Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatscourant 2008, 15 pagina 7Besluiten van algemene strekking

Regeling OM-afdoening

Regeling van de Minister van Justitie van 16 januari 2008, nr. 5525695/08, tot wijziging van enkele ministeriële regelingen in verband met de invoering van de Wet OM-afdoening (Regeling OM-afdoening)

De Minister van Justitie,

Handelende in overeenstemming met de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 4, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, de artikelen 388, eerste lid, en 257c, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, de artikelen 130, eerste en derde lid, 131, zesde lid, en 134, negende lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 10, eerste lid, onder a, van de Wet wapens en munitie, en de artikelen 19, eerste lid, onder a en b, en 32 van de Wet explosieven voor civiel gebruik;

Besluit:

Artikel I

De Regeling modellen en formulieren ten behoeve van verkeershandhaving Justitie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt de zinsnede ‘het formulier van de kennisgeving, bedoeld in artikel 8, derde lid, van het Transactiebesluit 1994’ vervangen door: de aankondiging van de strafbeschikking, bedoeld in artikel 257c, vierde lid van het Wetboek van Strafvordering.

B

De bijlage, bedoeld in artikel 1, wordt vervangen door de bij de Regeling OM-afdoening behorende bijlage.

C

Artikel 6 komt te luiden:

Artikel 6

Tot het tijdstip waarop artikel II, onderdeel R, van de Wet OM-afdoening in werking treedt, worden de modellen en formulieren gebruikt zoals deze zijn vastgesteld voor het tijdstip waarop de Regeling OM-afdoening in werking treedt.

D

De artikelen 7 en 8 vervallen.

E

Artikel 9 wordt genummerd artikel 7 en de zinsnede ‘ten behoeve van verkeershandhaving Justitie’ wordt vervangen door: ten behoeve van de handhaving Justitie.

Artikel II

De Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5, onderdeel l, wordt de zinsnede ‘en heeft ter zake van deze feiten tijdens of na de in artikel 1, onderdeel f, genoemde termijn van vijf jaar voldaan aan de op grond van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden ter voorkoming van de strafvervolging of is ter zake van deze feiten tijdens of na de in artikel 1, onderdeel f, genoemde termijn van vijf jaar onherroepelijk veroordeeld’ vervangen door: en voor deze feiten is hij tijdens of na de in artikel 1, onderdeel f, genoemde termijn van vijf jaar onherroepelijk veroordeeld dan wel is voor deze feiten tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking uitgevaardigd.

B

In bijlage 1, onderdeel A, onderdeel IV, aanhef, wordt de zinsnede ‘drie maal tijdens of na de in artikel 1, onderdeel f, genoemde termijn van vijf jaar onherroepelijk veroordeeld zijn voor of voldaan hebben aan een of meer van de in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht genoemde voorwaarden ter voorkoming van de strafvervolging terzake van een of meer van de hierna genoemde strafbare feiten’ vervangen door: een of meer van de navolgende feiten hebben begaan waarvoor hij tijdens of na de in artikel 1, onderdeel f, genoemde termijn van vijf jaar onherroepelijk is veroordeeld dan wel voor deze feiten tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking is uitgevaardigd:.

C

In bijlage 2 wordt de zinsnede ‘en heeft ter zake van deze feiten tijdens of na de in artikel 1, onderdeel f, van die regeling genoemde termijn van vijf jaar voldaan aan de op grond van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden ter voorkoming van de strafvervolging of is ter zake van deze feiten tijdens of na de bedoelde termijn van vijf jaar onherroepelijk veroordeeld’ vervangen door: en voor deze feiten is hij tijdens of na de in artikel 1, onderdeel f, van die regeling genoemde termijn van vijf jaar onherroepelijk veroordeeld dan wel is voor deze feiten tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking uitgevaardigd.

Artikel III

Artikel 8, zesde lid, van de Regeling wapens en munitie komt te luiden:

6. Een onherroepelijke strafbeschikking wordt voor de toepassing van het derde lid met een veroordeling gelijk gesteld.

Artikel IV

Artikel 2, zesde lid, van de Regeling aanvraag erkenning en onkostenvergoeding goedkeuring Wet explosieven voor civiel gebruik komt te luiden:

6. Voor de toepassing van het derde lid wordt een onherroepelijke strafbeschikking met een veroordeling gelijk gesteld.

Artikel V

1. In strafzaken waarin voor het in werking treden van artikel II, onderdelen O tot en met R, artikel III, artikel IV en artikel VI van de Wet OM-afdoening voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging zijn gesteld overeenkomstig de artikelen 74 en 74c van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 36 en 37 van de Wet op de economische delicten, artikel 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel artikel 85 van de Waterschapswet, blijven de artikelen die door de artikelen II tot en met IV van deze regeling gewijzigd worden of vervallen, van toepassing zoals zij luidden voor het in werking treden van die artikelen van deze regeling.

2. In strafzaken waarin voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging zijn gesteld overeenkomstig artikel 59 van het Wetboek van Militair Strafrecht, blijven de artikelen die door de artikelen II tot en met IV van deze regeling gewijzigd worden of vervallen van toepassing zoals zij luidden voor het in werking treden van die artikelen van deze regeling.

Artikel VI

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling OM-afdoening.

Artikel VII

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet OM-afdoening in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 16 januari 2008.
De Minister van Justitie, E.M.H. Hirsch Ballin.

Bijlage

stcrt-2008-15-p7-SC84183-1.gifstcrt-2008-15-p7-SC84183-2.gifstcrt-2008-15-p7-SC84183-3.gifstcrt-2008-15-p7-SC84183-4.gif

Toelichting

1. Inleiding

In deze regeling worden enkele regelingen aangepast aan de Wet OM-afdoening. De Wet OM-afdoening vormt de transactie om tot een strafbeschikking. Dit heeft tot gevolg dat de regelingen waarin naar de transactie wordt verwezen, aan de strafbeschikking moeten worden aangepast. De belangrijkste regeling is die waarin de zogeheten combibon is vastgesteld. Deze bon is uitgebreid met de aankondiging van een strafbeschikking (zie hierna, in paragraaf 2). De andere regelingen zijn in technische zin aangepast (zie paragraaf 3).

De Wet OM-afdoening wordt gefaseerd ingevoerd. De eerste fase start naar verwachting begin 2008 en betreft afdoening met een strafbeschikking van een tweetal zaaksstromen op het terrein van het verkeer. De tweede fase vangt naar verwachting eind 2008 aan, en betreft afdoening met een strafbeschikking van de feitgecodeerde overtredingen. Andere zaaksstromen komen vanaf de derde fase aan bod. De voorliggende wijzigingsregeling bevat wijzigingen die vanaf de eerste fase van belang zijn en enkele wijzingen die vanaf de tweede fase van belang zijn. Andere regelingen zullen in andere trajecten worden meegenomen en/of in een later stadium van de fasering worden aangepast. Zo zal bijvoorbeeld het Besluit vaststelling model formulier betalingsbewijs transacties en boetes in een ander traject aan de Wet OM-afdoening worden aangepast, aangezien het aangewezen is deze regeling opnieuw vast te stellen.

2. De Combibon

Artikel 257c, vierde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) schrijft voor dat het model van de aankondiging van de strafbeschikking wordt vastgesteld in een ministeriële regeling. Het model van de aankondiging van de strafbeschikking zal in de praktijk neerslaan in de zogenaamde combibon, waarvan het model thans is vastgelegd in de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van verkeershandhaving Justitie. In het implementatietraject is besloten de aankondiging alleen te hanteren met betrekking tot de politiestrafbeschikking (artikel 257b Sv). Van de OM-strafbeschikking (artikel 257a Sv) wordt door opsporingsambtenaren geen aankondiging verstrekt, maar door hen wordt voor OM-feiten net als thans een kennisgeving van bekeuring gedaan. De politiestrafbeschikking gaat in de tweede fase van de implementatie van de OM-afdoening van start, naar verwachting medio 2008. Dat betekent enerzijds dat de combibon in de eerste fase van de Wet OM-afdoening nog in zijn ongewijzigde vorm moet worden gebruikt, en anderzijds dat vanaf de tweede fase de door deze regeling gewijzigde bon moet worden gebruikt (zie nader artikel I, onderdeel C). Niettemin is het met het oog op het verplichtende karakter van artikel 257c, vierde lid, Sv noodzakelijk de regeling waarin het model van de combibon is vastgelegd reeds thans, in de eerste fase, aan de OM-afdoening aan de passen.

De wijzigingen die deze regeling in de combibon doorvoert zijn de volgende. In de eerste plaats wordt de combibon met de aankondiging van de strafbeschikking uitgebreid. Feiten die (voor invoering van de tweede fase) politietransigabel zijn (aangeduid met de letter ‘p’ in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen) en de feiten die (feitgecodeerd) met een OM-transactie worden afgedaan (in de eerder genoemde Tekstenbundel aangeduid met een sterretje) vallen in het bestaande model van de combibon beide onder de kennisgeving bekeuring (waartoe op de bon de letter ‘K’ wordt genoteerd). De verandering is dat na invoer van de politiestrafbeschikking in fase 2 van de OM-afdoening onder de kennisgeving van bekeuring alleen de OM-feiten vallen. Feiten die de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren op grond van het Besluit OM-afdoening zelf mogen afdoen met een politiestrafbeschikking vallen dan onder de aankondiging van strafbeschikking. Bij het invullen van de combibon dient de opsporingsambtenaar dit aan te geven door het op de voorzijde noteren van de letter ‘S’ (aankondiging strafbeschikking).

Op het model is op, het voor de verdachte bestemde, blad B1 (achterzijde) een toelichting opgenomen over de aankondiging van strafbeschikking. Daarin is onder meer aangegeven, dat als de verdachte nadat de strafbeschikking is aangekondigd in de gelegenheid wordt gesteld direct te betalen, hij bij daadwerkelijke directe betaling afstand doet van het recht op verzet tegen de strafbeschikking. Afgezien van eerder genoemde wijziging in de combibon in verband met de invoering van de Wet OM- afdoening is de combibon – in de tweede plaats – ook op verschillende andere punten gewijzigd om de kwaliteit van de bon in algemene zin te verbeteren.

Tevens de op de de combibon vermelde velden zodanig gerangschikt dat de volgorde overeenkomt met de volgorde waarop de politie de gegevens invoert in de verwerkingssystemen.

Artikelsgewijs

Artikel I

De wijziging van de regeling is in paragraaf 2 toegelicht. In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat de naam van de regeling zo is gewijzigd dat deze niet langer alleen op de verkeershandhaving ziet. Het in die regeling opgenomen model van de combibon wordt thans namelijk ook voor de handhaving van andere terreinen dan het verkeer gebruikt .

Artikel II

Door de invoering van de OM-afdoening (en daarmee de vervanging van de transactie door de strafbeschikking) is het mogelijk dat een beginnende bestuurder binnen de in de regeling vermelde termijn van 5 jaar één (of meerdere) strafbeschikking(en) opgelegd heeft gekregen en/of één (of meerdere) transactie(s) opgelegd heeft gekregen en/of bij één (of meerdere) onherroepelijke rechterlijke uitspraak is veroordeeld.

Het overgangsrecht dat in artikel IV is opgenomen, zorgt ervoor dat na de inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening zowel de transactie als de strafbeschikking onder de werking van de regeling van de beginnende bestuurder vallen en – wat betreft de transactie – blijven vallen.

Overigens zijn deze wijzigingen pas daadwerkelijk relevant vanaf de tweede fase van de invoering van de OM-afdoening, omdat de eerste fase afdoening met een strafbeschikking betreft van een tweetal zaaksstromen die weliswaar verkeersdelicten betreft, maar niet verkeersdelicten die onder de werking van de beginnende bestuurder vallen.

Artikel V

De transactie blijft na de start van de Wet OM-afdoening voorshands gehandhaafd. De voor buitengerechtelijke afdoening in aanmerking komende zaken die niet met een strafbeschikking worden afgedaan, blijven met een transactie afgedaan worden. Artikel V is nodig om te bewerkstelligen dat de bepalingen die op de transactie betrekking hebben en die door deze regeling worden gewijzigd, blijven gelden voor transacties die na de inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening worden aangeboden. Hierboven is al uiteengezet hoe deze overgangsbepaling uitwerkt voor de combibon (zie paragraaf 2) en voor de beginnende bestuurder (paragraaf 3, bij artikel II). Ook voor de andere door deze regeling te wijzigen regelingen is dit van belang. Zo is ingevolge artikel III van deze regeling ook een onherroepelijk geworden strafbeschikking, uitgevaardigd voor een of meer van de in artikel 8, derde lid, van de Regeling wapens en munitie bedoelde strafbare feiten, een grond die op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet wapens en munitie, tot weigering van de erkenning verplicht. Artikel V voorziet erin dat een betaalde transactie voor de bedoelde strafbare feiten ook na de datum van inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening aan een erkenning in de weg staat en blijft staan.