Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Verkeer en Waterstaat | Staatscourant 2007, 70 pagina 21 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Verkeer en Waterstaat | Staatscourant 2007, 70 pagina 21 | Ontheffingen |
Paracentrum Texel - Zeeland BV
3 april 2007
Nr. IVW TBE 1.a ‐ 2007 ‐ 22 ‐ Paracentrum
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelend in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gelezen de brief van 6 december 2006 van Paracentrum Texel, Calandweg 44, 4341 RA Arnemuiden;
Gelet op artikel 1a en artikel 44, vierde lid van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Aan de gezagvoerders en de valschermspringers van Paracentrum Texel - Zeeland B.V. wordt toestemming verleend om de volgende drie valschermspringgebieden met elk een straal van 2 zeemijlen (3,7 km) rondom de posities:
- ’s-Heer Arendskerke
51°29’56” NB en 003°47’07” OL (het middelpunt van het doelgebied) en met een hoogte zoals vermeld onder E1;
- Oud Sabbinge
51°31’24” NB en 003°47’03” OL (het middelpunt van het doelgebied) en met een hoogte zoals vermeld onder E1;
- Zuidzijde Vliegveld Midden-Zeeland
51°30’26” NB en 003°44’37” OL (het middelpunt van het doelgebied) en met een hoogte zoals vermeld onder E1;
regelmatig als valschermspringgebied te gebruiken vanaf 6 april tot en met 31 oktober 2007, met inachtneming van de navolgende voorschriften en beperkingen.
1. Deze toestemming laat onverlet de verplichtingen in de Regeling Valschermspringen van 22 december 1993, nr. DGRLD/JBZ/L93.009040/Stcrt. 1993, nr. 250.
2. Het gebruik van de valschermspringgebieden vindt plaats overeenkomstig de door Zeeland Airport B.V. opgestelde “overeenkomst zweefvliegen-parachute springen Vliegveld Midden-Zeeland” tussen Vliegclub Midden-Zeeland, Paracentrum Texel-Zeeland B.V. en Zeeland Airport B.V. d.d. 23 maart 2005 en 19 april 2005.
3. De luchtverkeersleidingsdiensten kunnen te allen tijde gedane toezeggingen en klaringen intrekken of wijzigen wanneer de luchtverkeerssituatie dit vereist.
4. De paravlucht maakt tijdens het klimmen naar en dalen vanaf de springhoogte gebruik van de springkolom. De klimkolom is een gebied met een straal van 5 zeemijlen rondom het doelgebied.
5. De bovengenoemde drie valschermspringgebieden vallen binnen één cluster, te noemen cluster Zeeland. De valschermspringgebieden binnen cluster Zeeland worden voor het uitvoeren van de valschermspringactiviteiten niet gelijktijdig gebruikt.
6. Het gebruik van een valschermspringgebied wordt telefonisch gemeld aan de Supervisor MilATCC Nieuw Milligen en de Supervisor van ACC; tenminste 5 dagen voor de geplande springdatum wordt een NOTAM aangevraagd bij MilAIS Nieuw Milligen.
7. Een valschermspringgebied mag worden gebruikt van 08.00 uur lokale tijd (of wanneer het begin van de daglichtperiode later valt dan 08.00 uur, vanaf het begin van de daglichtperiode) tot 20.00 uur lokale tijd (of wanneer het einde van de daglichtperiode vóór 20.00 uur lokale tijd valt, tot het einde van de daglichtperiode), zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids en volgens de overeenkomst zoals genoemd in het tweede lid.
8. De maximale hoogte waarvan valschermsprongen mogen worden uitgevoerd in de 3 valschermspringgebieden binnen cluster Zeeland bedraagt FL 100.
9. Voor vluchten vanaf hoogten boven FL 055 wordt telkens een klaring gevraagd aan de betrokken luchtverkeersleidingsdienst. Deze klaring wordt alleen verstrekt indien de luchtverkeerssituatie dit op dat moment toelaat.
Aan de gezagvoerders van de vliegtuigen met de registraties PH-DES, PH-LBR, PH-JBY en PH-JAS, dan wel gelijkwaardige vervangende vliegtuigen, in gebruik bij Paracentrum Texel - Zeeland B.V., wordt vrijstelling verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten in het luchtverkeersdienstverleningsgebied Amsterdam CTA South 1 met klasse A , zoals genoemd in artikel 44, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, voor het uitvoeren van valschermspongen binnen cluster Zeeland voor vluchten met een maximale hoogte van FL 100, onder de volgende voorschriften en beperkingen:
1. Voor de het klimmen en dalen wordt gebruik gemaakt van het klimgebied, tenzij de luchtverkeersleider afwijkende instructies geeft. Het klimgebied bestaat uit een kolom luchtruim in de vorm van een cilinder met een straal van 5NM rondom het doelgebied.
2. De gezagvoerder van het betrokken luchtvaartuig daalt in het luchtruim met klasse A met de hoogste valschermspringer mee, zodat de luchtverkeersleider het overige verkeer kan toelaten tot een level boven de paravlucht.
3. De vlucht kan slechts geaccommodeerd worden indien het aanbod van het luchtverkeer in het luchtruim met klasse A dit toelaat. De luchtverkeersleidingsdienst kan bij drukte, te allen tijde, een vlucht weigeren als de afhandeling van het reguliere luchtverkeer in het luchtruim met klasse A in het gedrang zou komen. Discussie hierover via radiotelefonie is niet toegestaan.
4. Deze vluchten worden slechts uitgevoerd binnen klasse E en A indien het vliegzicht minstens 8 km bedraagt en indien minstens 1500 meter horizontaal vrij van wolken wordt gevlogen met continu zicht op grond of water.
5. Binnen de valschermspringgebieden zijn alleen meerdere VFR-vluchten tegelijk toegestaan indien in formatie wordt gevlogen. Formatie houdt in maximaal 0,5 NM horizontale en 100 ft verticale afstand. Formatie wordt luchtverkeersleidingstechnisch gezien als één vlucht hetgeen inhoudt dat de gezagvoerders van de betrokken luchtvaartuigen zelf verantwoordelijk zijn voor de onderlinge separatie.
6. De gezagvoerder van het betrokken luchtvaartuig onderhoudt tijdens het uitvoeren van de valschermsprongen en de daarvoor vereiste vlucht voortdurend tweezijdig radiocontact op de voorgeschreven frequentie met MilATCC, tenzij anders aangegeven door de betrokken luchtverkeersleidingsdienst. Voor contact met de grond dient een tweede radioset aanwezig te zijn.
7. Het luchtvaartuig van waaruit de valschermsprongen worden uitgevoerd is gecertificeerd en uitgerust voor vluchten onder instrument vliegvoorschriften, waaronder een werkende SSR-transponder met Mode S of Mode A en C. De transponder wordt ingesteld op de code zoals deze is verkregen van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst.
8. Indien de radioverbinding is verbroken wordt de transpondercode 7600 ingesteld en moet, nadat gedurende 3 minuten de op dat moment gevlogen hoogte is gehandhaafd, worden teruggekeerd naar het luchtvaartterrein van vertrek; het uitvoeren van valschermsprongen is onder deze omstandigheden verboden.
9. Vóór de vlucht wordt een vliegplan ingediend.
10. De tijdstippen van aanvang en einde van de valschermsprongen worden telefonisch gemeld aan de Supervisor van MilATCC en aan de voorwaarden door hem gesteld wordt strikt de hand gehouden.
11. Net voor het uitvoeren van de valschermsprongen moet van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst een definitieve klaring daartoe verkregen zijn en een radiotelefonische toestemming zijn verleend door de havenmeester van het luchtvaartterrein.
De definitieve klaring kan alleen worden verstrekt indien de luchtverkeerssituatie dit op dat moment toelaat. De uiteindelijke klaring tot welke hoogte geklommen mag worden zal radiotelefonisch door de luchtverkeersleiding van Amsterdam ACC worden verstrekt.
De aanvrager draagt er zorg voor dat de betreffende gezagvoerder bekend is met de inhoud van deze beschikking.
1. Bij het niet nakomen van de aan deze beschikking verbonden voorschriften en beperkingen door de valschermspringers van Paracentrum Texel - Zeeland B.V. of de gezagvoerder van het betrokken luchtvaartuig, kan de beschikking worden gewijzigd of ingetrokken.
2. De beschikking kan worden gewijzigd of ingetrokken indien de veiligheid van het luchtverkeer daartoe aanleiding geeft.
3. Deze beschikking treedt in werking met ingang van 5 april 2007 en vervalt met ingang van 1 maart 2008, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,namens deze,
de
unitmanager Unit Kennis, Advies en Berichtgeving, Toelating/Continuering Luchtruim,
R.J.
Putters.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
- de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Verkeer en Waterstaat
Toezicht Beheereenheid
Unit Juridische Zaken
Postbus 90653
2509 LR Den Haag
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2007-70-p21-SC80135.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.