat varkens ongebreideld op een bedrijf bijeengebracht kunnen worden, zonder dat hiervoor beperkingen gelden. Dit ongewenste neveneffect van de nieuwe structuur wordt door deze wijziging hersteld. Het is derhalve niet meer toegestaan om varkens afkomstig van verschillende bedrijven bijeen te brengen op een bedrijf. Varkens afkomstig van één bedrijf mogen wel op één ander bedrijf worden aangevoerd. Uitzondering hierop zijn de slachtvarkens. Aangezien deze stroom naar het slachthuis gaat, mogen slachtvarkens afkomstig van verschillende bedrijven wel bijeengebracht worden op een bedrijf. Dit voorschrift sluit, net als het lossen op 1 locatie, goed aan bij de contactstructuur van de varkenssector als gereguleerd door de genoemde verordening van het PVV.

Artikel X, onderdeel F

Door middel van onderdeel F wordt de medebewindopdracht op het gebied van salmonella aangepast. In de Regeling is in de artikelen 95 en 96 een medebewindgrondslag opgenomen, op grond waarvan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de Minister) de medewerking vordert van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) op het gebied van, kort gezegd, de monitoring, preventie en bestrijding van salmonella. Het betreft hier uitvoering van richtlijn nr. 2003/99/EG7 en verordening (EG) nr. 2160/2003 ter bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers8. Ingevolge artikel 98 van de Regeling zijn deze nationale medebewindgrondslagen pas van toepassing voor een bepaalde schakel in de pluimveeketen, vanaf het moment van goedkeuring door de Commissie van het nationale bestrijdingsprogramma ter zake van zoönosen en zoönoseverwekkers dat op die betreffende schakel in de pluimveeketen betrekking heeft. Van deze goedkeuring dient mededeling te worden gedaan in de Staatscourant.

Het van toepassing worden van de medebewindgrondslagen voor een bepaalde sector heeft tot gevolg dat het PPE in die sector dan niet langer de monitoring, preventie, bestrijding van salmonella in autonomie regelt, maar dat het PPE dit in medebewind doet. Niet het PPE, maar de Minister draagt dan de eindverantwoordelijkheid op dit terrein.

Inmiddels heeft de Commissie bij beschikking van 30 november 2006 haar goedkeuring aan het nationale bestrijdingsprogramma salmonella in de vermeerderaarssector verleend9. Van deze goedkeuring is mededeling gedaan (Stcrt. 2007, 112). De medebewindgrondslagen zijn sindsdien van toepassing op de vermeerderaarssector. Voorts heeft de Commissie bij beschikking van 11 december 2007 ingevolge beschikking nr. 2007/848/EG ook het nationale bestrijdingsprogramma salmonella bij koppels legkippen van Gallus gallus goedgekeurd10. Ook van deze goedkeuring is mededeling gedaan in de Staatscourant (Stcrt. 2008, 40). Hiermee zijn de medebewindgrondslagen eveneens van toepassing geworden op de leghennensector.

Onlangs heeft de Commissie ook het nationale bestrijdingsprogramma voor de vlees- ofwel slachtkuikenssector goedgekeurd11. Van deze goedkeuring is in december 2008 mededeling gedaan in de Staatscourant. Ook op deze sector zijn de medebewindgrondslagen van toepassing en is daarom de onderhavige wijziging van de Regeling preventie noodzakelijk.

Bij iedere verschuiving van autonomie naar medebewind, zoals hierboven beschreven, dient de wijze van handhaving van de bepalingen in de PPE-verordeningen op dat terrein namelijk te worden herzien. Autonome productschapsregelgeving wordt in beginsel volledig tuchtrechtelijk gehandhaafd. Bij PPE-verordeningen die op basis van medebewind tot stand zijn gekomen, ligt dit echter anders. Overtredingen van medebewindvoorschriften worden strafrechtelijk gehandhaafd in de gevallen dat door de overtreding een belang wordt geraakt dat voor een grotere groep geldt dan alleen de specifieke groep die de betreffende norm moet naleven. Strafrecht wordt met andere woorden toegepast in de gevallen dat een algemeen belang wordt geraakt, dat de belangen van de bedrijfsgenoten die onder het toepassingsbereik van de PPE-verordening vallen, overstijgt. Tuchtrechtelijke handhaving is in die gevallen niet aan de orde. Op het gebied van Salmonella betekent dit dat indien er volksgezondheidsbelangen in het geding zijn (i.e. belangen die de belangen van de betrokken ondernemingen overstijgen), strafrechtelijke handhaving opportuun is.

Tegen deze achtergrond en in het licht van de verschuiving van autonomie naar medebewind in (ditmaal) de vleeskuikensector, is artikel 96, vierde lid, van de Regeling, waarin is weergegeven welke voorschriften van PPE-regelgeving op het gebied van salmonella tuchtrechtelijk worden gehandhaafd, op basis van de hierboven geschetste principes gewijzigd.

Artikel XII, onderdeel A

In artikel 1, onderdeel b, van de Regeling varkenssperma wordt Minister gedefinieerd als Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Dit behoort te zijn Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Onderdeel A herstelt dit.

Artikelen XIII, XIV en XV

Het subsidieplafond van de Subsidieregeling diergezondheid 1996 is inmiddels bereikt. Dit heeft tot gevolg dat de regeling thans de facto is ‘uitgewerkt’. Aangezien de subsidieregeling aldus in onbruik is geraakt en instandhouding ook niet langer noodzakelijk is, wordt de Subsidieregeling diergezondheid 1996 thans ingetrokken. Ook de Regeling betreffende maatregelen ter voorkoming van overbrenging besmetting en de Tijdelijke regeling handel runderen en rundvlees in verband met BSE zijn thans in onbruik geraakt en worden derhalve ingetrokken.

De Minister van Landbouw, Natuur, en Voedselkwaliteit,

G. Verburg.


XNoot
1

Stcrt. 2002, 127; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 21 mei 2008 (Stcrt. 101).

XNoot
2

Stcrt. 2005, 253; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 28 juli 2008 (Stcrt. 149).

XNoot
3

Stcrt. 1997, 246; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 5 december 2006 (Stcrt. 243).

XNoot
4

Stcrt. 2008, 139.

XNoot
5

Stcrt. 2006, 37; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 11 juli 2008 (Stcrt 139).

XNoot
6

Stcrt. 2005, 235; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 11 april 2008 (Stcrt. 76).

XNoot
7

Stcrt. 1994, 250; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 26 september 2008 (Stcrt. 190).

XNoot
8

Stcrt. 2002, 248; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 20 februari 2008 (Stcrt. 46).

XNoot
9

Stcrt. 2001, 123; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 5 december 2006 (Stcrt. 243).

XNoot
10

Stcrt. 2005, 120; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 26 september 2008 (Stcrt. 190).

XNoot
11

Stcrt. 2007, 247; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 20 februari 2008 (Stcrt. 42).

XNoot
12

Stcrt. 2001, 123; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 11 juli 2008 (Stcrt. 139).

XNoot
13

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 14 november 1997 (Stcrt. 224).

XNoot
14

Stcrt. 1996, 91; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 12 oktober 2001 (Stcrt. Suppl. 2001, 214).

XNoot
15

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 22 december 2000 (Stcrt. 249).

XNoot
1

Richtlijn nr. 91/67/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurprodukten (PbEG L 46).

XNoot
2

Beschikking nr. 2003/881/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 11 december 2003 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften en de certificeringsvoorwaarden voor de invoer van bijen en hommels (Apis mellifera & Bombus spp.) uit bepaalde derde landen en tot intrekking van Beschikking 2000/462/ EG (PbEU L 328).

XNoot
3

Verordening (EG) nr. 318/2007 van de Commissie van 23 maart 2007 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van bepaalde vogels in de Gemeenschap en de desbetreffende quarantainevoorschriften (PbEU L 84).

XNoot
4

Beschikking nr. 2000/666/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 16 oktober 2000 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften en de voorschriften inzake veterinaire certificering voor de invoer van vogels, met uitzondering van pluimvee, alsmede quarantainevoorschriften (PbEU L 278).

XNoot
5

Richtlijn nr. 92/102/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en registratie van dieren (PbEG L 355).

XNoot
6

Richtlijn nr. 2008/71/EG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 2008 met betrekking tot de identificatie en registratie van varkens (Gecodificeerde versie) (PbEU L 213).

XNoot
7

Richtlijn nr. 2003/99/EG van het Europees Parlement en de raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönosen en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de raad van de Europese Unie en intrekking van richtlijn nr. 92/117/EEG van de Raad van de Europese Unie (PbEG L 325).

XNoot
8

Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europese Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEG L 325).

XNoot
9

Beschikking van de Commissie tot goedkeuring van de door de lidstaten voor het jaar 2007 ingediende programma’s voor de uitroeiing en bewaking van dierziekten en van bepaalde TSE’s en ter preventie van zoönoses (PbEU L 337).

XNoot
10

Beschikking nr. 2007/848/EG van de Commissie van 11 december 2007 tot goedkeuring van bepaalde nationale programma’s voor de bestrijding van salmonella bij koppels legkippen van Gallus gallus (PbEU L333).

XNoot
11

Beschikking nr. 2008/815/EG van de Commissie van 20 oktober 2008 tot goedkeuring van bepaalde nationale programma’s voor de bestrijding van salmonella bij koppels slachtkuikens van Gallus gallus (PbEU L 283).