13 augustus 2008
IVW TBE 45.1.a-2008-224-Heli Holland
Airservice BV
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 7 augustus 2008, ontvangen op 8
augustus 2008 van Heli Holland Airservice BV;
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdracht van Heli Holland in samenwerking met Dutchview; via het
vervaardigen van de opnamen wordt het Bavaria City Racing Event gefilmd voor
een rechtstreekse uitzending op televisie, zodat het event beschikbaar is
voor een groot deel van de Nederlandse samenleving;
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Deze beschikking is van toepassing op de helikopter van het type AS 355
Aerospatiale Twinstar F1 in gebruik bij Heli Holland Airservice BV waarmee
de VFR-vlucht wordt uitgevoerd voor het maken van opnamen boven Rotterdam
ten behoeve van een rechtstreekse uitzending van het Bavaria City Racing Event.
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter van het type
AS 355 Aerospatiale Twinstar F1 wordt op 17 augustus 2008 ontheffing verleend
van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onder a, van het Luchtverkeersreglement,
om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven
gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder
begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode,
zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a, bedoelde luchtvaartgids,
met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt 500 ft doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen
binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;
b. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;
3. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) | Adviessnelheid (kts) |
|---|
800 – 1500 | < 50 |
1500 – 2000 | < 100 |
2000 – 5000 | < 120 |
c. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte met betrekking
tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
d. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing te verlaten;
e. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke
gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter van het type AS 355 Aerospatiale Twinstar
F1;
f. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het daadwerkelijk maken van opnamen noodzakelijk is
en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie is
doorgegeven;
g. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie
en worden de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerder(s), registratie en model / type
- route en periode van de voorgenomen vlucht;
h. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de operationele helpdesk; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt
de hand gehouden;
i. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn
van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij
het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BBMG, Sectie Luchtfotografie;
j. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever
in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht;
k. bij het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften
en beperkingen kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend
zijn met de inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 17 augustus 2008 en
vervalt met ingang van 18 augustus 2008 tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
- de gronden van het bezwaar.