Wijziging Vreemdelingencirculaire 2000 (2008/06)

Besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 17 januari 2008, nr. 2008/06, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Staatssecretaris van Justitie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000 (Staatsblad 2000, 495), het Vreemdelingenbesluit 2000 (Staatsblad 2000, 497) en het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (Staatscourant 2001, nr. 10);

Besluit:

Artikel I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C24/Ivoorkust Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

1 Achtergrond

Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Ivoorkust. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.

De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van augustus 2007 over de situatie in Ivoorkust (zie de website van het Ministerie van BuZa).

2 Besluitmoratorium

Ten aanzien van asielzoekers uit Ivoorkust geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw.

3 Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen

3.1 Etnische groepen en minderheden

In heel Ivoorkust, en met name in Duékoué, Guiglo en de voormalige Vertrouwenszone is sprake van gespannen verhoudingen tussen leden van ‘Ivoriaanse’ etnische groepen en leden van immigrantengemeenschappen. Een deel van de mensenrechtenschendingen die in Ivoorkust worden gepleegd, is etnisch gemotiveerd. Bij wegversperringen in regeringsgebied ondervinden noorderlingen en immigranten meer hinder dan leden van andere bevolkingsgroepen. Zij lopen ook een verhoogd risico om slachtoffer te worden van schendingen van mensenrechten.

Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij vanwege zijn etnische afkomst te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

3.2 Personen met dissidente opvattingen en journalisten

De Grondwet erkent het recht op vrije meningsuiting, maar verbiedt tevens “alle vormen van propaganda” met als doel het aanzetten tot haat. Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat het erop lijkt dat de situatie voor journalisten, na de ondertekening van het akkoord van Ouagadoudou, is verbeterd. Over het algemeen is men vrij om te zeggen en publiceren wat men wil. Journalisten kunnen vrijelijk vaak zeer kritische artikelen over de regering of de rebellen publiceren, zonder dat er sprake is van represailles. Gewelddadige acties door pro-Gbagbo-groeperingen komen echter nog voor.

Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag, dan wel dat hij een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM vanwege zijn dissidente opvattingen dan wel zijn werkzaamheden als journalist, kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

3.3 Vrouwen

Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing.

(Seksueel) geweld tegen vrouwen

Geweld tegen vrouwen en meisjes, met inbegrip van seksueel geweld en seksuele intimidatie, komt op grote schaal voor in Ivoorkust. Seksueel geweld en seksuele intimidatie zijn strafbaar gesteld, maar in de praktijk wordt nauwelijks opgetreden tegen de daders. Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat het zeer moeilijk is om met succes aangifte te doen.

Vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor geweldpleging in Ivoorkust, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.

Genitale verminking

Hoewel genitale verminking in 1998 bij wet werd verboden, komt dit nog steeds voor in Ivoorkust, waarbij de daders over het algemeen ongestraft blijven. In het algemeen komt genitale verminking voor onder de plattelandsbevolking in het noorden en westen; in mindere mate in de centrale en zuidelijke delen van het land. Veel ouders in de steden laten hun dochters in het dorp van herkomst besnijden. Genitale verminking wordt meestal uitgevoerd bij jonge meisjes of meisjes in hun puberteit.

Indien een vrouw nog niet besneden is en dit in haar land van herkomst niet kan ontlopen, kan sprake zijn van een reëel risico voor een schending van artikel 3 EVRM. In die situatie kan op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend.

3.4 Dienstplichtigen en deserteurs

Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.

4 Traumatabeleid

Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Ivoorkust geen bijzonderheden.

5 Categoriale bescherming

Asielzoekers uit Ivoorkust komen met ingang van 28 november 2005 behoudens contra-indicaties op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).

6 Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten

6.1 Vlucht- en/of vestigingsalternatief

Gezien de algehele situatie in Ivoorkust wordt geen vlucht- of vestigingsalternatief tegengeworpen.

6.2 Veilig land van herkomst

Ivoorkust wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.

6.3 Veilig derde land / land van eerder verblijf

Ivoorkust wordt niet beschouwd als veilig derde land.

6.4 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.

7 Opvangmogelijkheden Amv’s

Ten aanzien van Amv’s uit Ivoorkust kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.

8 Vertrekmoratorium

Ten aanzien van asielzoekers uit Ivoorkust geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 17 januari 2008.
De Staatssecretaris van Justitie,
namens deze:
de directeur-generaalWetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, R.K. Visser.

Toelichting

Algemeen

De Minister van Buitenlandse Zaken heeft in augustus 2007 een algemeen ambtsbericht Ivoorkust uitgebracht. Voor Ivoorkust geldt sinds eind november 2005 een beleid van categoriale bescherming. Het ambtsbericht beslaat de periode van januari tot en met augustus 2007. Het ambtsbericht heeft geen aanleiding gegeven tot wijziging van het beleid. In dit wijzigingsbesluit zijn wel enkele actualiseringen als gevolg van het ambtsbericht opgenomen.

De Staatssecretaris van Justitie

namens deze:

de directeur-generaalWetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken,

R.K. Visser

Naar boven