11 januari 2008
Nr. IVW TBE 45.1.a - 2007 - 116 - Heli
Holland
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing dd. 08-01-2008, ontvangen op 08-01-2008
van Heli Holland Airservice BV.;
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit de
opdrachten van het Ministerie van VROM in samenwerking met Netwerk 6 voor
het uitvoeren van gyrogestabiliseerde wescamopnames vanuit de lucht, boven
het Rijnland-gebied, ter ondersteuning van het maken van de documentaire ‘De
Toekomst van Nederland......en Klimaatverandering’. Het gaat over het
watersysteem van Rijnland (hoogheemraadschap).
Er zal, onder andere, gevlogen worden over de steden: Velsen, Haarlem,
Amsterdam, Leiden, Zoetermeer, Gouda, Alphen aan den Rijn, Bodegraven, Aalsmeer,
Nieuw Vennep;
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Deze beschikking is van toepassing op de helikopter van het type AS 355
Aerospatiale Twinstar F1, in gebruik bij Heli Holland Airservice BV, waarmee
VFR-vluchten worden uitgevoerd boven het Rijnland-gebied, ten behoeve van
het uitvoeren van gyrogestabiliseerde wescamopname-vluchten vanuit de lucht,
in opdracht van het Ministerie van VROM in samenwerking met Netwerk 6.
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter wordt van
28 januari 2008 tot en met 29 februari 2008 ontheffing verleend van het verbod,
genoemd in artikel 45, eerste lid, onder a, van het Luchtverkeersreglement,
om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden
met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen,
dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd
in de luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt 500 ft doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen
binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. vee niet wordt verstoord;
3. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;
4. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) | Adviessnelheid (kts) |
|---|
800 - 1500 | < 50 |
1500 - 2000 | < 100 |
2000 - 5000 | < 120 |
d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte m.b.t. plaatsen
die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
e. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing zonder hoogteverlies te verlaten;
f. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke
gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter;
g. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het daadwerkelijk maken van filmopnamen noodzakelijk
is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie
is doorgegeven;
h. voor het nemen van de shots wordt de helikopter hoogstens een kwartier
per locatie toegestaan;
i. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie
en worden de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerder(s), registratie en model / type helikopter;
- route en periode van de voorgenomen vlucht;
j. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de Supervisor van MilATCC Nieuw Milligen; aan de voorwaarden door hem gesteld
wordt strikt de hand gehouden;
k. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de operationele helpdesk;
l. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn
van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij
het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BBMG, Sectie Luchtfotografie;
m. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever
in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht;
n. bij het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften
en beperkingen kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend
zijn met de inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 28 januari 2008 en vervalt
met ingang van 1 maart 2008, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
- de gronden van het bezwaar.