Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2008, 156 pagina 156 | Convenanten |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2008, 156 pagina 156 | Convenanten |
Convenant tussen de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
de gemeente Nijmegen als contactgemeente van RMC-regio 14 Arnhem/Nijmegen, tevens als contactgemeente van de subregio Nijmegen,
de gemeente Arnhem als contactgemeente van de subregio Arnhem van RMC-regio 14 Arnhem/Nijmegen en,
de besturen van de Regionale Opleidingscentra in de regio’s Arnhem en Nijmegen:
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Rijn IJssel;
Stichting Algemeen Christelijk Onderwijs Ede-Arnhem;
Stichting Beroepsonderwijs en Volwassen Educatie Oost Gelderland;
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Nijmegen en omstreken;
de besturen van scholen voor Voortgezet Onderwijs in de regio’s Arnhem en Nijmegen:
Samenwerkingsstichting Voortgezet Onderwijs Overbetuwe, Arnhem, Renkum en Liemers;
Stichting Algemeen Christelijk Onderwijs Ede-Arnhem;
Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Over- en Midden-Betuwe;
Stichting Regionale Scholengemeenschap Het Rhedens;
Alliantie Voortgezet Onderwijs voor Nijmegen en het Land van Maas en Waal;
Stichting Helicon Opleidingen;
Scholengemeenschap voor Voortgezet Vrije Schoolonderwijs;
Scholengroep Rijk van Nijmegen;
Voortgezet Montessori Onderwijs Nijmegen e.o.;
inzake het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters in de schooljaren 2007-2008 tot en met 2010-2011
Partijen:
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mw. Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart, handelende als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staatssecretaris.
De contactgemeente van de RMC-regio 14 Arnhem/Nijmegen te dezen vertegenwoordigd door mw. Hannie Kunst, wethouder Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Economie van de gemeente Nijmegen, hierna te noemen regio Arnhem/Nijmegen en subregio Nijmegen.
De contactgemeente van de subregio Arnhem van RMC-regio 14 Arnhem/Nijmegen te dezen vertegenwoordigd door dhr. Willem Hoeffnagel, wethouder Onderwijs en Jeugdbeleid van de gemeente Arnhem, hierna te noemen subregio Arnhem.
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Arnhem Rijn IJssel, te Arnhem, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door het College van Bestuur: mw. drs. T.C. Lamers (voorzitter) en dhr. drs. J. Ramaker, hierna te noemen Rijn IJssel.
Stichting Algemeen Christelijk Onderwijs Ede-Arnhem e.o., te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. drs. P.C.A. van Dongen, vice-voorzitter College van Bestuur, dhr. A.J. de Graaff, Algemeen Directeur Arentheem College, hierna te noemen:
• wat betreft het middelbaar beroepsonderwijs: ROC A12,
• wat betreft het voortgezet onderwijs: Arentheem College.
Stichting Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie Oost Gelderland, te Doetinchem te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. drs. M.J.A.M. van Gils, voorzitter College van Bestuur, hierna te noemen ROC Graafschap College.
Samenwerkingsstichting Voortgezet Onderwijs Overbetuwe, Arnhem, Renkum en Liemers te Duiven, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. L.J.M. van Beek, voorzitter College van Bestuur, hierna te noemen Quadraam.
Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Over- en Midden-Betuwe te Bemmel, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. mr. R.R. Gomes, voorzitter Centrale Directie, hierna te noemen Scholengroep Over- en Midden-Betuwe.
Stichting Regionale Scholengemeenschap Het Rhedens te Dieren, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. drs. J.J.M. Cremers, Algemeen Directeur, hierna te noemen Het Rhedens.
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Nijmegen en omstreken, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mw. Hanneke Berben, voorzitter College van Bestuur, hierna te noemen: ROC Nijmegen.
Stichting Voortgezet Montessori Onderwijs Nijmegen e.o., te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mw. Janneke Stam, Rector, hierna te noemen Montessori College.
Stichting Scholengroep Rijk van Nijmegen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mw. Dominique Majoor, Centrale Directie, hierna te noemen Scholengroep.
Alliantie Voortgezet Onderwijs voor Nijmegen en het Land van Maas en Waal te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. Dirck van Bennekom, voorzitter College van Bestuur, hierna te noemen Alliantie.
Stichting Helicon Opleidingen te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. Bert Kwakkel, Directeur, hierna te noemen, Helicon.
Stichting voor Voortgezet Vrije Schoolonderwijs te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. Piet van Pinxteren, Rector, hierna te noemen, Karel de grote College.
Overwegende dat:
- Nederland in 2012 een reductie wil realiseren van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters (vsv-ers) met 50% ten opzichte van 2002. Dit komt overeen met maximaal 35.000 nieuwe voortijdig schoolverlaters in 2012,
- op basis van het basisregister onderwijs, het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in het schooljaar 2005-2006 nog 57.000 bedraagt (Tweede Kamer, 2006-2007, 26 695, nr. 37),
- de komende jaren nog een reductie van minimaal 40% van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters moet plaatsvinden om de landelijke doelstelling te behalen,
- het beleid van de minister erop is gericht dat scholen en instellingen datgene doen wat in hun vermogen ligt om voortijdige schooluitval te voorkómen,
- de convenanten, die tussen het ministerie van OCW en de contactgemeenten van 14 RMC-regio’s in 2006 zijn gesloten inzake het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters, overwegend succesvol zijn verlopen,
- het wenselijk is de opbrengst van deze convenanten te verankeren in een landelijke, meerjarige aanpak tot en met het schooljaar 2010-2011 en daarbij de onderwijsinstellingen nauwer te betrekken met het oog op preventie van voortijdig schoolverlaten,
- deze maatregel is aangekondigd in het onlangs aan de Tweede Kamer der Staten Generaal aangeboden beleidsprogramma 2007-2011 ‘Samen werken, samen leven’ (Tweede Kamer, 2006-2007, 31 070, nr. 1, pagina 52), in het project ‘Voortijdig schoolverlaten’,
- specifiek voor de groep jongeren van 18 tot 23 jaar zonder startkwalificatie de projectdirectie Leren en Werken van de ministeries van SZW en OCW de komende jaren circa 20.000 extra EVC- en leerwerktrajecten wil realiseren,
- zowel in de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs als de Wet op de expertisecentra wettelijke voorschriften zijn opgenomen over het voortijdig schoolverlaten. Op grond hiervan zijn gemeenten belast zijn met de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (RMC-functie),
- gemeenten binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio’s samenwerken ter vervulling van hun taken op het gebied van voortijdig schoolverlaten. Dat de gemeentebesturen in een regio uit hun midden een contactgemeente aanwijzen die coördinerende taken vervult met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten,
- de contactgemeente, op grond van de wettelijke voorschriften, met het oog op het voorkómen en bestrijden van voortijdige schooluitval binnen de regio afspraken maakt met scholen, instellingen en andere organisaties over de inzet en verantwoordelijkheid bij het voorkómen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten,
- het bevoegd gezag van scholen en instellingen, op grond van de wettelijke voorschriften, aan de gemeente relevante informatie verschaft ten behoeve van het voorkómen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten,
- gelet op het feit dat een deel van de voortijdig schoolverlaters te kampen heeft met meervoudige problematiek (bijvoorbeeld psychosociaal, schulden en huisvesting), het kabinet in zijn beleidsprogramma 2007-2011 ‘Samen werken, samen leven’ (Tweede Kamer, 2006-2007, 31 070, nr. 1), maatregelen heeft aangekondigd zoals de versterking van de zorg voor jeugdigen (‘Kansen voor kinderen’), arbeidsmarktparticipatie (‘Iedereen doet mee’) en de specifieke aanpak voor wijken (‘Actieplan krachtwijken’), zodat o.a. gemeenten beter in staat gesteld worden de jeugdproblematiek in samenhang aan te pakken,
- het Rijk en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), ter uitwerking van vorige overweging, recent een bestuursakkoord hebben gesloten (‘Samen aan de slag’, d.d. 4 juni 2007), inclusief financiële afspraken over de bijbehorende ontwikkeling van het Gemeentefonds. De aanpak van voortijdig schoolverlaten is hierin één van de actiepunten, evenals de ontwikkeling van de centra voor jeugd en gezin (CJG). Kabinet en gemeenten hebben afgesproken dat aan het eind van deze kabinetsperiode het basismodel CJG landelijk dekkend werkt, waaronder de schakel tussen CJG en Zorgadviesteams,
- de minister, op grond van artikel 75d van de Wet voortgezet onderwijs en artikel 2.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bereid is aanvullende middelen aan scholen en instellingen te verstrekken voor het verminderen van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters en voor de uitvoering van een programma, met als doel een structurele borging in het onderwijsproces van de vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters en een volledige en tijdige melding van verzuim en uitval aan gemeenten.
Komen overeen als volgt:
In dit convenant wordt verstaan onder:
a. minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. RMC-regio: de regio 14, Arnhem/Nijmegen zoals beschreven in de bijlage behorende bij het Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten;
c. RMC-contactgemeente: de contactgemeente, bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 162b, derde lid, van de Wet op de expertisecentra;
d. voortijdige schoolverlater: de voortijdige schoolverlater, bedoeld in artikel 8.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 118g van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 162a van de Wet op de expertisecentra;
e. basisregister: het basisregister onderwijs, bedoeld in Artikel 9a van de Wet Verzelfstandiging Informatiseringsbank;
f. bevoegd gezag: de rechtspersoon met volledige rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek, die de instelling, bedoeld in artikel 1.3.1, 1.3.2, 1.3.2a respectievelijk 1.3.3, van de Wet educatie en beroepsonderwijs in stand houdt, respectievelijk het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
g. onderwijsinstelling: een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in de artikelen 1.3.1 en 1.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, een vakinstelling als bedoeld in artikel 1.3.2a van de Wet educatie en beroepsonderwijs, een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, respectievelijk een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, voor zover het bevoegd gezag van die school heeft aangegeven dat het convenant op die school van toepassing is;
h. brinnummer: een door de minister in het kader van de Basisregistratie Instellingen toegekend identificerend nummer voor een onderwijsinstelling.
1. Het doel van het convenant is het realiseren van een zo hoog mogelijke reductie van het aantal jongeren in de RMC-regio dat gedurende het schooljaar 2010-2011 als voortijdige schoolverlater wordt aangemerkt, ten opzichte van het schooljaar 2005-2006. Partijen beogen een reductie van 40%, overeenkomend met een gemiddelde jaarlijkse reductie van 10% de komende vier jaar.
2. In bijlage 1 bij dit convenant wordt per onderwijsinstelling die onder het bestuur staat van het bevoegd gezag dat het convenant heeft ondertekend, een specificatie gegeven van de reductie, bedoeld in het eerste lid.
3. De omvang van de reductie van het aantal voortijdige schoolverlaters in het schooljaar 2010-2011 wordt vastgesteld ten opzichte van het aantal voortijdige schoolverlaters in het schooljaar 2005-2006. De gegevens worden ontleend aan het Basisregister.
Artikel 3. Toetreding nieuwe partijen
1. Ten einde andere onderwijsinstellingen na ondertekening van dit convenant in de gelegenheid te stellen deel te nemen in dit convenant, bestaat voor hen de mogelijkheid om gedurende de looptijd van het convenant als partij toe te treden. Een toetredende partij dient de verplichtingen die voor haar uit het convenant voortvloeien, zonder voorbehoud te aanvaarden.
2. De toetredende partij maakt haar verzoek tot toetreding schriftelijk bekend aan de RMC-contactgemeente. Indien het bevoegd gezag en de RMC-contactgemeente tot overeenstemming komen, richten zij het verzoek tot toetreding uiterlijk op 1 mei voorafgaand aan het nieuwe schooljaar aan de minister. Het verzoek gaat vergezeld van een gewijzigde bijlage 1. Zodra de minister schriftelijk heeft ingestemd met het verzoek tot toetreding, ontvangt de toetredende partij de status van partij van het convenant en gelden voor die partij de voor haar uit het convenant voortvloeiende rechten en verplichtingen.
3. Het verzoek tot toetreding en de verklaring tot instemming worden in afschrift aan het convenant gehecht.
4. Van toetredingen tot het convenant wordt een maal per jaar mededeling gedaan in de Staatscourant.
5. De RMC-contactgemeente kan het bevoegd gezag dat nog niet deelneemt aan dit convenant de mogelijkheid bieden tot het convenant toe te treden. De eerste vier leden zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4. Meting (voorlopige) resultaten
1. De minister meet gedurende de schooljaren 2007-2008, 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011 het aantal voortijdig schoolverlaters in de RMC regio, gespecificeerd naar bevoegd gezag en onderwijsinstelling. De gegevens van de meting worden ontleend aan het Basisregister.
2. De wijze waarop het aantal voortijdige schoolverlaters in de RMC-regio per bevoegd gezag, per onderwijsinstelling wordt gemeten, is vermeld in bijlage 2 bij dit convenant.
3. De minister geeft uiterlijk 1 maart 2008 en 1 oktober 2008 aan de RMC-contactgemeente inzicht in het voorlopig, respectievelijk definitief aantal voortijdig schoolverlaters gedurende het schooljaar 2006-2007 in de RMC-regio, gespecificeerd naar bevoegd gezag en onderwijsinstelling op grond van artikel 2, tweede lid.
4. De minister deelt de voorlopige resultaten van de metingen, bedoeld in het eerste lid, op de volgende tijdstippen mee aan de RMC-contactgemeente:
a. uiterlijk 1 maart 2009, ten aanzien van het schooljaar 2007-2008,
b. uiterlijk 1 maart 2010, ten aanzien van het schooljaar 2008-2009,
c. uiterlijk 1 maart 2011, ten aanzien van het schooljaar 2009-2010, en
d. uiterlijk 1 maart 2012, ten aanzien van het schooljaar 2010-2011.
5. De minister deelt de definitieve resultaten van de metingen, bedoeld in het eerste lid, op de volgende tijdstippen mee aan de RMC-contactgemeente:
a. uiterlijk 1 oktober 2009, ten aanzien van het schooljaar 2007-2008,
b. uiterlijk 1 oktober 2010, ten aanzien van het schooljaar 2008-2009,
c. uiterlijk 1 oktober 2011, ten aanzien van het schooljaar 2009-2010, en
d. uiterlijk 1 oktober 2012, ten aanzien van het schooljaar 2010-2011.
1. De RMC-contactgemeente en het bevoegd gezag gebruiken de gegevens, bedoeld in artikel 4, vierde en vijfde lid, als uitgangspunt voor het minimaal éénmaal per jaar te houden overleg met de minister inzake het voortijdig schoolverlaters beleid in de RMC-regio.
2. Indien het resultaat van de meting, bedoeld in artikel 4, vierde en vijfde lid, zodanig is dat naar het oordeel van een der partijen gerede twijfel bestaat over de realisering van de reductie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, treedt deze in overleg met de andere partijen.
Artikel 6. Maatregelen voor reductie aantal voortijdige schoolverlaters
1. De reductie, bedoeld in artikel 2, wordt gerealiseerd door een keuze uit de maatregelen opgenomen in bijlage 3, bij dit convenant dan wel door andere maatregelen waarvan de RMC-contactgemeente en het bevoegd gezag gezamenlijk hebben vastgesteld dat deze effectief zijn. De maatregelen, genoemd in de vorige volzin, worden door de RMC-contactgemeente en het bevoegd gezag in bijlage 4 nader omschreven en de keuze daarvoor gemotiveerd. Indien de RMC-contactgemeente en het bevoegd gezag van oordeel zijn dat een van de maatregelen, bedoeld in de eerst volzin, niet effectief is, kunnen zij in gezamenlijk overleg een andere maatregel kiezen.
2. Onderwijsinstellingen in de RMC-regio stellen gezamenlijk en in overeenstemming met de RMC-contactgemeente een programma op van maatregelen met als doel een structurele borging in het onderwijsproces van de vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters en een volledige en tijdige melding van verzuim en uitval aan gemeenten.
Artikel 7. Monitoring en evaluatie
1. De RMC-contactgemeente geeft minimaal jaarlijks een beschrijving van de voortgang van de maatregelen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, over het afgelopen schooljaar.
2. De beschrijving, bedoeld in het eerste lid, wordt door de RMC-contactgemeente opgenomen in de RMC-effectrapportage van het betreffende schooljaar.
3. De onderwijsinstellingen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, geven minimaal jaarlijks op verzoek van de minister respectievelijk de RMC-contactgemeente een beschrijving van de voortgang van de maatregelen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, over het afgelopen schooljaar.
4. Partijen geven op verzoek elkaar inzage in de voortgang van de maatregelen teneinde gezamenlijk de effectiviteit en doelmatigheid van de maatregelen te kunnen evalueren.
Artikel 8. Financiële afspraken
1. De minister bevordert dat er een ministeriële regeling tot stand komt op grond waarvan het bevoegd gezag ten behoeve van de onderwijsinstellingen aanspraak kan maken op:
a. een aanvullende vergoeding, in geval van reductie van het aantal voortijdig schoolverlaters, en
b. een aanvullende vergoeding voor de uitvoering van het programma, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
2. In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, worden de voorwaarden opgenomen voor het bevoegd gezag om in aanmerking te komen voor een aanvullende vergoeding. In geval van strijdigheid van de voorschriften van de subsidieregeling met dit convenant, gelden de voorschriften van de subsidieregeling.
3. Als indicatie van de berekening van de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening geldt dat de hoogte van de aanvullende vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, met inachtneming van een in de regeling op te nemen subsidieplafond, berekend wordt door het op grond van artikel 4, vijfde lid, vastgestelde verminderde aantal voortijdige schoolverlaters te vermenigvuldigen met € 2.000,-.
4. Als indicatie van de hoogte van de aanvullende vergoeding gelden onderstaande maximumbedragen:
a. in 2008 € 365.591,-
b. in 2009 € 559.140,-
c. in 2010 € 844.086,- en
d. in 2011 € 1.037.634,- .
5. Indien na het overleg, bedoeld in artikel 5, tussen partijen blijkt dat de doelstelling geheel of gedeeltelijk niet behaald zal worden, kan de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, aangepast worden en/of de bevoorschotting stil gezet worden.
6. Ten aanzien van de bedragen, genoemd in het derde en vierde lid, geldt de voorwaarde van goedkeuring door de begrotingswetgever voor het betreffende jaar.
Artikel 9. Bevordering van naleving
1. Het regionaal accountmanagement van de Projectdirectie Voortijdig schoolverlaten van het ministerie van OCW, is ten behoeve van artikel 5, eerste lid, aanspreekpunt voor de partijen en stimuleert de voortgang van de uitvoering van dit convenant in de RMC-regio.
2. Partijen treden in overleg over de naleving van dit convenant binnen een maand nadat een partij de wens daartoe aan andere partijen schriftelijk heeft meegedeeld.
3. Indien één of meer bepalingen van dit convenant onverbindend blijken te zijn, treden partijen in overleg om het convenant zo te wijzigen, dat het geen onverbindende bepalingen meer bevat en dat het doel dat met dit convenant wordt beoogd zoveel mogelijk wordt bereikt.
Artikel 10. Geschilbeslechting
1. Een partij die meent dat er een geschil over de uitvoering van dit convenant bestaat, deelt dat schriftelijk mee aan de andere partijen. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil.
2. Geschillen in de zin van dit convenant kunnen alleen betrekking hebben op:
a. de wijze waarop het convenant wordt uitgevoerd;
b. de nakoming van hetgeen in dit convenant is geregeld;
c. de uitleg van het convenant en bijbehorende afspraken.
3. Binnen tien werkdagen na de dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, zendt elke partij zijn zienswijze omtrent het geschil alsmede een voorstel voor een oplossing daarvan aan de andere partijen.
4. Partijen overleggen over een oplossing van het geschil, indien partijen daartoe de wens kenbaar maken, onder leiding van een onafhankelijk voorzitter.
5. Partijen dragen hun eigen kosten, voortvloeiend uit de procedure, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid. De kosten van een onafhankelijk voorzitter worden gelijkelijk verdeeld.
6. Als de procedure, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, niet tot een oplossing heeft geleid, wordt het geschil beslecht door de bevoegde burgerlijke rechter.
1. Dit convenant treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening en eindigt met ingang van 31 december 2012.
2. Elke partij kan dit convenant met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden schriftelijk opzeggen, indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat het billijkheidshalve behoort te worden beëindigd. Bij de opzegging wordt de verandering in omstandigheden vermeld.
3. Indien dit convenant met gebruikmaking van het tweede lid wordt opgezegd, wordt de hoogte van de bijdrage, bedoeld in artikel 8, berekend op grond van de voorschriften in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 8.
Artikel 12. Publicatie in Staatscourant
Binnen vier weken na ondertekening van dit convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.
Aldus op 9 juli 2008 te Den Haag overeengekomen en in 15-voud ondertekend.
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.M.
van Bijsterveldt-Vliegenthart.
De wethouder Onderwijs, Jeugd, Cultuur
en Economie van de gemeente Nijmegen voor RMC-regio 14 Arnhem/Nijmegen en
subregio Nijmegen,
H, Kunst.
De wethouder Onderwijs en Jeugdbeleid
van de gemeente Arnhem voor subregio Arnhem van RMC regio 14,
W. Hoeffnagel.
De
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Arnhem Rijn IJssel,
T.C. Lamers,
voorzitter College van Bestuur,
J. Ramaker, lid College van Bestuur.
De
Stichting Algemeen Christelijk Onderwijs Ede-Arnhem e.o.,
P.C.A. van Dongen,
vice-voorzitter College van Bestuur,
en namens Arentheem College,
A.J.
de Graaff, Algemeen Directeur Arentheem College.
De Stichting Beroepsonderwijs
en Volwassenen Educatie Oost Gelderland,
M.J.A.M. van Gils, voorzitter
College van Bestuur.
De Samenwerkingsstichting Voortgezet Onderwijs Overbetuwe,
Arnhem, Renkum en Liemers,
L.J.M. van Beek, voorzitter College van Bestuur.
De
Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Over- en Midden-Betuwe,
R.R.
Gomes, voorzitter Centrale Directie.
De Stichting Regionale Scholengemeenschap
Het Rhedens,
J.J.M. Cremers, Algemeen Directeur.
De Stichting Regionaal
Opleidingen Centrum Nijmegen en omstreken,
H. Berben, voorzitter College
van Bestuur.
De Stichting Voortgezet Montessori Onderwijs Nijmegen e.o.,
J.
Stam, Rector.
De Stichting Scholengroep Rijk van Nijmegen,
D. Majoor,
Centrale Directie.
De Alliantie Voortgezet Onderwijs voor Nijmegen en
het Land van Maas en Waal,
D. van Bennekom, voorzitter College van Bestuur.
De
Stichting Helicon Opleidingen,
B. Kwakkel, Directeur.
De Stichting
voor Voortgezet Vrije Schoolonderwijs,
P. van Pinxteren, Rector.
Uitwerking te verminderen aantal voortijdig schoolverlaters behorende bij het convenant tussen de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
de contactgemeente van de RMC-regio 14, Arnhem/Nijmegen en subregio Nijmegen,
de contactgemeente van de subregio Arnhem en,
de besturen van de Regionale Opleidingscentra in de regio’s Arnhem en Nijmegen:
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Rijn IJssel;
Stichting Algemeen Christelijk Onderwijs Ede-Arnhem;
Stichting Beroepsonderwijs en Volwassen Educatie Oost Gelderland;
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Nijmegen en omstreken;
de besturen van scholen voor Voortgezet Onderwijs in de regio’s Arnhem en Nijmegen:
Samenwerkingsstichting Voortgezet Onderwijs Overbetuwe, Arnhem, Renkum en Liemers;
Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Over- en Midden-Betuwe;
Stichting Regionale Scholengemeenschap Het Rhedens;
Alliantie Voortgezet Onderwijs voor Nijmegen en het Land van Maas en Waal;
Stichting Helicon Opleidingen;
Scholengemeenschap voor Voortgezet Vrije Schoolonderwijs;
Scholengroep Rijk van Nijmegen;
Voortgezet Montessori Onderwijs Nijmegen e.o.;
inzake het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters in de schooljaren 2007-2008 tot en met 2010-2011.
Arnhem/Nijmegen | vo | AOC Groenhorst College 10 |
Arentheem College 46 | ||
Candea College 24 | ||
Canisius College 34 | ||
Chr SGM Het Streek 1 | ||
Dominicus 6 | ||
Helicon Opleidingen 15 | ||
Hendrik Pierson College 9 | ||
Hooghuis Lyceum 3 | ||
Liemers College 18 | ||
Lindenholt College 11 | ||
Lorentz Groep 68 | ||
Maaswaal College 29 | ||
Merlet College 3 | ||
Montessori College 35 | ||
Nijmeegse SGM Groenewoud 12 | ||
Notre Dame Des Anges 3 | ||
Olympuscollege 18 | ||
Over Betuwe College 33 | ||
Pantarijn SGM 6 | ||
Pax Christi College 4 | ||
Reg SGM Het Rhedens 13 | ||
RK SGM Kandinsky College 37 | ||
ROC Onderwijsgroep A12 13 | ||
Scholengr. Gelders Mozaiek 55 | ||
SGM VO Vrije Schoolond 9 | ||
SGM Vwo Dorenweerd Coll 13 | ||
Stedelijk Gymnasium 7 | ||
Stedelijk Gymnasium Arnhem 2 | ||
Stedelyke SGM Nymegen V 13 | ||
Tech School Jonkerbosch 34 | ||
overige scholen 29 |
Arnhem/Nijmegen | mbo | AOC Groenhorst College 18 |
Helicon Opleidingen 25 | ||
ROC AVENTUS 21 | ||
ROC Graafschap College 52 | ||
ROC Koning Willem I 12 | ||
ROC Nijmegen eo 523 | ||
ROC Onderwijsgroep A12 158 | ||
ROC Rijn IJssel 592 | ||
overige scholen 103 |
Reductie aantallen VSV’ers per subregio Arnhem en Nijmegen







*Toelichting:
Het te verminderen aantal voortijdige schoolverlaters (vsv-ers) moet cumulatief ingevuld worden. Voorbeeld: indien het doel is om in schooljaar 2007-2008 een reductie van 150 vsv-ers te bereiken (t.o.v. 2005-2006) en daar bovenop in schooljaar 2008-2009 een reductie van nog eens 100 vsv-ers te bereiken, dan moet in de kolom voor schooljaar 2007-2008 het getal ‘150’ ingevuld worden en voor schooljaar 2008-2009 het getal ‘250’ ingevuld worden (= 150 plus 100). Etcetera tot en met schooljaar 2010-2011.
Berekeningswijze aantal voortijdig schoolverlaters behorende bij het convenant tussen de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
de contactgemeente Nijmegen van de RMC-regio 14, Arnhem/Nijmegen en subregio Nijmegen,
de contactgemeente Arnhem van de subregio Arnhem en,
de besturen van de Regionale Opleidingscentra in de regio’s Arnhem en Nijmegen:
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Rijn IJssel;
Stichting Algemeen Christelijk Onderwijs Ede-Arnhem;
Stichting Beroepsonderwijs en Volwassen Educatie Oost Gelderland;
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Nijmegen en omstreken;
de besturen van scholen voor Voortgezet Onderwijs in de regio’s Arnhem en Nijmegen:
Samenwerkingsstichting Voortgezet Onderwijs Overbetuwe, Arnhem, Renkum en Liemers;
Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Over- en Midden-Betuwe;
Stichting Regionale Scholengemeenschap Het Rhedens;
Alliantie Voortgezet Onderwijs voor Nijmegen en het Land van Maas en Waal;
Stichting Helicon Opleidingen;
Scholengemeenschap voor Voortgezet Vrije Schoolonderwijs;
Scholengroep Rijk van Nijmegen;
Voortgezet Montessori Onderwijs Nijmegen e.o.;
inzake het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters in de schooljaren 2007-2008 tot en met 2010-2011.
Naast de begripsbepalingen, bedoeld in artikel 1 van dit convenant, gelden voor deze bijlage de volgende begripsbepalingen:
a) Teldatum: datum waarop het aantal inschrijvingen per onderwijsinstelling bij aanvang van het schooljaar wordt gemeten. Het betreft hier de datum van 1 oktober;
b) Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs: het Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs zoals genoemd in artikel 7.52 van Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
c) Vavo: het voortgezet algemeen volwassenen onderwijs;
d) Examen resultaten register: de registratie door Informatie Beheer Groep van examenresultaten in het voortgezet onderwijs op basis de Wet voortgezet onderwijs. Het Examen resultaten register omvat een overzicht van behaalde examenresultaten vanaf schooljaar 1998-1999. Vanaf schooljaar 2005-2006 zijn deze gegevens onderdeel van het Basisregister;
e) Startkwalificatie: een diploma als bedoeld in artikel 8.1.8 eerste lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (minimaal niveau mbo-2, havo of vwo).
Berekeningswijze voor het middelbaar beroepsonderwijs:
Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per onderwijsinstelling per schooljaar in het middelbaar beroepsonderwijs en vavo in een RMC-regio wordt door de minister berekend op basis van de volgende formule:
X = A - B - (C1+C2+C3+C4) -
(D1+D2+D3)
Waarbij:
X = Het aantal voortijdig schoolverlaters per onderwijsinstelling per schooljaar (t) in het middelbaar beroepsonderwijs en woonachtig in de betreffende RMC-regio;
A = Het aantal jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 21 jaar dat op de teldatum van het schooljaar (t) door de onderwijsinstelling:
- als deelnemer is ingeschreven en voor bekostiging is aangemeld;
- woonachtig is in de betreffende RMC-regio;
- en als zodanig is geregistreerd in het basisregister.
B = Het aantal jongeren onder A dat tijdens het schooljaar (t) is overleden, geëmigreerd of administratief afgevoerd is. Deze gegevens worden ontleend aan de Gemeentelijke Basis Administratie.
C = Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van het daarop volgende schooljaar (t + 1) nog een bekostigde opleiding volgt. Dit kan dezelfde of een andere (beroeps)opleiding zijn aan dezelfde of een andere instelling, dan wel vervolgonderwijs betreffen. C is de som van:
• C1: Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van het daarop volgende schooljaar (t + 1) nog steeds is ingeschreven als deelnemer in het middelbaar beroepsonderwijs en voor bekostiging is aangemeld. Dit op basis van gegevens zoals geregistreerd in het Basisregister.
• C2: het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t+1 is ingeschreven in het hoger onderwijs, zoals geregistreerd in het Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs;
• C3: het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t+1 als leerling in het voortgezet onderwijs is ingeschreven, zoals geregistreerd in het basisregister;
• C4: Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t+1 als vavo-deelnemer is ingeschreven, zoals geregistreerd in het basisregister.
D = Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum bij aanvang van het volgende schooljaar (t+1) geen bekostigde opleiding volgt, maar wel een startkwalificatie heeft behaald. D is de som van:
• D1: het aantal jongeren onder A dat gedurende schooljaar (t) een startkwalificatie heeft behaald, zoals geregistreerd in het basisregister;
• D2: het aantal jongeren onder A dat in de periode vanaf 2004 tot aan schooljaar (t) reeds een startkwalificatie heeft behaald in het middelbaar beroepsonderwijs, zoals geregistreerd in het basisregister. Het basisregister omvat een overzicht van behaalde mbo diploma’s vanaf kalenderjaar 2004. Eerder in het mbo behaalde diploma’s zijn niet in het basisregister geregistreerd;
• D3: het aantal jongeren onder A dat in de periode vanaf schooljaar 1998-1999 tot schooljaar (t) voorafgaand aan de inschrijving op het MBO of de vavo een startkwalificatie heeft behaald, zoals geregistreerd in het Examen resultaten register of Basisregister.
Berekeningswijze voor het voortgezet onderwijs:
Het aantal voortijdig schoolverlaters per onderwijsinstelling per schooljaar (t) in het voortgezet onderwijs in een RMC-regio wordt door de minister berekend op basis van de volgende formule:
X = A - B - (C1+C2+C3+C4) -
(D1+D2)
Waarbij:
X = Het aantal voortijdig schoolverlaters per onderwijsinstelling per schooljaar (t) in het voortgezet onderwijs (exclusief praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs) en woonachtig in de betreffende RMC-regio;
A = Het aantal jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 21 jaar dat op de teldatum bij aanvang van het schooljaar (t) door de onderwijsinstelling:
- als leerling is ingeschreven en voor bekostiging is aangemeld;
- het geen leerlingen betreft aan het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs;
- het geen leerlingen betreft aan de ‘Engelse Stroom’ of ‘Internationaal Baccelaureaat’;
- dat woonachtig is in de betreffende RMC-regio;
- en als zodanig is geregistreerd in het basisregister.
B = Het aantal jongeren onder A dat tijdens het schooljaar (t) is overleden, geëmigreerd of administratief afgevoerd. Deze gegevens worden ontleend aan de Gemeentelijke Basis Administratie;
C = Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum bij aanvang van het daarop volgende schooljaar (t + 1) nog een bekostigde opleiding volgt. Dit kan dezelfde of een andere (beroeps)opleiding zijn aan dezelfde of een andere instelling, dan wel vervolgonderwijs betreffen. C is de som van:
• C1: Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van het daarop volgende schooljaar (t + 1) nog steeds is ingeschreven als leerling in het voortgezet onderwijs. Dit op basis van gegevens zoals geregistreerd in het basisregister.
• C2: het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t+1 als deelnemer is ingeschreven en voor bekostiging is aangemeld in het middelbaar beroepsonderwijs en als zodanig geregistreerd in het basisregister;
• C3: Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t+1 als vavo-deelnemer is ingeschreven, zoals geregistreerd in het basisregister;
• C4: het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t+1 is ingeschreven in het hoger onderwijs, zoals geregistreerd in het Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs.
D = Het aantal jongeren onder A dat gedurende schooljaar (t) is uitgeschreven met een startkwalificatie. D is de som van:
• D1: het aantal jongeren onder A dat gedurende schooljaar (t) een startkwalificatie heeft behaald, zoals geregistreerd in het Basisregister;
• D2: het aantal jongeren onder A dat in de periode vanaf begin 1998/1999 tot aan schooljaar (t) reeds een startkwalificatie heeft behaald in het voortgezet onderwijs, zoals geregistreerd in het Examen resultaten register of in het basisregister.
Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per schooljaar wordt in het kader van dit convenant door de minister berekend op basis van bestaande, wettelijke registraties. Aan de hand hiervan wordt het aantal jongeren bepaald dat aan het begin van een schooljaar bij een onderwijsinstelling is ingeschreven (peildatum 1 oktober). Vervolgens wordt van deze jongeren nagegaan of bij aanvang van het daarop volgend schooljaar (peildatum 1 oktober) zij:
• nog steeds een opleiding volgen in het bekostigd onderwijs;
• geen opleiding meer volgen maar wel inmiddels een startkwalificatie hebben behaald;
• geen opleiding meer volgen en geen startkwalificatie hebben.
Deze laatste groep wordt beschouwd als het aantal voortijdig schoolverlaters van de betreffende school gedurende het schooljaar.
Het gebruik van bestaande registraties heeft het grote voordeel dat dit niet leidt tot nieuwe administratieve lasten. Daarnaast blijkt deze berekeningsmethode een vollediger beeld te geven van het aantal voortijdig schoolverlaters dan registratie via de RMC-functie. Daarom wordt deze berekeningsmethode vanaf 2007 ook gebruikt om de Tweede Kamer te informeren over de aanpak van voortijdig schoolverlaten. Tot slot sluit deze berekeningsmethode aan op de landelijke benchmark van het mbo.
Bij de berekeningswijze zijn de volgende aandachtspunten van belang:
Het basisregister omvat momenteel alle jongeren die een door het Rijk bekostigde opleiding volgen in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Deelnemers aan de educatie, behalve vavo op het einde van het betreffende schooljaar, blijven hier buiten beschouwing.
In het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs is het onderwijsnummer (voor het overgrote deel) nog niet ingevoerd. Daarom worden deze onderwijstypen in de berekeningsmethode buiten beschouwing gelaten. In de praktijk betekent dit dat wanneer een leerling die is ingeschreven in het voortgezet onderwijs over gaat naar het speciaal onderwijs, deze leerling als nieuwe voortijdig schoolverlater wordt geteld. Indien een vo-school jaarlijks een gelijk aantal leerlingen ‘doorverwijst’ naar het speciaal onderwijs, zal dit geen effect hebben op het resultaat. Immers: door zowel in het referentiejaar 2005-2006 als op het eind van de convenantsperiode deze groep op eenzelfde manier te meten, vallen de aantallen tegen elkaar weg. Het voorgaande geldt ook voor jongeren die overstappen van bekostigd naar niet bekostigd onderwijs.
De berekeningsmethode meet in feite de schoolloopbaan van de jongere. Indien de jongere binnen het schooljaar gedurende korte tijd is uitgevallen, maar ook weer snel in een andere opleiding en/of op een andere onderwijsinstelling is ingestroomd, wordt deze niet als voortijdig schoolverlater gerekend van de school waar de jongere bij aanvang van het schooljaar was ingeschreven. Immers: aan het begin van het nieuwe schooljaar volgt deze jongere weer onderwijs. Dit betekent dat een onderwijsinstelling, naast preventie van uitval, ook belang heeft om er voor te zorgen dat wanneer een jongere toch uitvalt, deze jongere te helpen een andere opleiding of onderwijsinstelling te vinden.
Het convenant richt zich op het behalen van een startkwalificatie. Dit is minimaal een mbo-2, havo of vwo diploma. Dit betekent bijvoorbeeld dat vmbo-leerlingen die een diploma hebben behaald, maar zich voor het volgende schooljaar niet inschrijven bij het mbo of havo toch gerekend worden als nieuwe voortijdig schoolverlater van de vo-school. Uit dit oogpunt heeft de vo-school er belang bij om jongeren met een vmbo-diploma te stimuleren zich in te schrijven voor een vervolgopleiding.
Menulijst met maatregelen ter vermindering van het aantal voortijdig schoolverlaters behorende bij artikel 6, eerste lid van het convenant tussen de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
de gemeente Nijmegen als contactgemeente van RMC-regio 14 Arnhem/Nijmegen, tevens als contactgemeente van de subregio Nijmegen,
de gemeente Arnhem als contactgemeente van de subregio Arnhem van RMC-regio 14 Arnhem/Nijmegen en,
de besturen van de Regionale Opleidingscentra in de regio’s Arnhem en Nijmegen:
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Rijn IJssel;
Stichting Algemeen Christelijk Onderwijs Ede-Arnhem;
Stichting Beroepsonderwijs en Volwassen Educatie Oost Gelderland;
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Nijmegen en omstreken;
de besturen van scholen voor Voortgezet Onderwijs in de regio’s Arnhem en Nijmegen:
Samenwerkingsstichting Voortgezet Onderwijs Overbetuwe, Arnhem, Renkum en Liemers;
Stichting Algemeen Christelijk Onderwijs Ede-Arnhem;
Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Over- en Midden-Betuwe;
Stichting Regionale Scholengemeenschap Het Rhedens;
Alliantie Voortgezet Onderwijs voor Nijmegen en het Land van Maas en Waal;
Stichting Helicon Opleidingen;
Scholengemeenschap voor Voortgezet Vrije Schoolonderwijs;
Scholengroep Rijk van Nijmegen;
Voortgezet Montessori Onderwijs Nijmegen e.o.;
inzake het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters in de schooljaren 2007-2008 tot en met 2010-2011 .
Vooraf: Handleidingen, voorbeeldprojecten en materiaal over de voorgestelde maatregelen vindt u op de website www.voortijdigschoolverlaten.nl
1. Zorgstructuur (Zorg Advies Team)
De ervaring leert dat een Zorg Advies Team een krachtig instrument is om de schoolinterne zorg af te stemmen op de schoolexterne zorg. Belangrijk daarbij is dat de interventies op elkaar aansluiten en erop gericht zijn dat de leerling de schoolloopbaan kan voortzetten en afronden.
- Preventieproject overgang vmbo-mbo
Het preventieproject overgang vmbo-mbo organiseert de samenwerking van vmbo-scholen en ROC’s onder regie van de RMC-functie van de gemeente. Daardoor worden risicojongeren gevolgd en begeleid tijdens de overgangsperiode tussen het vo en het mbo (dwz tijdens de zomermaanden).
- Preventie+ project overgang vmbo-mbo
Aan de opzet van het Preventieproject is een aantal voorbereidende activiteiten toegevoegd om de overgang nog soepeler te laten verlopen. Ook zijn activiteiten toegevoegd om te voorkomen dat de mbo-leerling alsnog uitvalt. Het Preventieproject is hierdoor verbreed en verbeterd.
- Mentoring en Coaching
Mentoren en coaches kunnen een belangrijke rol spelen bij risicomomenten in de onderwijsloopbaan van leerlingen. Leerlingen worden door de school gekoppeld aan een coach vanuit bijvoorbeeld het bedrijfsleven of maatschappelijke organisatie.
- Vraagombuiging
Vraagombuiging is een traject waarbij een leerling die een verkeerde keuze heeft gemaakt of een andere opleiding prefereert, met behulp van het ROC een passend alternatief kiest. Vraagombuigingstrajecten zijn succesvol wanneer de leerling een nieuwe opleiding kiest op de eigen school, maar ook als het onderwijs wordt vervolgd op een ander ROC of een andere instelling.
- Beroepenoriëntatie in het vmbo (bijvoorbeeld portfolio)
Een programma dat de leerling een goed beeld geeft van de beroepspraktijk, d.m.v. bijvoorbeeld dagoriëntaties, maatschappelijke stages, blokstages en levensechte prestaties, het schrijven van sollicitatiebrieven en het voeren van sollicitatiegesprekken (mede i.v.m. verwerven stage).
Tijdens de overgang van het vmbo naar het mbo kan extra begeleiding van leerlingen plaatsvinden door middel van de portfolio-methodiek.
- Stages
Eén van de redenen voor voortijdig schoolverlaten is een tekort aan geschikte stageplaatsen. Tussen scholen, kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven en regionaal bedrijfsleven worden afspraken gemaakt over de werving van stages (leerwerktrajecten in vmbo of beroepspraktijkvorming in het mbo), een betere matching van stages en betere voorlichting aan en begeleiding van leerlingen bij stages.
4. Opvangklassen voor voortijdig schoolverlaters en meerdere instroommomenten in het mbo
Steeds meer ROC’s organiseren voor hun beroepsopleidingen meerdere instroommomenten voor deelnemers (ook na 1 oktober). Daarnaast zijn er praktijkvoorbeelden waarbij voortijdig schoolverlaters gedurende het gehele schooljaar tijdelijk opgevangen kunnen worden in een ‘opvangklas’. Jongeren krijgen bijvoorbeeld een pakket aangeboden waarin studiekeuze en beroepenoriëntatie centraal staat, waardoor de jongere zo snel mogelijk en na een goede intake weer kan instromen bij een andere beroepsopleiding.
5. Dagbesteding (sport en cultuur)
Het inzetten van sport en cultuur is een nieuwe maatregel om de aanval op de uitval te versterken. Op dit moment wordt binnen OCW gewerkt aan het opstellen van een aanpak en het in gang zetten van een uitvoering. Hierbij zijn good practices vanuit de gemeenten een belangrijke input.
In de praktijk blijkt dat niet alle scholen een sluitende aanpak van verzuim toepassen. Een tijdige aanpak van verzuim, vaak door een persoonlijke benadering van de leerling, kan echter voorkómen dat leerlingen definitief afhaken. In de praktijk zijn goede voorbeelden van een sluitende verzuimaanpak die tot flinke verlaging van schooluitval leiden.
7. Curatieve maatregelen: EVC- en maatwerktrajecten
Een groot deel van de voortijdig schoolverlaters is aan het werk. De positie van deze jongeren op de arbeidsmarkt is echter kwetsbaar; als het economisch minder gaat zijn zij de eersten die op straat staan. Om die reden is het van belang om, naast het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, ook in te zetten op de jongeren die reeds uitgevallen zijn. Met EVC- of maatwerktrajecten kunnen deze jongeren alsnog een startkwalificatie behalen en daarmee een duurzame plek op de arbeidsmarkt verwerven. Het instrumentarium van de Projectdirectie Leren en Werken kan hierbij ondersteuning bieden.
Overzicht van maatregelen behorende bij artikel 6 van het convenant tussen de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
de gemeente Nijmegen als contactgemeente van RMC-regio 14 Arnhem/Nijmegen, tevens als contactgemeente van de subregio Nijmegen,
de gemeente Arnhem als contactgemeente van de subregio Arnhem van RMC-regio 14 Arnhem/Nijmegen en,
de besturen van de Regionale Opleidingscentra in de regio’s Arnhem en Nijmegen:
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Rijn IJssel;
Stichting Algemeen Christelijk Onderwijs Ede-Arnhem;
Stichting Beroepsonderwijs en Volwassen Educatie Oost Gelderland;
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Nijmegen en omstreken;
de besturen van scholen voor Voortgezet Onderwijs in de regio’s Arnhem en Nijmegen:
Samenwerkingsstichting Voortgezet Onderwijs Overbetuwe, Arnhem, Renkum en Liemers;
Stichting Algemeen Christelijk Onderwijs Ede-Arnhem;
Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Over- en Midden-Betuwe;
Stichting Regionale Scholengemeenschap Het Rhedens;
Alliantie Voortgezet Onderwijs voor Nijmegen en het Land van Maas en Waal;
Stichting Helicon Opleidingen;
Scholengemeenschap voor Voortgezet Vrije Schoolonderwijs;
Scholengroep Rijk van Nijmegen;
Voortgezet Montessori Onderwijs Nijmegen e.o.;
inzake het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters in de schooljaren 2007-2008 tot en met 2010-2011 .
Maatregelen van de MBO-instellingen met afspraken binnen de subregio Arnhem:
‐ Rijn IJssel
‐ ROC A12 Regio Centraal Gelderland (ROC A12 RCG)
‐ ROC Graafschap College
Wat betreft de maatregelen van het ROC Graafschap College geldt primair de tekst van het convenant van de RMC-regio Achterhoek.
Naam maatregel: Zorgstructuur
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Rijn IJssel, ROC A12 RCG, ROC Graafschap College
Doel maatregel: Verhelderen en verstevigen interne en externe zorgstructuur
Activiteiten: Inrichten Zat; (her)beschrijven eerste-, tweede- en derde lijn en verzorgen van de interne communicatie.
Verbinding maken tussen ZAT VO en ZAT MBO
Betrokken partijen: Bureau Jeugdzorg, Leerplicht / RMC, instellingen voor gezondheidszorg en hulpverlening in Midden-Gelderland en in de Achterhoek.
Naam maatregel: Meer instroommomenten / flexibele instroom / maatwerktrajecten
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Rijn IJssel, ROC A12 RCG, ROC Graafschap College
Doel maatregel: Deelnemers die van richting willen veranderen sneller een passend aanbod kunnen doen zodat ze motivatie behouden.
Activiteiten: Gekoppeld aan invoering CGO meer instroommomenten creëren m.b.v. afgestemd instroom traject.
EVC- en maatwerktrajecten voor terugkerende vsv’ers
Betrokken partijen: Team VSV, CWI’s
Naam maatregel: Verzuimbestrijding
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Rijn IJssel, ROC A12 RCG, ROC Graafschap College
Doel maatregel: Door vroeg signaleren van verzuim en door adequaat te interveniëren voortijdig schoolverlaten voorkomen. Verzuim is eerste indicator van dreigende uitval.
Activiteiten: Realiseren van een eenduidige en sluitende verzuimaanpak onder meer door een verbeterd verzuimregistratiesysteem, een eenduidig verzuimprotocol en verkorte lijnen met leerplichtambtenaren.
Betrokken partijen: (Regionale) leerplichtambtenaren kwalificatieplicht
Naam maatregel: Warme overdracht VMBO-MBO
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Rijn IJssel, ROC A12 RCG
Doel maatregel: Zorgdeelnemers met de juiste begeleidingsafspraken door laten stromen van VMBO naar ROC
Activiteiten: Bezoeken VMBO scholen en zorgdeelnemers bespreken met zorgdecanen en ouders. Zorgafspraken vastleggen.
Betrokken partijen: Decanen en zorgcoördinatoren van VMBO-scholen, ouders, externe zorginstellingen.
Naam maatregel: Overstap VMBO-MBO: project Sluitende Keten
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Rijn IJssel, ROC A12 RCG
Doel maatregel: 100% monitoring van leerlingen die het VMBO verlaten.
Bewerkstelligen van een adequate plaatsing binnen het MBO.
Activiteiten: Aanscherpen van interne procedures van preaanmelding tot daadwerkelijke deelname aan de opleiding.
Betrokken partijen: VMBO-scholen, ROC’s en AOC’s in de regio, RMC / Team VSV
Naam maatregel: Mentorprojecten
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Rijn IJssel, ROC A12 RCG
Doel maatregel: Koppelen van externe mentor aan deelnemer die extra ondersteuning nodig heeft.
Activiteiten: Werven en trainen mentoren, koppelen en begeleiden.
Betrokken partijen: Externe instanties afhankelijk van het type mentorproject
Naam maatregel: BPV project
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Rijn IJssel, ROC A12 RCG
Doel maatregel: Verstevigen van BPV onderdeel van het onderwijstraject
Activiteiten: Tal van maatregelen en projecten; stagevoorbereiding, acquisitie en begeleiding, contacten bedrijfsleven, Werkgevers Servicepunt, HBO-adoptieproject
Betrokken partijen: Kenniscentra, CWI’s, bedrijven / brancheorganisaties, werkgeversorganisaties.
Naam maatregel: Beroepenoriëntatie: kies de juiste opleiding.
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: ROC A12 RCG
Doel maatregel: Alle VMBO studenten zodanig informeren dat ze goed en gedegen voorbereid de juiste opleidingskeuze kunnen maken.
Activiteiten: In leerjaar 3 en 4 vmbo: informatie geven op het vmbo
Leerlingen laten meelopen in het mbo in leerjaar 3 en 4
Bijscholen intakers gericht op eerder verworven competenties (EVC)
Betrokken partijen: VMBO-scholen
Naam maatregel: Binding met de school versterken
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: ROC A12 Regio Centraal Gelderland
Doel maatregel: Student voelt zich meer betrokken en weet zich gekend binnen de school, waardoor risico op uitval kleiner wordt.
Activiteiten: Aanbieden buitenschoolse activiteiten, actieve inzet van studieloopbaanbegeleider op dit gebied, bijv. door toepassen van een buddysysteem en/of peersupport bij studenten die dreigen uit te vallen.
Versterken van de aanspreekcultuur.
Betrokken partijen:
Voortgezet onderwijs met afspraken binnen de subregio Arnhem
‐ Quadraam
‐ Arentheem College
‐ Scholengroep Over- en Middenbetuwe
‐ Het Rhedens
De uit te voeren maatregelen door Het Rhedens zijn opgenomen in het convenant van de regio de Stedendriehoek.
Naam maatregel: Zorgstructuur
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Arentheem College, Quadraam, Scholengroep Over- en Middenbetuwe
Doel maatregel: Kwaliteitsverbetering zorgstructuur.
Door het bieden van een duidelijke zorgstructuur en de inzet van (erkende) ZAT’s wordt tijdig hulp / begeleiding geboden en wordt de zorg op elkaar afgestemd.
Activiteiten:
- Realiseren dat de ZAT’s van alle schoollocaties voldoen aan gezamenlijk vastgestelde kwaliteitscriteria.
- Periodieke evaluatie en bijstellen van de ZAT’s
- Afstemmen schoolinterne en schoolexterne zorg
- Bieden van begeleiding / training aan leerlingen die dit nodig hebben
- Ondersteunen en adviseren van docenten over omgang met (probleem)leerlingen
Betrokken partijen: Unit Zorg, docenten, management, leerlingen, ouders, Samenwerkingsverband VO, leerplicht, externe zorginstellingen.
Naam maatregel: Verzuimbeleid
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Arentheem College, Quadraam, Scholengroep Over- en Middenbetuwe
Doel maatregel: Een eenduidige verzuimaanpak voor alle schoollocaties van de betreffende scholengroep
Activiteiten: In samenspraak met diverse betrokkenen (gemeente, justitie, ouders e.d.) wordt een uniform verzuimbeleid opgesteld en dit wordt geïmplementeerd op alle locaties van de betreffende scholengroep. Implementatie van een adequaat verzuimregistratiesysteem en verzuimprotocol.
Betrokken partijen: directie, docenten / mentoren, conciërges, leerlingen, ouders, leerplicht, justitie
Naam maatregel: Overstap VMBO - MBO: het project Sluitende Keten
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Arentheem College, Quadraam, Scholengroep Over- en Middenbetuwe
Doel maatregel: 100% monitoring van leerlingen die het VMBO verlaten.
Voorkomen dat jongeren bij de overgang van VO naar MBO uitvallen en realiseren van een adequate plaatsing bij het MBO.
Activiteiten: Aanscherpen van procedures van preaanmelding tot daadwerkelijke deelname aan de vervolgopleiding.
Betrokken partijen: VMBO-scholen, ROC’s en AOC’s in de regio, RMC / Team VSV
Naam maatregel: Project VM2
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Arentheem College
Doel maatregel: Vanaf schooljaar 2008-2009 krijgen leerlingen vmbo-bb de mogelijkheid om binnen Leerpark Presikhaaf hun mbo-2 diploma te behalen.
Activiteiten: Doorlopende leerlijn vmbo-bb en mbo-2 binnen dezelfde locatie
Betrokken partijen: Arentheem College, ROC A12, betrokken docenten / werkgroepen.
Naam maatregel: Havo-4 - mbo-traject
Verantwoordelijke scholengroep / schoolbestuur: Quadraam
Doel maatregel: Vraagombuiging:
VMBO - t leerlingen die doorstromen naar Havo-4 maar voor wie blijkt dat Havo-4 een verkeerde keuze is, reeds tijdens het schooljaar voorbereiden op een overstap naar leerjaar 2 MBO niveau 4.
Activiteiten: Leerlingen, die tot potentiële Havo-4 uitvallers behoren, een gedegen oriëntatieprogramma bieden in het MBO
Betrokken partijen: VO-scholen en ROC’s
Maatregelen van de MBO-instelling met afspraken binnen de subregio Nijmegen:
‐ ROC Nijmegen en omstreken
Maatregel: Heroriëntatie studentbegeleiding
Doel: Studentbegeleiding dicht op de student organiseren
Activiteiten:
- Positioneren begeleiding dicht bij de student in de onderwijsteams
- Studentbegeleiding richten op leervraagstukken, keuzevraagstukken en psychosociale vraagstukken
- Studentbegeleiding versterken met schoolmaatschappelijk werk en studie en handicap expertise
Betrokken partijen: -
Maatregel: Procesgang zorgstructuur verbeteren
Doel: Procesgang zorgstructuur verbeteren
Activiteiten:
- Beschrijven van de gewenste situatie
- Versnellen van de procesgang zorgstructuur
- Opstellen checklists studentbegeleiding
Betrokken partijen: RMC, hulpverlening
Maatregel: Versterken Zorgadviesteam
Doel: Afstemmen begeleiding van studenten
Activiteiten: Opstellen vervolgstappen ten aanzien van begeleiding studenten
Betrokken partijen: NIM, GGZ, Iriszorg, Interlokaal, leerplicht, RMC, MEE, Politie
Maatregel: Organiseren doorlopende leerlijn risicostudenten
Doel: Maatwerk onderwijs inrichten voor risicostudenten (niet-kunners en verhinderden)
Activiteiten:
- Inrichten organisatie
- Ontwikkelen en afstemmen programma’s
- Organiseren van de omgeving
Betrokken partijen: VO, hulpverlening, Samenwerkingsverband VO
Maatregel: Organiseren rebound en time out voorziening
Doel: Voorkomen van onnodige uitschrijving studenten
Activiteiten:
- Bieden van lesactiviteiten
- Organiseren van een alternatieve lesomgeving
Betrokken partijen: NEC, gemeente, tandem
Maatregel: Organiseren schoolmaatschappelijk werk
Doel: Beperkt aantal gesprekken met schoolmaatschappelijk werk mogelijk maken
Activiteiten:
- Schoolmaatschappelijk werk
- Afstemmen van begeleiding in de zorgstructuur en met hulpverlening
Betrokken partijen: Hulpverlening
Maatregel: Opbouwen studie en handicap expertise
Doel: Expertise studentbegeleiding versterken met Studie en Handicap
Activiteiten:
- Aanstellen studie en handicapmedewerkers
- In goede banen leiden van LGF financiering
- Organiseren van ambulante hulpverlening
Betrokken partijen: REC 1/2/3/4
Maatregel: Uitbouwen test en assessment expertise
Doel: Vergroten van het inzicht in wat een student wil en kan
Activiteiten:
- Afstemmen methodes
- ROC breed samenbrengen van expertise
- Organiseren van vroegtijdige assessments
Betrokken partijen: VMBO
Maatregel: RMC trajectbureau inzetten voor het moment van uitval
Doel: Studenten zo snel mogelijk terugbrengen in het onderwijs
Activiteiten: Begeleiding studenten voor en na moment van uitval samenvoegen
Betrokken partijen: RMC, hulpverlening
Maatregel: Bewustwording studentbegeleiding
Doel: Studentbegeleiders bewust maken van hun rol ten aanzien van studenten, onderwijsteams en hulpverlening
Activiteiten:
- Leren loslaten
- Psycho-educatie
Betrokken partijen: GGZ
Doorlopende leer- en zorglijnen ROC Nijmegen e.o.
Maatregel: Beroeps- en opleidingsoriëntatie leerlingen bovenbouw VMBO
Doel: Realistisch beeld opleiding en beroep
Activiteiten:
- Alle opleidingen ROC geven praktische voorlichting op locatie aan 3e en 4e jaars VMBO leerlingen
- 3e en 4e jaars VMBO leerlingen kunnen zich lopende het schooljaar digitaal aanmelden aan de hand van een concreet aanbod van de ROC opleidingen
- Bovenstaande is nu Novia project LOBK
Betrokken partijen: VMBO scholen Nijmegen en regio
Maatregel: Programmatische en didactische afstemming VMBO - MBO Z&W. Betreft zowel beroepspraktijkvakken als Nederlandse taal en rekenen
Doel: Beperkte gewenning leerling bij overstap naar MBO; geen of beperkt kennisverlies; winst door beperking studieduur.
Activiteiten: Deelprojecten binnen pilot Z&W. Opbrengst: modellen die overdraagbaar zijn naar andere sectoren.
Betrokken partijen: VMBO scholen Nijmegen en regio
Maatregel: Integratie zorgstructuur VMBO - MBO in FC Nijmegen
Doel:
- Versterken en verruimen preventie
- Borgen relevante gegevensoverdracht zorgleerlingen
- Geïntegreerde aanpak zorgleerlingen
Activiteiten: Vanaf 1-8-08 te ontwikkelen binnen FC-Nijmegen
Betrokken partijen: V.O. scholen Nijmegen en regio. Hulpverlening
Onderwijsinnovatie ROC Nijmegen e.o.
Maatregel: Taal op maat - remediërend
Doel: Remediërende, vraaggerichte leertrajecten Nederlandse Taal en Taalvaardigheid om de instromende studenten op het gevraagde instroomniveau voor elke beroepsopleiding te brengen.
Activiteiten:
- Selectie en aanschaf testinstrument voor het bepalen van instroomniveau Nederlandse Taal en Taalvaardigheid.
- Ontwikkelen van remediërende leertrajecten met de mogelijkheid tot differentiatie naar de begeleiding van de individuele student.
- Scholing van docenten in het verzorgen van deze remediërende leertrajecten.
Betrokken partijen: Taal Expertise Centrum & CINOP
Maatregel: Taal op maat - ondersteunend
Doel: Ondersteunende, vraaggerichte leertrajecten Nederlandse Taal en Taalvaardigheid om studenten, tijdens de beroepsopleiding, extra ondersteuning te bieden om het gevraagde eindniveau van de beroepsopleiding te behalen
Activiteiten:
- Ontwikkelen van ondersteunende leertrajecten Nederlandse Taal en Taalvaardigheid met de mogelijkheid tot differentiatie naar de begeleiding van de individuele student.
- Scholing van docenten in het verzorgen van deze ondersteunende leertrajecten.
Betrokken partijen: -
Maatregel: Rekenen op maat - remediërend
Doel: Remediërende, vraaggerichte leertrajecten Rekenen en Rekenvaardigheid om de instromende studenten op het gevraagde instroomniveau voor elke beroepsopleiding te brengen.
Activiteiten:
- Selectie en aanschaf testinstrument voor het bepalen van instroomniveau Rekenen en Rekenvaardigheid.
- Ontwikkelen van remediërende leertrajecten met de mogelijkheid tot differentiatie naar de begeleiding van de individuele student.
- Scholing van docenten in het verzorgen van deze remediërende leertrajecten.
Betrokken partijen: Interne of Externe Rekentrainers
Maatregel: Rekenen op maat - ondersteunend
Doel: Ondersteunende, vraaggerichte leertrajecten Rekenen en Rekenvaardigheid om studenten, tijdens de beroepsopleiding, extra ondersteuning te bieden om het gevraagde eindniveau van de beroepsopleiding te behalen
Activiteiten:
- Ontwikkelen van ondersteunende leertrajecten Rekenen en Rekenvaardigheid met de mogelijkheid tot differentiatie naar de begeleiding van de individuele student.
- Scholing van docenten in het verzorgen van deze ondersteunende leertrajecten
Betrokken partijen: Interne of Externe Rekentrainers
Maatregel: ROC-brede Intake
Doel: Eén intakeprocedure en doorstroomdossier V(MB)O - ROC Nijmegen, zodat vanaf de start van elke student enkele kerngegevens (van de persoon en over diens leerloopbaan) bekend zijn en elke opleiding studenten op dezelfde wijze wordt ingetaket.
Activiteiten:
- Afspraken met toeleverende V(MB)O-scholen
- Ontwikkeling intakeprocedure
- Ontwikkeling doorstroomdossier
- Pilotproject Intake - Sector Zorg & Welzijn met enkele toeleverende V(MB)O-scholen
- Organisatie warme overdracht V(MB)O - ROC Nijmegen
- Scholing intakers en studieloopbaanbegeleiders ROC Nijmegen
Betrokken partijen: V(MB)O-scholen
Maatregel: Verbrede Intake
Doel: Duidelijkheid verkrijgen over welke kerngegevens idealiter van elke student bij de start van elke opleiding bekend zouden moeten zijn.
Activiteiten:
- Onderzoek naar het verbreden van ontwikkelde intakeprocedure en het doorstroomdossier
- Evaluatie pilot Intake - Sector Zorg & Welzijn met enkele toeleverende V(MB)O-scholen
- Conclusies en Maatregelen om de Intakeprocedure uit te breiden
Betrokken partijen: -
Maatregel: Opmaattrajecten als alternatieve ‘parallel(leer)weg’
Doel: ROC-breed aangeboden opmaattrajecten Burgerschap, Kunst, Ondernemerschap, Rekenen, Sport en Taal kunnen studenten, die tijdelijk een ‘time out’ nodig hebben, een zinvol leertraject bieden.
Naast deze kwalificerende opleidingsonderdelen kan de student op maat extra zorg en begeleiding worden geboden.
Activiteiten:
- Ontwikkelen zes opmaattrajecten
- Keuzeruimte creëren in elke opleiding om een ‘time out’ te kunnen nemen
- Organiseren opmaattrajecten als alternatieve ‘parallel(leer)weg’
Betrokken partijen: -
Maatregel: Opmaattrajecten als instroomprogramma
Doel: ROC-breed aangeboden opmaattrajecten Burgerschap, Kunst, Ondernemerschap, Rekenen, Sport en Taal kunnen studenten, die hun beroeps- en opleidingskeuze nog willen aanscherpen, alvast een zinvol kwalificerend leertraject aanbieden.
Naast deze kwalificerende opleidingsonderdelen kan de student op maat extra beroeps- en opleidingskeuzebegeleiding worden geboden.
Activiteiten
- Ontwikkelen van zes opmaattrajecten
- ROC-breed meerdere, gelijke instroommomenten creëren waarop studenten het instroomprogramma kunnen volgen en vervolgens tijdens het eerstvolgende instroommoment de opleiding van hun keuze gaan volgen
- Organiseren van opmaattrajecten als instroomprogramma
Betrokken partijen: -
Voortgezet onderwijs met afspraken binnen de subregio Nijmegen:
Alliantie Voortgezet Onderwijs voor Nijmegen en het Land van Maas en Waal
- Citadel College (nevenvestiging Maaswaal College) te Nijmegen
- Dominicus College te Nijmegen
- Maaswaal College te Wijchen
- Mondial College (voorheen Lindenholt College) te Nijmegen
- Pax Christi College te Druten
- Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen te Nijmegen
- Stedelijk Gymnasium Nijmegen
Helicon Opleidingen
- VMBO groen te Nijmegen
- MBO groen te Nijmegen
Scholengemeenschap voor Voortgezet Vrije Schoolonderwijs
- Karel de Grote College te Nijmegen
Scholengroep Rijk van Nijmegen
- Canisius College te Nijmegen
- Kandinsky College te Nijmegen
- NSG Groenewoud te Nijmegen
Voortgezet Montessori Onderwijs Nijmegen e.o.
- Montessori College te Nijmegen
Naam maatregel: Inrichting en onderhoud zorgstructuur door zorgadviesteams
Doel maatregel: Afstemming tussen schoolinterne zorg met schoolexterne zorg- en hulpverlening
Activiteiten: Onderhoud (en indien nog noodzakelijk) inrichting van zorgadviesteams waarin in ieder geval zitting hebben de school/locatiezorgcoördinator, de schoolmaatschappelijk werker, orthopedagoog/psycholoog (indien aanwezig) en vertegenwoordigers van de GGD en stichting Jeugdzorg.
Betrokken partijen: Alle genoemde scholen en opleidingsinstituten. Bureau Jeugdzorg. GGD. (op afspraak) Politie
Naam maatregel: Preventieproject ‘doorlopende leer- en zorglijnen’ vmbo - mbo
Doel maatregel: Goede overgang en overdracht van vmbo naar mbo.
Pilot op terrein van zorg en welzijn.
Activiteiten: Afstemming onderwijsprogrammering
Afstemming zorgbeleid
Regelen van ‘warme (persoonlijke)’ overdracht van probleemleerlingen.
Oriëntatie mogelijkheden scheppen
Betrokken partijen: Alle genoemde scholen en opleidingsinstituten voor zover zij een vmbo of mbo-afdeling hebben.
Naam maatregel: Preventieproject Oriëntatie MBO voor vmbo-leerlingen
Doel maatregel: Vmbo-leerlingen beter voorbereiden op de overgang naar de mbo en ze ondersteunen bij het maken van een passende voor een Mbo-opleiding.
Activiteiten: Verstrekken van informatie op mbo-opleidingen.
Organiseren van meeloopdagen in het MBO
Algemene oriëntatiemogelijkheden door het MBO
Klassikale voorlichting.
Betrokken partijen: Alle genoemde scholen en opleidingsinstituten (vmbo en mbo)
Alle vmbo-t opleidingen zijn bij dit project betrokken.
Naam maatregel: Beroepsoriëntatie in het bedrijfsleven voor het vmbo b en k
Doel maatregel: Leerlingen vanuit het vmbo kennis laten maken met de beroepspraktijk, zodat er een meer realistisch beeld ontstaat voor de leerling.
Activiteiten: Alle vmbo B en K opleidingen organiseren beroepsgerichte stages bij bedrijven in de regio.
Betrokken partijen: Alle genoemde scholen en opleidingsinstituten (vmbo). Regionaal bedrijfsleven
Naam maatregel: Verzuimbeleid
Doel maatregel: Terugdringen van verzuim en uitval
Activiteiten: Alle scholen zullen een strikt verzuimbeleid voeren. Verzuim wordt geregistreerd en in overleg met de verzuimambtenaren / RMC wordt een strak handhavingsbeleid beleid gevoerd tegen ongewenst verzuim
Betrokken partijen: Alle genoemde scholen en opleidingsinstituten. RMC. Verzuimambtenaren. Wethouders onderwijs
Naam maatregel: FC Nijmegen onderdeel Preventie en Expertise
Doel maatregel: Terugdringen uitval en opvang risicoleerlingen.
Activiteiten: Bieden van scholing en afstemming voor de coördinatoren van alle scholen.
Ontwikkeling expertisefunctie (orthopedagoog, ontwikkelingspsycholoog, jeugdpsychiater, orthodidactiek) voor leerlingen met onderwijsachterstand en risicoleerlingen.
Betrokken partijen: Alle genoemde scholen en opleidingsinstituten. Regionaal Samenwerkingsverband VO Nijmegen e.o.
Naam maatregel: FC Nijmegen onderdeel Beroeps- en arbeidsmarktopleidingen
Doel maatregel: Terugdringen uitval en opvang risicoleerlingen
Activiteiten: Bieden van een Orthopedagogisch-didactisch centrum voor risicoleerlingen uit het vmbo en mbo.
Gerichte opleiding voor vmbo-diploma, AKA-certificaat en / of arbeidsmarkttoeleiding.
Nauwe samenwerking bovenbouw vmbo en AKA-opleidingen.
Onderbouw vmbo kent eigen locatie.
Betrokken partijen: Alle genoemde scholen en opleidingsinstituten.
Naam maatregel: FC Nijmegen onderdeel Centrum voor Algemeen Vormend Onderwijs
Doel maatregel: Terugdringen uitval en opvang risicoleerlingen
Activiteiten: Bieden van een Orthopedagogisch- didactisch centrum voor risicoleerlingen uit Vmbo-t, havo en vwo.
Gerichte opleiding voor vmbo-t, havo of vwo diploma.
Er wordt nauw samengewerkt met de VAVO van het ROC Nijmegen
Betrokken partijen: Alle genoemde scholen en opleidingsinstituten.
Stichting EigenWijs (Leefwerkschool Eigenwijs)
Naam maatregel: FC Nijmegen project Reboundvoorziening (Time-out)
Doel maatregel: Terugdringen uitval en opvang risicoleerlingen
Activiteiten: Bieden van tijdelijke opvang (onderwijs en begeleiding) van leerlingen die (tijdelijk) niet te handhaven zijn op de bestaande scholen. Een en ander conform de Reboundregeling.
Betrokken partijen: Alle genoemde scholen en opleidingsinstituten
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-156-p156-SC87142.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.