Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2008, 121 pagina 10Besluiten van algemene strekking

Regeling tot aanpassing van de Uitvoeringsregeling Wft

19 juni 2008

Nr. FM 2008-001374 M

Directie Financiële Markten

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft:

Besluit:

Artikel I

De Uitvoeringsregeling Wft wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 worden in alfabetische volgorde de volgende definities ingevoegd:

aanbiedingsprogramma: algemeen bekend gemaakt voornemen tot het doorlopend of periodiek uitgeven van gedekte obligaties van een bepaalde soort;

aanvraag: verzoek om registratie als bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft;

gedekte obligaties: gedekte obligaties als bedoeld in artikel 1 van het Besluit prudentiële regels Wft;

juridisch adviseur: een juridische deskundige die onafhankelijk is van de uitgevende bank.

B

Na hoofdstuk 9 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 9a

Gedekte obligaties

Bepalingen ter uitvoering van artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft

Artikel 20a

1. Een bank die een aanvraag doet, toont aan de Nederlandsche Bank aan dat de uit te geven obligaties zijn aan te merken als gedekte obligaties door middel van het overleggen van:

a. een juridische opinie van een juridisch adviseur waaruit de Nederlandsche Bank kan concluderen dat ten aanzien van de obligaties wordt voldaan aan onderdeel c van de definitie van gedekte obligatie in het Besluit prudentiële regels Wft;

b. de schriftelijke bescheiden met betrekking tot de uitgifte van de obligaties waarop de juridische opinie, bedoeld in onderdeel a, is gebaseerd;

c. overige relevante bescheiden met betrekking tot de uitgifte; en

d. een schriftelijke verklaring van de natuurlijke personen die het beleid van de bank bepalen, inhoudende dat de obligaties voldoen aan de definitie van gedekte obligaties in artikel 1 van het Besluit prudentiële regels Wft en dat de uitgevende bank voldoet aan het bepaalde in artikel 124c van het Besluit prudentiële regels Wft.

2. Uit de in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden blijkt dat:

a. de obligaties op het tijdstip van de aanvraag een kredietbeoordeling hebben van een ingevolge artikel 88 van het Besluit prudentiële regels Wft erkend kredietbeoordelingsbureau, welke kredietbeoordeling is ondergebracht in de kredietbeoordelingscategorie 1 van de kwaliteitsbeoordelingsschaal in paragraaf 6.4 van bijlage VI van de herziene richtlijn banken, onder de toepassing van het bepaalde in Deel 3, paragraaf 2, punten 8 en 9 van die bijlage, en dat de kredietbeoordeling en de door het kredietbeoordelingsbureau aan de kredietbeoordeling verbonden voorwaarden met betrekking tot de activa en de uitgevende bank naar het oordeel van de Nederlandsche Bank adequaat zijn;

b. de totale nominale waarde van de uitgegeven of de nog uit te geven gedekte obligaties in een gezonde verhouding staat tot de voor dekking van deze obligaties in aanmerking komende activa. De Nederlandsche Bank stelt na overleg met de uitgevende bank vast of de verhouding tussen de totale nominale waarde van deze obligaties ten opzichte van het geconsolideerde balanstotaal van de uitgevende bank als gezonde verhouding kan worden beschouwd;

c. de uitgevende bank heeft voorzien in solide, doeltreffende strategieën en procedures aan de hand waarvan zij gedurende de looptijd van de obligaties voortdurend nagaat of, en er zorg voor draagt dat, er voldoende activa zijn overgegaan naar de rechtspersoon, bedoeld in onderdeel c, onder 1°, van de definitie van gedekte obligaties in artikel 1 van het Besluit prudentiële regels Wft, rekening houdend met de aard en samenstelling van de activa, de overwaarden, in aanmerking te nemen risico’s en stresstesten.

Artikel 20b

1. Een uitgevende bank gaat slechts over tot verdere uitgifte in het kader van een aanbiedingsprogramma van gedekte obligaties die zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 124b van het Besluit prudentiële regels Wft als zij heeft geconstateerd dat wordt voldaan aan de voor registratie gestelde voorschriften.

2. Indien de totale nominale waarde van de gedekte obligaties uitstijgt boven de verhouding, bedoeld in artikel 20a, tweede lid, onder b, ten opzichte van het geconsolideerde balanstotaal van de uitgevende bank, toont de uitgevende bank voordat verdere uitgifte plaatsvindt aan de Nederlandsche Bank aan dat sprake blijft van een gezonde verhouding als bedoeld in dat onderdeel.

Artikel 20c

1. Een bank die gedekte obligaties heeft uitgegeven die overeenkomstig artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft zijn geregistreerd:

a. toont ten minste een maal per kwartaal aan de Nederlandsche Bank aan dat de gedekte obligaties voldoen aan de voor registratie gestelde voorwaarden, door aan de Nederlandsche Bank rapportages over de activa te verstrekken en toe te lichten, en

b. toont ten minste jaarlijks aan de Nederlandsche Bank aan dat de bank voldoet aan het bepaalde in artikel 20a, tweede lid, onderdeel c.

2. De uitgevende bank verstrekt aan de Nederlandsche Bank binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening en het jaarverslag van de rechtspersoon waarnaar de activa overeenkomstig het Besluit prudentiële regels Wft zijn overgegaan. De documenten zijn opgemaakt in overeenstemming met Titel 2 van Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden, dan wel volgens het recht van de staat waar de rechtspersoon haar zetel heeft. Indien de rechtspersoon haar zetel in Nederland heeft, vermeldt zij daarbij of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd in overeenstemming met haar statuten of oprichtingsakte.

3. De uitgevende bank doet onverwijld mededeling aan de Nederlandsche Bank indien gedurende de looptijd van de gedekte obligaties:

a. wijzigingen optreden ten opzichte van de gegevens en bescheiden waarop de juridische opinie bedoeld in artikel 20a, eerste lid, was gebaseerd of ten opzichte van de schriftelijke bescheiden, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, die tot gevolg hebben dat de uitstaande gedekte obligaties niet meer voldoen of zullen voldoen aan de voor registratie gestelde voorschriften, of

b. significante wijzigingen worden aangebracht in een aanbiedingsprogramma of in de voorwaarden met betrekking tot de gedekte obligaties.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2008.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Minister van Financiën, W.J. Bos.

Toelichting

1. Algemeen

Op grond van artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft (hierna: het besluit) worden bij ministeriële regeling regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop een bank aan de Nederlandsche Bank kan aantonen dat door haar uitgegeven obligaties kwalificeren als gedekte obligaties in de zin van het besluit. Deze regeling vormt hiervan een uitwerking. Er zijn regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de uitgevende bank aan de Nederlandsche Bank aantoont dat er sprake is van gedekte obligaties, zodat de Nederlandsche Bank over kan gaan tot registratie van deze obligaties in het daartoe bestemde register. Tevens zijn regels gesteld voor de wijze waarop de uitgevende bank, na registratie, aan de Nederlandsche Bank aantoont dat blijvend wordt voldaan aan de vereisten voor (registratie van) gedekte obligaties.

De uitgevende bank toont dit aan de Nederlandsche Bank aan, door aan de Nederlandsche Bank de schriftelijke bescheiden zoals het prospectus, de transactiedocumenten en boekhoudkundige documenten ter beschikking te stellen, alsmede een juridische opinie en de documenten waarop deze is gebaseerd, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de desbetreffende vereisten.

De uitgevende bank verstrekt gedurende de looptijd van de gedekte obligaties die de Nederlandsche Bank heeft geregistreerd, verder ondermeer periodieke rapportages met betrekking tot de gedekte obligaties en de activa die dienen ter (mogelijke) dekking van de verplichtingen van de uitgevende bank onder de gedekte obligaties, en de jaarcijfers van de rechtspersoon waarnaar de activa onder algemene of bijzondere titel zijn overgegaan. De uitgevende bank houdt de Nederlandsche Bank ook na registratie goed geïnformeerd omtrent de geregistreerde gedekte obligaties en de desbetreffende activa.

2. Opzet van het toezicht op geregistreerde gedekte obligaties

Uitgangspunt van de regels in het besluit en deze regeling is dat aan de houders van geregistreerde gedekte obligaties een hoge mate van zekerheid wordt geboden dat te allen tijde aan de verplichtingen onder de obligaties kan worden voldaan, doordat de activa ter dekking van deze obligaties gedurende hun looptijd voldoende dekking bieden voor deze verplichtingen. Er is niet voor gekozen om gedetailleerde regels omtrent de aard en samenstelling van de activa op te stellen; dergelijke regels vloeien ook niet voort uit Europeesrechtelijke voorschriften. Dergelijke eisen gelden wel als de uitgevende bank de geregistreerde gedekte obligaties in aanmerking wil laten komen voor bijvoorbeeld een lagere risicoweging in het kader van de solvabiliteitseisen voor het kredietrisico (verwezen wordt naar de nota van toelichting bij het besluit alsmede naar de Regeling solvabiliteitseisen voor het kredietisico van de Nederlandsche Bank). Echter, met het oog op de hoge mate van zekerheid en de voldoende dekking die wordt vereist, is er voor gekozen om naar een integrale beoordeling van de gedekte obligaties in de markt te kijken, onder meer door bij het toezicht de kredietbeoordeling door de kredietbeoordelingsbureaus in aanmerking te nemen (zie de artikelsgewijze toelichting bij artikel 20a, tweede lid, onderdeel a).

Indien de uitgevende bank de te registreren obligaties uitgeeft in het kader van een aanbiedingsprogramma, en er sprake is van een situatie waarin niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden voor de kredietbeoordeling, of de regels van het besluit, dan voldoet de uitgevende bank niet langer aan de voor registratie geldende voorschriften en dient zij zich dus te onthouden van nieuwe uitgiften onder het aanbiedingsprogramma, totdat de situatie naar het oordeel van de Nederlandsche Bank genoegzaam is hersteld. Zoals in de nota van toelichting bij het besluit is verduidelijkt, neemt de Nederlandsche Bank in een situatie als vorenbedoeld de belangen van de uitgevende bank en de obligatiehouders in aanmerking. Beiden hebben belang bij handhaving van de registratie en daarmee ook handhaving van het toezicht van de Nederlandsche Bank op grond van het besluit met betrekking tot de geregistreerde gedekte obligaties. Het ligt daarom in de rede dat de Nederlandsche Bank alleen in het uitzonderlijke geval dat van haar toezicht op de desbetreffende obligaties geen beschermende werking meer uitgaat voor de obligatiehouders, en ook de uitgevende bank hier geen belang meer bij heeft, overgaat tot doorhaling van de registratie van de nog uitstaande geregistreerde gedekte obligaties.

3. Gevolgen voor het bedrijfsleven

In de toelichting bij het besluit is opgenomen dat het besluit (beperkte) gevolgen heeft voor het bedrijfsleven. De regeling sluit aan bij de bestaande praktijk inzake Nederlandse covered bonds. Daarbij betreft het een facultatieve regeling, die ertoe strekt financiële voordelen voor de uitgevende bank en investeerders mogelijk te maken. Zoals in de toelichting bij het besluit werd geconstateerd, zijn de totale lasten om aan de Nederlandsche Bank aan te tonen dat aan het besluit wordt voldaan, beperkt, en bedragen zij € 86.400. In aanvulling daarop kan worden geconstateerd dat artikel 20c, eerste lid, nadere invulling geeft aan de wijze waarop rapportage aan de Nederlandsche Bank moet worden gedaan. Hoewel dit artikel aansluit bij de bestaande praktijk, en rapportages en een administratie ook bij gestructureerde obligaties die niet onder dit besluit zijn uitgegeven voorhanden zijn, is denkbaar dat bijvoorbeeld nadere toelichting aan de Nederlandsche Bank of verstrekking van relevante documenten ertoe zal leiden dat de inschatting van € 86.400 zal worden overschreden. Het is echter duidelijk dat dit geen significante overschrijding zal zijn.

Artikelsgewijs

Artikel I

A

Onder een juridisch adviseur wordt verstaan een juridisch geschoolde deskundige persoon die onafhankelijk is van de uitgevende bank en die vanuit zijn wettelijke of professionele taak een juridische opinie kan afgeven waaruit de Nederlandsche Bank kan concluderen dat ten aanzien van de obligaties wordt voldaan aan onderdeel b en c van de definitie van gedekte obligaties. Zie de toelichting bij artikel 20a, eerste lid. De onafhankelijke oordeelsvorming van de juridisch adviseur dient buiten twijfel te staan. Dit impliceert dat de adviseur niet werkzaam is bij de uitgevende bank, of daaraan is verbonden, hetgeen overigens niet uitsluit dat de adviseur betrokken is bij de vormgeving van de uitgifte, of anderszins (vaker) de uitgevende bank adviseert. Advocaten, bedrijfsjuristen, notarissen of vergelijkbare beroepsbeoefenaren kunnen bijvoorbeeld deskundig worden geacht.

B

Artikel 20a

Artikel 20a, eerste lid

De Nederlandsche Bank zal pas overgaan tot registratie als bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van het besluit als zij van de uitgevende bank een juridische opinie van een juridisch adviseur heeft ontvangen waaruit de Nederlandsche Bank kan concluderen dat wordt voldaan aan onderdeel c van de definitie van gedekte obligatie in het Besluit prudentiële regels Wft. Dit wil zeggen dat de opinie dient te bevestigen dat rechtsgeldig in de desbetreffende aan de opinie ten grondslag liggende bescheiden is vastgelegd, dat de activa ten behoeve van onder meer de obligatiehouders (aan wie in de thans gangbare structuur een garantie wordt verstrekt door de rechtspersoon aan wie de activa worden overgedragen) zijn veiliggesteld door middel van overgang en verpanding aan de desbetreffende rechtspersonen. Vanzelfsprekend behoeft de opinie enkel betrekking te hebben op juridische oordeelsvorming. Daarbij dient zij tevens de schriftelijke bescheiden met betrekking tot de uitgifte waarop de juridische opinie is gebaseerd te ontvangen, en overige relevante bescheiden met betrekking tot de uitgifte. Gedacht kan worden aan transactiedocumenten zoals de pandakten, de overeenkomsten met betrekking tot de overdracht van de activa en de overeenkomsten waarin is vastgelegd dat de activa dienen ter dekking van de verplichtingen van de uitgevende bank onder de desbetreffende obligaties. Ook kan worden gedacht aan de beoordelingen door kredietbeoordelingsbureau’s van de obligaties en de juridische merites van de uitgifte, alsmede administratieve documenten met betrekking tot de activa.

Uit de documenten moet blijken dat wordt voldaan aan de vereisten van de definitie van gedekte obligaties in artikel 1 van het besluit, zoals terzake van de rechtsgeldige overgang van voldoende activa naar een rechtspersoon, zodat deze te allen tijde kunnen dienen voor de aflossing van de verplichtingen van de uitgevende bank onder de obligaties.

Onderdeel d van dit lid heeft betrekking op een verklaring die door beleidsbepalende personen is afgegeven, dat de uitgevende bank voldoet aan alle voor registratie in het Besluit prudentiële regels Wft en in artikel 20a van deze regeling gestelde voorschriften.

Artikel 20a, tweede lid, onderdeel a

Zoals hiervoor opgemerkt, is het uitgangspunt van de regels in het besluit en deze regeling dat aan de houders van geregistreerde gedekte obligaties een hoge mate van zekerheid wordt geboden dat de uitgevende bank te allen tijde aan haar verplichtingen onder deze obligaties kan voldoen, doordat de activa ter dekking van deze obligaties gedurende hun looptijd voldoende dekking bieden voor deze verplichtingen (zie met name onderdeel b tot en met e van de definitie van artikel 1 van het besluit). Nu geen gedetailleerde regels omtrent de aard en samenstelling van de activa zijn opgesteld, is er, met het oog op de vereiste hoge mate van zekerheid dat sprake is van voldoende dekking voor de aflossing van de hoofdsom en betaling van rente op de obligatie, alsmede voor betalingen inzake het beheer en de administratie van de activa, voor gekozen om in het toezicht naar de integrale beoordeling van de gedekte obligaties in de markt te kijken, door bij het toezicht de kredietbeoordeling door de kredietbeoordelingsbureaus in aanmerking te nemen. De mate van beoordeling van de toereikendheid van de dekking is immers afhankelijk van een (subjectieve) inschatting van risico’s, marktontwikkelingen, gebruikte stresstesten en dergelijke.

Vereist is dat ten aanzien van de obligaties in kwestie een externe kredietbeoordeling is vastgesteld door een of meerdere erkende kredietbeoordelingsbureaus. De Nederlandsche Bank kan op grond van artikel 88 van het Besluit prudentiële regels Wft kredietbeoordelingsbureaus erkennen. Ze staan ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 1:107, eerste lid, van de wet. Het moet een kredietbeoordeling van het desbetreffende kredietbeoordelingsbureau betreffen die is ondergebracht in de kredietbeoordelingscategorie 1 van de kwaliteitsbeoordelingsschaal in paragraaf 6.4 van bijlage VI van de herziene richtlijn banken, onder de toepassing van het bepaalde in Deel 3, paragraaf 2, punten 8 en 9 van die bijlage.

Het ligt daarbij in de rede dat de Nederlandsche Bank niet uitsluitend afgaat op de oordeelsvorming van de kredietbeoordelingsbureaus, maar zich een eigen oordeel kan vormen over de kredietbeoordeling en de door een kredietbeoordelingsbureau in een concreet geval aan een kredietbeoordeling van een gedekte obligatie verbonden voorwaarden, waarbij de Nederlandsche Bank de regels die daaromtrent in de Europese markt gebruikelijk zijn in aanmerking kan nemen. Bij de beoordeling van de kredietbeoordeling en de door het kredietbeoordelingsbureau aan de kredietbeoordeling verbonden voorwaarden kan de Nederlandsche Bank onder meer rekening houden met de aard en samenstelling van de activa, de juiste waardering daarvan, de overwaarden, de in aanmerking te nemen risico’s en stresstesten. De bevindingen van de Nederlandsche Bank kunnen aldus afwijken van de kredietbeoordeling. De Nederlandsche Bank heeft laten weten dat zij in praktijk deze kredietbeoordeling en voorwaarden marginaal zal toetsen.

Het ligt evenzeer in de rede dat de Nederlandsche Bank in haar toezicht in aanmerking neemt of de uitgevende bank de voorwaarden, die door een kredietbeoordelingsbureau aan de kredietbeoordeling zijn gesteld, naleeft. Als daarvan geen sprake is, kan de Nederlandsche Bank (onafhankelijk van eventuele maatregelen van het kredietbeoordelingsbureau) in overleg treden met de uitgevende bank, teneinde vast te stellen hoe en wanneer de situatie zoals deze bestond ten tijde van registratie van de obligaties kan worden hersteld.

Ook treedt de Nederlandsche Bank vanzelfsprekend in overleg met de uitgevende bank, als niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden van het besluit (zie hierna).

Artikel 20a, tweede lid, onderdeel b

Bij de beoordeling van de aanvraag en gedurende het toezicht op grond van artikel 124c van het besluit, neemt de Nederlandsche Bank, met het oog op het vereiste in onderdeel d van de definitie van gedekte obligatie dat er voldoende activa ter dekking van de aflossing van de hoofdsom en betaling van de lopende rente alsmede voor betalingen inzake het beheer en de administratie van de activa aanwezig moeten zijn, het geconsolideerde balanstotaal en de vrije activa van de uitgevende bank in aanmerking.

De Nederlandsche Bank stelt na overleg met de uitgevende bank vast of de verhouding tussen de totale nominale waarde van deze obligaties ten opzichte van het geconsolideerde balanstotaal van de uitgevende bank als gezonde verhouding kan worden beschouwd. De Nederlandsche Bank weegt de totale nominale waarde van de gedekte obligaties die worden uitgegeven af tegen de aard en samenstelling van de activa, de vrije (voor dekking van de obligaties beschikbare) activa (zoals activa van de soort die als dekking van de gedekte obligaties worden gebruikt, liquide middelen of andere activa die kunnen worden in eerstbedoelde activa of liquide middelen) bij de vraag of er nog sprake is van een gezonde verhouding. Indien daarvan naar het oordeel van de Nederlandsche Bank geen sprake is, registreert zij geen nieuwe categorie(en) gedekte obligaties.

Bij haar oordeelsvorming betrekt de Nederlandsche Bank alle revelante aspecten, zoals de financiële positie van de uitgevende bank, haar risicoprofiel, de aan de activa verbonden risico’s, alsmede de positie van de andere crediteuren, niet zijnde de houders van de gedekte obligaties.

In de ons omringende landen verschilt de regelgeving met betrekking tot het vereiste dat de nominale waarde van de uitgegeven of uit te geven obligaties in een gezonde verhouding staat tot de voor dekking van deze obligaties in aanmerking komende activa. In veel landen geldt geen limiet. In bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk hanteert de Financial Services Authority een indicatieve grens van 20% van het balanstotaal van de uitgevende bank.

20a, tweede lid, onderdeel c

De uitgevende bank dient, als onderdeel van haar risicomanagement, te beschikken over adequate strategieën en procedures, aan de hand waarvan zij zelf kan beoordelen dat gedurende de looptijd van de obligaties sprake is van voldoende dekking van de gedekte obligaties. De risico’s in kwestie zijn in het bijzonder, maar niet uitsluitend, het aan de activa verbonden kredietrisico, het marktrisico inclusief het tegenpartijrisico, alsmede het concentratierisico en het valutarisico.

Artikel 20b

Artikel 20 b, eerste lid

Als een categorie gedekte obligaties die in het register, bedoeld in artikel 124b van het besluit, wordt uitgegeven in het kader van een aanbiedingsprogramma waaronder doorlopend of periodiek in verschillende opeenvolgende tranches geregistreerde gedekte obligaties worden uitgegeven, is voor deze opeenvolgende tranches geen separate beoordeling als bedoeld in artikel 124b, eerste lid,van het besluit vereist, omdat de desbetreffende categorie obligaties, (waaronder het aanbiedingsprogramma) en de uitgevende bank reeds zijn geregistreerd. De uitgevende bank dient zich er evenwel te allen tijde van te vergewissen dat, als zij nieuwe obligaties uitgeeft onder een aanbiedingsprogramma, ten opzichte van deze obligaties wordt voldaan aan de voor registratie gestelde voorschriften in het Besluit prudentiële regels Wft en in artikel 20a van deze regeling.

Artikel 20b, tweede lid

Het is mogelijk dat een nieuwe uitgifte onder een programma tot gevolg heeft dat de totale nominale waarde van de gedekte obligaties in de verhouding ten opzichte van het geconsolideerde balanstotaal van de uitgevende bank toeneemt. In dat geval zou de verhouding kunnen gaan afwijken van de verhouding die de Nederlandsche Bank op grond van artikel 20a, tweede lid, onder b, had vastgesteld als zijnde gezond. In een dergelijk geval dient de uitgevende bank aan de Nederlandsche Bank aan te tonen dat de wijziging in de verhouding niet betekent dat geen sprake meer is van een gezonde verhouding tussen de totale nominale waarde van de uitgegeven of uit te geven gedekte obligaties en de voor dekking van deze obligaties in aanmerking komende activa. De Nederlandsche Bank neemt in het overleg met de uitgevende bank alle aspecten in aanmerking die zij ook in aanmerking neemt bij de toepassing van artikel 20a, tweede lid, onder b. Als naar het oordeel van de Nederlandsche Bank geen sprake meer zal zijn van een gezonde verhouding, zal de uitgevende bank vanzelfsprekend deze nieuwe uitgifte van gedekte obligaties niet kunnen doen zonder dat dit nadelige gevolgen heeft voor de registratie.

Artikel 20c

In dit artikel is gespecificeerd op welke wijze de uitgevende bank moet blijven aantonen dat aan het vereiste voor registratie als bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van het besluit wordt voldaan. Daartoe dient de uitgevende bank in overeenstemming met artikel 124c van het besluit ingevolge het eerste lid van dit artikel tenminste eenmaal per kwartaal rapportages over de activa te verstrekken en toe te lichten aan de Nederlandsche Bank. Dit is met name van belang met het oog op de dekking die de activa dienen te bieden voor de aflossing van de hoofdsom en betaling van rente op de obligatie, alsmede voor betalingen inzake het beheer en de administratie van de activa.

Het vereiste om dit ten minste per kwartaal aan te tonen, sluit aan bij hetgeen momenteel in de markt van covered bonds gebruikelijk is, aangezien banken regelmatig, en soms zelfs maandelijks, rapporteren over het dekkingspercentage aan onder meer het interne management of aan kredietbeoordelingsbureaus.

De Nederlandsche Bank moet met het oog op de vereisten voor (handhaving van de) registratie, inzicht hebben in de hoeveelheid uitstaande gedekte obligaties, en de dekkingsgraad die het besluit vereist. Ingevolge dit artikel houdt de uitgevende bank de Nederlandsche Bank daarvan op de hoogte.

Tevens dient de bank, met het oog op de dekking van de obligaties ten minste eenmaal per jaar aan te tonen dat zij heeft voorzien en nog steeds voorziet in solide, doeltreffende strategieën en procedures aan de hand waarvan zij gedurende de looptijd van de obligaties voortdurend nagaat of, en er zorg voor draagt dat, er voldoende activa zijn overgegaan, rekening houdend met de aard en samenstelling van de activa, de overwaarden, in aanmerking te nemen risico’s en stresstesten. Zie ook artikel 20a, tweede lid, onderdeel c.

De periodieke rapportages en jaarlijkse controle laat onverlet dat de Nederlandsche Bank ook tussentijds van de uitgevende bank kan verlangen dat zij aantoont dat nog aan de vereisten wordt voldaan. Zo kan het nodig zijn om in tijden van ongunstige marktontwikkelingen extra in de gaten te houden of nog sprake is van voldoende dekking.

Artikel 20c, tweede lid

De uitgevende bank verstrekt aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening en het jaarverslag van de rechtspersoon waarnaar de activa zijn overgegaan.

Artikel 20c, derde lid

Opdat de Nederlandsche Bank steeds met de actuele situatie bekend is, moeten alle relevante veranderingen die tot gevolg hebben dat de uitstaande geregistreerde gedekte obligaties niet meer voldoen, of zullen voldoen aan de definitie van gedekte obligaties, onverwijld worden gemeld aan de Nederlandsche Bank.

Artikel 20a, tweede lid, vereist in de onderdelen a en b in het kort dat de obligaties over een naar oordeel van de Nederlandsche Bank adequate kredietbeoordeling beschikken en dat de uitgifte in gezonde verhouding blijft staan tot de overige vrije activa. De Nederlandsche Bank beoordeelt bij een verzoek om registratie op grond van artikel 124b, eerste lid, deze gezonde verhouding. Als er nieuwe obligaties zullen worden uitgegeven onder een aanbiedingsprogramma waardoor de totale nominale waarde van de uitstaande gedekte obligaties de met de Nederlandsche Bank afgesproken verhouding ten opzichte van het geconsolideerde balanstotaal van de uitgevende bank zullen overstijgen, toont de uitgevende bank voordat zij tot verdere uitgifte overgaat aan dat sprake blijft van een gezonde verhouding. Uit artikel 20c, derde lid, onderdeel a, vloeit voort dat ook een (verwachte) wijziging in de kredietbeoordeling van geregistreerde gedekte schuldinstrumenten, onverwijld moet worden gemeld aan de Nederlandsche Bank, alsmede alle andere relevante wijzigingen met betrekking tot de voor registratie gestelde voorschriften in het Besluit prudentiële regels Wft en in artikel 20a van deze regeling.

In onderdeel b van het derde lid van dit artikel is gespecificeerd dat ook significante wijzigingen in het aanbiedingsprogramma of in de voorwaarden met betrekking tot de geregistreerde gedekte obligaties, moeten worden gemeld.

Als sprake is van een (dreigende) verlaging van de kredietbeoordeling van uitstaande geregistreerde gedekte obligaties, dient de uitgevende bank met de Nederlandsche Bank in overleg te treden. Indien de verlaging leidt tot een kredietbeoordeling van de uitstaande geregistreerde gedekte obligaties beneden de niveaus, gespecificeerd bij artikel 20a, tweede lid, onderdeel a, dient de uitgevende bank af te zien van verdere uitgiften.

De Minister van Financiën,

W.J. Bos