20 augustus 2008
Nr. IVW TBE 45.1.a - 2007 - 234 -
Heli Holland Airservice BV
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 14 augustus 2008, ontvangen op 15
augustus 2008 van Heli Holland Airservice BV.
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdracht van Heli Holland in samenwerking met Robberechts ten behoeve
van het maken van opnamen van markante steden en locaties in Nederland; voor
het maken van opnamen wordt gebruik gemaakt van een gyro-gestabiliseerd camerasysteem;
voor de desbetreffende film zijn de opnamen noodzakelijk om een goed en uitgebreid
beeld te geven van stedelijke concentraties en gebieden met een hoge verkeersdichtheid,
zowel weg- als luchtverkeer;
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Deze beschikking is van toepassing op de helikopter van het type AS 355
Aerospatiale Twinstar F1 in gebruik bij Heli Holland Airservice BV waarmee
de VFR-vlucht wordt uitgevoerd voor het maken van opnamen boven Schiphol,
Amsterdam en Rotterdam om stedelijke concentraties en gebieden met een hoge
verkeersdichtheid goed en duidelijk in beeld te brengen.
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter van het type
AS 355 Aerospatiale Twinstar F1 wordt van 24 augustus 2008 tot en met 24 september
2008 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid,
onder a, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten uit te voeren beneden
de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie-
en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende
de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a, bedoelde
luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt 500 ft doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen
binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. vee niet wordt verstoord;
3. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;
4. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) | Adviessnelheid (kts) |
|---|
800 - 1500 | < 50 |
1500 - 2000 | < 100 |
2000 - 5000 | < 120 |
d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte met betrekking
tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
e. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing te verlaten;
f. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke
gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter van het type AS 355 Aerospatiale Twinstar
F1;
g. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het daadwerkelijk maken van opnamen noodzakelijk is
en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie is
doorgegeven;
h. voor het maken van opnamen wordt de helikopter hoogstens een kwartier
per locatie toegestaan;
i. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie
en worden de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerder(s), registratie en model/type
- route en periode van de voorgenomen vlucht
j. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de operationele helpdesk; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt
de hand gehouden;
k. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn
van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij
het Ministerie van Defensie;
l. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever
in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht;
m. het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften
en beperkingen kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend
zijn met de inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 24 augustus 2008 en
vervalt met ingang van 25 september 2008, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
- de gronden van het bezwaar.