Wijziging Regeling superheffing en melkpremie 2004

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 maart 2007, nr. TRCJZ/2007/295, houdende wijziging van de Regeling superheffing en melkpremie 2004

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 1, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten (PbEU L270);

Gelet op artikel 19 van de Landbouwwet;

Besluit:

Artikel I

De Regeling Superheffing en melkpremie 2004 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4a komt te luiden:

Artikel 4a

De referentiehoeveelheid die de producent beschikbaar heeft op 1 april 2007, wordt met ingang van die datum verhoogd met 0,5%.

B

Artikel 6, vijfde en zesde lid, komt te luiden:

5. Het vorige lid is niet van toepassing ingeval van overdracht krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht.

6. Een producent kan, nadat met betrekking tot enige heffingsperiode een overdracht van een referentiehoeveelheid op zijn naam is geregistreerd, niet met betrekking tot dezelfde heffingsperiode als vervreemder een overdracht laten registreren.

C

In artikel 14, eerste lid, wordt de zinsnede ‘met een beschikbare referentiehoeveelheid voor rechtstreekse verkoop’ geschrapt.

D

Artikel 16, tweede lid, komt te luiden:

2. Indien tijdens een heffingsperiode blijkt dat een producent zijn beschikbare referentiehoeveelheid overschrijdt, kan de koper op grond van het bepaalde in artikel 11, derde lid, van de raadsverordening per 100 kilogram melk ten hoogste het bedrag als bedoeld in artikel 2 van de raadsverordening inhouden op de te betalen melkprijs.

E

In het eerste en tweede lid van artikel 21 wordt ‘1 september’ vervangen door: 1 oktober.

F

De artikelen 24 en 25 vervallen.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 26 maart 2007.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G. Verburg.

Toelichting

Met onderhavige regeling wordt de Regeling superheffing en melkpremie 2004 op zeven punten gewijzigd.

Ten eerste voorziet de regeling in een generieke verhoging van de individuele referentiehoeveelheden. De hoeveelheden, waarover de producenten beschikken per 1 april 2007, worden verhoogd met 0,5% (Artikel I, onderdeel A). Deze verhoging vloeit voort uit de besluiten die de Raad van Ministers van de Europese Unie heeft genomen in 2002 ter gelegenheid van de hervormingen in de zuivelmarktordening. Als gevolg daarvan krijgen de lidstaten van de Unie gedurende 3 jaren, te beginnen met het heffingsjaar 2006/2007, telkens 0,5% extra quotum toebedeeld. De uitbreiding van de nationale referentiehoeveelheid voor het heffingsjaar 2007/2008 zal evenredig over alle bestaande quotumhouders worden verdeeld.

De tweede wijziging (Artikel I, onderdeel B) betreft het omzetten van een ontheffingsplicht in een generieke uitzondering. Het huidige vijfde lid van artikel 6 bepaalt dat het Productschap Zuivel ingeval van overdracht van een individuele referentiehoeveelheid krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht ontheffing kan verlenen van de verplichting dat de over te dragen grond gedurende een periode van ten minste één jaar voorafgaande aan de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik was.

Inmiddels is in de praktijk gebleken dat deze ontheffing in alle gevallen wordt verleend. Gelet hierop en met het oog op de kabinetsdoelstelling om de administratieve lasten voor de burger en het bedrijfsleven zoveel mogelijk terug te dringen, is besloten tot het schrappen van de ontheffingsplicht.

Het zesde lid van artikel 6 van de Regeling superheffing en melkpremie 2004 heeft tot doel speculatieve handel in quota tegen te gaan. De geredigeerde tekst sluit hierop beter aan. Het is immers niet bepalend of de producent in enige heffingsperiode al een referentiehoeveelheid heeft overgedragen gekregen. Bepalend is met betrekking tot welke heffingsperiode die overdracht is geregistreerd (artikel I, Onderdeel B).

Op grond van artikel 11, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 595/2004 is elkeproducent verplicht aangifte te doen van de gedane rechtstreekse verkopen in elk tijdvak van twaalf maanden. Artikel 14, eerste lid, moet in deze zin worden aangepast omdat de huidige tekst beperkt is tot producenten met een beschikbare referentiehoeveelheid (Artikel I, onderdeel C).

Op grond van artikel 11 van Verordening (EG) 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten zijn de kopers van de melk verantwoordelijk voor de inning van de superheffing. In het huidige artikel 16, tweede lid, van de Regeling superheffing en melkpremie 2004 is hier invulling aan gegeven: de kopers kunnen op de melkprijs ten hoogste 50% daarvan aan superheffing inhouden. Dit artikelonderdeel wordt zodanig gewijzigd dat de gehele (op grond van artikel 2 van Verordening 1788/2003 geldende) superheffing per 100 kilogram op de melkprijs kan worden ingehouden. Deze formulering biedt meer zekerheid dat de superheffing in zijn geheel zal worden voldaan.

De regel dat ten hoogste 50% van de melkprijs kan worden ingehouden stamt uit de tijd van de Regeling superheffing 1993. Destijds hadden de kopers ook al de vrijheid om gedurende de heffingsperiode ter hoogte van de gehele superheffing een voorschot te innen en was het de praktijk om daarna, dus na afloop van de heffingsperiode, in voorkomend geval voor het resterende bedrag ten hoogste 50% van de melkprijs per maand te innen. Bij het opstellen van de Regeling superheffing en melkpremie 2004 zijn deze twee onderwerpen abusievelijk door elkaar gehaald door te bepalen dat gedurende de heffingsperiode ten hoogste 50% van de melkprijs kan worden ingehouden.

Met deze wijziging wordt dit gebrek hersteld (Artikel I, onderdeel D).

De datum van 1 september moet op grond van een recente Verordening (Verordening (EG) Nr. 1468/2006 van de Commissie van 4 oktober 2006 tot wijziging van Verordening (EG) Nr. 595/2004 houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) Nr. 1788/2003 van de Raad tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten) worden gewijzigd in 1 oktober (Artikel I, onderdeel E).

De laatste wijziging betreft het schrappen van de artikelen 24 en 25. Deze artikelen regelen die melkpremie. De melkpremie wordt echter geïntegreerd in de bedrijfstoeslagregeling, door wijziging per 1 april 2007 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. De artikelen 24 en 25 kunnen derhalve komen te vervallen (Artikel I, onderdeel F).

Administratieve lasten

Met het omzetten van een ontheffingsplicht tot een generieke uitzondering (Artikel I, onderdeel B) zal een zekere terugdringing van administratieve lasten worden gerealiseerd.

De afgelopen paar jaren heeft het Productschap Zuivel geen ontheffingsverzoeken ontvangen. In de jaren daarvoor werden maximaal vijf verzoeken ingediend. Een exacte kwantificeerbaarheid van de verlaging van de administratieve lasten is derhalve niet mogelijk.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

Naar boven