Sanctieregeling Libanon en Syrië 2007

Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 19 maart 2007, nr. DJZ/BR/1029-06, betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon en Syrië (Sanctieregeling Libanon en Syrië 2007)

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën en de staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op Verordening (EG) nr. 305/2006 van de Raad van de Europese Unie van 21 februari 2006 tot vaststelling van specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij de moord op de voormalige Libanese premier Rafiq Hariri (Pb EG L 51);

Gelet op Verordening (EG) nr. 1412/2006 van de Raad van de Europese Unie van 25 september 2006 betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon (Pb EG L 267);

Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2006/625/GBVB van de Raad van de Europese Unie van 15 september 2006 betreffende een verbod op de verkoop of levering van wapens en aanverwant materieel en op het verrichten van aanverwante diensten aan entiteiten of personen in Libanon overeenkomstig Resolutie 1701 (2006) van de VN-Veiligheidsraad (Pb EG L 253);

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, en 3 van de Sanctiewet 1977;

Besluit:

Artikel 1

1. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2 en 5 van Verordening (EG) nr. 305/2006 van de Raad van de Europese Unie van 21 februari 2006 tot vaststelling van specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij de moord op de voormalige Libanese premier Rafiq Hariri.

2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet in gevallen waarin artikel 3, eerste of tweede lid, of 4 van Verordening (EG) nr. 305/2006 van toepassing is.

Artikel 2

1. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1412/2006 van de Raad van de Europese Unie van 25 september 2006 betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon.

2. Het verbod te handelen in strijd met artikel 2 van Verordening 1412/2006 is niet van toepassing in gevallen waarin artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1412/2006 van toepassing is.

Artikel 3

1. Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen, te leveren, over te dragen of uit te voeren aan entiteiten of personen in Libanon, of voor gebruik in Libanon, ongeacht of de goederen afkomstig zijn uit de lidstaten van de Europese Unie.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van wapens en aanverwant materieel of de levering van technische bijstand, financiering en financiële bijstand, diensten als tussenhandelaar en andere diensten in verband met wapens en aanverwant materieel, indien vooraf toestemming is verleend door de bevoegde autoriteit, genoemd in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1412/2006, en:

a. de goederen of diensten niet, direct of indirect, worden geleverd of verleend aan een van de milities die volgens de Resoluties 1559 (2004) en 1680 (2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties moeten worden ontwapend,

b. de transactie is goedgekeurd door de Libanese regering of UNIFIL, en

c. de goederen of diensten zijn toegestaan door UNIFIL in het kader van haar missie of door de Libanese strijdkrachten.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Libanon en Syrië 2007.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Zaken, M.J.M. Verhagen.

Toelichting

Algemeen

Op 14 februari 2005 vond in Beiroet een bomaanslag plaats waarbij 23 mensen werden gedood, onder wie de voormalige premier van Libanon Rafiq Hariri, en tientallen anderen werden verwond.

Op 31 oktober 2005 nam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in Resolutie 1636 nota van de conclusie van de internationale onderzoekscommissie dat er verschillende aanwijzingen zijn voor de betrokkenheid van Libanese en Syrische functionarissen bij deze terroristische aanslag. De Veiligheidsraad heeft daarop besloten maatregelen (financiële sancties) vast te stellen tegen alle personen die worden verdacht van betrokkenheid bij het beramen, financieren, organiseren of uitvoeren van de aanslag, met als doel bij te dragen tot het onderzoek ervan.

De financiële sancties zijn neergelegd in Gemeenschappelijk Standpunt 2005/888/GBVB en in Verordening (EG) nr. 305/2006 en omvatten de gebruikelijke maatregelen:

– een bevriezing van tegoeden en

– een verbod om economische middelen ter beschikking te stellen.

De onderhavige sanctieregeling stelt overtreding van Verordening nr. 305/2006 strafbaar. De verordening voorziet voorts in de eveneens gebruikelijke uitzonderingen. Met toestemming van de bevoegde autoriteit kunnen bevroren tegoeden worden vrijgegeven voor elementaire uitgaven zoals de kosten van juridische bijstand, kosten gemoeid met het aanhouden van de tegoeden, buitengewone kosten alsmede betalingen met het oog op de nakoming van bestaande verplichtingen. Voorts kunnen bijschrijvingen op bevroren rekeningen plaatsvinden, op voorwaarde dat de daarmee gemoeide bedragen zelf ook weer bevroren worden. Ten slotte vestigt de verordening de verplichting om informatie te verstrekken en medewerking te verlenen aan de bevoegde autoriteiten. Bij de totstandkoming van de onderhavige regeling was de lijst met namen van personen op wie de sancties van toepassing zijn nog niet vastgesteld.

De totstandkoming van Resolutie 1701 (2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, gevolgd door Verordening (EG) nr. 1412/20061 bracht tezamen met Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2006/625/GBVB2 overeenkomstig Resolutie 1701 (2006) van de VN-Veiligheidsraad, een uitbreiding van het sanctieregime jegens Libanon mee. Zowel de Verordening als het Gemeenschappelijk Standpunt heeft tot doel te voorkomen dat wapens en aanverwant materieel, technische en financiële bijstand in verkeerde handen komen. Een uitzondering geldt voor leveringen ten behoeve van de Libanese strijdkrachten of UNIFIL, mits verzekerd is dat dergelijke leveringen niet ten goede komen aan milities die ontwapend moeten worden.

Artikel 1

Deze bepaling bevat de strafbaarstelling van overtreding van Verordening (EG) nr. 305/2006. Voor een nadere toelichting zij verwezen naar het algemeen deel van deze toelichting.

Artikel 2

In dit artikel is de overtreding van Verordening 1412/2006 strafbaar gesteld. De verordening omvat een verbod tot het leveren van technische bijstand, advies en financiering in verband met militaire activiteiten.

Artikel 3

Deze bepaling heeft betrekking op het wapenembargo dat is ingesteld bij Gemeenschappelijk Standpunt 2006/625/GBVB met dien verstande dat de redactie is verduidelijkt.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

M.J.M. Verhagen

Naar boven