Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatscourant 2007, 71 pagina 26Besluiten van algemene strekking

Regeling Taakverdeling Beheer 2007

Regeling van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 10 april 2007, nr. 2007022787, Rijksgebouwendienst, Stafafdeling Juridische Advisering, houdende de taakverdeling beheer rijkshuisvestingsobjecten (Regeling Taakverdeling Beheer 2007)

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 8, tweede lid, van het Besluit Rijksgebouwendienst 1999;

Besluit:

Artikel 1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. besluit: Besluit Rijksgebouwendienst 1999;

b. object: een of meer gebouwen, werken of terreinen, of gedeelten daarvan, waarover de zorg van de dienst zich uitstrekt;

c. Rijksbouwmeester: Rijksbouwmeester, genoemd in artikel 13 van het besluit;

d. monument: gebouw of werk of een gedeelte daarvan, dat op grond van door de Rijksbouwmeester gestelde criteria als zodanig wordt aangemerkt;

e. gebouwinstallatie: tot de standaarduitrusting van een gebouw behorende klimaattechnische, elektrotechnische, transporttechnische of bouwtechnische installatie;

f. bedrijfsinstallatie: klimaattechnische, elektrotechnische, transporttechnische of bouwtechnische installatie die bestemd is voor het functioneren van het bedrijf van de afnemer en niet wordt aangemerkt als gebouwinstallatie;

g. onvoorziene gebeurtenis: gebeurtenis of een reeks van gebeurtenissen waarvan het moment van plaatsvinden niet kon worden voorzien of waarvan de toedracht zich aan de voorspelbaarheid heeft onttrokken;

h. serviceverlening: overname door de dienst van taken, waarop deze regeling betrekking heeft, die indien daarover geen nadere afspraken zouden zijn gemaakt op grond van de basistaakverdeling worden geacht tot de verantwoordelijkheid van de afnemer te behoren.

Artikel 2

Toepassingsbereik

1. Deze regeling is van toepassing bij ingebruikgeving van objecten die eigendom zijn van de dienst en van objecten die door de dienst worden gehuurd, geleasd, gepacht of in bruikleen zijn genomen.

2. Bij de ingebruikgeving van objecten die door de dienst worden gehuurd, geleasd, gepacht of in bruikleen zijn genomen wordt bij de vaststelling van de taakverdeling tussen de dienst en de afnemer ten aanzien van dagelijks beheer, onderhoud, vervanging, oplevering en wederoplevering uitgegaan van de daarop betrekking hebbende afspraken waaraan de dienst zich jegens de rechthebbende heeft gebonden. De kosten die de dienst daarvoor verschuldigd is, worden direct of indirect bij de afnemer in rekening gebracht.

3. De tussen de afnemer en de dienst vastgestelde taakverdeling wordt schriftelijk vastgelegd. Bij objecten die eigendom zijn van de dienst geschiedt de vastlegging op basis van de bij deze regeling behorende bijlage 2.

Artikel 3

Zaken

1. De onderdelen van objecten waaraan werkzaamheden worden verricht, worden onderscheiden in de volgende zaken:

eigenaarszaken

a. daken;

b. b.gevels;

c. binnenwanden;

d. plafonds;

e. vloeren en trappen;

f. gebouwinstallaties;

g. voorwerpen van beeldende kunst;

h. terreinvoorzieningen;

i. toplagen buiten;

j. vaste inrichting eigenaar;

afnemerszaken

k. vaste inrichting afnemer;

l. toplagen binnen;

m. beplanting;

n. losse inventaris;

o. bedrijfsinstallaties.

2. Bij dit besluit gaat als bijlage 1 een schema waarin het onderscheid tussen gebouwinstallaties en bedrijfsinstallaties is opgenomen.

Artikel 4

Werkzaamheden, basistaakverdeling en kosten

1. Werkzaamheden ten aanzien van objecten worden onderscheiden in: dagelijks beheer, onderhoud, vervanging, oplevering en wederoplevering.

2. De basistaakverdeling tussen de dienst en afnemers voor werkzaamheden aan zaken als bedoeld in artikel 3, alsmede de verdeling van de daaruit voortvloeiende kosten, zijn onderscheidenlijk voor monumenten en niet-monumenten nader uitgewerkt in bijlage 2, onderdeel ‘Basistaakverdeling monument’ en onderdeel ‘Basistaakverdeling niet-monument’.

3. Ten aanzien de zorg als bedoeld in artikel 3, onderdeel e, van het besluit en ten aanzien van objecten die in gebruik zijn gegeven bij het Ministerie van Algemene Zaken en de Hoge Colleges van Staat wordt de taakverdeling, alsmede de verdeling van de daaruit voortvloeiende kosten, vastgelegd in een document waaraan bijlage 2 ten grondslag ligt.

Artikel 5

Afwijkende en aanvullende taakverdeling

1. De afnemer en de dienst kunnen overeenkomen dat taken als bedoeld in de artikel 4, tweede lid, en in bijlage 2 aangeduid met ‘A’, worden aangemerkt als taken van de dienst. De uitvoering van de aldus overgedragen taken wordt beschouwd als serviceverlening. De overname, als hiervoor bedoeld, geschiedt tegen vergoeding door de afnemer van de met de taak verbonden kosten.

2. Uit het oogpunt van bedrijfsveiligheid en uit het oogpunt van bedrijfsvoering van de afnemer kunnen de afnemer en de dienst overeenkomen dat taken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, en in bijlage 2 aangeduid met ‘R’ of ‘RA’, onder nader door de dienst te stellen voorwaarden en financiële afspraken worden aangemerkt als taken van de afnemer.

3. De afnemer is verantwoordelijk voor het begeleiden van personen die direct of indirect in opdracht van de dienst werkzaamheden in, aan of op het object uitvoeren, alsmede voor het uitvoeren van daarmee verband houdende administratieve werkzaamheden.

4. De tussen de afnemer en de dienst overeengekomen serviceverlening, alsmede een overdracht als bedoeld in het tweede lid, wordt schriftelijk vastgelegd in een door beide partijen ondertekend document.

5. Indien in een overeenkomst waarin naar deze regeling wordt verwezen geen bepalingen aangaande de duur van de serviceverlening zijn opgenomen komt de duur van de serviceverlening overeen met de duur van bedoelde overeenkomst.

Artikel 6

Slotbepalingen

1. De Regeling Taakverdeling Beheer wordt ingetrokken.

2. Overeenkomsten van de Staat met organisaties die geen onderdeel zijn van de Staat en waarin de dienst aangaande het beheer en onderhoud krachtens daarin opgenomen bepalingen is gebonden, worden aangepast met inachtneming van deze regeling.

Artikel 7

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2007.

2. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Taakverdeling Beheer 2007.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 10 april 2007.
De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie, C.P. Vogelaar.

Bijlage 1

stcrt-2007-71-p26-SC80058-1.gifstcrt-2007-71-p26-SC80058-2.gifstcrt-2007-71-p26-SC80058-3.gifstcrt-2007-71-p26-SC80058-4.gifstcrt-2007-71-p26-SC80058-5.gifstcrt-2007-71-p26-SC80058-6.gif

Bijlage 2

stcrt-2007-71-p26-SC80058-7.gifstcrt-2007-71-p26-SC80058-8.gifstcrt-2007-71-p26-SC80058-9.gifstcrt-2007-71-p26-SC80058-10.gifstcrt-2007-71-p26-SC80058-11.gifstcrt-2007-71-p26-SC80058-12.gif

Toelichting

Algemeen

De Regeling Taakverdeling Beheer 2007 (RTB 2007) is de opvolger van de Regeling Taakverdeling Beheer (Stcr. 1998, 234). De RTB 2007 geeft regels voor de verdeling van verantwoordelijkheden inzake het beheer en onderhoud van rijkshuisvestingsobjecten over de Rijksgebouwendienst (Rgd) en de afnemer van rijkshuisvesting en voor de verdeling van de daaruit voortvloeiende kosten. De RTB 2007 is van toepassing op de ingebruikgeving van eigendomsobjecten maar ook op de ingebruikgeving van objecten die de Rgd op basis van een andere titel in beheer heeft. In hoofdzaak gaat het daarbij om objecten die de Rgd van marktpartijen huurt maar ook lease, pacht en bruikleen kunnen daartoe worden gerekend. Bij de vaststelling van de taakverdeling en de daaraan gerelateerde kostentoerekening bij de niet-eigendomsobjecten wordt uitgegaan van de afspraken die de Rgd over het onderhoud e.d. heeft gemaakt met de betreffende marktpartij. In de RTB 2007 is in artikel 4 de basistaakverdeling tussen de Rgd en de afnemer beschreven ingeval het gaat om eigendomspanden. Kenmerkend voor de regeling is dat partijen bij een overeenkomst waarin naar de RTB 2007 wordt verwezen de mogelijkheid hebben om op objectniveau afwijkende afspraken te maken met betrekking tot het beheer en onderhoud (artikel 5). Enerzijds kan dat door overdracht van basistaken van de afnemer naar de Rgd, serviceverlening genoemd, en anderzijds door de overdracht van basistaken van de Rgd aan de afnemer.

De aanleiding voor het vervangen van de regeling uit 1998 door een nieuwe regeling is de evaluatie van het op 1 januari 1999 ingevoerde rijkshuisvestingsstelsel, waarbij is besloten om het zogenoemde planmatig onderhoud met tien extra elementen uit te breiden, waardoor de verantwoordelijkheid voor de vervanging en het onderhoud van die elementen toekomt aan de Rgd. Daarbij gaat het om zaken als veiligheid en verlichting, gebouwblusmiddelen, de dakbedekking van schuine daken en centrale elektrotechnische voorzieningen. Tevens is de gelegenheid te baat genomen om de ervaringen die de afgelopen jaren door de Rgd en zijn afnemers zijn opgedaan te gebruiken voor een verbetering van de taakverdelingsregeling.

In de RTB 2007 worden twee groepen rijkshuisvesting onderscheiden: monumenten en overige objecten. Van een verdergaande verdeling in gebouwsoorten of specifieke objecten is, behoudens het onderscheid in eigendomsobjecten en niet-eigendomsobjecten in verband met de beschrijving van het toepassingsbereik, afgezien. De vrijheid van partijen bij een overeenkomst waarin naar de RTB 2007 wordt verwezen om op maat gesneden afspraken te maken met betrekking tot het beheer en onderhoud maakt een aanwijzing van gebouwsoorten waarbij op voorhand afwijkende afspraken zouden moeten gelden onnodig. Daarbij is overwogen dat het niet slechts de aard van het gebouw is die zou kunnen uitnodigen tot een specifieke behandeling maar ook de organisatie van de afnemer en de mate waarin deze geëquipeerd is voor het beheer en onderhoud van huisvesting. De RTB 2007 is dus niet slechts een regeling waarin vanuit het object naar een redelijke verdeling van verantwoordelijkheden wordt gekeken maar ook een regeling waarin de vaardigheden van partijen kunnen worden gehonoreerd.

Artikelsgewijs

Artikel 1, onderdeel d

Een monument kan zijn een geheel object of een werk maar ook een onderdeel van een object of een werk. De verantwoordelijkheidsverdeling ten aanzien van monumenten heeft in zo’n geval nadrukkelijk alleen betrekking op het onderdeel dat als monument is aangeduid. Het kan dus voorkomen dat op een object of een werk verschillende beheer- en onderhoudsregimes van toepassing zijn; het monumentenregime voor bijvoorbeeld de tot monument verklaarde gevel en het niet-monumentenregime voor het achter de gevel gelegen moderne kantoorgebouw.

Artikel 2

In artikel 2, eerste lid, is bepaald dat de RTB 2007 van toepassing is op alle ingebruikgevingen door de Rgd. Ingevolge het tweede lid zijn bij niet-eigendomsobjecten die in beheer zijn bij de Rgd de beheer- en onderhoudsafspraken die zijn gemaakt met bijvoorbeeld een verhuurder van een object uitgangspunt voor de vaststelling van de taakverdeling aangaande het dagelijks beheer, onderhoud, vervanging, oplevering en wederoplevering en voor de toerekening van de kosten die daaruit voortvloeien.

Voor eigendomspanden geldt dat voor de vastlegging van de beheer- en onderhoudsafspraken bijlage 2 moet worden gebruikt als onderlegger. Voor de overige panden kan de Rgd dat natuurlijk ook doen maar daartoe is hij niet verplicht omdat de vastlegging van de afspraken met de marktverhuurder veelal op een andere wijze vormgegeven zal zijn.

Artikel 3, eerste lid

De begrippen ‘eigenaarszaken’ en ‘afnemerszaken’ zijn reeds in de vorige versie van de regeling geïntroduceerd en hebben inmiddels hun plaats gekregen in het werken en denken van degenen die met de regeling werken. Ingeval van objecten die door de Rgd worden gehuurd van derden kan het begrip ‘eigenaarszaak’ opgevat worden als een zaak die de juridische eigenaar, niet zijnde de Rgd, van het object regardeert. Uiteindelijk kan dat het geval zijn maar de regeling werkt uitsluitend in de relatie tussen de Rgd en zijn afnemer. Een eigenaarszaak dient in dat kader te worden beschouwd als een zaak die de eigenaar van de bezitstitel (eigendom, huur, lease, etc.) regardeert.

Artikel 3, tweede lid

De begrippen ‘gebouwinstallatie’ en ‘bedrijfsinstallatie’ zijn in artikel 1 gedefinieerd maar ondanks de daar gegeven omschrijving kan op het raakvlak van gebouw en bedrijfsvoering onduidelijkheid ontstaan over de vraag of een installatie(onderdeel) moet worden gerekend tot de gebouwinstallatie of tot een bedrijfsinstallatie. Bij de omschrijving van de gebouwinstallaties gaat het om welke installaties door de Rgd of in diens opdracht door bijvoorbeeld een verhuurder tenminste moeten zijn aangebracht om het gebouw aan zijn functie te kunnen laten voldoen aan wettelijke normen en eisen. Het gaat daarbij dus om standaarden die het gebouw maken tot wat het moet zijn, los van de afnemer die het gebouw voor zijn bedrijfsvoering wil gebruiken. De installaties die moeten worden aangebracht om het gebouw te laten voldoen voor de door de afnemer beoogde specifieke bedrijfsvoering worden aangemerkt als bedrijfsinstallaties. In de praktijk blijkt de hiervoor bedoelde onduidelijkheid zich met name voor te doen bij klimaatinstallaties. Ventilatie, verwarming of koeling van bijvoorbeeld zittingzalen moet derhalve worden beschouwd als gebouwinstallatie omdat het hier gaat om standaardkwaliteiten waaraan de functie ‘zittingzaal’ volgens de wettelijke voorschriften en eisen dient te voldoen, ongeacht de bestemming die door de afnemer aan de ‘zittingzaal’ wordt gegeven.

Artikel 4

Dit artikel, in samenhang met bijlage 2, heeft betrekking op het beheer van het in gebruik gegeven object. Voor het antwoord op de vraag hoe de taakverdeling is bij tussentijdse veranderingen van het object is de overeenkomst waarin de ingebruikgeving is vastgelegd doorslaggevend en zal, omdat ook veranderingen na realisatie daarvan beheerd moeten worden, de RTB 2007 als richtinggevend worden aangemerkt.

In artikel 4, derde lid, is voor een bijzondere groep afnemers bepaald dat bijlage 2 dient als model voor het maken van specifieke beheer- en onderhoudsafspraken. Het gaat hier om afnemers die geen interne verhuurovereenkomsten met de Rgd hebben (input gefinancierde huisvesting).

Artikel 6, tweede lid

Voor afnemers die onderdeel zijn van de rechtspersoon Staat geldt dat de RTB 2007, zoals volgt uit artikel 7, eerste lid, met ingang van 1 januari 2007 van toepassing zal zijn op alle lopende en af te sluiten interne verhuurovereenkomsten. Dit geldt niet voor verhuurovereenkomsten die de Staat is aangegaan met organisaties die geen onderdeel zijn van de rechtspersoon Staat; voor de toepasselijkheid van de RTB 2007 dient een aanpassing op die overeenkomsten plaats te vinden, met inachtneming van deze regeling.

Bijlage 2

Ten aanzien van het onderscheid tussen het doen verrichten van keuringen en het aanvragen van vergunningen enerzijds en de daaruit of uit een aanschrijving voortvloeiende verplichting om een en ander aan te passen is de RTB 2007 duidelijker geworden dan haar voorganger doordat aan bijlage 2 een onderdeel is toegevoegd waarin uitdrukkelijk is bepaald dat het doen uitvoeren van wettelijke verplichtingen, al dan niet op aanschrijving, altijd voor rekening komt van de afnemer. De technische verantwoordelijkheid voor de uitvoering is afhankelijk van het antwoord op de vraag of het een eigenaarszaak betreft of een afnemerszaak. Uitgangspunt is dat het object op het moment van oplevering aan de afnemer voldoet aan de wettelijke eisen die op dat moment, ingeval van eigenaarszaken, bij de Rgd of, ingeval van afnemerszaken, bij de afnemer bekend waren of in redelijkheid bekend behoorden te zijn.

Bij technische vervanging na beëindiging van de technische levensduur is het uitgangspunt dat de betreffende zaak of het onderdeel wordt vervangen in een kwaliteit/functionaliteit die overeenkomt met de kwaliteit/functionaliteit die de betreffende zaak bij aanvang had. De techniek schrijdt voort en lang niet in alle gevallen is het mogelijk om ‘technisch identieke’ vervanging daadwerkelijk te realiseren. In die gevallen zal de Rgd vervangen in een kwaliteit/functionaliteit die naastliggend hoger is.

Herstel van glasschade, behoudens die welke het gevolg is van ontwerp-, bouw- of materiaalfouten is een taak die volledig voor rekening van de afnemer komt. Hiermee wordt aangesloten bij de gang van zaken die in de markt gebruikelijk is.

Schadeherstel is veelal een optelsom van werkzaamheden aan een aantal zaken. Hoewel de taakverdeling in bijlage 2 op zich helder is kan het voorkomen dat voor wat meer gecompliceerde schades tussen de Rgd en de afnemer nadere afspraken moeten worden gemaakt. Een gebroken ruit wordt vervangen in opdracht van en voor rekening van de afnemer. Een door een aanrijding vernielde gevel waarin ook glasruiten zaten wordt hersteld door en in opdracht van de Rgd, waarbij de Rgd de herstelkosten in eerste instantie voor zijn rekening neemt en later kosten die op grond van bijlage 2 voor rekening van de afnemer behoren te komen met hem kan verrekenen.

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

C.P. Vogelaar