Overdracht winningsvergunning P14a, uittreding Wintershall Noordzee B.V.

2 december 2008

Nr. ET/EM / 8186252

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop:

  • Wintershall Noordzee B.V. (hierna genoemd Wintershall), Petro-Canada Netherlands B.V. (hierna genoemd Petro-Canada B.V.) en Smart Energy Solutions B.V. (hierna genoemd SES B.V.) zijn gezamenlijk houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 29 april 1992 met kenmerk e/ema/92020553 (Stcrt. 1992 nr. 99) verleende winningsvergunning voor een deel van blok P14 (P14a) van het continentaal plat, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart;

  • Wintershall heeft mede namens Petro-Canada B.V. en SES B.V. bij brief van 17 oktober 2008 verzocht om toestemming op grond van artikel 20 van de Mijnbouwwet voor overdracht van de winningsvergunning P14a aan Petro-Canada B.V. en SES B.V. en gevraagd om Petro-Canada B.V. aan te wijzen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent, zoals bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Overwegingen:

  • Deze winningsvergunning wordt op grond van artikel 143, tweede lid, onder c van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, nr. 542) beschouwd als een winningsvergunning als bedoeld in artikel 6 van de Mijnbouwwet;

  • Voor het deel van het blok waarvoor de winningsvergunning geldt, geldt niet ook een door een ander gehouden opslagvergunning (artikel 20, eerste lid, Mijnbouwwet in samenhang met artikel 7, tweede lid, Mijnbouwwet);

  • De aanvraag wordt als volgt begrepen dat de huidige vergunninghouder de vergunning wil overdragen, zodanig dat de beoogde vergunninghouder bestaat uit Petro-Canada B.V. en SES B.V. gezamenlijk, waarbij Petro-Canada B.V. wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent, zoals bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet;

  • Noch de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouder, noch de wijze waarop hij voornemens is met de vergunning activiteiten te verrichten, noch zijn efficiëntie en verantwoordelijkheidszin bij winningsactiviteiten geven aanleiding de gevraagde toestemming te weigeren (artikel 20, eerste lid, Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder a t/m c Mijnbouwwet).

Gelet op artikel 20, eerste lid, en artikel 22, derde lid en vijfde lid, van de Mijnbouwwet en artikel 1.3.7, derde lid, van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan de houder van de winningsvergunning P14a, verleend bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 29 april 1992 met kenmerk e/ema/92020553 (Stcrt. 1992 nr. 99) verleende winningsvergunning voor blokdeel P14a wordt toestemming verleend tot overdracht van de vergunning, zodat Petro-Canada Netherlands B.V. en Smart Energy Solutions B.V. houder zullen worden van deze winningsvergunning.

Artikel 2

Petro-Canada Netherlands B.V. is na overdracht de persoon als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 3

De vergunning dient binnen één jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 4

De vergunningouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken en aan Energie Beheer Nederland B.V., Postbus 19063, 3501 DB Utrecht.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

MT-lid directie Energiemarkt,

Y. Peters.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven