Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2008, 195 pagina 8Besluiten van algemene strekking

Wijziging Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 september 2008, nr. BVE/IenI/2008/34807, tot wijziging van de Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009 in verband met het bekendmaken van de bedragen aanvullende vergoeding en van de FES-middelen 2008

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 2.2.3, derde lid, 12.3.8, tweede lid en 12.3.9, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Artikel I

De Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt ‘2007’ vervangen door: 2008.

B

Artikel 3, vierde lid, komt te luiden:

4. De FES-middelen die zijn verstrekt in 2007, worden uiterlijk in 2008 besteed. De FES-middelen die zijn verstrekt in 2008, worden uiterlijk in 2009 besteed. De aanvullende vergoeding, niet zijnde FES-middelen, wordt uiterlijk in 2010 besteed.

C

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

Hoogte van het budget

1. Voor het jaar 2008 is voor het verstrekken van een aanvullende vergoeding op grond van deze regeling beschikbaar:

a. voor instellingen, uitgezonderd de AOC: € 43.944.000,–, vermeerderd met € 69.334.000,– uit FES-middelen;

b. voor AOC: € 4.590.413,–, vermeerderd met € 3.795.000,– uit FES-middelen.

2. De Minister maakt in de Staatscourant bekend welk bedrag beschikbaar is voor het verstrekken van een aanvullende vergoeding op grond van deze regeling in het jaar 2009.

D

In artikel 4a wordt na ‘2007’ ingevoegd: en 2008.

E

Artikel 6 vervalt.

F

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8

Betaling

1. De betaling van de aanvullende vergoeding voor het jaar 2008 vindt plaats in oktober van dat jaar.

2. De betaling van de aanvullende vergoeding voor het jaar 2009 vindt plaats in het tweede kwartaal van dat jaar.

G

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

Financiële verantwoording

1. De aanvullende vergoeding en de FES-middelen worden uitsluitend aangewend voor de doelen waarvoor zij zijn verstrekt.

2. De aanvullende vergoeding, niet zijnde FES-middelen, die op 1 januari 2011 niet is besteed wordt teruggevorderd.

3. De FES-middelen die in 2007 zijn uitgekeerd en op 1 januari 2009 niet zijn besteed worden teruggevorderd. De FES-middelen die in 2008 zijn uitgekeerd en op 1 januari 2010 niet zijn besteed worden teruggevorderd.

4. De verantwoording van de aanvullende vergoeding en de FES-middelen geschiedt in de jaarrekening die op dat jaar betrekking heeft. De jaarrekening omvat een helder onderscheid tussen de besteding van de aanvullende vergoeding en de FES-middelen.

5. Aan de jaarrekening en het jaarverslag van de instelling wordt door het bevoegd gezag de informatie opgenomen, bedoeld in bijlage I bij deze regeling.

6. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende vergoeding en de FES-middelen.

7. De instellingsaccountant controleert aan de hand van de administratie van de instelling of is voldaan aan de eis van artikel 4a.

8. Indien niet is voldaan aan de eis van artikel 4a, wordt een bedrag teruggevorderd dat gelijk is aan het verschil tussen de daadwerkelijk bestede FES-middelen en de FES-middelen die op grond van artikel 4a voor besteding zijn toegestaan.

H

Artikel 9a vervalt.

I

Als bijlage wordt toegevoegd de bijlage bij deze regeling.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart.

Bijlage

FES gelden

Beschikbaar gesteld:

       

Toegekend bedrag 2007

      

Cofinanciering 2007

      

Totaal beschikbaar 2007

           
             

Overloop 2007 naar 2008:

            

Overloop toegekend bedrag 2007 naar 2008

           

Overloop cofinanciering 2007 naar 2008

           

Toegekend bedrag 2008

           

Totaal beschikbaar 2008

            
 

AMBITIE

    

REALISATIE

   
 

personeel

overig

aantal

docenten

aantal deelnemers

samenwerking met andere

partijen

J/N

 

personeel

overig

aantal

docenten

aantal deelnemers

samenwerking met andere

partijen

J/N

1.1. Ontwikkelen lesmateriaal voor competentiegericht beroepsonderwijs

x

x

  

x

x

 

1.2. Docentenstages

 

x

  

 

x

 

1.3. Instroom zwakke doelgroepen in praktijkopleidingen

x

   

x

  

1.4 Ontwikkelen examenmateriaal voor competentiegericht beroepsonderwijs

                 

Totaal te besteden bedrag in 2008

x

x

x

 

x

x

x

Te besteden in 2009

x

x

x

 

x

x

x

Overige innovatiegelden

Beschikbaar gesteld:

       

Overloop toegekend bedrag 2007 naar 2008

      

Toegekend bedrag 2008

      

Totaal beschikbaar 2008

      
 

AMBITIE

    

REALISATIE

   
 

personeel

overig

aantal

docenten

aantal deelnemers

samenwerking met andere

partijen

J/N

 

personeel

overig

aantal

docenten

aantal deelnemers

samenwerking met andere

partijen

J/N

2.1 Versterken praktijkgerichtheid in het leertraject

x

x

  

x

x

 

2.2 Optimaliseren van de schoolorganisatie

x

x

  

x

x

 

2.3 Verbeteren begeleiding deelnemers binnenschools

    

   

2.4 Verbeteren begeleiding deelnemers buitenschools

    

   

3. Verbetering aansluiting beroepskolom

x

x

  

x

x

 

4. Vernieuwing beroepsonderwijs met bedrijfsleven

x

x

  

x

x

 

5. Bevorderen ondernemerschap

    

   

Totaal te besteden bedrag in 2008

x

x

x

 

x

x

x

Te besteden in 2009

x

x

x

 

x

x

x

Deze bijlage dient te worden toegelicht. Indien er (grote) discrepanties zijn tussen ambities en realisaties, dan dient de instelling deze verschillen te verklaren en aan te geven welke maatregelen nodig zijn om de gestelde ambities alsnog te bereiken.

Toelichting

Deze regeling wijzigt de Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009. Door deze wijziging worden de middelen die voor de aanvullende vergoeding beschikbaar zijn, bekend gemaakt alsmede de FES-middelen. Met de Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009 zijn middelen voor innovatie rechtstreeks aan de MBO-instellingen ter beschikking gesteld via de systematiek van ‘oormerking’. De hoogte van de middelen voor een instelling is afhankelijk van de hoogte van de reguliere bekostiging van die instelling. Conform hetgeen in de oorspronkelijke regeling in artikel 4, derde lid, is opgenomen, wordt er vanaf 2008 geen aanvullende vergoeding meer aan de kenniscentra verstrekt.

De instellingen kunnen met de middelen voor de aanvullende vergoeding in overleg met de samenwerkingspartners in de regio onderwijsvernieuwing vorm geven. In 2008 worden de middelen voor innovatie via dezelfde systematiek als in 2007 ter beschikking gesteld aan de MBO-instellingen. De thema’s van de landelijke innovatieagenda, zoals vastgesteld door de landelijke overheid, Het Platform Beroepsonderwijs (HPBO) en de Stichting van de Arbeid (STAR), zijn niet gewijzigd en blijven de thema’s voor het jaar 2008. Deze thema’s blijven hiermee richtinggevend voor de ontwikkeling van de onderwijsvernieuwing in de regio.

FES-middelen en FES-doelen

Op basis van een positieve evaluatie heeft het Kabinet besloten de tweede tranche FES-middelen voor het project ‘Beroepsonderwijs in bedrijf’ beschikbaar te stellen. Dit betekent dat in vervolg op de FES-middelen die in 2007 beschikbaar zijn gesteld, in 2008 wederom FES-middelen met een totaalbedrag van € 73.129.000 via onderhavige regeling beschikbaar worden gesteld. Bij dit bedrag is tevens inbegrepen een prijsstelling over de eerste en de tweede tranche FES-middelen. Dit is tevens het laatste jaar dat FES-middelen beschikbaar worden gesteld ten behoeve van de realisatie van de in artikel 2 genoemde FES-doelen. Bij de verkrijging van deze tweede tranche is de toezegging gedaan dat er een kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar de effectiviteit van de FES-middelen zal worden gestart (zie onder het kopje ‘verantwoording en evaluatie’).

De FES-middelen dienen te worden besteed aan de doelen zoals omschreven in artikel 2, vierde lid, van de Regeling Innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009, te weten:

– Het ontwikkelen van les- en examenmateriaal voor competentiegericht onderwijs,

– Het investeren in kennis van docenten over het bedrijfsleven door middel van docentstages, en

– Het aanjagen van instroom vanuit zwakkere groepen uit de beroepsbevolking tot 23 jaar in maatwerktrajecten die vooral of geheel in de praktijk worden uitgevoerd.

De kwantitatieve doelen zijn eveneens ongewijzigd gebleven. De instellingen dienen in totaal 5400 docentstages en 7000 maatwerktrajecten te realiseren.

Verantwoording en evaluatie

Conform de verantwoordingssystematiek van de regeling, moeten de onderwijsinstellingen inhoudelijke verantwoording afleggen in het jaarverslag. Met deze verantwoording worden de regionale innovatieambities en de resultaten op de thema’s van de innovatieagenda in kaart gebracht. Daarnaast wordt in het jaarverslag verantwoording afgelegd over de resultaten die met de FES-middelen zijn bereikt. Bij de jaarverslaglegging dient de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (Staatscourant 2007, nr. 251), die op 1 januari 2008 in werking is getreden, in acht te worden genomen. Op grond van artikel 3, onder j, van die regeling moet aan het jaarverslag en de jaarrekening specifieke informatie worden toegevoegd in de vorm van een aanvullende gegevensset. In de bijlage, die aan de Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009 wordt toegevoegd, worden deze gegevens gespecificeerd. De informatie die beschikbaar komt op grond van de jaarverslagen en de aanvullende gegevensset zal worden gebruikt als input voor de beleidsevaluatie.

Naar aanleiding van de toezegging die is gedaan ter verkrijging van de tweede tranche FES-middelen, wordt een meerjarig onderzoek met experimenteel design gestart naar de langetermijneffecten van de inzet van FES-middelen. Het onderzoek zal zich richten op de effectiviteit van maatwerktrajecten voor zwakke groepen tot de leeftijd van 23 jaar. Tevens wordt een kwalitatief onderzoek gestart naar de overige twee FES-doelen: de docentstages en het les- en examenmateriaal voor competentiegericht onderwijs. Van instellingen wordt verwacht dat zij aan deze onderzoeken meewerken.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdelen G en H (artikel 9 en 9a)

Met de wijziging van artikel 9 en het vervallen van artikel 9a is tot uitdrukking gebracht dat het in beide gevallen, dus zowel wat betreft de aanvullende vergoeding als wat betreft de FES-middelen, gaat om geoormerkt geld. Verantwoording in de jaarrekening voor beide subsidies vindt dus op gelijke wijze plaats.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart