Wijziging Vreemdelingencirculaire 2000 (2007/03)

Besluit van de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Justitie van 30 maart 2007, nr. 2007/03, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Justitie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000 (Staatsblad 2000, 495), het Vreemdelingenbesluit 2000 (Staatsblad 2000, 497) en het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (Staatscourant 2001, nr. 10);

Besluiten:

Artikel I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

Paragraaf C24/ Sri Lanka Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Sri Lanka. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.

Uit verschillende bronnen blijkt dat de veiligheidssituatie in Sri Lanka is verslechterd. Er vinden gevechten plaats in het noorden en oosten van Sri Lanka tussen de regeringstroepen en de Tamil Tijgers (LTTE). Ook in andere delen van Sri Lanka doen zich militaire confrontaties en aanvallen van de LTTE voor. Overleg tussen de regering van Sri Lanka en de LTTE eind oktober 2006 in Genève heeft geen resultaat opgeleverd. Als gevolg van het opgelaaide geweld is de mensenrechtensituatie verslechterd en het aantal ontheemden sterk toegenomen.

Het is onvoldoende duidelijk welke consequenties de opgelaaide strijd heeft voor de wijze waarop de Sri Lankaanse autoriteiten Tamils, ook bij de terugkeer, behandelen. Gelet hierop kan momenteel niet zorgvuldig worden beslist op asielverzoeken van Tamils, noch over de terugkeer van Tamils. Derhalve is een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld.

Het besluitmoratorium is ingesteld omdat naar verwachting voor een korte periode onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst en op grond daarvan redelijkerwijs niet kan worden beslist of de aanvraag op een van de gronden in artikel 29 Vw kan worden toegewezen. Gelet hierop is tevens voor Tamils afkomstig uit Sri Lanka een vertrekmoratorium ingesteld. De moratoria zijn ingesteld tot en met 30 juni 2007.

Ten aanzien van de overige groepen in Sri Lanka is een besluit- en vertrekmoratorium niet aangewezen nu het gaat om een conflict tussen de Sri Lankaanse autoriteiten en de LTTE en er ook overigens geen redenen bestaan te veronderstellen dat zij bij terugkeer in het algemeen risico lopen op vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.

Ten aanzien van asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka geldt een besluit in de zin van artikel 43 Vw. Dit besluit is gepubliceerd op 8 maart 2007 (Stcrt. 8 maart 2007, nr 48) en is inwerking getreden met ingang van 10 maart 2007.

Voor asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka geldt tot en met 30 juni 2007 een besluitmoratorium. Dit betekent dat tot en met 30 juni 2007 de individuele beslistermijn van aanvragen waarvan die termijn nog niet is volgelopen, wordt verlengd met één jaar. De reikwijdte van het besluitmoratorium beslaat niet die aanvragen die zijn ingediend vóór de invoering van de Vw op 1 april 2001. Voorts kan het voorkomen dat (ook) de (verlengde) beslistermijn reeds is verstreken. Echter, het ligt voor de hand dat het ook niet mogelijk is zorgvuldig te beslissen op deze aanvragen.

Het instellen van een besluitmoratorium betekent niet dat in het geheel geen beslissingen meer mogelijk zijn in zaken ten aanzien waarvan het moratorium geldt. Het instellen van een besluitmoratorium houdt immers verband met de situatie in het land van herkomst. Daarom zijn nog wel beslissingen mogelijk in onder meer de zaken waarin:

– artikel 30 Vw van toepassing is;

– de asielzoeker de mogelijkheid heeft te vertrekken naar een derde land (artikel 31, tweede lid, onder h en i, Vw);

– artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is;

– de asielzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid doordat er sprake is van een zodanig ernstig misdrijf dat de aanvraag om die reden wordt afgewezen (artikel 31, tweede lid, onder k, Vw juncto artikel 33, tweede lid, Vreemdelingenverdrag).

Onder de werking van het besluitmoratorium zullen de individuele vreemdelingen wel in de gelegenheid worden gesteld zich omtrent de asielaanvraag te doen horen, met uitzondering van de Dublinprocedure die juist niet ziet op de inhoud van de asielaanvraag nu een ander land daar (mogelijk) verantwoordelijk voor is.

3.1 Dienstplichtigen en deserteurs

In Sri Lanka bestaat geen dienstplicht. Het Sri Lankaanse leger is een vrijwilligersleger.

Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.

Ten aanzien van Sri Lanka heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.

Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Sri Lanka geen bijzonderheden.

Asielzoekers uit Sri Lanka komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).

6.1 Vlucht- en/of vestigingsalternatief

Aan Singhalezen en Moslims die een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM door de Sri Lankaanse autoriteiten of de LTTE wordt geen vlucht- of vestigingsalternatief tegengeworpen.

6.2 Veilig land van herkomst

Sri Lanka wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.

6.3 Veilig derde land / land van eerder verblijf

Sri Lanka wordt niet beschouwd als veilig derde land.

6.4 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.

Verder zijn er nog de volgende aandachtspunten.

1F-aspecten kunnen in alle Srilankaanse asielaanvragen voorkomen en beperken zich niet enkel tot de leden van de LTTE.

Tevens wordt in dit kader aandacht besteed aan leden van politieke Tamilpartijen voor zover zij actief zijn geweest bij de paramilitaire vleugel van de partij.

Voor Amv’s is adequate opvang in Sri Lanka voorhanden. Amv’s van Sri Lankaanse nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor Amv’s.

Ten aanzien van asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka is een besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw. Dit besluit is gepubliceerd op 8 maart 2007 (Stcrt. 8 maart 2007, nr 48) en is inwerking getreden met ingang van 10 maart 2007.

8.1 Toepasselijkheid

Voor asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka geldt een vertrekmoratorium. Het vertrekmoratorium geldt tot en met 30 juni 2007. Van het vertrekmoratorium zijn de volgende categorieën uitgezonderd:

– Dublinclaimanten (zie artikel 30, eerste lid, onder a, Vw);

– Tamils die rechtmatig verblijf hebben op een andere grond als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder b, Vw);

– Tamils die al eerder een aanvraag tot een verblijfsvergunning (asiel of regulier) hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist en die op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder f, g en h, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder c, Vw);

– Tamils die op grond van verdragsverplichtingen tussen Nederland en een ander land zullen worden overgedragen aan dat land van eerder verblijf (zie artikel 30, eerste lid, onder d, Vw);

– Tamils die hebben verbleven in een derde land dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en niet aannemelijk hebben gemaakt dat het bedoelde land die verdragsverplichtingen ten aanzien van hen niet nakomt (zie artikel 31, tweede lid, onder h, Vw);

– Tamils die in een ander land van eerder verblijf zullen worden toegelaten totdat zij elders duurzame bescherming hebben gevonden (zie artikel 31, tweede lid, onder i, Vw);

– Tamils die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 31, tweede lid, onder k, Vw).

8.2 Voortgezet recht op opvang

Het vertrekmoratorium heeft tot gevolg dat de opvang van Tamils die een asielaanvraag hebben ingediend en van wie de vertrektermijn reeds is verstreken, niet wordt beëindigd. Dit voortgezet recht op opvang volgt van rechtswege uit het besluit zoals gepubliceerd in de Stcrt. Het voortgezet recht op opvang eindigt tevens van rechtswege wanneer het vertrekmoratorium eindigt.

Gedurende het vertrekmoratorium wordt de vreemdeling geacht, conform artikel 45, vijfde lid, Vw, rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, onder j, Vw. Het is niet noodzakelijk dat door deze personen een nieuwe asielaanvraag wordt ingediend. Voor zover betrokkene niet (meer) in het bezit is van een document, dient een document te worden verstrekt (zie artikel 3.5 VV).

Tamils die een asielaanvraag hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist, maar die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, worden daarmee tevens geacht rechtmatig verblijf te hebben, indien zij onder de reikwijdte van het vertrekmoratorium vallen. Dit betekent dat Tamils die onder het vertrekmoratorium vallen, niet langer belang hebben bij een eerder ingediend verzoek om een voorlopige voorziening, voor zover dit verzoek is gericht op het voorkomen van de verwijdering of de beëindiging van de voorzieningen.

8.3 Verkrijgen van opvang wanneer de opvang reeds was beëindigd

Om opnieuw voor opvang in aanmerking te komen, is geen nieuwe asielaanvraag noodzakelijk. Wel moet men eerder een asielaanvraag hebben ingediend en moet men zich melden bij het AC Ter Apel om voor opvang in aanmerking te komen. Om logistieke redenen kan na de aanmelding besloten worden betrokkene door te verwijzen naar de tijdelijke noodvoorziening, alvorens te beoordelen of betrokkene conform het geldende vertrekmoratorium in aanmerking komt voor opvang.

Vreemdelingen die reeds voorafgaand aan de instelling van het vertrekmoratorium een tweede of volgende aanvraag hebben ingediend, welke nog niet heeft geleid tot een onherroepelijke afwijzing, kunnen zich ter verkrijging van opvang eveneens melden bij het AC Ter Apel.

Asielzoekers die al een tweede of volgende aanvraag hebben ingediend welke niet in de AC-procedure is afgedaan, hebben al opvang en hoeven zich dus niet te melden.

Artikel II

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het is geplaatst

Den Haag, 30 maart 2007.
De Minister van Justitieen de Staatssecretaris van Justitie,
namens dezen:
de directeur-generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, R.K. Visser.

Toelichting

Algemeen

Bij besluit van 2 maart 2007, Stcrt. 8 maart 2007, nr 48 is een besluit- en een vertrekmoratorium ingesteld ten aanzien van asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka.

Uit verschillende bronnen blijkt dat de veiligheidssituatie in Sri Lanka is verslechterd. Er vinden gevechten plaats in het noorden en oosten van Sri Lanka tussen de regeringstroepen en de Tamil Tijgers (LTTE). Ook in andere delen van Sri Lanka doen zich militaire confrontaties en aanvallen van de LTTE voor. Overleg tussen de regering van Sri Lanka en de LTTE eind oktober 2006 in Genève heeft geen resultaat opgeleverd. Als gevolg van het opgelaaide geweld is de mensenrechtensituatie verslechterd en het aantal ontheemden sterk toegenomen.

Het is onvoldoende duidelijk welke consequenties de opgelaaide strijd heeft voor de wijze waarop de Sri Lankaanse autoriteiten Tamils, ook bij de terugkeer, behandelen. Gelet hierop kan momenteel niet zorgvuldig worden beslist op asielverzoeken van Tamils, noch over de terugkeer van Tamils Derhalve is een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld. De moratoria zijn ingesteld tot en met 30 juni 2007.

De Minister van Justitieen de Staatssecretaris van Justitie

namens dezen:

de directeur-generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken,

R.K. Visser

Naar boven