De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 09-02-2007, ontvangen op 13-02-2007
van ANWB Medical Air Assistance BV. Contactpersoon: dhr. D.M.A. Remie. Adres:
Winthontlaan 40, 3526 KV, Utrecht. Tel.: 030-287.4101. Mail.: dma.remie@anwb-medical-air.nl;
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdrachten van het UMC Radboud, Traumacentrum Oost, voor het uitvoeren
van:
1. HEMS-vluchten buiten de uniforme daglichtperiode om 24-uurs inzetbaarheid
te realiseren;
2. trainingsvluchten buiten de uniforme daglichtperiode om aan de eisen,
gesteld in JAR-OPS 3 en TGL 34 te kunnen voldoen t.a.v. nachtvluchten en NVIS-vluchten;
Gelet op artikel 44, vijfde lid en artikel 45, vijfde lid van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- HEMS-vluchten: vergunning krachtens artikel 16b van de Luchtvaartwet
met als doel het verlenen van spoedeisende medische hulp (Helicopter Emergency
Medical Service);
- HEMS-vergunning: vlucht uitgevoerd met een helikopter, geregistreerd
in de HEMS-vergunning;
- JAR-OPS 3: sectie 1 van het technisch voorschrift, vastgesteld
door de Joint Aviation Authorities, betreffende uitvoering van een vlucht
met een helikopter;
- TGL 34: JAA Administrative & Guidance Material Section Four:
Operations, Part Three: Temporary Guidance Leaflet; LEAFLET NO. 34: NIGHT
VISION IMAGING SYSTEM (NVIS) OPERATIONS.
Artikel 2
Dit besluit is van toepassing op de helikopter van het type EC 135, in
gebruik bij ANWB Medical Air Assistance BV, waarmee de VFR-vluchten worden
uitgevoerd, in opdracht van het UMC Radboud, Traumacentrum Oost, in heel Nederland,
ten behoeve van het uitvoeren van:
- HEMS-vluchten buiten de uniforme daglichtperiode om 24-uurs inzetbaarheid
te realiseren;
- trainingsvluchten buiten de uniforme daglichtperiode om aan de
eisen, gesteld in JAR-OPS 3 en TUL 34 te kunnen voldoen t.a.v. nachtvluchten
en NVIS-vluchten.
Artikel 3
Aan de gezagvoerder van het in artikel 2 genoemde helikopter wordt van
1 april 2007 tot en met 1 april 2008, ontheffing verleend van het verbod tot
het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd
in de in artikel 60, onder a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van
de volgende voorschriften en beperkingen:
a. voor het uitvoeren van de vlucht is de helikopter uitgerust met de
uitrusting, zoals vermeld in de van toepassing zijnde artikelen van JAR-OPS
3, subpart K, Instruments and equipment en subpart L, Communication and navigation
equipment en de uitrustingseisen genoemd in TGL 34;
b. de gezagvoerder voldoet aan de eisen als gesteld in Appendix I, JAR-OPS
3.005 (d) (c.) (3) para’s (ii), en (iii); JAR-OPS 3, subpart N, ‘Flight
Crew’ en de opleidingseisen genoemd in TGL 34 en Appendix A (NVIS operaties)
van het door de Inspectie V en W goedgekeurde HOM Part A;
c. er wordt uitsluitend buiten de daglichtperiode met NVIS gevlogen ten
behoeve van de volgende vluchten:
1. HEMS-vluchten;
2. Trainingsvluchten voor het voldoen aan de eisen zoals bedoeld in artikel
3, onder b;
3. HEMS NVIS nachtvluchten worden uitsluitend uitgevoerd conform Appendix
A (NVIS operaties) van het door Inspectie V en W goedgekeurde HOM Part A.
Ad 1. Voor wat betreft de HEMS-vluchten wordt buiten UDP binnen aaneengesloten
bebouwing uitsluitend geland op in het HOM Part C gepubliceerde voorverkende
locaties;
Ad 2. Voor deze ambulancevluchten dient de operator in het bezit te zijn
van een JAR OPS 3 AOC met HEMS autorisatie. Ambulancevluchten mogen alleen
uitgevoerd worden naar luchtvaartterreinen, dan wel helihavens, die buiten
de daglichtperiode geopend zijn voor VFR-verkeer;
Ad 3. Trainingsvluchten worden uitsluitend uitgevoerd binnen de FIR Amsterdam
op daarvoor vooraf geselecteerde locaties;
d. de helikopter is uitgerust met een werkende transponder Mode S of Mode
A en C;
e. voor de vlucht wordt een vliegplan ingediend, tenzij met de plaatselijke
luchtverkeersleidingsdienst anders overeengekomen;
f. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding
tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend
op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;
g. voor HEMS NVIS-vluchten, die uitgevoerd worden buiten UDP, is het vliegzicht
minimaal 3000 meter en de wolkenbasis minimaal 1200 voet, tenzij de klasse
luchtruim waarbinnen wordt gevlogen een zwaardere eis voorschrijft, dan geldt
de eis die voortvloeit uit de luchtruimclassificatie;
h. tijdens een vlucht buiten de daglichtperiode wordt niet gevlogen beneden
de minimum VFR-vlieghoogte, tenzij dit noodzakelijk is voor het maken van
starts en landingen;
i. de te vliegen route is de gezagvoerder bekend voor wat betreft de obstakelsituatie.
Artikel 4
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de
inhoud van deze beschikking.
Artikel 5
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 april 2007 en vervalt
met ingang van 1 april 2008, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
- de gronden van het bezwaar.