Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)Staatscourant 2008, 172 pagina 28Overig

NMa Uitvoeringsregel verkorte afdoening 2008

Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van 2 september 2008 tot het vaststellen van uitvoeringsregels omtrent het verkort afdoen van concentratiemeldingen

De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,

Gelet op de artikelen 3:48 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht jo. paragrafen 1 tot en met 3 van hoofdstuk 5 van de Mededingingswet;

Besluit:1

Artikel 1

Dit besluit regelt wanneer de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de Raad) de in artikel 34 van de Mededingingswet bedoelde concentratiemelding verkort kan afdoen door overeenkomstig artikel 3:48 van de Algemene wet bestuursrecht vermelding van de motivering bij de mededeling die op de melding volgt, achterwege te laten.

Artikel 2

De Raad zal vermelding van de motivering van de in artikel 37 van de Mededingingswet bedoelde mededeling in beginsel achterwege laten indien de mededeling inhoudt dat voor het tot stand brengen van de gemelde concentratie geen vergunning is vereist, en geen van de volgende omstandigheden zich voordoet:

a. de mededeling is gedaan onder voorwaarden als bedoeld in artikel 37, vierde lid, van de Mededingingswet of is het gevolg van een wijziging van de melding;

b. de mededeling wijkt af van een door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) of de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) met betrekking tot de gemelde concentratie aan de Raad uitgebrachte zienswijze of van een door het Commissariaat voor de Media aan de Raad uitgebracht advies;

c. bij de behandeling van de gemelde concentratie is gebleken van relevante bezwaren van belanghebbende derden tegen die concentratie.

Artikel 3

In de in artikel 2 onder b en c bedoelde gevallen kan de Raad besluiten de motivering van de mededeling ten aanzien van de daar bedoelde zienswijze, resp. het daar bedoelde advies of bezwaar te vermelden en de motivering voor het overige achterwege te laten.

Artikel 4

In geval van verkorte afdoening van de mededeling ingevolge artikel 37 van de Mededingingswet zal gebruik worden gemaakt van de standaardvorm als opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 5

Het Besluit omtrent het afdoen van concentratiemeldingen door middel van een verkort besluit2 wordt ingetrokken.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: NMa Uitvoeringsregel verkorte afdoening 2008.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 2 september 2008.
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,
P. Kalbfleisch.
R.J.P. Jansen.
G.J.L. Zijl.

Bijlage (standaard verkort besluit)

BESLUIT

Nummer:

Betreft zaak:

Datum ontvangst melding:

Op bovenvermelde datum heeft de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de Raad) een melding ontvangen van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 34 van de Mededingingswet. Hierin is medegedeeld dat

#[Partij 1] en [partij 2] voornemens zijn te fuseren, in de zin van artikel 27, eerste lid, onder a, van de Mededingingswet.

#[Partij 1] voornemens is zeggenschap te verkrijgen, in de zin van artikel 27, eerste lid, onder b, van de Mededingingswet, over [over te nemen (deel van) onderneming].

#[Partij 1] en [partij 2] voornemens zijn een gemeenschappelijke onderneming tot stand te brengen, in de zin van artikel 27, tweede lid, van de Mededingingswet.

Na onderzoek van de melding en de daarbij ingediende gegevens heeft de Raad vastgesteld dat de gemelde operatie binnen de werkingssfeer van het in hoofdstuk 5 van de Mededingingswet geregelde concentratietoezicht valt. De Raad heeft geen reden om aan te nemen dat de concentratie de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze zou kunnen belemmeren.

Gelet op het bovenstaande deelt de Raad mede dat voor het tot stand brengen van de concentratie waarop de melding betrekking heeft, geen vergunning is vereist.

Datum:

De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,

namens deze:

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit een gemotiveerd beroepschrift indienen bij de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, sector bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam.

Toelichting

De NMa heeft in de eerste jaren na de inwerkingtreding van de Mededingingswet (1998 - 2000) de praktijk gevolgd om naar aanleiding van meldingen van voorgenomen concentraties in alle gevallen een min of meer uitgebreid gemotiveerde mededeling vast te stellen. Een openbare versie daarvan werd openbaar gemaakt via de website van de NMa. Dit laatste wordt door de Mededingingswet niet voorgeschreven, maar komt de facto overeen met het wel voorgeschreven ter inzage leggen van besluiten op een aanvraag om vergunning voor een concentratie (artikel 44, derde lid, van de Mededingingswet).

Door het grote aantal beslissingen werd door de NMa snel ervaring opgebouwd. Doordat van de mededelingen steeds openbare versies werden bekendgemaakt was het voor ondernemingen en hun adviseurs goed mogelijk om kennis te nemen van de beslispraktijk van de NMa en de ontwikkelingen daarin te volgen. Ten aanzien van besluiten op een melding is hierbij echter gebleken van een snel afnemende toegevoegde waarde. In het op 4 augustus 2000 vastgestelde Besluit omtrent het afdoen van concentratiemeldingen door middel van een verkort besluit3 gaf de NMa aan concentratiemeldingen in bepaalde meer eenvoudige gevallen in verkorte vorm af te zullen doen. In de bedoelde eenvoudige gevallen gold dat de motivering van het besluit voor de transparantie van de besluitvorming weinig of geen toegevoegde waarde had. Op grond van de ervaringen in de daarop volgende jaren besloot de Raad op 20 september 2006 tot een verruiming van de criteria voor verkorte afdoening.4

Thans wordt opnieuw een verdere verruiming mogelijk geacht. Daarbij is tevens afgestapt van het hanteren van marktaandelen als criterium voor verkorte afdoening. Gebleken is dat het in een deel van de gevallen waarin de tot dusverre gehanteerde marktaandeelgrenzen worden overschreden toch evident is dat de Raad kan afzien van het eisen van een vergunning voor het tot stand brengen van de concentratie. Hierbij kan bij voorbeeld worden gedacht aan gevallen die zich kenmerken door de aanwezigheid van een voldoende aantal krachtige concurrenten en/of lage toetredingsdrempels, of het bestaan van een goed werkende biedmarkt.

Artikel 2 geeft aan dat vermelding van de motivering voortaan in het algemeen achterwege zal worden gelaten indien de mededeling inhoudt dat voor het tot stand brengen van de gemelde concentratie geen vergunning is vereist. De Raad gaat er van uit dat dan in de regel geen behoefte bestaat aan vermelding van de motivering. Een uitzondering vormen de in artikel 2 sub a tot en met c aangegeven gevallen. Van de mededeling die inhoudt dat voor de gemelde concentratie een vergunning is vereist zal de motivering dus altijd volledig worden vermeld. Hetzelfde geldt indien de mededeling die inhoudt dat voor de gemelde concentratie geen vergunning is vereist mogelijk is gemaakt door een remedie5 (artikel 2 sub a). In de in artikel 2 sub b en c bedoelde gevallen kan de Raad kiezen voor volledige vermelding van de motivering, maar is ook gedeeltelijke vermelding van de motivering mogelijk (zie artikel 3).

Voorts zal de Raad er evenals voorheen voor kunnen kiezen een concentratiemelding geheel of gedeeltelijk onverkort af te doen, ook al zou vermelding van de motivering naar de maatstaf van artikel 3:48 van de Algemene wet bestuursrecht achterwege kunnen blijven. Dit kan zich bij voorbeeld voordoen indien de Raad het van belang acht enig onderdeel van de beoordeling openbaar te maken, of indien de Raad er van uitgaat dat voor de motivering of een onderdeel daarvan uitgesproken belangstelling bestaat bij belanghebbenden of bij het publiek. Op deze wijze blijft de besluitvorming van de Raad transparant en kunnen ondernemingen daarop blijven anticiperen.

In het besluit is geen overgangsbepaling opgenomen. De nieuwe regeling kan dus direct worden toegepast, ook ten aanzien van concentratiemeldingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit reeds bij de NMa in behandeling zijn.

De verdere verruiming van de verkorte afdoening draagt bij aan een nog doelmatiger inzet van de bij de NMa beschikbare capaciteit. Verkorte afdoening kan ook de lasten voor ondernemingen beperken. In de eerste plaats kan tijdwinst worden geboekt die, mede afhankelijk van de totale werkdruk op het moment van behandeling, kan leiden tot een snellere afdoening van zaken. Ook zal bij een afdoening bij verkort besluit in veel gevallen geen overleg hoeven te worden gevoerd over de vraag welke gegevens in het besluit een vertrouwelijk karakter hebben en uit de openbare versie moeten worden weggelaten. Ook dit betekent een lastenbeperking voor alle betrokken partijen.

Artikel 37 Mededingingswet spreekt in verband met de afdoening van concentratiemeldingen over het doen van een mededeling. Niettemin gaat de Raad er van uit dat het daarbij gaat om besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 3:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht biedt de mogelijkheid om de motivering van een besluit achterwege te laten indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. Echter, verzoekt een belanghebbende binnen een redelijke termijn om de motivering van dat besluit, dan moet deze zo spoedig mogelijk alsnog worden verstrekt (artikel 3:48, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). De Raad blijft er derhalve van uitgaan dat in geval van verkorte afdoening alsnog de motivering moet worden verstrekt indien een belanghebbende daarom binnen een redelijke termijn verzoekt.

De keuze voor afdoening bij verkort besluit betekent niet dat in de desbetreffende gevallen met een onvolledige melding zou kunnen worden volstaan. Een melding moet alle gegevens bevatten die in het meldingsformulier6 worden gevraagd. Meldende partijen kunnen bevorderen dat een melding bij verkort besluit wordt afgedaan door zo volledig en betrouwbaar mogelijke gegevens te verstrekken.

1 Een voorstel voor dit besluit is gedurende een consultatieperiode van een maand op de website van de NMa bekend gemaakt.

2 Stcrt. 2000, 150, nadien gewijzigd in Stcrt. 2006, 185 en Stcrt. 2007, 227.

3 Stcrt. 2000, 150, nadien gewijzigd in Stcrt. 2006, 185 en Stcrt. 2007, 227.

4 Stcrt. 2006, 185.

5 Zie de Richtsnoeren Remedies 2007, Stcrt. 2007, 187.

6 Zie www.nmanet.nl/nederlands/home/Bedrijven/Melden_van_concentraties/Index.asp