Opsporingsvergunning Utrecht

25 april 2007

Nr. ET/EM/7042790

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop

- NP Netherlands B.V., thans Northern Petroleum Nederland B.V. (hierna genoemd aanvrager) heeft ingevolge artikel 6, eerste lid, sub a, van de Mijnbouwwet (Mbw) (Stb. 2002, 542) op 5 mei 2005 een aanvraag ingediend bij de Minister van Economische Zaken om een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen. Het betreft een gebied met een omvang van 1152 km2 gelegen in de provincies Gelderland, Noord-Brabant, Utrecht en Zuid-Holland, aangeduid met de naam Utrecht.

- Naar aanleiding van de aanvraag is, ingevolge artikel 15, tweede lid, Mbw, in het Publicatieblad van de Europese Unie van 5 augustus 2005, nr. C 191 en in de Staatscourant van 16 augustus 2005, nr. 157, een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen.

- Er is geen concurrerende aanvraag ingediend.

- TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep Economische Zaken (hierna genoemd TNO) en Staatstoezicht op de mijnen (hierna genoemd Sodm) hebben, op verzoek van de Minister van Economische Zaken, bij brieven, respectievelijk gedateerd op 13 februari 2006 en 15 maart 2006, advies uitgebracht.

- Gedeputeerde Staten van bovengenoemde provincies zijn eveneens om advies gevraagd op grond van artikel 16 Mbw.

- Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant hebben per brief van 2 februari 2006 laten weten, af te zien van het geven van advies.

- Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht hebben per brief van 24 februari 2006 aandacht gevraagd voor het op 13 december 2004 vastgestelde Streekplan 2005-2015 en de Provinciale Milieu Verordening.

- Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland hebben per brief van 28 februari 2006 laten weten geen opmerkingen te hebben ten aanzien van de voorgenomen opsporingsactiviteiten.

- Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland hebben per brief van 7 maart 2006 aandacht gevraagd voor het Milieuplan, het Streekplan en het Waterhuishoudingsplan. Zij vragen daarnaast ook aandacht voor enkele specifieke milieurechtelijke aspecten.

- De Mijnraad heeft op 24 april 2006, op basis van artikel 105, derde lid, Mbw advies uitgebracht (kenmerk MIJR/6022375).

Besluit:

Artikel 1

Aan aanvrager wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De vergunning geldt voor het gebied dat is begrensd als volgt:

Ten noorden:

Vanuit het meest noordelijke punt A, de rechte lijn in zuidoostelijke richting tot het punt B;

Ten oosten:

Vervolgens vanuit het onder ten noorden genoemde punt B de rechte lijn in zuidoostelijke richting over het punt C, tot het snijpunt van deze lijn met de provinciegrens tussen Gelderland en Noord-Brabant;

Ten zuiden:

a. Vervolgens vanuit het onder ten oosten genoemde snijpunt de provinciegrens tussen Gelderland en Noord-Brabant in zuidwestelijke richting tot het snijpunt met de rechte lijn tussen de onder b genoemde punten E en D;

b. Vervolgens van het onder a genoemde snijpunt de rechte lijn over het punt D tot het punt E;

Ten westen:

a. Vervolgens vanuit het onder ten zuiden genoemde punt E de rechte lijn tot het punt F;

b. Vervolgens vanuit het onder a genoemde punt F de rechte lijn tot het punt G;

c. Vervolgens de grens van de winningsvergunning ‘Rijswijk’ tot het snijpunt van deze grens met de rechte lijn tussen het punt H en het onder ten noorden genoemde punt A.. Dit snijpunt, nabij het punt I ligt op de provinciegrens tussen Zuid-Holland en Utrecht;

d. Vervolgens de rechte lijn van het onder c genoemde snijpunt in noordoostelijke richting tot onder ten noorden genoemde punt A.

Het gebied van de winningsvergunning ‘Papekop’ vormt een enclave en is uitgesloten van dit beschreven gebied.

De coördinaten van de vermelde punten zijn:

Punt

X

Y

A

120.466.60

467.660.50

B

142.442.42

449.063.01

C

161.000.00

425.200.00

D

142.549.98

417.035.00

E

113.051.35

439.000.00

F

112.887.48

446.010.38

G

114.271.67

459.485.90

H

119.460.00

465.000.00

De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD).

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 1152 km2.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van zijn op 5 mei 2005 ingediende aanvraag, met dien verstande dat hij:

a. uiterlijk binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning de studie afrondt van bestaande gegevens uit het Utrecht-gebied en omtrent de resultaten daarvan gemotiveerd rapporteert aan de Minister van Economische Zaken, waarbij met name gemotiveerd wordt gerapporteerd over de prospects met bijbehorende volumes en gekwantificeerde risico’s;

b. uiterlijk binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning gemotiveerd schriftelijk heeft gerapporteerd aan de Minister van Economische Zaken op basis van bovengenoemde resultaten welke prospects hij van plan is de komende twee jaar aan te boren, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte;

c. uiterlijk binnen vier jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning de hiervoor bedoelde boring heeft uitgevoerd en de Minister van Economische Zaken terstond na aanvang daarvan hierover schriftelijk inlicht;

d. uiterlijk binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning de resultaten van deze boring daarvan heeft geëvalueerd;

of:

e. uiterlijk binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning gemotiveerd schriftelijk heeft gerapporteerd aan de Minister van Economische Zaken dat hij nader seismisch onderzoek zal verrichten, onder vermelding van tijdstip en plaats;

f. uiterlijk binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning het nadere seismisch onderzoek heeft afgerond en de resultaten hiervan gemotiveerd heeft gerapporteerd aan de Minister van Economische Zaken, waarbij hij met name gemotiveerd heeft gerapporteerd over de prospects met bijbehorende volumes en gekwantificeerde risico’s en gemotiveerd schriftelijk heeft gerapporteerd aan de Minister van Economische Zaken op basis van bovengenoemde resultaten welke prospects hij van plan is de komende twee jaar aan te boren, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte;

g. uiterlijk binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning de hiervoor bedoelde boring heeft uitgevoerd en de Minister van Economische Zaken terstond na aanvang van genoemde boring hierover schriftelijk heeft ingelicht;

h. uiterlijk binnen zes jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning de resultaten van deze boring daarvan heeft geëvalueerd.

Artikel 4

De vergunning geldt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding, gedurende een tijdvak van vijf jaar, nadat zij onherroepelijk is geworden in het geval van het scenario zoals beschreven in artikel 3, aanhef en onder sub a tot en met d van deze beschikking.

De vergunning geldt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding, gedurende een tijdvak van zes jaar, nadat zij onherroepelijk is geworden in het geval van het scenario zoals beschreven in artikel 3, aanhef en onder sub e tot en met h van deze beschikking

Artikel 5

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door verzending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,namens deze:
Y. Peters,
MT-lid directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/1410), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven