Wijziging Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006

Besluit van de Staatssecretaris voor Europese Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 3 oktober 2008, nr. DJZ/BR-843/2008, tot wijziging van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, in verband met de verlening van subsidies in het kader van het internationaal cultuurbeleid en op het gebied van cultuur en ontwikkeling

De Staatssecretaris voor Europese Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op artikel 2 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluit:

Artikel I

Afdeling 8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 komt te luiden:

Afdeling 8

Cultuur; regionale prioriteiten

Paragraaf 1

Cultuur

De Minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:

a. bevordering van de internationale betrekkingen op cultureel gebied;

b. versterking van de culturele sector in ontwikkelingslanden, of

c. bevordering van de kennis van en het begrip voor cultuuruitingen in ontwikkelingslanden.

1. Voor subsidie met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 8.1, onder a, komen in aanmerking:

a. bezoekersprogramma’s voor buitenlandse cultuurdeskundigen;

b. gebundelde of sectorale presentaties van Nederlandse cultuuruitingen in het buitenland;

c. activiteiten met het oog op de uitvoering van culturele verdragen of internationale afspraken op het terrein van de cultuur, en

d. kleinschalige lokale culturele projecten in het buitenland, gericht op de plaatselijke bevolking met een herkenbare Nederlandse component.

2. Subsidie voor activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, kan uitsluitend worden verleend aan sectorinstituten met een internationale taak die door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn aangewezen en aan fondsen, bedoeld in artikel 9 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.

1. Voor subsidie met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 8.1, onder b en c, komen in aanmerking:

a. activiteiten gericht op de totstandkoming van cultuuruitingen met name in ontwikkelingslanden door kunstenaars en culturele instellingen afkomstig uit of werkzaam in ontwikkelingslanden en

b. stageprogramma’s gericht op kunstenaars afkomstig uit ontwikkelingslanden.

2. Subsidie voor activiteiten, bedoeld in het eerste lid, kan uitsluitend worden verleend aan instellingen die naar doelstelling en werkwijze geheel of overwegend zijn gericht op de bevordering en verspreiding van cultuuruitingen met name in ontwikkelingslanden door kunstenaars of culturele instellingen afkomstig uit of werkzaam in ontwikkelingslanden.

Paragraaf 2

Regionale prioriteiten

De Minister kan subsidie verlenen voor activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan bevordering van de sociale en politieke banden en de economische samenwerking tussen Nederland en landen waarmee Nederland door nabuurschap, door culturele en historische betrekkingen, door hun betekenis als land van herkomst van in Nederland levende migranten of anderszins een bijzondere band heeft.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris voor Europese Zaken, F. Timmermans.De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, B. Koenders.

Toelichting

De onderhavige wijziging van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 strekt ertoe een adequate juridische grondslag tot stand te brengen voor subsidieverlening in het kader van het internationaal cultuurbeleid1 en het beleid inzake cultuur en ontwikkeling ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Om versnippering te voorkomen, komen uitsluitend sectorinstituten, die door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn aangewezen, de cultuurfondsen en het coördinerend instituut op het terrein van internationaal cultuurbeleid SICA voor subsidieverlening in het kader van het internationaal cultuurbeleid in aanmerking (artikel 8.2, tweede lid).

Subsidies op het terrein van cultuur en ontwikkeling zijn niet bestemd voor organisaties waarvan de primaire doelstelling is gericht op structurele armoedebestrijding. Dergelijke organisaties kunnen via het Medefinancieringsstelsel voor subsidie in aanmerking komen. Subsidies op het terrein van cultuur en ontwikkeling zijn uitsluitend bestemd voor organisaties met een culturele doelstelling.

De Staatssecretarisvoor Europese Zaken,

F. Timmermans

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

B. Koenders

Naar boven