Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep 2007

Besluit van de Minister van Justitie van 26 februari 2007, nr. 5470820/07/CBK, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de NS Groep N.V.

De Minister van Justitie,

Handelend in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993 en op het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep, bedoeld in artikel 2;

b. NSR: NS Reizigers B.V., dochteronderdeel van NS Groep N.V.;

c. NS Int: NS Internationaal B.V., dochteronderdeel van NS Groep N.V.

Artikel 2

Maximaal 4500 medewerkers, belast met de opsporing van strafbare feiten en werkzaam bij NSR of NS Int zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep.

Artikel 3

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:

a. de Spoorwegwet en de Wet personenvervoer 2000;

b. artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht;

c. andere strafbare feiten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.

2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.

Artikel 4

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor aan hem opsporingsbevoegdheid is toegekend, gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 5

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het Landelijk Parket.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het Korps landelijke politiediensten.

Artikel 6

De buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:

a. de buitengewoon opsporingsambtenaar is bekwaam indien hij met goed gevolg alle modules van de opleidingen Boa-OV heeft voltooid;

b. de onder a. bedoelde opleiding omvat tenminste het niveau van de eindtermen zoals vastgesteld bij de Circulaire bekwaamheidseisen buitengewoon opsporingsambtenaar;

c. alle modules worden afgesloten met een eindtoets;

d. de opleiding is onderworpen aan goedkeuring door de Minister van Justitie;

e. de onder c. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een onafhankelijke examencommissie waarin een lid van het openbaar ministerie is vertegenwoordigd;

f. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.

Artikel 7

De directeur NSR brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij NSR of NS Int aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij NSR en NS Int;

b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd;

d. het aantal klachten dat tegen buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend en de aard van die klachten.

Artikel 8

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep 2003, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2007 en vervalt met ingang van 1 maart 2012.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep 2007.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 26 februari 2007.
De Minister van Justitie,
namens deze:
wnd. hoofd Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken, H.C.L. Vreugdenhil.

Toelichting

Bij brief van 20 december 2006 heeft het Hoofd Ondersteuning Productieprocessen verzocht om verlenging van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS-Groep 2003. Voormeld besluit vervalt met ingang van 1 maart 2007.

Onderhavig besluit beoogt de opsporingsbevoegdheid van de met opsporingstaken belaste ambtenaren werkzaam bij de NS Groep met een periode van vijf jaar te verlengen. Dit besluit berust op de in artikel 4, derde lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar neergelegde bevoegdheid hiertoe over te gaan indien de noodzaak van de te hanteren opsporingsbevoegdheid aanwezig blijft. Gelezen voornoemd verzoek van NS acht ik de noodzaak voor verlenging van de opsporingsbevoegdheid aanwezig.

Gezien het feit dat het wegens administratieve procedures praktisch niet uitvoerbaar is om met ingang van 1 maart 2007 aan de buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van de NS Groep N.V. die dit behoeven een nieuwe akte van beëdiging en een nieuw legitimatiebewijs uit te reiken, is in artikel 8 van dit besluit een overgangsregeling opgenomen. Op grond van deze regeling behouden de akten en legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden van de betreffende buitengewoon opsporingsambtenaren hun geldigheid tot de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

De Minister van Justitie

namens deze:

wnd. hoofd Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken,

H.C.L. Vreugdenhil

Naar boven