Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2008, 136 pagina 9Besluiten van algemene strekking

Wijziging Besluit aangewezen staten Wft

Regeling van de Minister van Financiën van 16 juni 2008, nr. FM 2008-01388 M, tot wijziging van het Besluit aangewezen staten Wft

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 2:66, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht en artikel 34 van het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft;

Besluit:

Artikel I

Artikel 2 van het Besluit aangewezen staten Wft komt te luiden:

Artikel 2

1. Als staat in de zin van artikel 2:66, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht worden aangewezen:

a. Frankrijk;

b. Guernsey;

c. Ierland;

d. Jersey;

e. Luxemburg;

f. Malta;

g. het Verenigd Koninkrijk van Groot Brittannië en Noord-Ierland;

h. de Verenigde Staten van Amerika, voor zover het betreft het toezicht op beleggingsinstellingen die bij de Securities and Exchange Commission zijn geregistreerd.

2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het betreft het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling waaraan in de desbetreffende staat beperkingen zijn gesteld met betrekking tot de personen aan wie rechten van deelneming mogen worden aangeboden.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, W.J. Bos.

Toelichting

Op grond van artikel 2:66, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en artikel 34 van het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft kan de Minister van Financiën staten aanwijzen als staat waar toezicht op beleggingsinstellingen wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de Wft beoogt te beschermen. Ten aanzien van beleggingsinstellingen met zetel in een aldus aangewezen staat geldt een uitzondering op het verbod om zonder vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) rechten van deelneming in Nederland aan te bieden. Deze beleggingsinstellingen moeten wel op grond van artikel 2:73 van de Wft de AFM op de hoogte stellen van het voornemen om in Nederland rechten van deelneming aan te gaan bieden (notificatie). De staten die op grond van artikel 2:66 van de Wft zijn aangewezen zijn opgenomen in artikel 2, eerste lid, van het Besluit aangewezen staten Wft. Twee nieuwe staten zijn aan de lijst aangewezen staten toegevoegd. De AFM heeft op basis van onderzoek vastgesteld dat het toezicht op beleggingsinstellingen in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in sterke mate overeenkomt met het toezicht in Nederland. Deze staten zijn derhalve aangewezen als staat waar adequaat toezicht wordt uitgeoefend.

Het tweede lid van artikel 2 regelt dat de aanwijzing niet geldt voor bepaalde beleggingsinstellingen. Deze dienen op grond van artikel 2:65 van de Wft een vergunning dienen aan te vragen bij de AFM voordat zij rechten van deelneming in Nederland mogen aanbieden behoudens eventuele andere vrijstellingen ingevolge de Wft.

Het gaat om beleggingsinstellingen uit aangewezen staten die in eigen land hun deelnemingsrechten telkens slechts aan een beperkte groep beleggers (bijvoorbeeld professionele beleggers) mogen aanbieden. Dergelijke beleggingsinstellingen vallen in de aangewezen staten meestal onder een verlichte vergunningprocedure of zijn zelfs vrijgesteld van de vergunningplicht. Dit betekent dat er in dat geval geen sprake is van een volledige toetsing bij markttoetreding. Ook in het doorlopend toezicht vallen deze beleggingsinstellingen vaak onder een lichter regime.

Voor de onderhavige aanpassing van deze regeling golden deze beperkingen echter niet bij het aanbieden van deelnemingsrechten in Nederland. Omdat dit niet wenselijk is en de (gedeeltelijke) vrijstelling van de vergunningplicht dan wel het aangepaste doorlopend toezicht niet conform de Nederlandse wet- en regelgeving hoeft te zijn, kunnen deze beleggingsinstellingen thans ingevolge het tweede lid van artikel 2 geen gebruik meer maken van de uitzondering van artikel 2:66, eerste lid, van de Wft.

Voorts is de zinsnede die de aanwijzing van de staat Guernsey beperkte (‘voorzover … terugbetaald’) vervallen. Er is echter geen ongedaanmaking van deze beperking beoogd. De beperking wordt nu door het tweede lid van deze regeling ondervangen.

De Minister van Financiën,

W.J. Bos