9 september 2008
Nr. IVW TBE 45.1.a - 2008 - 242 -
Heli Holland Airservice BV
Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat,
houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum
VFR-vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en
havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 2 september 2008, ontvangen op 4
september 2008 van Heli Holland Airservice BV.
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdracht van Heli Holland in samenwerking met het agentschap telecom;
het meten van straalgegevens is relevant voor de communicatie binnen Nederland;
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Deze beschikking is van toepassing op de helikopter van het type AS 355
Aerospatiale Twinstar F1 in gebruik bij Heli Holland Airservice BV waarmee
de VFR-vluchten worden uitgevoerd voor het meten van straalgegevens bij de
radiotoren Wieringen, de radiotoren Rotterdam-Waalhaven en de radiotoren Markelo.
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter van het type
AS 355 Aerospatiale Twinstar F1 wordt van 15 september 2008 tot en met 15
oktober 2008 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste
lid, onder a, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten uit te voeren
beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden met aaneengesloten bebouwing,
industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder
a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften
en beperkingen:
a. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt 500 ft doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen
binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;
b. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. vee niet wordt verstoord;
3. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;
4. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) | Adviessnelheid (kts) |
|---|
800 - 1500 | < 50 |
1500 - 2000 | < 100 |
2000 - 5000 | < 120 |
d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte met betrekking
tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
e. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing te verlaten;
f. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke
gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter van het type AS 355 Aerospatiale Twinstar
F1;
g. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het daadwerkelijk doen van metingen noodzakelijk is
en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie is
doorgegeven;
h. minimaal één uur voor aanvang van de vlucht boven de
in artikel 1 genoemde radiotoren Wieringen wordt toestemming gevraagd aan
de luchtverkeersleiding van Maritiem Vliegkamp De Kooij; aan de voorwaarden
door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;
i. voor aanvang van de vlucht boven de in artikel 1 genoemde radiotoren
Markelo wordt gecoördineerd met de Supervisor van MilATCC Nieuw Milligen;
aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;
j. vóór aanvang van de vlucht boven de in artikel 1 genoemde
radiotoren Rotterdam-Waalhaven wordt gecoördineerd met de operationele
helpdesk; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;
k. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever
in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht;
l. het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften
en beperkingen kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de
inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 15 september 2008 en
vervalt met ingang van 16 oktober 2008 tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
- de gronden van het bezwaar.