Wijziging Regeling havenstaatcontrole

Regeling tot wijziging van de Regeling havenstaatcontrole in verband met de uitvoering van het Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijk aangroeiwerende verfsystemen op schepen en verordening (EG) nr. 536/2008

30 juni 2008

Nr. CEND/HDJZ-2008/827 sector SCH

Hoofddirectie Juridische Zaken

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op het op 5 oktober 2001 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijk aangroeiwerende verfsystemen op schepen (Trb. 2004, 44), verordening (EG) nr. 536/2008 van de Commissie van 13 juni 2008 ter uitvoering van artikel 6, lid 3, en artikel 7 van verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen en tot wijziging van die verordening (PbEU L 156/10), en de artikelen 5, tweede lid, en 30 van de Wet havenstaatcontrole;

Besluit:

Artikel I

De Regeling havenstaatcontrole1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

f. verordening (EG) nr. 782/2003: verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen (PbEU L 115);

g. verordening (EG) nr. 536/2008: verordening (EG) nr. 536/2008 van de Commissie van 13 juni 2008 ter uitvoering van artikel 6, lid 3, en artikel 7 van Verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen en tot wijziging van die verordening (PbEU L 156).

B

In artikel 4, derde lid, wordt ‘alsmede de documenten, genoemd in artikel 4, eerste lid, van richtlijn nr. 1999/95/EG’ vervangen door: de documenten genoemd in artikel 4, eerste lid, van richtlijn nr. 1999/95 EG en de certificaten en documenten genoemd in bijlage 4 bij het Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijk aangroeiwerende verfsystemen op schepen (Trb. 2004, 44).

C

Artikel 6c wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. De ambtenaren van de divisie Scheepvaart kunnen een schip onderwerpen aan een controle als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG) nr. 782/2003 en artikel 3 van verordening (EG) nr. 536/2008.

2. In het tweede en derde lid wordt ‘verordening’ vervangen door: verordening (EG) nr. 782/2003.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel I, onderdeel B, dat in werking treedt met ingang van 17 september 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J.C. Huizinga-Heringa.

Toelichting

Algemeen

Op grond van de Wet havenstaatcontrole kunnen buitenlandse schepen worden gecontroleerd op de naleving van internationale verdragen inzake zeescheepvaart. De Regeling havenstaatcontrole bevat de nadere uitwerking van enkele bepalingen van deze wet.

Met de onderhavige regeling wordt de Regeling havenstaatcontrole gewijzigd in verband met:

– het Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen (Trb. 2004, 44).

– verordening (EG) nr. 536/2008 van de Commissie van 13 juni 2008 ter uitvoering van artikel 6, lid 3, en artikel 7 van Verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen en tot wijziging van die verordening.

Artikelgewijs

Artikel I, onderdeel B

Op 17 september 2008 zal het op 5 oktober 2001 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijk aangroeiwerende verfsystemen op schepen (AFS-verdrag) in werking treden. Voor wat betreft schepen die onder Nederlandse vlag varen, wordt uitvoering gegeven aan het AFS-verdrag via de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en het Besluit voorkoming van verontreiniging door schepen (Bvvs). Op grond van deze regelgeving is ofwel een Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem nodig (voor schepen van 400 GT of meer), ofwel een zogenoemde verklaring betreffende het aangroeiwerend verfsysteem (voor schepen van 24 meter of meer, maar van minder dan 400 GT). Voor een nadere toelichting zij verwezen naar de toelichting bij de desbetreffende bepalingen van het Bvvs (Stb. 2006, 693).

Voor wat betreft schepen die onder buitenlandse vlag varen, wordt uitvoering gegeven aan het AFS-verdrag via de Wet havenstaatcontrole en het Besluit aanwijzing verdragen Wet havenstaatcontrole. Het besluit tot wijziging van het Besluit aanwijzing verdragen Wet havenstaatcontrole, waarmee het AFS-verdrag per 17 september 2008 onder de vigeur van de Wet havenstaatcontrole wordt gebracht, is inmiddels tot stand gekomen en zal deze zomer door publicatie in het Staatsblad bekend worden gemaakt. In het verlengde hiervan worden met de onderhavige regeling het Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem en de verklaring betreffende het aangroeiwerend verfsysteem op grond van artikel 5, tweede lid, van de Wet havenstaatcontrole aangewezen als te controleren documenten. Op deze wijze zullen ambtenaren van de divisie Scheepvaart op de aanwezigheid van dit certificaat aan boord van buitenlandse schepen kunnen controleren. Ook kunnen zij op grond van de Wet havenstaatcontrole schepen ten aanzien waarvan geen certificaat wordt afgegeven, dan wel schepen die de vlag voeren van een staat die geen partij is bij het AFS-verdrag onderwerpen aan een controle om na te gaan of de toestand van het schip geen gevaar vormt voor de verontreiniging van het mariene milieu.

Artikel I, onderdeel C

In Europees verband is vooruitlopend op en in lijn met het Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen, verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen (hierna: TBT-verordening) tot stand gekomen. Artikel 5, eerste lid, van de TBT-verordening verbiedt met ingang van 1 januari 2008 de aanwezigheid van organische tinverbindingen die fungeren als biociden in aangroeiwerende systemen op schepen, tenzij daarop een afsluitende laag is aangebracht die voorkomt dat deze verbindingen vrijkomen uit het onderliggende niet-conforme aangroeiwerende systeem. Op grond van artikel 7 van de TBT-verordening moeten de controles op de naleving van dit verbod door schepen van 400 GT en meer die de vlag van een lidstaat voeren gelijkwaardig zijn aan de controles die zijn vastgesteld bij richtlijn 95/21/EG van de Raad van 19 juni 1995 betreffende havenstaatcontrole (hierna: richtlijn havenstaatcontrole). Om deze reden is in artikel 6c van de Regeling havenstaatcontrole aan de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie de bevoegdheid gegeven een schip dat vaart onder de vlag van een lidstaat van de Europese Unie te onderwerpen aan een havenstaatcontrole als bedoeld in artikel 7 van de TBT-verordening.

Op 13 juni 2008 heeft de Commissie verordening (EG) nr. 536/2008 vastgesteld. Op grond van deze verordening moeten ook de controles op de naleving van het in artikel 5, eerste lid, van de TBT-verordening neergelegde verbod door schepen die een haven of offshore terminal van een lidstaat aandoen, maar die niet de vlag van een lidstaat voeren of onder het gezag van een lidstaat opereren, gelijkwaardig zijn aan de controles die zijn vastgesteld bij de richtlijn havenstaatcontrole. Met de onderhavige wijziging van artikel 6c wordt gevolg gegeven aan verordening 536/2008 (EG) en wordt op grond van artikel 30 van de Wet havenstaatcontrole de bevoegdheid van de ambtenaren van de divisie Scheepvaart om controles uit te voeren die gelijkwaardig zijn aan de controles neergelegd in de richtlijn havenstaatcontrole, uitgebreid tot alle schepen die varen onder buitenlandse vlag.

Artikel II

Met de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, is aangesloten bij de datum waarop het AFS-verdrag internationaal en voor Nederland in werking zal treden.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

J.C. Huizinga-Heringa

  • 1

    Stcrt. 1998, 97; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 1 juli 2004 (Stcrt. 134).

Naar boven