De Staatssecretaris van Defensie,
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Handelende In overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Besluit:
Artikel 1
1. Aan de gezagvoerders van de luchtvaartuigen die deelnemen aan de luchtparade
(flyby) ter gelegenheid van de Nederlandse Veteranendag 2008 op zaterdag 28
juni 2008 wordt ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45,
eerste lid, onderdeel a, van het Luchtverkeersreglement om een VFR-vlucht
uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogten.
2. De te vliegen route voor de paradevlucht is vanuit het noordoosten
met een koers van ± 240 graden (zie figuur 1).

Figuur 1
3. Ten behoeve van de burgerluchtvaartuigen, genoemd in artikel 2, onderdeel
a, ten 3° en ten 4°, wordt ontheffing verleend van het verbod, genoemd
in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling sluiting luchtruim boven Den Haag
en kasteel Drakensteijn.
Artikel 2
Aan de ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt voor:
1°. helikopters: 700 voet;
2°. PC-7’s: 1000 voet;
3°. B-25, Harvards en Beech-18: 1000 voet;
4°. PBY-5 Catalina: 1000 voet;
5°. F-16’s: 1200 voet;
6°. F-50, Dornier DO-228, Gulfstream, (K)DC-10 en C-130H: 1500 voet,
boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 150 meter van het
luchtvaartuig;
b. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2°. in geval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden
zoveel mogelijk wordt beperkt;
c. de gezagvoerders stellen zich van tevoren op de hoogte met betrekking
tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
d. te allen tijde dienen de vliegers in een zodanige combinatie van hoogte
en snelheid te vliegen dat zij in staat zijn om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing te verlaten;
e. het vliegzicht dient ten minste 8 km te bedragen en er mag geen bewolking
van meer dan 2/8 bedekkinggraad beneden de 2500 voet boven grondniveau zijn.
Artikel 3
Als Display Director is aangewezen Majoor C.H.M. Dalloyaux of een gelijkwaardige
vervanger.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op
29 juni 2008.
Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst
en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.
Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene
wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking
is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te
worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie
advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 20701, 2500 ES ‘s-Gravenhage.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten:
de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van
de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar.
Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening
te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is
griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.
Sinds 2005 wordt jaarlijks op of rond 29 juni stilgestaan bij de prestaties
en het werk van de veteranen. Onderdeel van deze zogenaamde Nederlandse Veteranendag
in Den Haag vormt een luchtparade (flyby) waarbij met diverse luchtvaartuigen
over een deel van de Haagse binnenstad wordt gevlogen.
In artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement is het verbod
opgenomen een VFR-vlucht uit te voeren beneden minimum vlieghoogten. Op basis
van artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement kan ontheffing
worden verleend van dit verbod.
Met deze beschikking wordt de voorwaarde dat de minimumvlieghoogte dient
te liggen boven de hoogste hindernis binnen een afstand van 600 meter van
het luchtvaartuig nader ingevuld. Voornoemde afstand van 600 meter wordt met
deze beschikking teruggebracht tot 150 meter. De minimumvlieghoogten die gelden
voor militaire luchtvaartuigen op grond van het Luchtverkeersreglement en
de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten, blijven onverkort van
toepassing.