30 mei 2008
Nr. IVW TBE 45.1.a - 2008 - 185
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 27 mei 2008, ontvangen op 28 mei
2008 van Heli Holland Airservice BV;
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdracht van Havenbedrijf Rotterdam. Alles is erop gericht om in
het najaar van 2008 de deuren te openen van de Rotterdam Port Experience.
Deze permanente publieksattractie over de haven van Rotterdam is een initiatief
van het Havenbedrijf Rotterdam en de Gemeente Rotterdam.
Rotterdam Port Experience zal de Rotterdamse haven in al zijn facetten
op spectaculaire wijze in beeld brengen. Dit zal onder andere gebeuren door
middel van (interactieve) films en foto’s.
Om die reden zal een aantal fotografen en filmmakers, de komende maanden,
de haven in trekken om hier op locatie het juiste beeldmateriaal te verzamelen.
De Rotterdamse haven is van wezenlijk belang voor de economie van Nederland;
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Deze beschikking is van toepassing op de helikopter van het type AS 355
Aerospatiale Twinstar F1 in gebruik bij Heli Holland Airservice BV waarmee
de VFR-vluchten worden uitgevoerd, voor het maken van promotiemateriaal ten
behoeve van het Havenbedrijf Rotterdam voor de opening van Rotterdam Port
Experience, boven de Rotterdamse haven en de Maasvlakte.
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter van het type
AS 355 Aerospatiale Twinstar F1 wordt van 3 juni tot en met 30 juni 2008 ontheffing
verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onder a, van het
Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte,
boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder
begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode,
zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a, bedoelde luchtvaartgids,
met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt 500 ft doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen
binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. vee niet wordt verstoord;
3. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;
4. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) Adviessnelheid (kts)
800 - 1500 < 50
1500 - 2000 < 100
2000 - 5000 < 120
d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte met betrekking
tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
e. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing te verlaten;
f. de vluchten wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het
gevaarlijke gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter van het type AS 355 Aerospatiale Twinstar
F1;
g. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het daadwerkelijk maken van filmopnamen noodzakelijk
is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie
is doorgegeven;
h. voor het maken van opnamen wordt de helikopter hoogstens een kwartier
per locatie toegestaan;
i. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie
en worden de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerder(s), registratie en model / type
- route en periode van de voorgenomen vlucht;
j. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de Supervisor van MilATCC Nieuw Milligen; aan de voorwaarden door hem gesteld
wordt strikt de hand gehouden;
k. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de operationele helpdesk; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt
de hand gehouden;
l. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn
van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij
het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BBMG, Sectie Luchtfotografie;
m. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever
in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht;
n. bij het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften
en beperkingen kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend
zijn met de inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 3 juni 2008 en vervalt
met ingang van 1 juli 2008 tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
- de gronden van het bezwaar.