Vaststelling selectielijst neerslag handelingen Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beleidsterrein Voeding- en productveiligheid vanaf 1945

29 januari 2007

Nr. C/S&A/07/239

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 18 december, arc-2006.03350/2);

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Voeding- en productveiligheid over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 29 januari 2007
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de algemene rijksarchivaris, M.W. van Boven.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
de plv. Secretaris-Generaal, P.H.A.M. Huijts.

BASISSELECTIEDOCUMENT

Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring –van de administratieve neerslag op het beleidsterrein

VOEDINGS- EN PRODUCTVEILIGHEID 1945–

Deze selectielijst geldt voor de volgende zorgdragers:

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de onder zijn zorg ressorterende actoren;

de minister van Defensie en de onder zijn zorg ressorterende actoren;

de minister van Economische Zaken en de onder zijn zorg ressorterende actoren;

de minister van Financiën en de onder zijn zorg ressorterende actoren;

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; en de onder zijn zorg ressorterende actoren

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de onder zijn zorg ressorterende actoren;

de minister van Verkeer en Waterstaat; en de onder zijn zorg ressorterende actoren;

de minister van Algemene Zaken en de onder zijn zorg ressorterende actoren;

de minister van Justitie en de onder zijn zorg ressorterende actoren;

de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel;

het Productschap Vee, vlees en eieren.

Ministerie van VWS

Versie februari 2007

Lijst van afkortingen

AID: Algemene Inspectie Dienst

AmvB: Algemene maatregel van bestuur

art.: artikel

ATP: ATP-overeenkomst/Overeenkomst inzake het internationaal vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen en het gebruik van speciale vervoersmiddelen bij dit vervoer (Trb. 1972, 112).

BSD: Basisselectiedocument

CAS: Centrale Archief Selectiedienst

CERPER: Certificaciones del Peru S.A.: bedrijf dat technische hulp verleent bij productcertificering, -analyse, toetsing, inspecties en audits

COKZ: Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel

COM: Centraal Orgaan Melkhygiene

COZ: Centraal Orgaan voor Zuivelcontrole

CRM: (minister(ie) van) Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk

EC: Europese Commissie

EEG: Europese Economische Gemeenschap

EER: Europese Economische Ruimte

EG: Europese Gemeenschappen (vanaf 1993)

EHS: Economische Hoofdstructuur

EU: Europese Unie

EZ: (ministerie van) Economische Zaken

GVE: Groot Vee Eenheid. Rekeneenheid voor vee waarbij bijvoorbeeld runderen/eenhoevigen = 1 GVE zijn; varken = 0,33 GVE en schaap = 0,15 GVE.

GWWD: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

HPA: Hoofdproductschap Akkerbouw

ID-DLO: Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid

IG: Inspectie voor de geneesmiddelen

IGB: Inspectie Gezondheidsbescherming

IGZ: Inspectie Gezondheidszorg

IKB: Integrale Ketenbeheersing

IVA: Instituut voor Afvalstoffenonderzoek

KB: Koninklijk Besluit

KEMA: (NV tot de) Keuring van Elektronisch Materiaal

KEW: Kernenergiewet

KI: Kunstmatige inseminatie

KNHG: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

KNMG: Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der geneeskunst

KvW: Keuringsdienst van Waren

LenV: (ministerie van) Landbouw en Visserij (1960–1989)

LKW: Landbouwkwaliteitswet

LNV: (ministerie van) Landbouw, Natuur en Visserij (1989–2003)

(ministerie van) Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (2003–)

MB: Ministerieel besluit

NA: Nationaal Archief

NEC: Nederlands Elektronisch Comité

NEN: Nederlandse Norm

NNI: Nederlands Normalisatie Instituut

NS: NV Nederlandse Spoorwegen

OCW: (minister(ie) van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (voorheen: Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen)

Pb: Publicatieblad (van de EG)

PBO: Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie/PBO blad

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

PPE: Productschap voor Pluimvee en Eieren

PT: Productschap Tuinbouw

PVE: Productschap voor Vlees en Eieren

PVV: Productschap voor Vee en Vlees

RAD: Rijksarchiefdienst

RDW: Rijksdienst voor het Wegverkeer

RID: Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening

RIO: Rapport institutioneel onderzoek

RIV: Rijksinstituut voor de Volksgezondheid

RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne

RVV: Rijksdienst voor (de keuring van) Vee en Vlees

Stb.: Staatsblad

Stcrt: Staatscourant

SZW: (minister(ie) van) Sociale Zaken en Werkgelegenheid

TK: Tweede Kamer (Kamerstukaanduiding)

TNO: Technisch Natuurwetenschappelijk Onderzoeksinstituut

Trb.: Tractatenblad

VenW: (minister(ie) van) Verkeer en Waterstaat

VbBo: Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie

VD: Veeartsenijkundige Dienst

VI: Veterinaire Inspectie van de Volksgezondheid

VoMil: (minister(ie) van) Volksgezondheid en Milieuhygiëne

VROM: (minister(ie) van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

VWS: (minister(ie) van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WED: Wet economische delicten

Wet Bo: Wet op de Bedrijfsorganisatie

WVC: (minister(ie) van) Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

ZBO: Zelfstandig Bestuursorgaan

Verantwoording

Wettelijk kader voor de selectie van overheidsarchieven

Ingevolge artikel 3 van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276) dient de overheid haar archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. Onder ‘archiefbescheiden’ worden niet slechts papieren documenten te verstaan, maar alle bescheiden – ongeacht de drager – die door een overheidsorgaan zijn ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd zijn daaronder te berusten. Ook digitaal vastgelegde informatie valt dus onder de werking van de archiefwetgeving.

Het in goede en geordende staat bewaren van archiefbescheiden houdt onder meer in dat een overheidsarchief op gezette tijden wordt geschoond. In dat verband schrijft de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276) zowel een vernietigingsplicht (art. 3) als de overbrengingsplicht (art. 12) voor. Beide plichten rusten op degene die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van het desbetreffende archief: de zorgdrager.

De verplichting tot overbrenging bepaalt dat de zorgdrager zijn archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar ter blijvende bewaring overbrengt naar een archiefbewaarplaats. Wat de archiefbescheiden van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat betreft, is de aangewezen archiefbewaarplaats het Nationaal Archief (NA) in Den Haag. Het NA is een onderdeel van de Rijksarchiefdienst (RAD). Deze dienst ressorteert onder de Minister van OCenW en staat onder leiding van de Algemene Rijksarchivaris.

In verband met de selectie van hun archiefbescheiden zijn zorgdragers op grond van artikel 5 van de Archiefwet 1995 verplicht hiertoe selectielijsten op te stellen. In een selectielijst dient te worden aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging, dan wel voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Voorts dient een selectielijst de termijnen aan te geven, waarna de te vernietigen bestanddelen dienen te worden vernietigd.

Een selectielijst is naar haar aard een duurzaam instrument. Het ligt in de rede dat een organisatie een vastgestelde lijst niet eenmalig toepast, maar (zonodig in geactualiseerde vorm) blijft hanteren om de periodieke aanwas van archiefmateriaal in een vroegtijdig stadium te selecteren. Een selectielijst vormt zo een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor het beheer van de documentaire informatievoorziening in een overheidsorganisatie.

Bij het ontwerpen van een selectielijst dient krachtens art. 2, lid 1 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) rekening gehouden te worden met:

– de taak van het desbetreffende overheidsorgaan;

– de verhouding van dit overheidsorgaan tot andere overheidsorganen;

– de waarde van de archiefbescheiden als bestanddeel van het cultureel erfgoed ;

– het belang van de in de bescheiden voorkomende gegevens voor overheidsorganen, recht- of bewijszoekenden en historisch onderzoek.

Voorts moeten ingevolge art. 3 van het Archiefbesluit 1995 bij het ontwerpen van een selectielijst ten minste betrokken zijn:

– een deskundige op het gebied van de organisatie en taken van het desbetreffende overheidsorgaan,

– een deskundige ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van dat orgaan, en

– (een vertegenwoordiger van) de Algemene Rijksarchivaris.

Wat betreft de geldigheidsduur van de selectielijst wordt uitgegaan van de wettelijke periode van twintig jaar vanaf de vaststelling. Dit laat uiteraard onverlet dat de selectielijst (of een bepaald onderdeel daarvan) binnen deze termijn zal komen te vervallen, indien dit mocht worden bepaald bij de vaststelling (via de aangewezen archiefwettelijke weg) van een nieuwe dan wel herziene selectielijst. Elke selectielijst wordt na advies van de Raad voor Cultuur, vastgesteld door de Minister van OCW en de minister wie het mede aangaat. De vastgestelde lijsten worden in de Staatscourant gepubliceerd.

Doel en werking van het Basis Selectiedocument

Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

De definitie van het beleidsterrein

Het beleidsterrein voedings- en productveiligheid draait om de bescherming van de volksgezondheid tegen ondeugdelijke waren. Waren betreffen hier voedingsmiddelen (eet- en drinkwaren) alsmede roerende producten die geen eetwaren zijn zoals bijvoorbeeld gasslangen en helmen.

De afbakening van het beleidsterrein

Dit BSD is gebaseerd op het institutioneel onderzoek op het beleidsterrein Voedings- en productveiligheid, gepubliceerd in RIO nr. 117.

Het onderzoek begint in 1945 – voor gegevens die zijn opgesteld voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog gelden andere selectiecriteria – en loopt tot 1997, het jaar waarin dit institutioneel onderzoek werd verricht.

Deel van dit beleidsterrein maken de volgende wetten uit: de Warenwet, de Vleeskeuringswet, de Wet op de Voedingsraad, het Destructiebesluit 1942, de Destructiewet en de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen.

Afbakening tussen Landbouwkwaliteitsbeleid en Voedings- en productveiligheid1

Een van de lastigste afbakeningen op dit terrein is die tussen het Landbouwkwaliteitsbeleid van het ministerie van LNV, en het beleidsterrein Voeding en productveiligheid van het Ministerie van VWS, waaronder de Warenwet en de Vleeskeuringswet vallen. Zowel de Landbouwkwaliteitswet als de Warenwet vormen een wettelijk kader voor het kwaliteitsbeleid en voeding.

Landbouwkwaliteit

Oorspronkelijk had het ministerie belast met de Landbouw alleen zeggenschap over de kwaliteit van agrarische exportproducten, terwijl het ministerie belast met de Volksgezondheid krachtens de Warenwet (Stb.1919, 581), belast was met de kwaliteit van voedingsmiddelen die in het binnenland werden afgezet. Als gevolg van de Landbouwkwaliteitswet van 1971 (Stb.1971, 371) ontstond een overlapping met de Warenwet. Sindsdien heeft ook de minister van Landbouw bemoeienis met de kwaliteitsaspecten van de binnenlandse afzet. De minister van LNV is mede ondertekenaar van de Warenwet en de Vleeskeuringswet, terwijl de minister van VWS mede-ondertekenaar is van de Landbouwkwaliteitswet. Voor de twee ministeries is daardoor een moeilijk te realiseren taakafbakening ontstaan. Daarom werd halverwege de jaren 70 door de beide ministers een stuurgroep ingesteld met de taak het beleid op dit gebied te coördineren. Belangrijk was het vermijden van versnippering van regelgeving voor een bepaald product of categorie van producten.

In tegenstelling tot de Warenwet kan de Landbouwkwaliteitswet aanspraak maken op een stelsel van toezicht op naleving van gestelde regels door privaatrechtelijke controle-instellingen. Een essentieel onderdeel van dit stelsel is de mogelijkheid van tuchtrechtelijk optreden tegen de aangeslotenen bij een zodanige instelling.

In de jaren negentig is de grens tussen beide ministeries als volgt gelegd. Het ministerie van VWS stelt productienormen voor levensmiddelen vast, terwijl het ministerie van LNV zich richt op de kwaliteit van agrarische producten en daarbij rekening houdt met de normen voor levensmiddelen. Omdat de scheiding tussen beide wetten lastig is, is er een discussie gaande om beide wetten onder te brengen in een nieuwe wetgeving. Goed overleg tussen beide ministeries, ook in voorbereiding op de Nederlandse inbreng ten aanzien van de Europese besluitvorming is en blijft belangrijk.

Voedselveiligheid

De afbakening tussen de ministeries van LNV en VWS wat betreft voedselveiligheid is niet helemaal helder. De verantwoordelijkheid voor ‘de’ voedselveiligheid(is dan ook) niet bij een van de twee ministeries expliciet belegd, maar wordt gezamenlijk gedragen. In grote lijnen is LNV verantwoordelijk voor de productiefase en VWS voor de verwerkings- en handelsfase van voedsel. Maar de wet- en regelgeving is afkomstig van meerdere overheidsniveaus, waarbij het Europese niveau inmiddels het belangrijkste is.

Een andere wet die onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van VWS valt is de Vleeskeuringswet (Stb. 1919, 524). Doelstelling van de wet is het weren van vlees en vleeswaren die voor de gezondheid schadelijk zijn. De minister van Landbouw is mede-ondertekenaar van de Vleeskeuringswet.

De kwaliteit van voedingsmiddelen, zoals geregeld in de Warenwet en de Vleeskeuringswet, wordt behandeld in de voorliggende selectielijst. Een uitzondering hierop is gemaakt voor de onderwerpen dioxine nitraat. Dioxine, omdat de minister van LNV een grote rol speelde bij de bestrijding van de diverse dioxinecrises die ons land hebben getroffen, en nitraat vanwege de relatie met de mestoverschotten.

Ook de Botermerkenwet en de Boterwet worden behandeld in de selectielijst voor het beleidsterrein landbouwkwaliteit.

In RIO nr. 115, Internationale samenwerking in de volksgezondheid, een institutioneel onderzoek naar het overheidshandelingen op het terrein van de internationale volksgezondheid, 1945–1996, (Ynze Alkema, Den Haag, 2001) komt de Codex Alimentarius aan bod. Het is een internationale standaard voor voedingsmiddelen. De Codex is ontwikkeld door een in 1962 opgerichte gezamenlijke commissie van de WHO en de FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties), die tot taak heeft het FAO/WHO Voedsel Standaard Programma uit te werken. Het is een internationaal forum waaraan door 171 landen wordt deelgenomen.

Het doel van het Voedsel Standaard Programma is het beschermen van de gezondheid van de consument en het verzekeren van eerlijke praktijken in de handel. Daartoe coördineert de Codex Alimentarius Commissie het internationale werk dat binnen verschillende overlegstructuren wordt verricht aan voedselstandaardisatie. De Commissie werkt standaarden uit, legt ze voor aan de nationale autoriteiten en publiceert ze vervolgens in de Codex Alimentarius.

De Codex Alimentarius wordt in Nederland geïmplementeerd door middel van Algemene Maatregelen van Bestuur inzake onder meer de Warenwet. In Nederland valt de verantwoordelijkheid voor de deelname aan dit internationale forum onder de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Het voorliggende BSD bevat alleen handelingen die gebaseerd zijn op nationale wet- en regelgeving. Internationale handelingen, en daarmee ook zaken die met de Codex te maken hebben, komen aan bod in RIO 115. Er bestaat nog geen vaststelde selectielijst op basis van dit RIO.

Raakvlakken met betrekking tot het onderwerp Kernenergie2

De verantwoordelijkheid voor het beleidsterrein Kernenergie vinden we voornamelijk bij het ministerie van VROM. Op grond van 40 van de Kernenergiewet (Stb.1963, 82) zijn de ministers van VROM, WVC, SZW, V&W en LNV verantwoordelijk voor het tegengaan van de gevolgen van een ongeval met een kerninstallatie. Handelingen die hier uit voortkomen worden beschreven in het RIO nr. 157, Landbouwkwaliteit en Voedselveiligheid. Voor de handelingen waarin VROM de hoofdrol speelt met betrekking tot kernenergie, wordt verwezen naar het rapport Milieubeheer.3 De minister van BZK is verantwoordelijk als het gaat om een ramp (Rampenwet, Stb. 1996, 366). Zie voor de handelingen op dit beleidsterrein RIO nr. 47, Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, waarvan de bijbehorende selectielijst is gepubliceerd in Stcrt. 1999/216. De regeling ‘Normen radioactiviteit’ (Stcrt. 1986, 110) valt onder de verantwoording van het ministerie van VWS. De handelingen op grond van deze regeling worden in de voorliggende selectielijst beschreven. De Kernenergiewet wordt in het voorliggende selectielijst meegenomen voor wat betreft ioniserende en niet-ioniserende straling in relatie met de volksgezondheid.

Overige handelingen met betrekking tot kernenergie zijn te vinden in de selectielijst voor het beleidsterrein Energiebeleid (Stcrt. 2006, 10). Die lijst is gebaseerd op RIO nr. 82. Ook daarin zijn handelingen te vinden met betrekking tot ioniserende en niet-ioniserende straling in relatie met de volksgezondheid (RIO, paragraaf 3.5.5 en 3.5.6). Om verwarring te voorkomen zijn overeenkomstige handelingen uit dit BSD verwijderd.

Raakvlakken met overige beleidsterreinen

Er bestaat ook een raakvlak tussen de beleidsterreinen Voedings- en pruductveiligheid en In- en uitvoerregelingen (EZ). In het BSD Voedings- en productveiligheid is namelijk een handeling opgenomen met betrekking tot de in- en uitvoer van etenswaren.

Deze handeling is in het voorliggende BSD terechtgekomen, omdat de Warenwet alleen in dit BSD wordt behandeld en niet in het BSD In- en uitvoerregelingen.

Besluiten inzake tabak en alcohol die vallen onder de Warenwet zijn net als alle andere Warenwetbesluiten wel in het RIO opgenomen. De Tabakswet en de Drank- en Horecawet vallen echter buiten het beleidsterrein en zijn meegenomen in het RIO Verslavingsbeleid.

De toezichthouders worden hier alleen opgenomen voorzover zij specifieke handelingen verrichten op het beleidsterrein. Van de Veterinaire Inspectie, die al was behandeld in het RIO nr. 5, ‘Zicht op Toezicht’ over het staatstoezicht op de volksgezondheid zijn de handelingen echter opnieuw geformuleerd. Voor deze handelingen is een verwijzing opgenomen naar de oorspronkelijke handelingen in RIO nr. 5.

In RIO nr. 107, ‘Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de rijksoverheid op het beleidsterrein gezondheid en welzijn van dieren, 1945–1998’, komt besluitvorming aan de orde met betrekking tot ritueel slachten. (Het bijbehorende BSD vastgesteld bij Stcrt. 2003, 63 en 64.) Ook op het beleidsterrein Voedings- en productveiligheid komen handelingen met betrekking tot dit onderwerp. Het onderwerp wordt afhankelijk van het beleidsterrein verschillend benaderd. In RIO 107 is het uitgangspunt de gezondheid en het welzijn van dieren, dus met name de fase vóór en tijdens de slacht, terwijl in RIO 117 van belang is wat ritueel slachten voor consequenties heeft voor de kwaliteit van de producten van de slacht, dus vooral de fase tijdens en na de slacht.

De wet- en regelgeving met betrekking tot dit onderwerp is in RIO 107 gebaseerd op de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, die in RIO 117 op de Vleeskeuringswet en het Vleeskeuringsbesluit.

In tegenstelling tot het RIO zijn in dit BSD ook de handelingen van de voorlopers van de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ) opgenomen, het Centraal Orgaan voor Zuivelcontrole (COZ) en het Centraal Orgaan Melkhygiene (COM).

Doelstellingen en taken van de overheid op beleidsterrein

In het kader van de volksgezondheid stelt de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert al dan niet in samenwerking met andere ministers kwaliteitseisen aan waren en houdt toezicht op de naleving daarvan.

De kwaliteitseisen en het toezicht hebben naast de bescherming van de Volksgezondheid tevens tot doel het voorkomen van bedrog. Hierbij dient bijvoorbeeld te worden gedacht aan het bijmengen van water bij melk door een handelaar.

Ook de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij houdt zich bezig met kwaliteitseisen voor voedingsmiddelen. Deze eisen hebben echter betrekking op het verhogen van de kwaliteit van in Nederland verbouwd of geproduceerd voedsel met als doel de export naar het buitenland te vergroten1.

De rol van de Minister van Economische Zaken is dezelfde als die Minister van LNV, alleen betreft het hier voornamelijk het vergroten van de omzet van allerlei waren niet zijnde landbouw producten.

De actoren op het beleidsterrein, voor zover hun selectielijsten in het BSD zijn opgenomen

De minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de onder hem ressorterende actoren:

– de adviescommissie inzake het vraagstuk van het aanwenden van Röntgenstralen, enz.;

– de adviescommissie Vleeskeuringswet;

– de adviescommissie Warenwet;

– de Commissie van Advies (Destructiebesluit);

– de voorlopige Commissie Veiligheid Nieuwe Voedingsmiddelen;

– de Studiecommissie electrische en gasbedwelming slachtdieren;

– de Destructieraad;

– de Voedingsraad;

de Minister van Defensie;

de Minister van Economische Zaken;

de Minister van Financiën;

de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de onder hem ressorterende actoren:

– de Algemene Inspectiedienst;

– de Commissie Tarieven Keuring Vlees;

– de Commissie van advies voor de Rijksdienst voor Vee en Vlees

– de Commissie van advies voor de Rijksdienst voor Vee en Vlees;

– de Examencommissie veeartsen;

de Minister van Binnenlandse Zaken;

de minister onder wie Sociale Zaken ressorteren

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu;

de Minister van Verkeer en Waterstaat

de Minister-president;

de Officier van justitie;

het Centraal Orgaan voor de Zuivelcontrole;

het Centraal Orgaan voor de Melkhygiëne;

de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel;

het Productschap pluimvee en eieren;

het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Selectiedoelstelling

Het BSD is opgesteld in overeenstemming met de selectiedoelstelling van de RAD/PIVOT. De selectiedoelstelling is als volgt: Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zo ver deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.

Door het Convent van Rijksarchivarissen is de selectiedoelstelling vertaald als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring’.

Selectiecriteria

Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (‘blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het NA.

De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Algemeen selectiecriterium

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet perse consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoordingvan beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriele verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Overigens kan, ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen, betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in overleg met de RAD, beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7).

Verslag van de vaststellingsprocedure

In 2005 is het ontwerp-BSD door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mede namens de ministers van Algemene Zaken, Justitie, Economische Zaken, Verkeer & Waterstaat, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Defensie, Financiën, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en namens het Productschap Vee, Vlees en Eieren en de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel aan de minister van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).

Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.

Vanaf 1 november 2006 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van genoemde ministeries en bij de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 18 december 2006 bracht de RvC advies uit (arc-2006.03350/2), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

– Aan de selectielijst is een bijlage toegevoegd waarin een overzicht van aangewezen instanties is opgenomen.

Daarop werd het BSD op 29 januari 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S&A/06/2007), de Stichitn Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel, het Productschap Vee, Vlees en Eieren en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S&A/07/233) en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (C/S&A/07/229) namens de minister van Justitie (C/S&A/07/230), de minister van Economische Zaken (C/S&A/07/231), de minister van Verkeer en Waterstaat (C/S&A/07/232), de minister van Algemene Zaken (C/S&A/07/234), de minister van Defensie (C/S&A/07/235), de minister van Financiën (C/S&A/07/236), de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S&A/07/239) vastgesteld.

Leeswijzer

Handelingnr.

Dit is het volgnummer van de handeling. Dit nummer is overgenomen uit het RIO.

Handeling

Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Periode

Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag

Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht.

Vermeld worden:

de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de ministeriële regeling;

het betreffende artikel en lid daarvan;

de vindplaats, dwz. de vermelding van Staatsblad of Staatscourant;

wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.

Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Product

Waar mogelijk wordt hier vermeld welke documenten uit de handeling zijn voortgekomen.

Opmerking

Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering

waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).

Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn.

Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

Actorenoverzicht

De minister onder wie Volksgezondheid ressorteert

De minister waar Volksgezondheid onder ressorteert van 1945:

de Minister van Sociale Zaken (1933–1951);

de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid (1951–1971);

de Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne (1971–1982);

de Minister van Welzijn Volksgezondheid en Cultuur (1982–1994);

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (1994–heden).

Actoren die onder de Minister van Volksgezondheid ressorteren

(in chronologische volgorde)

De Keuringsdienst van Waren (KvW) (1858–1991)

De eerste Keuringsdiensten van Waren zijn in 1858 door de gemeenten van Amsterdam opgericht. De doelstelling van de keuringsdienst is het controleren van eet- en drinkwater dat bestemd is voor de consument. Een groot aantal steden volgde het voorbeeld van Amsterdam met de oprichting van een keuringsdienst.

Met het inwerking treden van de Warenwet (Stb. 1919, 581) werd het voor de overheid mogelijk om keuringsgebieden vast te leggen en dus gemeenten te verplichten om eenkeuringsdienst in te stellen of de werkzaamheden van zo’n dienst te ondersteunen.

In 1986 worden de gemeentelijke keuringsdiensten omgevormd tot een Rijkskeuringsdienst, in 1991 wordt deze dienst opgenomen in de Inspectie Gezondheidsbescherming (IGB).

Zie voor meer over de Keuringsdienst van Waren de inleiding van Hoofdstuk 5 van het Rapport Institutioneel Onderzoek.

De handelingen van de Keuringsdienst van Waren zullen worden opgenomen in het BSD voor de Voedings- en Warenautoriteit (VWA).

College van directeuren van de keuringsdiensten van Waren

De directeuren van dit college stemmen periodiek de werkzaamheden op elkaar af van de verschillende keuringsdiensten van Waren.

De Gezondheidsraad (1919–)

De Gezondheidsraad is een wetenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Gezondheidswet in 1919 (Stb. 784) en heeft als taak de minister die belast met de zorg voor de volksgezondheid te adviseren over de stand van de wetenschap ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid.

De Raad was voor 1954 belast met de werkzaamheden van de Voedingsraad. Zij adviseerde de betrokken ministers inzake voeding.

De taken van de Gezondheidsraad worden uitgebreider beschreven in RIO nr. 014, Advisering in de gezondheidszorg’. De handelingen van de Gezondheidsraad zijn opgenomen in een inmiddels vastgestelde selectielijst (Stcrt. 1998, 61).

De Farmaceutische Inspectie (1920–1967)

Deze inspectie houdt zich op dit beleidsterrein bezig met registratie van radioactieve stoffen.

In 1967 is haar naam gewijzigd in Inspectie voorde geneesmiddelen (IG) en later is ze opgegaan in de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ). Daarom horen de handelingen van de Farmaceutische Inspectie in het BSD van de IGZ thuis (Stcrt. 2002, 149)

De Adviescommissie Warenwet (1920–1998)

De commissie is door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, opgericht in 1920 bij KB van 13 maart. De adviescommissie heeft tot doel gewenst of ongewenst de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, de Ministers van Economomische Zaken en Landbouw te adviseren over bijna alle aangelegenheden betreffende de Warenwet.

In de commissie hebben leden van het bedrijfsleven, consumentenkringen, de wetenschappelijke sector en de overheid zitting. Zij worden door de Kroon aangewezen. Het secretariaat lag bij het ministerie waaronder Volksgezondheid ressorteert.

De commissie is per 1-1-1997 opgeheven.

De Commissie van Advies (1942–1957)

Ingesteld door de Secretarissen-Generaal van Sociale Zaken, afdeling Volksgezondheid en van Landbouw en Visserij bij Destructiebesluit 1942 (Stcrt.1942, 48).

Deze commissie bracht aan de ministeries van Sociale Zaken en Landbouw en Visserij advies uit over het vernietigen van voor consumptie afgekeurd vlees en vleesproducten.

In 1957 heeft de Destructieraad de taken van de commissie overgenomen.

De Adviescommissie inzake het vraagstuk van het aanwenden van Röntgenstralen, enz. (1952–)

Ingesteld door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert bij Stcrt. 1952, 164.

Deze commissie adviseerde de minister inzake het vraagstuk van de bevoegdheid tot het aanwenden van Röntgenstralen en het gebruik van radio-actieve stoffen.

De Voedingsraad (1952–1997)

De Voedingsraad is ingesteld door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert bij de Wet op de Voedingsraad van 23 juni 1952 (Stb. 1952, 350), die in werking is getreden op 1 maart 1954.

De raad heeft als taak het gevraagd en ongevraagd adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van LNV, over onderwerpen welke de voeding en de voedselvoorziening raken. Een groot aantal organisaties kunnen een voordracht doen van personen die zitting nemen in de Voedingsraad. De personen moeten studie hebben verricht inzake van voedings-, voedsel- voorzienings- of daarmee verwante vraagstukken.

De Voedingsraad is in 1997 opgeheven.

De Destructieraad (1957–1996)

De Destructieraad is door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert in 1957 ingesteld (Stcrt. 1957, 197). Deze raad kwam in de plaats van de Commissie van Advies op grond van het Destructiebesluit 1942.

Taak van de Raad is het adviseren van de minister omtrent de vraagstukken verband houdende met het door verwerking onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke herkomst. Het advies kan betrekking hebben op zowel wettelijke als uitvoerende maatregelen.

De leden van de raad worden aangewezen door de Kroon, vertegenwoordigers van de gemeenten (VNG), de ondernemers (destructoren) en de veehouders (Landbouwschap).

De raad is in 1996 opgeheven.

De Studiecommissie electrische en gasbedwelming slachtdieren (1975–)

Ingesteld door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, bij Stcrt. 1975, 47.

Zij adviseerde de minister over de meest gewenste methode waarop de verschillende soorten slachtdieren vóór de slachting bedwelmd dienen te worden.

De Adviescommissie Vleeskeuringswet (1977–1997)

De Adviescommissie Vleeskeuringswet is door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, de Minister van Economische Zaken ingesteld in 1979 (Stb. 1977, 661). Doel van de commissie is het – eventueel uit eigen beweging – adviseren van de minister wie het aangaat omtrent de uitvoering van de Vleeskeuringswet.

Een groot aantal belangenorganisaties, zoals bijvoorbeeld de productschappen, kunnen vertegenwoordigers aanwijzen die zitting nemen in de adviescommissie.

De commissie is per 1-1-1997 opgeheven.

De Voorlopige Commissie Veiligheid Nieuwe Voedingsmiddelen (1993–)

Ten behoeve van de veiligheidsbeoordeling van producten die met behulp van genetisch- gemodicificeerde organismen zijn gemaakt, werd door het Ministerie van WVC deze commissie in 1993 ingesteld bij de Warenwetregeling nieuwe voedingsmiddelen (Stcrt. 1993, 139). Ze kreeg als taak het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert over de veiligheid en voedingsaspecten van nieuwe voedingsmiddelen.

Het secretariaat ligt bij het ministerie waaronder Volksgezondheid ressorteert.

Ministers

De Minister van Binnenlandse Zaken

Hij is betrokken bij de vaststelling van tarieven en lonen voor de keuring van vlees.

De Minister van Defensie

Hij bepaalt de uitzonderingen die op de Warenwet worden gemaakt voor militair gebruik van waren.

De Minister van Economische Zaken

De Minister van Economische Zaken wordt betrokken bij de uitvoering van de wetgeving op het beleidsterrein voedings- en productveiligheid voor zover het producten betreft die geen landbouw- of visserijproducten zijn en er nationale economische belangen in het spel zijn.

De Minister van Financiën

De Minister van Financiën wordt betrokken bij het formuleren en evalueren van beleid en het stellen van regelgeving voor de in- en uitvoer van eetwaren. Verder worden door hem instanties aangewezen die beschikkingen mogen afgeven op grond van de Warenwet. Tenslotte is hij mede belast met toezicht op en subsidiëring van de uitvoering van de Warenwet door bedrijfsorganisaties en gemeenten.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Minister van LNV wordt betrokken bij de uitvoering van de wetgeving op het beleidsterrein voedings- en productveiligheid voor zover dit producten van de nationale landbouw en visserij betreft.

Actoren die onder de Minister van Landbouw ressorteren

(in chronologische volgorde)

De Examencommissie veeartsen (1920–1995)

Ingesteld door de Minister van Arbeid bij Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 17 (Stb. 1920, 314)

Deze commissie houdt zich bezig met het afnemen van examens van (aankomende) keurmeesters van vee en vlees.

De Veterinaire Inspectie van de Volksgezondheid (1920–) en de Veeartsenijkundige Dienst (1925–1995)

De Veterinaire Inspectie van de Volksgezondheid (VI) is in 1920 ingesteld (Stb. 1920, 11) in verband met het toezicht op de naleving van de Vleeskeuringswet.

De voornaamste taak van de Veterinaire Inspectie is het handhaven van de wettelijke voorschriften op het gebied van de volksgezondheid (keuringen van vlees, het onderzoek van vlees en vleeswaren en de destructie).

In 1998 is de Veterinaire Inspectie samengevoegd met de Inspectie Gezondheidsbescherming. De nieuwe naam: de Inspectie Gezondheids-bescherming, Waren en Veterinaire Zaken.

De Veterinaire Inspectie is uitgebreid behandeld in het RIO nr. 5, ‘Zicht op Toezicht’, maar er bestaat geen BSD voor deze organisatie op basis van dit RIO.

Door de jaren heen is de Veterinaire Inspectie altijd blijven ressorteren onder de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Tussen 1925 en 1984 bestond er een personele unie tussen de Veterinaire Inspectie van het ministerie waaronder Volksgezondheid ressorteert en de Veeartsenijkundige Dienst (VD) van het Ministerie van Landbouw en Visserij. De controleurs en opzichters hadden tussen 1924 en 1984 een soort dubbelbenoeming. Dat wil zeggen een aanstelling bij het ene ministerie in een hoofdfunctie en bij een andere in een onbezoldigde nevenfunctie.

Vanaf 1978 heet de Veeartsenijkundige Dienst Veterinaire Dienst.

In 1984 vond een aantal ingrijpende reorganisaties plaats. De gemeentelijke vleeskeuringsdiensten werden opgeheven en vervangen door de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV) die op 1 januari 1985 operationeel werd. Ook de gemeentelijke en provinciale Keuringsdiensten van Waren gingen op in één rijksdienst, de per 1 januari 1986 ingestelde Rijkskeuringsdienst van Waren. De districtsinspecties van de VD werden samengevoegd met de nieuwe RVV kringen. De overgebleven centrale dienst van de VD werd als directie geplaatst bij het Directoraat-Generaal Landbouw en Voedselvoorziening (DG-LAVO).

De taakomschrijving van de VD op het beleidsterrein voedings- en productveiligheid luidde anno 1986 in de Staatsalmanak: beleids- en besluitvorming en de advisering op het terrein van

– de organisatie en kwaliteitsbewaking van de veterinaire gezondheidszorg;

– de keuring en exportcertificering van dieren en dierlijke producten, van vlees, vleesproducten, en van pluimveevlees en pluimveevleesproducten ten aanzien van gezondheid en residuen;

– de keuring van dieren en dierlijke porducten bij import, ter wering van veezieten.

Voor de keuringstaken met betrekkingtot het beleidspakket van de VD is de RVV aangewezen. De kringdirecteuren van de RVV zijn daartoe tevens inspecteur-districtshoofd van de VD.

In 1987 werd de VD overgeheveld naar het Directoraat-Generaal Landelijke Gebieden en Kwaliteitszorg (DG-LK) waartoe ook de RVV behoorde. De VD werd in 1995 als zodanig opgeheven; de meeste taken werden overgenomen door de Directie Milieu, Kwaliteit en Gezondheid (MKG). De taak van deze directie viel de ontwikkeling en vormgeven van sectoroverstijgend LNV-beleid op het gebied van onder andere:

– de gezondheid van dier en plant mede in relatie tot de mens; kwaliteit met betrekking tot agrarische productieketens;

– voedingsmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong; ethische aspecten van agrarische productie;

– het realiseren, beleidsmatig voorbereiden en ontwikkelen inzake aansturing van effectieve (keten-) garantiesystemen (kwaliteitsborgingssystemen).

De Veeartsenijkundige Dienst/Veterinaire Dienst is door de jaren heen altijd blijven ressorteren onder de Minister van Landbouw.

Van zowel de Veterinaire Inspectie als de Veterinaire Dienst zullen de handelingen worden opgenomen in de selectielijst van de Voedings- en Warenautoriteit (VWA).

De Algemene Inspectiedienst (AID) (1954–)

Ingesteld bij KB van 19-1-1954 door het Ministerie van LNV.

De AID kan ontheffingen verlenen van voorschriften in de Bijlagen van de Overeenkomst inzake het internationaal vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen en het gebruik van speciale vervoersmiddelen bij dit vervoer.

Tevens heeft de AID bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavingsbevoegdheden op het gehele beleidsterrein.

De Commissie Herstructurering Openbare Slachthuizen (1975–1976)

Ingesteld door de Minister van Landbouw en Visserij en de Staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne (Stcrt. 1975, 41).

Deze commissie had tot taak te onderzoeken welke herstructurering van de openbare slachthuizen zal plaatsvinden, mede als gevolg van een voorgenomen afschaffing van de nadere keuring van vlees bij ‘invoer’ in een gebied van een andere vleeskeuringskring, en welke maatregelen het Rijk eventueel in dit verband dient te nemen.

De Commissie Tarieven Keuring Vlees (1975–1977)

Ingesteld door de Minister van Landbouw en Visserij en de Staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne (Stcrt. 1975, 41).

Deze commissie had tot taak een stelsel van heffingen te ontwerpen voor de financiering van de gehele vleeskeuring. Daarnaast moest zij een stelsel van tijdelijke toeslagen ontwerpen, bestemd voor herstructureringsmaatregelen t.b.v. openbare slachthuizen.

De Commissie van advies voor de Rijksdienst voor Vee en Vlees (1983–)

Ingesteld door het Ministerie van Landbouw en Visserij bij (Stcrt. 1983, 181)

Deze commissie adviseert de Ministers van Landbouw en Volksgezondheid inzake uitvoerende werkzaamheden van de Rijksdienst voor Vee en Vlees.

De Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees (RVV)(1984–)

De Rijksdienst voor Vee en Vlees is in 1984 ingesteld (Stcrt. 1983, 181) en ressorteert onder het ministerie van Landbouw. De RVV is de opvolger van de gemeentelijke keuringsdiensten voor vee en vlees. Het RVV verricht op het beleidsterrein voedings- en productveiligheid in relatie met volksgezondheid werkzaamheden ingevolge de Vleeskeuringswet.

De handelingen van de RVV zullen worden opgenomen in de selectielijst voor de Voedings- en Warenautoriteit (VWA).

De minister onder wie Sociale Zaken ressorteren

Deze minister draagt verantwoordelijkheid op dit beleidsterrein i.h.k.v. arbeidsomstandigheden. Hij moet de veiligheid van instrumenten en producten op de werkvloer in de gaten houden.

De Minister van Verkeer en Waterstaat

Samen met de Minister van Landbouw en de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert bereidt hij/zij de vaststelling, wijziging en intrekking voor van de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen. Hij/zij is ook betrokken bij de uitvoering en toezicht op de naleving van deze wet.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu oefent toezicht uit op het verstrekken van informatie aan andere organen uit het register inzake radioactieve stoffen.

Zie voor de handelingen van deze minister de selectielijst voor het beleidsterrein Milieubeheer (Stcrt.2003, 158)

De Minister-president

In bijzondere omstandigheden bepaalt hij de uitzonderingen die op de Warenwet worden gemaakt voor militair gebruik van waren.

De Officier van Justitie

De officier van justitie kan zijn goedkeuring geven aan het in beslag nemen en onbruikbaar maken/teruggeven van vlees door een toezichthouder.

Overige actoren

(in chronologische volgorde)

De aangewezen instantie/instelling

De minister onder wie Volksgezondheid ressorteert kan instanties en instellingen aanwijzen voor diverse zaken op het beleidsterrein:

– het keuren van waren;

– het registreren van technische constructiedossiers;

– het erkennen van systemen

– het behandelen van klachten

– het verstrekken van ontheffingen.

– Van deze instanties zijn geen handelingen opgenomen, behalve de hierboven genoemde COKZ.

In de bijlage is een overzicht opgenomen van keuringsinstanties die zijn aangewezen op basis van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen van 1 september 2003. Deze lijst dient een indruk te geven van instanties en instellingen die kunnen worden aangewezen. Aangezien er voortdurend instanties worden aangewezen, is het niet mogelijk om een volledig overzicht te geven van alle in de periode 1945–1997 aangewezen instanties en instellingen.

Het aangewezen (overheids)orgaan

De minister onder wie Volksgezondheid ressorteert kan (overheids)organen aanwijzen die

vergunningen/toelatingen/erkenningen kunnen verlenen, wijzigen, schorsen of intrekken inzake het bereiden, vervaardigen, behandelen, bewerken, verwerken, verpakken, bewaren of vervoeren van waren behorend tot een bij AMvB aangewezen categorie in het kader van de Warenwet.

Tevens kunnen deze organen onderzoeken registreren in het kader van de Warenwet.

Van deze instanties zijn geen handelingen opgenomen.

De aangewezen organisaties

Organisaties die door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en door de Minister van LNV zijn aangewezen, mogen aan deze ministers de niet-ambtelijke leden voordragen van de adviescommissies en adviesraden welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Bij Besluit tot aanwijzing van de organisaties, alsmede de vaststelling van aantal leden en plaatsvervangende leden, als bedoeld in de Wet op de Voedingsraad (Stb.1953, 333) zijn de volgende organisaties aangewezen:

– de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der geneeskunst (KNMG);

– het Nederlandse Genootschap voor Landbouwwetenschap;

– het Genootschap ter bevordering van de Melkkunde;

– het Bedrijfschap voor Visserijproducten;

– de Nederlandse Huishoudraad;

– de Voedingsorganisatie Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek.

Bij Besluit op de Destructieraad, art. 1 (Stb.1957, 197) worden aangewezen:

– de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

– de Vereniging van Nederlandse destructoren en

– het Landbouwschap

Van deze instanties zijn geen handelingen opgenomen.

Ad hoc commissies

Ad hoc commissies zijn tijdelijke commissies die de minister(s) adviseren over een bepaald onderwerp. Er zijn drie ‘soorten’ commissies. Te weten: commissies die adviseren inzake het opstellen van beleidsstandpunten, het opstellen van wet- en regelgeving en inzake de uitvoering van de verschillende uitvoeringsinstrumenten zoals vergunningverlening.

Ambtenaren der Invoerrechten en Accijnzen

Deze ambtenaren beschikken over controlebevoegdheden op het gehele beleidsterrein.

Zie voor handelingen van deze ambtenaren RIO 37, Invoerrechten en accijnzen 1940–1962 en het bijbehorende BSD (Stcrt.2001, 24).

KEMA (1927–)

KEMA, dat werd opgericht in 1927, is een zelfstandige onderneming die gespecialiseerd is in hoogwaardige dienstverlening op het gebied van technische advisering, keuring, testen en certificatie. Een groot deel van het werk draait om innovatieve technologie. Als onafhankelijke organisatie ondersteunt KEMA zowel de leveranciers als de gebruikers van elektriciteit en andere energievormen.

Bij de Warenwetregeling, art. 2 (Stb.1992,164) is de KEMA door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert aangewezen om

– betrokken ministers te adviseren inzake het opstellen/gelijkstellen van normen voor elektronische waren.

– technische constructiedossiers te registreren inzake bepaalde onderzoeksverklaringen.

De KEMA is van plan een eigen selectielijst op te stellen.

Het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) (1916–)

In 1916 werd door het hoofdbestuur van de Nederlandse Maatschappij voor Nijverheid en Handel en de Raad van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs de Hoofdcommissie voor de Normalisatie in Nederland ingesteld. Het instituut heeft tot doel als centrale instantie in Nederland normen te ontwikkelen en te implementeren op diverse terreinen waaronder op het terrein van de voedings- en productveiligheid. Het adviseert de betrokken ministers inzake het opstellen/gelijkstellen van normen voor waren.

Het NEC voert geen wettelijke taken uit en is daarom geen zorgdrager in de zin van de archiefwet.

De stichting Nederlands Elektronisch Comité (NEC) (1911–)

De stichting is in 1911 opgericht.

Het houdt zich bezig met de normen inzake elektronische apparatuur.

Het NEC voert geen wettelijke taken uit en is daarom geen zorgdrager in de zin van de archiefwet.

De NV Nederlandse Spoorwegen (NS) (1937–)

De NV NS was een fusie van de twee spoorwegmaatschappijen NV HIJSM en de NV MtEvSS, die vanaf 1917 al samenwerkten onder de naam Nederlandse Spoorwegen. De fusie is in 1937 bij een notariële acte bekrachtigd en was het gevolg van de Wet tot reorganisatie van het spoorwegbedrijf van de Ministeries van Waterstaat en van Financiën (Stb. 1937, 520)

De NS was een private onderneming en had de Staat als enig aandeelhouder.

Het railgoederenvervoer is in handen van NS-goederenvervoer. De NS is verantwoordelijk voor de keuring van haar voertuigen op grond van de normen die staan in Bijlage I van de ATP- overeenkomst (Trb. 1972, 112).

Tijdens het project dat de archieven (tot 1995) van de NS heeft bewerkt en in 2000 heeft overgedragen aan Het Utrecht Archief, is vastgesteld dat de NS geen overheidsorganisatie was maar een private onderneming met de staat als enig aandeelhouder, en dus niet onder AW 1962 viel. Om die reden zijn er geen handelingen van de NS in dit BSD opgenomen.

De Productschappen (1941–)

De voorlopers van de productschappen zijn de bedrijfsschappen welke in 1941 zijn opgericht (Verordeningenblad 69). In 1954 zijn deze bedrijfschappen omgevormd tot productschappen op grond van de Wet Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties. Een voorbeeld hiervan is het Productschap voor Fruit welke in 1941 als bedrijfsschap is opgericht en in 1954 (Stb. 446 en 453) is omgevormd tot een productschap.

De productschappen zijn zelfstandige organisaties die functionele openbare lichamen vormen voor delen van het bedrijfsleven. Zij hebben op grond van de Wet Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties beperkte regelgevende bevoegdheden inzake onderwerpen die door de rijksoverheid zijn overgedragen. Het orgaan aan de top van de productschappen is de Sociaal-economische Raad (SER).

– Productschap groenten en fruit; dit productschap is in 1954 ingesteld in 1997 opgegaan in het Productschap Tuinbouw. Dit productschap heeft zelf een selectielijst opgesteld, die geldt vanaf 1997 (Stcrt. 2005, 9). Daarom zijn er geen handelingen van dit productschap weergegeven;

– Productschap margarine vetten en oliën: dit productschap lift niet mee met de vaststelling;

– Productschap pluimvee en eieren;

– Productschap voor vee en vlees; het productschap voor vee en vlees en dat voor pluimvee en oliën zijn later samengegaan in het Productschap voor Vee, vlees en eieren;

– Productschap voor vis en visproducten. Dit productschap is bezig met het opstellen van een eigen selectielijst. Daarom zijn er geen handelingen van dit productschap weergegeven;

– Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA). Het HPA heeft een eigen selectielijst opgesteld (Stcrt. 2005, 112);

– Productschap granen, zaden en peulvruchten. De handelingen van dit productschap zijn opgenomen in de selectielijst van het Hoofdproductschap Akkerbouw;

– Productschap zuivel; dit productschap werkt ook aan een eigen selectielijst.

De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) (1951–)

In 1951 werd de Rijksdienst voor het Wegverkeer een zelfstandige dienst van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De dienst hield zich bezig met het ontwikkelen en uitvoeren van het beleid op het gebied van de toelating en de registratie van voertuigen en voertuigtypen en het toezicht hierop. Op 1 juli 1996 werd de dienst een Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO) vastgesteld bij (Stb. 1996, 325). Op die datum wijzigde de naam van de organisatie in RDW en maakte de organisatie niet langer deel uit van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De verzelfstandiging betekende een wijziging van het takenpakket van de RDW. Voortaan hield de RDW zich met name bezig met uitvoerende taken. De ontwikkeling van beleid en wet- en regelgeving bleef berusten bij de minister van Verkeer en Waterstaat.

De RDW was betrokken bij de keuring van voertuigen op grond van de ATP-overeenkomst: Overeenkomst inzake het internationaal vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen en het gebruik van speciale vervoersmiddelen bij dit vervoer (Trb. 1972, 112).

Voor de RDW bestaat een aparte selectielijst (Stcrt.1997/70), op grond van RIO 18. Daarom zijn de handelingen van de RDW uit het RIO Voedings- en productveiligheid niet in dit BSD overgenomen.

De Isotopencommissie (1947–1958)

De Isotopencommissie is opgericht door de Koninklijke Academie van Wetenschappen na een verzoek van regeringszijde. De commissie stelde zich tussen 1947 en 1958 jegens de Amerikaanse producenten garant voor de deskundigheid van de afnemers van deze stoffen hier te lande, alsmede voor het zich onthouden door deze afnemers van doorlevering.

In 1958 werden de werkzaamheden van de commissie, op grond van het Radioactieve stoffenbesluit (Warenwet), overgenomen door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

De Isotopencommissie is op grond van de PIVOT-methode geen actor.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (1954–)

Het College werd in 1954 in het leven geroepen bij de inmiddels ingetrokken Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie. Die wet trad op 1 juli 1955 in werking (Stb. 1954, 416).

De gewone leden en de voorzitter van het College worden ter benoeming door de Koningin door de Minister van Justitie voorgedragen. Bijzondere leden kunnen door product-, hoofdbedrijf- en bedrijfschappen aan de Minister van Justitie worden voorgedragen.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven is een bestuursrechtelijk college dat oordeelt over geschillen op het terrein van het sociaal-economisch bestuursrecht. Daarnaast is het College hoger beroepsinstantie voor uitspraken betreffende een bepaald aantal wetten, zoals bijvoorbeeld de Mededingingswet en de Telecommunicatiewet. Verder fungeert het College in hoger beroep als tuchtrechter.

Aanvankelijk was het College louter de administratieve rechter in het kader van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (P.B.O.). Daarna werd het College ook aangewezen als rechter in wetten die niets of weinig met de P.B.O. te maken hebben, maar wel liggen op het terrein van het sociaal-economisch bestuur.

Het College valt onder de Raad voor de Rechtspraak, die de schakel vormt tussen de minister van Justitie en de gerechten. Op het beleidsterrein voedings- en productveiligheid beslist dit college op een beroep – aangespannen door een bedrijf – tegen een door een productschap op grond van de Warenwet genomen besluit.

De Stichting Centraal Orgaan Zuivelcontrole (COZ) (1975–1992)

De COZ is een voortzetting van diverse boter-, melk- en kaascontrolestations. De stichting had tot taak het toezien op de naleving van de landbouwkwaliteitsvoorschriften voor kaasproducten en boterproducten door de bij het COZ aangeslotenenen, het keuren van deze producten en het afgeven van certificaten. Daarnaast adviseerde COZ de Minister van LNV inzake wijzigingen van kwaliteitsvoorschriften. De COZ had daarnaast tot taak het bevorderen van een goede kwaliteit van melk- zuivelproducten en andere producten, ten aanzien waarvan krachtens de Landbouwkwaliteits wet toezicht en keuring worden opgedragen.

Het COZ is in 1992 voortgezet in de Stichting COKZ.

De Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ) (1992–)

Ingesteld bij Stcrt.1992, 63 (goedkeuring statuten) op grond van de Landbouwkwaliteitswet (LKW) (Stb.1971, 371).

Deze privaatrechtelijke stichting heeft tot taak het bevorderen van de afzet d.m.v. het handhaven van de door de overheid gestelde regelen betreffende de in artikel 2 van de LKW genoemde goede hoedanigheid, sortering, verzorging, verpakking, vorm, afwerking, de aanduiding, de maat en het gewicht van producten als bedoeld in artikel 1 van de LKW, in het bijzonder van melk- en zuivelproducten

Ze voert deze taak uit voor de overheid en voor de zuivelsector.

Ze is de rechtsopvolger van het Centraal Orgaan Zuivelcontrole (COZ), het centraal orgaan melkhygiene (COM) en de regionale organen voor melkhygiëne.

Het COKZ heeft het archief van COZ en COZ overgenomen.

Het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) (1984–)

Het RIVM is ontstaan als gevolg van het samengaan van de Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIV, dat in 1934 tot stand komt door een fusie van het Centraal Laboratorium met het Rijksserologisch Instituut en de Rijks Controledienst Sera en Vaccins), het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening (RID, opgericht in 1913) en het Instituut voor Afvalstoffenonderzoek (IVA, opgericht 1952). De samenvoeging is op 1 januari 1984 ingegaan.

Het RIVM verricht onderzoek naar waren in opdracht van de Inspectie Gezondheidsbescherming en zijn voorlopers – w.o. de Keuringdienst van Waren. Het RIVM verrichtte ook onderzoek ten behoeve van het Adviescommissie Warenwet.

Zie verder het RIO ‘En morgen gezond weer op’, rapportnummer 41. De selectielijst op grond van dit RIO is gepubliceerd in Stcrt.1998/61.

Het Chemisch Bureau Brabant (1990–)

In het kader van de Warenwetbesluiten kunnen bepaalde personen worden aangewezen die toezicht houden op de uitvoering van een bepaald besluit. Zo is bijvoorbeeld op grond van het Besluit bijzonder vet (Stb. 1990, 64), dhr. Drs. Bernard (directeur Chemisch Bureau Brabant) aangewezen als zijnde de toezichthouder inzake de uitvoering van dit besluit. Het is een zelfstandig opererend bureau.

Van dit bureau zijn geen handelingen opgenomen.

SELECTIELIJSTEN

Actor: de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert

Algemeen

(1)

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Product: o.a. het leveren van een bijdrage aan de Volksgezondheidsnota 1966; Nota voedingsbeleid 1980

Waardering: B 1 en 2

(2)

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen op het beleidsterrein van de voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Opmerking: Onder deze handeling vallen series jaarverslagen, kwartaalverslagen etc.

Waardering: B 3

(3)

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: B 3

(4)

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten- Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: B 3

(5)

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende voedings- en productveiligheid en het voeren van verweer in beroepschriftprocudures voor administratief rechterlijke organen.

Periode: 1945–

Opmerking: Zie verder voor advisering door de Raad over wet- en regelgeving in hoogste en laatste instantie het RIO ‘Driemaal ’s Raads Recht’, rapportnummer 17.

Waardering: B 3

(211)

Handeling: Het mede voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen betreffende voedings- en productveiligheid en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties.

Periode: 1945–

Waardering: B 1

Informatieverstrekking

(6)

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen op het beleidsterrein voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: V, 3 jaar

(7)

Handeling: Het voorbereiden van voorlichtingsmateriaal op het terrein van voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: B 5, 1 exemplaar

V, 2 jaar: rest

(209)

Handeling: Het behandelen van klachten en meldingen betreffende voedings- en productveiligheid

Periode: 1945–

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

Instellen/instrueren/deelname overlegorganen

(8)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake de instelling en inrichting van overlegorganen welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 1 (Stb.1919, 851); Wet op de Voedingsraad, art. 3 (Stb. 1952, 350); Vleeskeuringswet, art. 30b lid 3 en 5 (Stb. 1919, 524); Destructiewet, art. 23, lid 6 (Stb. 1957, 84)

Product: o.a.:

– Besluit aanwijzing voordrachtstellende organisaties Voedingsraad (Stb. 1953, 333, zoals gewijzigd bij Stb. 1964, 238, Stb. 1974, 821, Stb. 1980, 281, Stb. 1985, 222 en Stb. 1990, 289);

– Besluit op de Destructieraad (Stb. 1957, 197);

– Besluit Adviescommissie Vleeskeuringswet (Stb. 1979, 750);

– Besluit Adviescommissie Warenwet (Stb. 1992, 494);

– Besluit op de Destructieraad (Stb. 1995, 285)

Waardering: B 1, 2

(9)

Handeling: Het – eventueel tezamen met andere ministers – instellen van ad hoc overlegorganen welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Product: o.a:

– Commissie bevoegdheden aanwenden van röntgenstralen en het gebruik van radioactieve stoffen (Stcrt. 1953, 110)

– Commissie organisatie vleeskeuring

– Commissie herstructurering openbare slachthuizen (Stcrt. 1975, 41)

– Commissie tarieven keuring vlees (secretariaat: Veterinaire Inspectie)/(Stcrt. 1975, 41)

– Studiecommissie elektrische en gasbedwelming slachtdieren (secretariaat: Veterinaire Inspectie)/(Stcrt. 1975, 47)

Waardering: B 4

(11)

Handeling: Het – eventueel tezamen met andere ministers – aanwijzen, voordragen, schorsen of ontslaan van de (adviserende) leden van overlegorganen welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Grondslag: Wet op de Voedingsraad, art. 2 lid 2 (Stb. 1952, 350); Vleeskeuringswet, art. 30b lid 4 (Stb. 1919, 524); Destructiewet, art. 23 lid 2 (Stb. 1957, 84); Warenwet 17 lid 1 (Stb. 1965, 368)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt)

(13)

Handeling: Het goedkeuren van het reglement/de werkzaamheden van commissies, raden etc. welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jaar na beëindiging werking reglement, werkzaamheden.

(14)

Handeling: Het deelnemen aan commissies, werkgroepen, advies- en overlegorganen inzake product- en voedingsveiligheid waarvan de Minister van Volksgezondheid noch het voorzitterschap, noch het secretariaat uitoefent maar waarin de minister wel vertegenwoordigd is.

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jaar na beëindiging deelname

Beleidsondersteunend onderzoek

(20)

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: B 1: opdracht en eindrapporten

V, 5 jaar: rest

(21)

Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar

(212)

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar

(213)

Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: V, 7 jaar na afrekening, mits de afrekening is goedgekeurd

(214)

Handeling: Het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn op het terrein van de voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar

Wet- en regelgeving

Warenwet

(30)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Warenwet.

Periode: 1945–

Product: Warenwet (Stb. 1919, 581/Stb. 1935, 793).

Waardering: B 1

(31)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met ministers die het mede aangaat – voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s op basis van de Warenwet.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 1, artt. 4–7, artt. 11–17, art. 19, art. 22, art. 24, art. 30, art. 31, art. 33 (Stb. 1935, 793)

Product: o.a.

– Besluit van 5 januari 1921 tot uitvoering van artikel 6, 3de lid en artikel 23, 3de lid der Warenwet (Stb. 1921, 5)

– Besluit waren in zin van de wet (Stb. 1921, 638)

– Besluit papier (Stb. 1922, 109)

– Besluit suiker en stroop (Stb. 1924, 96)

– Besluit behangsel (Stb. 1924, 213)

– Besluit specerijen (Stb. 1924, 251)

– Besluit deegwaren (Stb. 1924, 313)

– Besluit vleesextracten (Stb. 1924, 428)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1925, 34)

– Besluit margarine (Stb. 1925, 417)

– Besluit vet (Stb. 1925, 421)

– Besluit brood (Stb. 1925, 478)

– Besluit azijn (Stb. 1926, 214)

– Besluit bier (Stb. 1926, 280)

– Besluit oliën en vetten (Stb. 1926, 339)

– Besluit kaas (Stb. 1927, 396)

– Besluit wijn (Stb. 1929, 137)

– Besluit kapok (Stb. 1930, 22)

– Besluit kapok en beddengoed (Stb. 1930, 65)

– Besluit ansjovis (Stb. 1930, 220)

– Besluit vaste melkproducten (Stb. 1932, 57)

– Besluit margarinekaas (Stb. 1932, 327)

– Besluit maanzaadbesluit (Stb. 1933, 514)

– Besluit houdende vaststelling van voorwaarden voor de erkenning van provinciale keuringsdiensten van waren (Stb. 1936, 881)

– Besluit jam en limonade (Stb. 1937, 854)

– Besluit vlees- en vleeswaren (Stb. 1938, 865)

– Besluit houdende vaststelling van een regeling betreffende de verbindende kracht van enige bezettingsregelingen tot uitvoering van de Warenwet (Stb. 1945, 326)

– Besluit aroma, jus en soep (Stb. 1947, 635)

– Besluit peulvruchten (Stb. 1948, I 399)

– Algemeen besluit (Stb. 1949, J. 306)

– Besluit Warenwetrecht (Stb. 1951, 8)

– Besluit meelbesluit (Stb. 1953, 232)

– Besluit likeurbesluit (Stb. 1953, 466)

– Besluit consumptie-ijs (Stb. 1954, 257)

– Besluit melk (Stb. 1955, 155)

– Besluit vulsel (Stb. 1957, 339)

– Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1958, 317)

– Besluit kleurstoffen (Stb. 1958, 407)

– Besluit honing (Stb. 1959, 218)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1959, 381)

– Besluit smeltkaas (Stb. 1959, 438)

– Besluit kaas (Stb. 1959, 439)

– Besluit honingmerken (Stb. 1959, 509);

– Besluit margarine (Stb. 1961, 398)

– Besluit kleurstoffen (Stb. 1964, 582)

– Besluit honing (Stb. 1965, 431)

– Besluit vaste melkproducten (Stb. 1965, 437)

– Besluit houdende aanwijzing van opsporingsambtenaren op grond van de Warenwet (Stb. 1967, 690)

– Besluit conserveermiddelen (Stb. 1967, 691)

– Besluit peulvruchten (Stb. 1968, 227)

– Besluit cosmetica (Stb. 1968, 615)

– Besluit zout (Stb. 1968, 421)

– Besluit specerijen (Stb. 1969, 214);

– Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1969, 514)

– Besluit mayonaise en slasaus (Stb. 1971, 78)

– Besluit mosterd (Stb. 1971, 256)

– Besluit gebruik aminozuren preparaat voor de broodbereiding (Stb. 1971, 411)

– Besluit glasartikelen (Stb. 1972, 688)

– Besluit anti-oxydanten (Stb. 1973, 142)

– Besluit textielartikelen (Stb. 1974, 512)

– Besluit melk (Stb. 1974, 669)

– Besluit helmen (Stb. 1975, 517)

– Besluit zetmeel (Stb. 1975, 660)

– Besluit houdende vaststelling van voorwaarden voor de erkenning van provinciale Keuringsdiensten van Waren (Stb. 1976, 3)

– Besluit speelgoed (Stb. 1976, 101)

– Besluit emulgatoren (Stb. 1976, 153)

– Besluit helmen (Stcrt. 1976, 366)

– Besluit jus (Stb. 1976, 664)

– Besluit vleesextract-, aroma en bouillon (Stb. 1976, 665)

– Besluit soep (Stb. 1976, 666)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1977, 41)

– Besluit puddingpoeder (Stb. 1977, 140)

– Besluit suiker en stroop (Stb. 1977, 141)

– Besluit aërosolen (Stb. 1978, 116)

– Besluit consumptie-ijs 1978 (Stb. 1978, 238)

– Besluit honing (Stb. 1978, 655)

– Besluit frisdranken en siropen (Stb. 1979, 100)

– Besluit jam en- geconserveerde vruchten (Stb. 1979, 102)

– Besluit inzake verpakking voor koolzuurhoudende niet-alcoholische verpakkingen (Stb.1979, 112)

– Besluit geconserveerde aardappelen (Stb. 1979. 176)

– Besluit geconserveerde groenten (Stb. 1979, 219)

– Besluit verpakking- en gebruiksartikelen (Stb. 1979, 558)

– Besluit kokswaren (Stb. 1979, 563)

– Besluit hoeveelheidaanduidingen (Stb. 1980, 223)

– Besluit cosmetica (Stb. 1980, 256);

– Besluit aanduidingen voor bijzondere voeding (Stb. 1980, 658)

– Besluit aanduidingen sigaretten en shag (Stb. 1981, 329)

– Besluit vlees en vleeswaren (Stb. 1981, 506)

– Besluit algemene aanduidingen (Stb. 1981, 621)

– Besluit siervoorwerpen (Stb. 1981, 684)

– Besluit kwark (Stb. 1982, 219)

– Besluit kaas (Stb. 1982, 227)

– Besluit vuurwerk (Stb. 1982, 488)

– Besluit reddings- en zwemvesten (Stb. 1982, 469)

– Besluit jam- en geconserveerde vruchten (Stb. 1982, 693)

– Besluit hulpstoffen smeltkaas (Stb. 1983, 106)

– Besluit vulsel (Stb. 1983, 556)

– Besluit kinderveilige verpakkingen huishoudchemicaliën (Stb. 1984, 688)

– Besluit garnalen (Stb. 1985, 85)

– Besluit natuurlijk mineraal- en bronwater (Stb. 1985, 422)

– Besluit speelgoed (Stb. 1985, 751)

– Besluit meel (Stb. 1985, 757)

– Besluit brood (Stb. 1985, 758)

– Besluit draagbaar klimmateriaal (Stb. 1986, 86)

– Besluit spaanplaat (Stb. 1986, 517)

– Besluit toelating van citroensap in margarine en halvarine (Stb. 1986, 555)

– Besluit vlees en vleeswaren (Stb. 1987, 243)

– Besluit aanduidingen voedingswaarden (Stb. 1988, 162)

– Besluit eiwitproducten (Stb. 1988, 339)

– Besluit tot toelating van johannesbroodpitmeel en xanthaangom aan halvarine (Stb. 1988, 398)

– Besluit imitatieproducten (Stb.1989, 253)

– Besluit zoetstoffen (Stb. 1989, 548)

– Besluit kinderbedden en -boxen (Sb 1990. 106);

– Besluit speelgoed (Stb. 1991, 269);

– Besluit verduurzaamde vruchtenproducten (Stb. 1992, 12);

– Besluit etikettering van levensmiddelen (Stb. 1992, 14);

– Besluit aroma’s (Stb. 1992, 95)

– Besluit veilige verpakkingen van huishoudchemicaliën (Stb. 1992, 106)

– Besluit gastoestellen (Stb. 1992, 124)

– Besluit levensmiddelenadditieven (Stb. 1992, 204)

– Besluit doorstraalde waren (Stb. 1992, 205)

– Besluit producten voor bijzondere voeding (Stb. 992, 222)

– Besluit benzine (Stb. 1992, 339)

– Besluit machines (Stb. 1992, 379)

– Besluit elektrotechnische producten (Stb. 1992, 385)

– Besluit persoonlijke beschermingsmiddelen (Stb. 1992, 396)

– Besluit brandveiligheid nachtkleding (Stb. 1992, 600)

– Besluit warmtebehandelde melk (Stb. 1992, 639)

– Besluit eiproducten (Stb. 1992, 660)

– Besluit bereiding en behandeling van levensmiddelen (Stb. 1992, 678)

– Besluit uitvoer van waren (Stb. 1993, 314)

– Besluit thee (Stb. 1993, 470)

– Besluit koffie en cichorei (Stb. 1993, 471)

– Besluit voedingswaarde informatie levensmiddelen (Stb. 1993, 483)

– Besluit algemene productveiligheid (Stb. 1993, 499)

– Besluit invoer levensmiddelen uit derde landen (Stb. 1993, 698)

– Besluit producten visserij (Stb. 1994, 46)

– Besluit algemene chemische productveiligheid (Stb. 1994, 105)

– Besluit veilige verpakking van huishoudchemicaliën (Stb. 1994, 106)

– Besluit asbest (Stb. 1994, 674)

– Besluit zuivel (Stb. 1994, 813)

– Besluit gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (Stb. 1994, 872)

– Besluit etikettering schoeisel (Stb. 1995, 324)

– Besluit motor- en bromfietshelmen (Stb. 1995, 424)

– Besluit cosmetische producten (Stb. 1995, 519)

– Besluit deponering informatie preparaten (Stb. 1996, 38)

– Besluit puddingpoeders (Stb. 1996, 48)

– Besluit soep, vleesextract en bouillon (Stb. 1996, 118)

– Besluit houdende regels inzake de veiligheid van verpakkingen onder druk (Stb. 1996, 251)

– Besluit toevoeging microvoedingsstoffen aan levensmiddelen (Stb. 1996, 311)

Waardering: B 1

(34)

Handeling: Het – wanneer een spoedeisende voorziening gewenst is – vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen met de strekking van een AMvB.

Periode: 1964–

Grondslag: Warenwet, art. 14m (Stb.1988, 358) en art. 15 lid 1 en 2 (Stb.1994, 573)

Opmerking: Een spoedeisende voorziening is noodzakelijk bij direct gevaar voor de volksgezondheid. Bijvoorbeeld het verbieden van schadelijk verdikkingsmiddel in jellycups.

De regeling geldt ten hoogste voor een jaar. Een verlenging van maximaal nog een jaar is echter mogelijk. Bijvoorbeeld:

– het verbieden van het gebruik van conserveermiddelen bij de bereiding, vervaardiging of samenstelling van eet- en drinkwaren (Conserveermiddelenbesluit, art. 2, lid 1 (Stb. 1967, 691));

– het verbieden van een of meer kleurstoffen welke zijn genoemd in Bijlage I van het Kleurstoffenbesluit (Kleurstoffenbesluit, art. 2 lid 1 (Stb. 1964, 582)).

Waardering: V, 5 jaar na vervallen, wijzigen en/of intrekken regeling

(35)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van (ministeriële) regelingen inzake het bereiden, behandelen, verpakken of bewaren van eet- en drinkwaren.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 15 lid 1 (Stb. 1935, 793); Warenwet, art. 14L, art. 14, art. 15 lid 1–2 (Stb. 1988, 358)

Product:

– Beschikking aanduidingen bijzonder vet (Stcrt. 1925, 233)

– Regeling ontheffing algemeen besluit (Stcrt. 1949, 392)

– Besluit tot uitvoering van artikel 8, onder b, van het Broodbesluit (Stb. 1971, 411)

– Beschikking verlening toestemming tot toevoeging van vitamine C (ascorbinezuur) aan karnemelk (Stcrt. 1974, 151)

– Uitvoeringsbeschikking melkstandaardisatie (Stcrt. 1975, 97)

– Beschikking volledige zuigelingenvoeding (Stcrt. 1976, 189)

– Besluit verpakking voor koolzuurhoudende niet-alcoholische dranken (Stcrt. 1979, 112)

– Beschikking geur- en smaakstoffen (Stcrt. 1980, 31)

– Regeling verpakking koolzuurhoudende niet-alcoholische dranken (Stcrt. 1980, 127)

– Regeling geur- en smaakstoffen (Stcrt. 1982, 31)

– Besluit datumaanduiding conserven (Stcrt. 1982, 151)

– Besluit vaststelling maximaal toelaatbaar gehalte nitraat in bladgroenten (Stcrt. 1982, 177)

– Regeling toestemming voor gebruik aspartaam in voorverpakte eetwaren in tabletvorm (Stcrt. 1984, 178)

– Regeling toestemming vanilleyoghurt met suiker (Stcrt. 1984, 202)

– Regeling normen PCB’s (Stcrt. 1984, 239)

– Regeling normen zware metalen (Stcrt. 1985, 58)

– Regeling toestemming gezoet cider (Stcrt. 1985, 214)

– Regeling normen radioactiviteit van cesium in eet- en drinkwaren (Stcrt. 1986, 110)

– Regeling microbiologische normen garnalen (Stcrt. 1986, 124)

– Regeling soja producten bij de broodbereiding (Stcrt. 1986, 183)

– Regeling toelating emulgatoren voor de broodbereiding (Stcrt. 1986, 183)

– Regeling inrichtingseisen bedrijfsruimten voor de broodbereiding (Stcrt. 1986, 185)

– Regeling nadere eisen draagbaar klimmaterieel (Stcrt. 1986, 231)

– Besluit houdende toelating van citroensap in margarine en halvarine (Stcrt. 1986, 555)

– Regeling gelijkstelling normen kinderveilige verpakkingen (Stcrt. 1987, 1)

– Besluit zuigelingenvoeding (Stcrt. 1987, 136);

– Regeling toelating enzymen in meel en brood (Stcrt. 1987, 232)

– Regeling overgangsregime natriumarme waren (Stcrt. 1988, 162)

– Regeling inzake tolerante alcoholgehalte vermelding (Stcrt. 1988, 235)

– Regeling toestemming producten voor gewichtsvermindering (Stcrt. 1988, 250)

– Regeling melkbereiding (Stcrt. 1988, 254)

– Regeling sojaproducten bij de broodbereiding (Stb. 1988. 455)

– Warenwetregeling nabehandeling garnalen (Stcrt. 1989, 21)

– Regeling dioxine in melk (Stcrt. 1989, 135)

– Regeling overgangsregime natriumarme waren (Stcrt. 1989, 210)

– Besluit zuiverheideisen zoetstoffen (Stcrt. 1989, 251)

– Besluit gebruik van zoetstoffen (Stcrt. 1989, 251)

– Regeling aanvullende voedingswaardebeweringen (Stcrt. 1990, 201)

– Regeling diepgevroren levensmiddelen (Stcrt. 1991, 2)

– Regeling toestemming yoghurt met suiker (Stcrt. 1991, 88)

– Regeling stoffen in aroma’s (Stcrt. 1992, 51);

– Regeling gebruik levensmiddelenadditieven in verduurzaamde vruchtenproducten (Stcrt.1992, 52)

– Regeling sojaeiwitproducten (Stcrt. 1992, 94)

– Regeling tarweeiwitproducten (Stcrt. 1992, 94)

– Regeling stuksaanduiding bakkerswaren (Stcrt. 1992, 154)

– Regeling aanwijzen normen persoonlijke beschermingsmiddelen (Stcrt. 1992, 190)

– Regeling schimmeleiwitproducten regeling (Stcrt. 1993, 3)

– Regeling levensmiddelen hygiëne (Stcrt. 1993, 35)

– Regeling normen radioactiviteit van cesium in eet- en drinkwaren (Stcrt. 1993, 40)

– Regeling nitraatgehalte groenten (Stcrt. 1993, 40)

– Regeling normen zware metalen (Stcrt. 1993, 40)

– Regeling normen PCB’s (Stcrt. 1981, 107/Stcrt. 1993, 40)

– Regeling dioxine in melk (Stcrt. 1989, 135/Stcrt. 1993, 40)

– Regeling houdende vloeibare paraffine en glutaminezuur in levensmiddelen (Stcrt.1993, 40)

– Regeling extractiemiddelen (Stcrt. 1993, 72)

– Regeling houdende levensmiddelenadditieven in zoetstoffen (Stcrt. 1993, 95)

– Bekendmaking aanvraag erkenning inzake melk en producten op basis van melk (Stcrt. 1993, 114)

– Regeling diepgevroren levensmiddelen (Stcrt. 1993, 130)

– Regeling zuigelingenvoeding (Stcrt. 1993, 183)

– Regeling nieuwe voedingsmiddelen (Stcrt. 1993, 139)

– Regeling eieren (Stcrt. 1994, 184)

– Regeling zuivelbereiding (Stcrt. 1994, 243)

– Regeling gedehydrateerde dieren (Stcrt. 1994, 243)

– Regeling melkeiwitten (caseïne en caseïnaten) (Stcrt. 1994, 243)

– Regeling hygiëne van levensmiddelen (Stcrt. 1994, 245)

– Regeling levensmiddelenadditieven in zuivel (Stcrt. 1994, 246)

– Regeling visserijproducten en tweekleppige weekdieren (Stb. 1995, 29)

– Regeling AZO-kleurstoffen (Stb. 1996, 143)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van nadere regels met betrekking tot de bedrijfsruimten waar eet- en drinkwaren worden bereid, behandeld, verpakt of bewaard;

– het stellen van nadere regels inzake levensmiddelenhygiëne:

– het stellen van regels inzake de aanduiding m.b.t. eet- en drinkwaren;

– het stellen van nadere regels met betrekking tot de hoeveelheid schadelijke stoffen die eet- en drinkwaren mogen bevatten;

– het toelaten van (hulp)stoffen in eet- en drinkwaren;

– het aanwijzen van normen.

Waardering: B 1

(36)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – stellen van (ministeriële) regelingen regels inzake de in- en uitvoer van eetwaren.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 14 lid 5, art. 15 lid 2, art. 16 lid 1, onder a en b (Stb. 1935, 793); zie Warenwet-AMvB’s bijlage I

Product:

– Regeling voor uitvoer bestemde waren en andere artikelen (Stcrt. 1965, 163)

– Beschikking kantoor invoer van toebereid dierlijk vet (Stcrt. 1970, 223)

– Regeling invoermodaliteiten Garnalenbesluit 1984 (Stcrt. 1984, 53)

– Regeling vaststelling invoercertificaat Garnalenbesluit (Stcrt. 1987, 213)

– Regeling importverbod bepaalde eetwaren uit Peru (Stcrt. 1991, 65)

– Regeling uitvoervrijstelling (Stcrt. 1965, 163/Stcrt. 1992, 180)

– Beschikking houdende bepalingen ter uitvoering van de Verordening (EEG) nr. 3185/91 van de Raad houdende maatregelen inzake de invoer van groenten en fruit uit bepaalde door cholera getroffen regio’s (92/300/EEG)(Stcrt. 1993, 250)

– Regeling houdende Warenwetregeling invoer van bepaalde eetwaren uit door cholera getroffen landen (Stcrt. 1993, 250)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van (nadere) regels inzake de invoer in Nederland van eetwaren uit landen die getroffen zijn door cholera;

– het aanwijzen van eerste kantoren inzake invoer van waren;

– het om veiligheidsredenen verbieden of voorwaardelijk toelaten van de invoer van etenswaren (Bijvoorbeeld het invoerverbod van de Jakobsschelp uit Japan nadat in de dieren regelmatig paralyserende toxine was gevonden).

Waardering: B 1

(37)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van (ministeriële) regelingen inzake de samenstelling van en de aanduiding op producten die geen levensmiddelen zijn.

Periode: 1988–

Grondslag: Zie bijlage I inzake Warenwet-AMvB’s

Product:

– Besluit kinderspeelgoed (Stcrt. 1973, 238)

– Beschikking ter uitvoering Textielartikel besluit (Stcrt. 1974, 244)

– Beschikking reprisepercentages en vertalingen van aanduidingen van textielartikelen (Stcrt. 1974, 244)

– Beschikking uitvoering artikel 5 Aërosolenbesluit (Stcrt. 1978, 88)

– Beschikking uitvoering artikel Aërosolenbesluit (Stcrt.1978, 116 )

– Regeling verpakkingen – en gebruiksartikelen (Stcrt. 1980, 18)

– Beschikking stoffenbesluit cosmetica (Stcrt. 1980, 143)

– Beschikking houdende het stoffenbesluit cosmetica (Stcrt. 1980, 143)

– Beschikking vaststelling symbool van het verpakkingsbesluit (Stcrt. 1981, 82)

– Regeling vaststelling eisen reddings- en zwemvesten (Stb. 1982, 147)

– Besluit etikettering asbestbevattende artikelen (Stb. 1984, 145)

– Regeling kaliumbromaat voor beschuitbereiding (Stcrt. 1986, 11)

– Regeling contactlensvloeistoffen en oogwassingen (Stcrt. 1986, 114)

– Regeling nadere eisen draagbaar klimmaterieel (Stcrt. 1986, 161)

– Regeling gelijkstelling normen kinderveilige verpakking (Stcrt. 1988, 1)

– Regeling toestemming producten voor gewichtsbeheersing (Stcrt. 1988, 250)

– Regeling nominale hoeveelheden voorverpakte breigaren (Stcrt. 1989, 199)

– Regeling imitatieproducten (Stcrt. 1989, 253)

– Regeling aanwijzing normen voor de aanduiding van speelgoed (Stcrt. 1991, 106)

– Regeling inzake verklaringen van overeenstemming voor speelgoed (Stcrt. 1991, 106)

– Regeling vervangingscomponenten benzine (Stcrt. 1992, 128)

– Regeling aanwijzing normen elektronische producten (Stcrt. 1992, 164)

– Regeling inzake nadere regels ten aanzien van machines (Stcrt. 1993, 127)

– Regeling houdende nadere regels ten aanzien van persoonlijke beschermingsmiddelen (Stcrt. 1993, 186)

– Regeling persoonlijke beschermingsmiddelen (Stcrt. 1994, 13)

– Regeling pentachloorfenol (Stcrt. 1994, 25)

– Regeling algemene chemische productveiligheid (Stcrt. 1994, 39)

– Regeling houdende Warenwetregeling ontvlambaarheid aërosolen (Stcrt. 1994, 166)

– Regeling motor- en bromfietshelmen (Stcrt. 1994, 230)

– Regeling CE markering speelgoed (Stcrt. 1994, 237)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het gelijkstellen van normen of voorschriften met de (Nederlandse) normen inzake producten;

– het aanwijzen van normen;

– het vaststellen van nadere regels inzake indeling van radioactieve nucliden volgens hun radiotoxiteit (Besluit radioactieve stoffen, art. 2 lid 2, art. 7 lid 3 (Stb. 1963, 2233)/ 1963–1969);

– het vaststellen van het biologische affect van de verschillende soorten straling (Besluit radioactieve stoffen, art. 1 lid 2 (Stb. 1963, 233)/ 1963 –1969).

Waardering: B 1

(38)

Handeling: Het verlenen, wijzigen of intrekken van vrijstellingen van regels, geldende ingevolge de toepassing van de Warenwet.

Periode: 1965–

Grondslag: Warenwet, 14 lid 4 (Stb. 1965, 793), Warenwet, art.14n lid 1 (Stb. 1988, 358), Warenwet, art. 16 lid 1 (Stb. 1994, 573)

Product:

– Beschikking vrijstelling van bepalingen Jam- en limonade besluit (Stcrt. 1979, 112)

– Regeling vrijstelling aanduidingen op gemengd suikerwerk (Stcrt. 1983, 125)

– Besluit vrijstelling Aanduidingenbesluit waren voor bijzondere voeding – suikerwerk en kauwgum (Stcrt. 1983, 135)

– Besluit vrijstelling aspartaam (Stcrt. 1983, 177)

– Regeling vrijstelling datumaanduiding van enkele dieetwaren (Stcrt. 1984, 229)

– Regeling vrijstelling portieverpakkingen dikvloeibare melkproducten (Stcrt. 1986, 234)

– Beschikking vrijstelling textielartikelen (Stcrt. 1974, 512)

– Regeling vrijstelling Algemeen besluit (Stcrt. 1983, 177)

– Regeling vrijstelling aanduidingen vlees- en vleeswarenbesluit (Stb. 1987, 35)

– Regeling vrijstelling benaming verduurzaamde vruchten (Stcrt. 1987, 73)

– Regeling vrijstelling zuigelingenvoeding (Stcrt. 1987, 136)

– Regeling vrijstelling gebruik vitamine D2 in margarine en halvarine (Stcrt. 1988, 120)

– Regeling vrijstelling gebruik D3 in margarine en halvarine (Stcrt. 1988, 120)

– Regeling vrijstelling garnalenbesluit (Stcrt. 1988, 120)

– Regeling vrijstelling komijnzaad (Stcrt. 1989, 118)

– Regeling vrijstelling wei-eiwitconcentraat in melkproducten (Stcrt. 1989, 166)

– Regeling vrijstelling vlees- en vleeswarenbesluit (Stcrt. 1989, 192)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in tafelzuren (Stcrt. 1989, 214)

– Regeling vrijstelling sulfiet in schaaldieren (Stcrt. 1990, 186)

– Regeling vrijstelling margarinebesluit (Stcrt. 1990, 186)

– Regeling vrijstelling voedingswaarde aanduidingenbesluit (Stcrt. 1991, 190)

– Regeling vrijstelling paraffine in suikerwerk (Stcrt. 1990, 194)

– Regeling vrijstelling aanvullende voedingswaardebeweringen (Stcrt. 1990, 201);

– Regeling vrijstelling polyolen (Stcrt. 1990, 205)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in tafelzuren (Stcrt. 1990, 212)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in brood (Stcrt. 1990, 212)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in vla- en puddingpoeder (Stcrt. 1991, 104)

– Regeling vrijstelling conserveermiddelen in vruchtlimonades (Stcrt. 1991, 166)

– Regeling vrijstelling mosterdbesluit (Stcrt. 1991, 186)

– Regeling vrijstelling glucono-delta-lacton injectie vleeswaren (Stcrt. 1992, 63)

– Regeling vrijstelling inwerkingtreding Besluit verduurzaamde vruchtenproducten (Stcrt. 1992, 102)

– Regeling vrijstelling wasmiddelenbesluit 1976 (Stcrt. 1992, 131)

– Regeling vrijstelling zuiverheidzeisen emulgatoren (Stcrt. 1992, 139)

– Regeling vrijstelling wijnbesluit (Stcrt. 1992, 214)

– Regeling vrijstelling mayonaise- en Slasausbesluit (Stcrt. 1993, 21)

– Regeling vrijstelling doorstralen van verpakkingen en gebruiksartikelen (Stcrt. 1993, 94)

– Regeling vrijstelling anti klontermiddelen in poedersuiker (Stcrt. 1994, 9)

– Regeling vrijstelling vitaminepreparaten (Stcrt. 1994, 61)

– Regeling vrijstelling verduurzaamde vruchtenproducten (Stcrt. 1994, 127)

Opmerking: Bijvoorbeeld vrijstelling regels geldende ingevolge de toepassing van de artikelen 4 tot en met 15 van de Warenwet. De vrijstelling die hierboven wordt genoemd, geldt in principe voor alle houders van een bepaald product. Een ontheffing is een beschikking die slechts geldig is voor degene die de ontheffing verkrijgt.

Waardering: B 1

(39)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – aanwijzen van toezichthoudende diensten/personen en stellen van nadere regels inzake (de werkwijze van) deze diensten en personen.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 18 (Stb. 1935, 793, zoals gewijzigd bij Stb. 1988, 358 en Stb. 1994, 573)

Product:

– Regeling monsterneming (Stcrt. 1921, 87)

– Beschikking van 29 juli 1926 (Stcrt. 1926, 216)

– Besluit uitvoering artikelen 2 en 33 der Warenwet (Stcrt. 1936, 18)

– Vaststelling vergoeding aan gemeenten van kosten voor inning van Warenwetrecht (Stcrt. 1974, 96)

– Instelling Rijkskeuringsdienst van Waren (Stcrt. 1985, 251)

– Besluit gebiedsindeling Keuringsdiensten van Waren (Stcrt. 1986, 251/Stcrt. 1989, 114)

– Regeling specialisatie Rijkskeuringsdienst van Waren (Stcrt. 1989, 9)

– Regeling monsterneming (Stcrt. 1989, 89)

– Regeling van specialisatie Rijkskeuringsdiensten (Stcrt. 1989, 179)

– Beschikking aanwijzing nieuwe deskundigen (Stcrt. 1990, 64)

– Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Warenwet en Vleeskeuringswet (Stcrt.1990, 180)

– Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Warenwet en Destructiewet (Stcrt. 1990, 180)

– Regeling houdende vaststelling Warenwet

– Regeling monsterneming (Stcrt. 1992, 86)

– Regeling houdende aanwijzing controlerend orgaan naleving Warenwetbesluit benzine (Stcrt. 1992, 128)

– Beschikking houdende aanwijzing toezichthoudende ambtenaren artikel 25 Warenwet (Stcrt. 1994, 46)

– Regeling gezondheidscontroles van dierlijke oorsprong (derde landen)/(Stcrt. 1994, 245)

– Regeling gezondheidscontroles van dierlijke oorsprong (intraverkeer)/(Stcrt. 1994, 245)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit het: het regelen van de taakverdeling van de ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Warenwet, art. 2, lid 1, sub. 1 (Stb. 1935, 793).

Waardering: B 4: richtlijnen en regelingen

V, 10 jaar: overige neerslag

(40)

Handeling: Het aanwijzen van (overheids-) instanties die voor de betrokken ministers Warenwetbeschikkingen afgeven (w.o. vergunningen, ontheffingen, certificaten etc.) en het stellen van (nadere) regels inzake de werkzaamheden van deze instanties.

Grondslag: Warenwet, art. 14b lid 2, 14 lid 3 en 5, art. 14i lid 4, art. 14n lid 2–3, art. 3, art. 7 lid 3 en 5, art. 11 lid 4, art. 14n lid 2–3, art. 16 lid 2–3, art 17 lid 4 (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573); EEG-Verordening inzake de specificiteitcertificering voor landbouwproducten en levensmiddelen (nr. 2082/92) art. 7 lid 4; zie ook Warenwet-AMvB’s bijlage I

Periode: 1945–

Product: o.a.:

– Warenwetregeling aanwijzing normalisatie- en keuringsinstituten producten (Stcrt. 1992, 164)

– Beschikking houdende aanwijzing TNO-certificatie voor verkeershelmen (Stcrt. 1993, 77)

– Beschikking houdende aanwijzing TNO-certificatie reddings- en zwemvesten (Stcrt. 1993, 121)

– Beschikking houdende aanwijzing keuringsinstantie (Stcrt. 1994, 137)

– Beschikking aanwijzing instantie onderzoek veiligheid kinderspeelgoed (Stcrt. 1994, 203)

Opmerking: Het stellen van (nadere) regels m.b.t. de manier waarop aangewezen instanties hun werkzaamheden verrichten kan een activiteit vormen, onder de andere handelingen in het hoofdstuk Wet- en regelgeving Warenwet in het RIO. Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van regels inzake de wijze van betaling van gelden ter bestrijding van de kosten van de keuring van waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, die bij aanwending schadelijk kunnen zijn voor veiligheid of gezondheid;

– het stellen van (nadere) regels aan overheidsinstanties die de door de minister overgedragen bevoegdheid uitoefenen inzake het verlenen van ontheffingen van regels gesteld in de Warenwet (Warenwet (Stb. 1994, 573), art. 16, lid 2);

– het stellen van regels inzake de betaling voor het verlenen van ontheffingen van regels gesteld in de Warenwet;

– het aanwijzen van normalisatie en keuringsinstellingen inzake keuringen van waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, die bij aanwending schadelijk kunnen zijn voor veiligheid of gezondheid;

– het aanwijzen van instanties die EG-type-onderzoeksverklaringen voor beschermingsmiddelen afgeven zoals bedoeld in artikel 10 van de Richtlijn 89/686/EEG (Besluit beschermingsmiddelen, art. 5, lid 2, sub 3 (Stb. 1992, 376));

– het aanwijzen van een instantie die de registratieaanvraag voor een specificiteitcertificaat behandelt;

– het aanwijzen van een instantie die een bewijs van oorsprong afgeeft inzake wijn;

– het aanwijzen van instanties die certificaten afgeven inzake voor de uitvoer bestemde garnalen die voldoen aan bepalingen zoals die staan in de Recommended Code of Practice for Shrimps and Prawns (Recommended Code of Practice for Shrimps and Prawns is uitgegeven door de FAO/WHO en bevat onder andere regels ter identificatie van garnalen);

– het aanwijzen van instanties die bedrijfscontrolesystemen erkennen;

– het aanwijzen van instanties die technische constructiedossiers registreren en die EG-type- onderzoeksverklaringen afgeven zoals bedoeld in Bijlage VI van de Richtlijn 89/368/EEG.

Waardering: B 4: richtlijnen en regelingen

V, 10 jaar: overige neerslag

(41)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen inzake methoden van onderzoek met betrekking tot waren.

Periode: 1992–

Grondslag: Zie bijlage I inzake Warenwet-AMvB’s in het RIO.

Product:

– Regeling onderzoeksmethoden textielartikelen (Stcrt. 1974, 244)

– Beschikking onderzoeksmethoden aërosolen (Stcrt. 1978, 88)

– Regeling onderzoeksmethoden meel (Stcrt. 1986, 65)

– Regeling onderzoeksmethoden draagbaar klimmaterieel (Stcrt. 1986, 161)

– Regeling onderzoeksmethoden brood (Stcrt. 1986, 161)

– Regeling onderzoeksmethoden speelgoed (Stcrt. 1986, 225)

– Regeling onderzoeksmethoden melkeiwitten (Stcrt. 1988, 174)

– Regeling onderzoeksmethoden nicotine- en teergehalte in sigaretten (Stcrt. 1989, 56)

– Regeling onderzoeksmethoden kinderwaren (Stcrt. 1991, 106)

– Regeling onderzoeks- en meetmethoden benzine (Stcrt. 1992, 128)

– Regeling onderzoeksmethoden brandveiligheid nachtkleding (Stcrt. 1993, 62)

– Regeling onderzoeksmethode voedingsvezelgehalte (Stcrt. 1993, 189)

– Regeling onderzoeksmethoden kinderwaren (Stcrt. 1995, 119)

Waardering: B 1

(46)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van beoordelingsnormen, beleidsregels en wetsinterpreterende regels inzake voedings- en productveiligheid

Periode: 1945–

Product: Circulaire inzake de uitvoering van het Bijzonder vetbesluit (Stb. 1919, 581) Circulaire inzake de uitvoering van het Bijzonder vetbesluit (1926)

Opmerking: Deze regels worden veelal bekend gemaakt in circulaires.

Waardering: B 1

Verordeningen & besluiten bedrijfsorganisaties/productschappen

(48)

Handeling: Het goedkeuren van door bedrijfsorganisaties opgestelde verordeningen en daarop gebaseerde besluiten en andere voorschriften voor zover deze betrekking hebben op waren.

Periode: 1965–

Grondslag: Warenwet, art. 22 lid 1 (Stb. 1965, 368, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)

Opmerking: De verordening behoeft de goedkeuring van de ministers die het mede aangaat (Warenwet, Stb. 1965, 368)

Waardering: V, 5 jaar na intrekken verordening

Gemeentelijke verordeningen en besluiten

(52)

Handeling: Het toestaan dat gemeenteraden, in het belang van de volksgezondheid, eisen stellen waaraan een bepaald waar moet voldoen.

Periode: 1965–1988

Grondslag: Warenwet, art.16 lid 2 (Stb. 1935, 793, zoals gewijzigd bij Stb. 1965, 368)

Waardering: V, 5 jaar na beëindiging gemeentelijke eisen

(53)

Handeling: Het behandelen van een beroep inzake het al dan niet goedkeuren van verordeningen, instructies en besluiten van gemeenten door Gedeputeerde Staten inzake de keuring en de wering van waren.

Periode: 1945–1988

Grondslag: Warenwet, art. 7 (Stb. 1935, 793)

Waardering: V, 10 jaar na uitspraak

(54)

Handeling: Het goedkeuren/opstellen van verordeningen, instructies en besluiten van gemeenten inzake de keuring en de wering van waren.

Periode: 1945–1988

Grondslag: Warenwet, art. 8–9 en 9 lid 3 (Stb. 1935, 793)

Opmerking: Indien de verordeningen betrekkingen hebben op een gebied dat in meer dan een provincie is gelegen wordt de verordening door de minister goedgekeurd. Indien een verordening, in het geval van een beroep, is afgekeurd, dient de nieuwe verordening door de minister goedgekeurd te worden. De inspecteur van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid wordt daarbij gehoord. Als een gemeenteraad weigerachtig is een verordening/instructie te wijzigen kan de minister deze zelf opstellen. De minister verricht deze handeling indien de verordening/de instructie betrekking heeft op een gebied dat is gelegen in meer dan een provincie.

Waardering: V, 5 jaar na beëindiging besluit, instructie etc.

(55)

Handeling: Het behandelen van een beroep inzake het voorschrijven van een bepaalde voorziening, door gedeputeerde staten, met betrekking tot de keuring van waren.

Periode: 1945–1988

Grondslag: Warenwet, art. 11 lid 2 (Stb. 1935, 793)

Waardering: V, 10 jaar na uitspraak

(56)

Handeling: Het voorschrijven van bepaalde voorzieningen – waaronder het wijzigen van verordeningen en instructies – inzake de keuring van waren.

Periode: 1945–1988

Grondslag: Warenwet, art. 11 lid 1 (Stb. 1935, 793)

Opmerking: Deze handeling wordt verricht indien de keuring van waren niet voldoende is in een gemeente. Het gaat hier niet om fysieke voorzieningen. De voorzieningen liggen eerder op het regulatieve vlak, in de zin van extra verordeningen, benoemingen van extra personeel, opdrachten tot de aanschaf van materiaal.

Waardering: V, 5 jaar na buitenwerking treden voorziening

(64)

Handeling: Het erkennen van instellingen die toestellen en installaties voor elektrische bedwelming testen.

Periode: 1957–

Grondslag: Beschikking, art. 3 (Stcrt. 1957, 105)

Waardering: V, 5 jaar na afloop erkenning

(139)

Handeling: Het goedkeuren van type toestellen en installaties voor elektrische bedwelming.

Periode: 1957–

Grondslag: Beschikking van 10 december 1954, 18395, art. 3 (Stcrt. 1954, 242)

Waardering: V, 10 jaar na afloop geldigheid goedkeuring

(190)

Handeling: Het maken van bezwaar indien andere dan internationale organen of nationale overheidsorganen inlichtingen uit het register inzake radioactieve stoffen krijgen.

Periode: 1969–2002

Grondslag: Besluit registratie radioactieve stoffen en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet, art. 2 lid 5 (Stb. 1969, 472)

Waardering: V, 2 jaar na uitspraak

(195)

Handeling: Het jaarlijks registreren van verslagen inzake de handelingen en bevindingen van Colleges van B&W met betrekking tot de uitoefening van hun taken inzake het registreren voor invoer, aflevering of bereiding van radioactieve stoffen.

Periode: 1969–2002

Grondslag: Besluit registratie radioactieve stoffen en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet, art. 13 (Stb. 1969, 472)

Waardering: B 3 (verslagen zelf)

V, 5 jaar: overige neerslag

(215)

Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van Landbouw vaststellen van nadere regels wat betreft de invoer van voedingswaren uit derde landen

Periode: 1993–

Grondslag: Warenwetbesluit invoer levensmiddelen uit derde landen, art. 4 (Stb.1993, 698)

Opmerking: Ter uitvoering van de richtlijnen 97/78/EG; 92/118/EEG

Waardering: B 1

(216)

Handeling: Het gezamenlijk met de Ministers van Landbouw en Economische Zaken vaststellen van nadere eisen voor de aanduiding, samenstelling en zuiverheid van ingrediënten en van in brood toe te laten hoeveelheden

Periode: 1985–

Grondslag: Broodbesluit Warenwet 1985, artt. 4.2, 4.6 (Stb.1985, 758)

Waardering: B 1

(217)

Handeling: Het gezamenlijk met de Ministers van Landbouw en Economische Zaken besluiten tot het toelaten van hulpstoffen in brood

Periode: 1985–

Grondslag: Broodbesluit Warenwet 1985, art. 85 (Stb.1985, 758)

Waardering: B 1

(218)

Handeling: Het gezamenlijk met de Ministers van Landbouw en Economische Zaken vaststellen van symbolen voor verpakkingen van eet- of drinkwaren

Periode: 1980–

Grondslag: Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art. 3 lid 1a (Stb.1979, 558)

Waardering: B 1

(219)

Handeling: Het gezamenlijk met de Ministers van Landbouw en Economische Zaken stellen van eisen voor verpakkingen en gebruiksartikelen van eet- of drinkwaar

Periode: 1980–

Grondslag: Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art. 2 lid 1a (Stb.1979, 558)

Opmerking: Het gaat om eisen met betrekking tot het te gebruiken materiaal en om het stellen van regels met betrekking tot de stoffen waarvan dat materiaal is gemaakt

Waardering: B 1

(220)

Handeling: Het onderling met de Minister van Landbouw overeenstemmen inzake de benoeming van de voorzitter uit de leden van de Voorlopige Commissie Veiligheid Nieuwe Voedingsmiddelen

Periode: 1995–1997

Grondslag: Warenwetregeling Toelating nieuwe Voedingsmiddelen, art. 6 lid 4 (Stcrt.1995, 139)

Opmerking: De Voorlopige Commissie Veiligheid Nieuwe Voedingsmiddelen is een onderdeel van de Voedingsraad.

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

(221)

Handeling: Het met de Ministers van Landbouw en Economische Zaken overeenstemmen inzake het stellen van nadere regels op het gebied van voeding

Periode: 1979–

Grondslag:

– Warenwetbesluit aroma’s, art. 13 lid 1 (Stb. 1992, 95)

– Warenwetbesluit bereiding en behandeling van levensmiddelen, art. 3 lid 3-4, art. 12 lid 3, artt. 13, 15 lid 5, art. 18 lid 2 (Stb.1992, 678)

– Warenwetbesluit eieren, art. 4 (Stb.1996, 476)

– Eiwitproductenbesluit Warenwet, artt. 3 lid 2 en 4 lid 2 (Stb.1988, 339)

– Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen, art. 31 (Stb.1992, 14)

– Besluit geconserveerde groenten, art. 5 (Stb. 1979, 219)

– Warenwetbesluit gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer), art. 4 (Stb. 1994, 872)

– Warenwetbesluit produkten voor bijzondere voeding, art. 12 lid 2 (niet met EZ) (Stb. 1992, 222)

– Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit Warenwet, art. 5 lid 1 (Stb.1979, 558)

– Warenwetbesluit Visserijproducten, art. 3 lid 2, artt. 4, 5, 6 lid 2 (niet met EZ) (Stb. 1995, 46)

– Vlees- en vleeswarenbesluit Warenwet 1987, art. 10 lid 2 (niet EZ) (Stb.1987, 242)

– Warenwetbesluit zuivel, art. 3 lid 4, art. 12a lid 3 (Stb 1994, 813)

Product:

– Warenwetregeling eieren (Stcrt.1996, 243)

– Regeling inwerkingtreding Eiwitproductenbesluit Warenwet (Stcrt.1992, 94)

– Regeling sojaeiwitprodukten Warenwet (Stcrt.1992, 94)

– Regeling Tarwe-eiwitprodukten Warenwet (Stcrt.1992, 94)

– Schimmeleiwitproducten- Regeling Warenwet (Stcrt.1993, 2)

– Warenwetregeling Gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer) (Stcrt.1994, 245)

– Warenwetregeling visserijproducten en tweekleppige weekdieren (Stcrt.1995, 29)

Opmerking: De regels worden door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, opgesteld met betrekking tot het gebruik van aroma’s, de behandeling van levensmiddelen, verhandelen, verwerken, verpakken, bewaren en vervoeren van eieren (zonder EZ), kleur, geur etc deugdelijkheid van eiwitten

Waardering: B 1

(222)

Handeling: Het met de Ministers van Economische Zaken en van Landbouw overeenstemmen inzake vast te stellen methoden van onderzoek

Periode: 1979–

Grondslag :

– Broodbesluit Warenwet 1985, art. 24 (Stb.1985, 758)

– Warenwetbesluit doorstraalde waren, art. 11 lid 1 (Stb.1997, 20)

– Warenwetbesluit Frisdranken, art. 7 lid 2 (Stb.1995, 425)

– Meelbesluit Warenwet, art. 19 (Stb.1985, 757)

– Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art 5 lid 2 (Stb.1979, 558)

Product: Regeling Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet) Stcrt.1980, 18 + bijlagen

Opmerking: De methoden van onderzoek worden vastgesteld door de Minister van Volksgezondheid

Bij het Warenwetbesluit Frisdranken is EZ niet betrokken.

Waardering: B 1

(223)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Landbouw inzake het stellen van regels ter uitvoering van

a. Richtlijn 90/675/EEG;

b. Richtlijn 92/118/EEG;

c. een bindende EEG-regeling

Periode: 1994–

Grondslag: Warenwetbesluit Invoer levensmiddelen uit derde landen, art. 4 (Stb.1993, 698)

Waardering: B 1

(224)

Handeling: Het vaststellen van het vetgehalte van andere gestandaardiseerde melk dan gestandaardiseerde halfvolle melk

Periode: 1975–

Grondslag: Beschikking Melkstandaardisatie 1975, art. 3 lid 1 (Stcrt. 1975, 97)

Opmerking: Deze handeling wordt verricht in overleg met de minister onder wie Landbouw ressorteert.

Waardering: B 1

(225)

Handeling: Het overeenstemmen met de Ministers van Economische Zaken en van Landbouw inzake de vervanging van de aanduidingen ‘produkt met x% vlees’ met andere aanduidingen

Periode: 1987–

Grondslag: Vlees- en Vleeswarenbesluit (Warenwet) 1987, art. 7 lid 3 (Stb.1987, 242)

Waardering: B 1

Vleeskeuringswet

(58)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Vleeskeuringswet

Periode: 1945–

Product: Vleeskeuringswet (Stb. 1919, 524)

Waardering: B 1

(59)

Handeling: Het – in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat – voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s betreffende vlees en vleeswaren voor zover deze voortkomen uit de Vleeskeuringswet

Periode: 1945–

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 1 lid 2, art. 2 lid 2, art. 5 lid 2, art. 18, lid 1–3 art. 19 en 19 onder a, art. 20 lid 2, art. 25, art. 27 lid 2, art. 28, art. 30, art. 30a, c–d (Stb. 1919, 524)

Product:

– Besluit uitvoering artikel 18 en 25 Vleeskeuringswet (Stb. 1920, 285)

– Besluit opleiding keurmeester vee en vlees (Stb. 1920, 314)

– Besluit betreffende het verlenen van rentedragende voorschotten aan gemeenten (Stb. 1921, 637)

– Besluit tot uitvoering van artikel 19 (Stb. 1921, 754)

– Besluit algemene voorwaarden gesteld bij de invoer van vlees (Stb. 1922, 225)

– Besluit tot uitvoering van artikel 2, lid 2, onder a (Stb. 1922, 379)

– Besluit algemene voorwaarden gesteld bij de invoer van vleeswaren (Stb. 1922, 395)

– Besluit voorschriften voor het verwerken van vlees tot vleeswaren (Stb. 1924, 448)

– Besluit eisen (Stb. 1926, 233)

– Besluit tot vernietiging raadsbesluit benoeming van W. Graafsma tot hoofd van de vleeskeuringsdienst (Stb. 1955, 79)

– Besluit vleeskeuring (Stb. 1957, 29)

– Besluit wat niet onder vleeswaren moet worden verstaan (Stb. 1957, 513)

– Besluit tot uitvoering van artikel 2, lid 2, van de Vleeskeuringswet (Stb. 1958, 92)

– Besluit eisen (Stb. 1960, 71)

– Besluit invoer vlees uit het buitenland (Stb. 1965, 345)

– Besluit toepassing op buffels en rendieren (Stb. 1974, 423)

– Besluit aanwijzing ambtenaren belast met keuring (Stb. 1976, 330)

– Besluit vergoeding kosten vleeskeuringdiensten (Stb. 1979, 629)

– Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap (Stb. 1985, 174);

– Besluit invoer van vleesproducten en vleesbereiding uit andere lidstaten van de EEG (Stb. 1985, 175)

– Besluit bijzondere slachtplaatsen (Stb. 1985, 421)

– Besluit invoer van vleesproducten uit derde landen (Stb. 1991, 557)

– Besluit betreffende de productie van en de handel in vleesproducten (Stb. 1994, 11)

– Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees (Stb. 1994, 12)

– Besluit productie en handel vlees van vrij wild (Stb. 1994, 563)

– Besluit aanwijzing ambtenaren als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Vleeskeuringswet (Stb. 1995, 551)

Waardering: B 1

(60)

Handeling: Het – in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat – vaststellen wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen inzake de veiligheid van vlees en vleeswaren ter bescherming van de volksgezondheid.

Periode: 1945–

Grondslag: Zie AMvB’s Vleeskeuringswet Bijlage I

Product:

– Voorwaarden bij de overbrenging van ingevoerd nog te keuren vlees naar een eerste kantoor (Stcrt. 1922, 103)

– Voorschriften omtrent verpakking, bewaring, vervoer en merking van door afkoeling verduurzaamd vlees (Stcrt. 1922, 104)

– Beschikking vaststelling van stempelwerk voor niet door afkoeling verduurzaamd vlees (Stcrt. 1922, 136)

– Beschikking betreffende de invoer van monsters vleeswaren (Stcrt. 1929, 143)

– Beschikking betreffende de keuring van per post ingevoerde vleeswaren (Stcrt. 1930, 2)

– Beschikking ontheffing van het verbod van invoer van darmen bestemd voor uitvoer (Stcrt. 1947, 66)

– Beschikking aanwijzing van inrichtingen, waarvan het diploma wordt geëist voor toelating tot een cursus voor opleiding tot keurmeester van vee en vlees (Stcrt. 1949, 64)

– Beschikking invoer van afgekeurde levers voor farmaceutische doeleinden (Stcrt. 1949, 85)

– Beschikking vaststelling van een leerplan (Stcrt. 1952, 18)

– Besluit aanwijzing ambtenaren belast met de keuring (Stcrt. 1952, 218)

– Beschikking van 10 december 1954, nr. 18395 (Stcrt. 1954, 242)

– Regeling onderzoeksregulatief (Stcrt. 1957, 23, 55)

– Besluit vaststelling van de vergoeding voor de kosten der keuring in het algemene (Stcrt. 1957, 34)

– Beschikking (Stcrt. 1957, 105)

– Vaststelling vergoeding voor de kosten der kosten der keuring in het algemeen (Stcrt. 1957, 164)

– Besluit houdend vaststelling van het rijksinvoerkeurloon van vlees (Stcrt. 1957, 164)

– Besluit inzake regelen voor de keuring van gesmolten vetten, afkomstig van slachtdieren (Stcrt. 1957, 167)

– Beschikking merken (Stcrt. 1957, 222)

– Regeling voorschriften inzake elektrische bedwelming van slachtdieren (Stcrt. 1957, 253)

– Voorschriften keuring toestellen en installaties met wisselstroom van 50 Hertz en aanwijzing van deskundige bureaus voor controle van installaties (Stcrt. 1958, 33)

- Voorschriften voor het vervoer, de aflevering en de behandeling van voorwaardelijk goedgekeurd vlees (Stcrt. 1958, 5)

– Voorschriften ten aanzien van slachtdieren en vlees (Stcrt. 1958, 19)

– Beschikking slachtdieren en vlees bestemd voor wetenschappelijk onderzoek (Stcrt. 1958, 19)

– Regeling andere bouwtechnische eisen (Stcrt. 1960, 154)

– Nadere voorschriften ten aanzien van hetgeen in vleeswinkels aanwezig mag zijn (Stcrt. 1961, 155)

– Regeling nadere voorschriften ten aanzien van het vervoer van vlees (Stcrt. 1961, 121);

– Regeling verkoop van uit het buitenland ingevoerd geslacht pluimvee in vleeswinkels (Stcrt.1962, 226)

– Beschikking merking van vleeswaren bij invoer uit het buitenland (Stcrt. 1964, 25)

– Voorwaarden bij overbrenging van uit lidstaten van de EEG ingevoerde vlees naar een eerste kantoor (Stcrt.1966, 210)

– Nadere voorschriften voor de invoer van vlees uit de lidstaten van de EEG (Stcrt. 1966, 226)

– Besluit houdende vaststelling van rijksinvoerkeurloon voor vlees (Stcrt. 1966, 226)

– Bijzondere voorwaarden bij overbrenging van ingevoerd nog te keuren vlees en vleeswaren naar een eerste kantoor (Stcrt. 1968, 82)

– Besluit houdende vaststelling van het rijksinvoerkeurloon voor vlees en vleeswaren (Stcrt. 1968, 47)

– Rijksinvoerkeurloon voor bevroren darmen, organen voor bereiding van farmaceutische producten en vleeswaren (Stcrt. 1968, 47)

– Beschikking invoer van ortherapeutische doeleinden bestemde organen of delen van slachtdieren uit België of Luxemburg (Stcrt. 1970, 85)

– Regeling vaststelling van de keuringsstaten (Stcrt. 1972, 244)

– Aanwijzing gedroogde bloedcellen als verduurzaamd vlees (Stcrt. 1976, 74)

– Invoer organen bestemd voor de bereiding van orgaanpreparaten (Stcrt. 1976, 95)

– Regeling nadere bouwtechnische voorschriften op grond van het Eisenbesluit (Stcrt. 1977, 25)

– Regeling bekleding van wanden (Stcrt. 1977, 28)

– Regeling nadere voorschriften t.a.v. luchtoverdruk en luchtcirculatie als bedoeld in artikel 1 van het Eisenbesluit (Stcrt. 1977, 28)

– Regeling keuringsregulatief (Stcrt. 1978, 201)

– Regeling vaststelling modellen (Stcrt. 1979, 251)

– Invoer vlees (art. 4 van het KB. Stb. 225/1922) (Stb. 1980, 222)

– Invoer van vlees uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap (Stcrt. 1981, 137, 189)

– Regeling eisen verpakking voorverpakt vlees (Stcrt. 1981, 155)

– Regeling aanwijzing gemeenten waarheen voorwaardelijk goedgekeurd vlees mag worden vervoerd (Stcrt. 1981, 198)

– Regeling invoer- en afleveringsverbod stoffen met hormonale en thyreostatische werking (Stcrt. 1981, 221)

– Regeling aanwijzing ambtenaren (Stcrt. 1984, 124)

– Besluit aanwijzing ambtenaren (Stcrt. 1984, 125)

– Invoer vleesproducten uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1985, 116)

– Besluit verbod stoffen, niet eigen aan vlees, in te voeren stoffen (Stcrt. 1986, 159)

– Aanwijzing eerste kantoor voor keuring van vlees en/of vleeswaren, gesmolten vetten afkomstig van slachtdieren, gedroogd vlees, bloedplasmapoeder en gedroogde bloedcellen en aanwijzing percelen van keuring (Stcrt. 1986, 177)

– Regeling opslag en vervoer voorwaardelijk goedgekeurd vlees (Stcrt. 1987, 31, 90, 147)

– Regeling vlees goedgekeurd onder voorwaarde van sterilisatie (Stcrt. 1987, 79)

– Regeling gezondheidsverklaring voor personen werkzaam in de vleesindustrie (Stcrt. 1987, 198)

– Besluit tarieven vlees en vleesproducten (Stcrt. 1993, 99)

– Regeling invoer van vleeswaren uit lidstaten en derde landen (Stcrt. 1993, 121)

– Regeling aanwijzing personen die kunnen worden belast met de controle van veterinaire documenten voor vlees en vleesproducten verzonden uit derde landen (Stcrt. 1993, 76)

– Besluit aanwijzing autoriteit belast met het in kennis stellen van de Europese Commissie van onregelmatigheden bij de invoer uit derde landen van vlees en vleesproducten (Stcrt. 1993, 80)

– Regeling kalverlebmagen afkomstig uit andere lidstaten van de EG en uit derde landen bestemd voor de bereiding van stremsel (Stcrt. 1993, 81)

– Regeling identificatie en registratie slachtdieren (Stcrt. 1993, 87)

– Regeling nadere voorwaarden voor vlees uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1993, 146)

– Regeling nadere voorwaarden voor vleesproducten en vleesbereidingen verzonden uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1993, 146)

– Regeling vlees uit andere lidstaten van de EG en uit derde landen, bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1993, 183)

– Beschikking merken 1994 (Stcrt. 1994, 10)

– Besluit toepassing productie en in handel brengen vers vlees (Stcrt. 1994, 10)

– Regeling aanwijzing inspectieposten aan de grens (Stcrt. 1994, 23)

– Regeling vervoer niet volledig gekoeld varkensvlees (Stcrt. 1994, 39)

– Regeling voorwaarden waaronder wordt verstaan dat rund- en varkensvlees wordt uitgesneden (Stcrt.1994, 39)

– Regeling inzake de invoer van vlees, bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 127)

– Regeling houdende vaststelling formulier speciale noodslachtingen (Stcrt. 1994, 200)

– Regeling nadere voorwaarden voor vlees uit andere lidstaten (Stcrt. 1994, 209)

– Regeling aanwijzing van bedrijven voor het verwerken, het opslaan, het drogen of het sorteren van vlees niet bestemd voor menselijk consumptie (Stcrt. 1994, 231)

– Regeling invoer vlees bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 239)

– Regeling nadere voorwaarden inzake vlees uit andere lidstaten (Stcrt. 1995, 77)

– Regeling nadere voorwaarden inzake vleesproducten, vleesbereiding en bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong uit andere lidstaten (Stcrt. 1995, 77)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het aanwijzen van onderscheidings- en herkenningstekens voor daarbij aangewezen categorieën van ter slachting aangeboden slachtdieren. (Vleeskeuringbesluit, art. 17a, lid 1 (Stb. 1957, 29), Besluit betreffende de productie van ven de handel in vers vlees, art. 10, lid 4 (Stb. 1994, 12));

– het stellen van nadere regels met betrekking tot kennisgevingen inzake vlees en vleeswaren;

– het aanwijzen van eerste kantoren, inspectieposten en douane entreedepot alwaar de Rijkskeurmeester (eventueel) vlees controleert.

Waardering: B 1

(61)

Handeling: Het aanwijzen van landen van waaruit (geen) vlees mag worden ingevoerd.

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit invoer vleeswaren, art. 2 (Stb. 1922, 395)

Product: o.a.:

– Besluit invoer van vleeswaren uit lidstaten en derde landen (Stcrt. 1921, 121)

– Beschikking landen, waaruit vleeswaren mogen worden ingevoerd (Stcrt. 1957, 164)

– Beschikking invoer van vlees uit o.a.: Argentinië (Stcrt. 1985, 218), Australië (Stcrt. 1985, 233), Uruguay (Stcrt. 1985, 233), Zwitserland (Stcrt. 1986, 220)

Waardering: B 1

(62)

Handeling: Het toelaten van ambtenaren die (her-)keuringen van vlees verrichten en het stellen van nadere regels inzake de werkzaamheden van deze ambtenaren en diensten.

Periode: 1957–

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 20 onder a (Stb. 1919, 524), Vleeskeuringbesluit, art. 51, lid 1, art. 2 (Stb. 1957, 29), Regeling Keuringsdienst 1984 (Stcrt. 1984, 125)

Product:

– Besluit aanwijzing ambtenaren vleeskeuring (Stcrt. 1984, 125)

– Regeling keuringsdienst 1984 (Stcrt. 1984, 125)

– Regeling tot aanwijzing RVV-ambtenaren (Stcrt. 1989, 3)

– Regeling kringindeling RVV 1995 (Stcrt. 1995, 164)

Opmerking: in plaats van ‘toelaten’ kan ook ‘aanwijzen’ en in plaats van ‘ambtenaren’ kan ook ‘diensten’ worden gelezen.

Waardering: B 4: richtlijnen en regelingen

V, 10 jaar: overige neerslag

(63)

Handeling: Het toelaten van ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Vleeskeuringswet en het stellen van nadere regels inzake de werkwijze van de diensten en ambtenaren.

Periode: 1945–

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 31 (Stb. 1919, 524)

Product:

– KB houdende aanwijzing van ambtenaren als bedoeld in artikel 27, lid 1, van de Vleeskeuringswet (Stcrt. 1952, 218)

– Aanwijzing opsporingsambtenaren Vleeskeuringswet en Destructiewet (Stcrt. 1992, 242)

– Besluit werkzaamheden hoofdinspecteur Veterinaire Inspectie (Stcrt. 1993, 34).

– Regeling aanwijzing ambtenaren belast met toezicht op naleving Vleeskeuringswet (Stcrt. 139)

– Besluit houdende aanwijzing van ambtenaren als bedoeld in artikel 27, lid 1, van de Vleeskeuringswet (Stb. 1995, 551)

Opmerking: deze handeling geschiedt eventueel in overeenstemming met andere ministers.

In plaats van ‘toelaten’ kan ook ‘aanwijzen’ en in plaats van ‘ambtenaren’ kan ook ‘diensten’ worden gelezen.

Waardering: B 4: richtlijnen en regelingen

V, 10 jaar: overige neerslag

Wet op de Voedingsraad

(68)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Wet op de Voedingsraad.

Periode: 1954–

Product: Wet op de Voedingsraad (Stb. 1952, 350)

Opmerking: De wet is bij KB (Stb. 1954, 94) inwerking getreden.

Waardering: B 1

Destructiebesluit 1942

(69)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van het Destructiebesluit 1942.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Verordening No 3/1940, art. 2 en 3; Verordening No 23/1940, art. 1

Product: Destructiebesluit 1942 (Stcrt. 1942, 48)

Waardering: B 1

(70)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van ministeriële regelingen inzake de destructie van vlees en vleeswaren.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 2 lid 5, art. 3, art. 10 lid 2 (Stcrt. 1942, 48)

Waardering: B 1

Destructiewet

(71)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Destructiewet.

Periode: 1957–

Product: Destructiewet (Stb. 1957, 84)

Waardering: B 1

(72)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake de destructie van voor menselijke consumptie ondeugdelijk vlees en vleeswaren.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 7, art. 9 lid 1, art. 13 lid 3, art. 10 lid 6, art. 13 lid 5, art. 14 (Stb. 1957, lid 84)

Product:

– Destructiebesluit (Stb. 1958, 71)

– Besluit van 30 maart 1978, houdende uitvoering van artikel 2, derde lid, onder c, van de Destructiewet (Stb. 222)

– Destructiebesluit 1996 (Stb. 1996, 126)

Waardering: B 1

(73)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen inzake (de houders van) destructiemateriaal, de verwerkers en het eindproduct van de verwerking.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 2 lid 2, art. 3 lid 4, art. 4a lid 4, art. 4b lid 1–2, art. 7, art. 12 lid 1 en 3–4 (Stb. 1957, 84, zoals gewijzigd Stb. 1994, 784); Destructiebesluit, art. 16 lid 2, art. 18 lid 1 en 3, art. 20 lid 1, 22 lid 4, art. 26 lid 1, art. 27, art. 28 lid 1, art. 30 lid 5, 7 -8 en 11, art. 31 lid 3 en 5 (Stb. 1958, 710); Destructiebesluit 1996, art. 16 lid 1, art. 18 lid 2, art. 28 lid 1 (Stb. 1996, 126)

Product: o.a.:

– Regeling eisen eigenaar of hinder van hoog- en laagrisico materiaal (Stcrt. 1995, 77)

– Regeling aanwijzing hoog-risico materiaal (Stb. 1996, 68)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van (nadere) regels inzake het begraven en verbranden van destructiemateriaal en de invoer van het eindproduct van verwerking in Nederland;

– het stellen van (nadere) regels aan de eigenaar of houder van laag- en hoog-risico materiaal;

– het stellen van regels inzake de invoer en uitvoer van laag-risico destructie materiaal;

– het stellen van het (nadere) regels inzake het verhalen van de extra kosten door de verwerker op degene van wie het destructiemateriaal afkomstig is (het destructiemateriaal wat hier wordt bedoeld is vermengd met ander materiaal of zodanig verpakt dat de kosten van destructie aanmerkelijk hoger zijn dan normaal);

– het aanwijzen van dierlijk afval als hoog-risico materiaal.

Waardering: B 1

(74)

Handeling: Het aanwijzen van een instantie die bevoegd is tot het bijhouden van het register met een overzicht van verwerkingsbedrijven die laag-risico materiaal gebruiken voor de bereiding van voeder voor gezelschapsdieren of farmaceutische of technische producten.

Periode: 1995–

Grondslag: Destructiewet, art. 5 lid 2 (Stb. 1957, 84, zoals gewijzigd bij Stb.1994, 784)

Product: Aanwijzingsbesluit Destructiewet (Stcrt. 1995, 183)

Opmerking: Bij wijziging van de Destructiewet in 1995 is het begrip laag-risico-materiaal geintroduceerd

Waardering: B 4

(75)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – toelaten/aanwijzen van diensten en ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Destructiewet en het stellen van nadere regels inzake de werkwijze van de diensten en ambtenaren.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 24 (Stb. 1957, lid 84); Destructiewet, art. 24 lid 2 (Stb. 1994, lid 784)

Product: Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Destructiewet (Stcrt. 1995, 82)

Waardering: B 4

Verordeningen product-, hoofdbedrijf- en bedrijfsschap

(76)

Handeling: Het ordonneren aan een product-, een hoofdbedrijf- of een bedrijfsschap van het opstellen van verordeningen inzake destructiemateriaal en het eindproduct van de verwerking van destructiemateriaal.

Periode: 1994–

Grondslag: Destructiewet, art. 4d lid 1, art. 9 lid 2 (Stb. 1994, 784)

Waardering: B 5

(78)

Handeling: Het goedkeuren van verordeningen van een product-, een hoofdbedrijf- of een bedrijfsschap inzake destructiemateriaal en het eindproduct van de verwerking van destructiemateriaal.

Periode: 1994–

Grondslag: Destructiewet, art 4d lid 2, art. 9 lid 3 (Stb. 1994, 784)

Waardering: V, 5 jaar na intrekken, wijziging, vervallen of soortgelijk van de verordening.

Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen

(80)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen

Periode: 1978–

Product: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen (Stb. 1978, 430)

Waardering: B 1

(81)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake het grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen.

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 12 (Stb. 1978, 430)

Waardering: B 1

(83)

Handeling: Het aanwijzen van instanties die voor de minister de machtigingen verlenen inzake het in verkeer brengen van levensmiddelen die niet voldoen aan de voor schriften zoals die staan in Bijlage II en III van de ATP-overeenkomst (Trb. 1972, 112).

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 7 lid 2 (Stb. 1978, 430)

Product: Beschikking van 3 juni 1980, nr. 65613 (Stcrt. 1986, 11)

Opmerking: Door de ministers zijn de Keuringsdienst van Waren en de AID aangewezen.

Waardering: B 4

(84)

Handeling: Het stellen van nadere regels (aan aangewezen instanties) bij het verlenen van een machtiging inzake het in verkeer brengen van levensmiddelen die niet vol doen aan de voorschriften zoals die staan in Bijlage II en III van de ATP-overeenkomst (Trb. 1972, 112).

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen art. 7, lid 2–3 (Stb. 1978, 430)

Opmerking: Het vaststellen van de vergoeding voor de aanvraag van een machtiging maakt deel uit van deze handeling.

Waardering: B 1

(86)

Handeling: Het toelaten van ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen (Stb. 1978, 430) en het stellen van nadere regels inzake de werkwijze van de diensten en de ambtenaren

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 6 lid 1 (Stb. 1978, 430)

Product: Ministeriële beschikking van 21 mei 1979, nr. J 1862 (Stcrt. 1980, 126)

Opmerking: deze handeling vindt eventueel plaats in overeenstemming met andere ministers.

In plaats van ‘toelaten’ kan ook ‘aanwijzen’ en in plaats van ‘ambtenaren’ kan ook ‘diensten’ worden gelezen

Waardering: B 4

Kernenergiewet

(87)

Handeling: Het leveren van een bijdrage bij de voorbereiding van de vaststelling, wijziging en intrekking van Kernenergiewet voor wat betreft ioniserende en niet-ioniserende straling in relatie met de volksgezondheid

Periode: 1963–

Product: Kernenergiewet (Stb. 1963, 82)

Waardering: B 5

Uitvoeringsinstrumenten

Warenwet

Vergunningen

(99)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – verlenen, wijzigen, schorsen of intrekken van vergunningen/toelatingen/erkenningen inzake het bereiden, vervaardigen, behandelen, bewerken, verwerken, verpakken, bewaren of vervoeren van waren behorend tot een bij AMvB angewezen categorie.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 14b lid 1 sub 2 onder b, art. 5, lid 1, onder b (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)

Product: o.a. erkenning natuurlijk mineraal- en bronwater (Stcrt. 1986, 34 )

Opmerking: Bovenstaande erkenning is gebaseerd op het Natuurlijk Mineraal- en bronwaterbesluit (Stb.1985, 422).

Deze handeling kan ook worden verricht door een ander bij AMvBaangewezen overheidsorgaan zoals bijvoorbeeld het COKZ; zie handeling 100.

Deel van deze handeling maakt uit:

– het weigeren, verlenen, wijzigen of intrekken van vergunningen voor het invoeren/bereiden van radioactieve stoffen (Besluit radioactieve stoffen, art. 2 lid 1–2, art. 3 lid 1, art. 4 lid 4 (Stb. 1958, 317),Besluit radioactieve stoffen, art. 3 lid 1, art. 4 lid 1 (Stb. 1963, 233)).

– het geven van toestemming aan de vervoerder om in een collo een radioactieve stof te vervoeren die een hogere waarde heeft dan staat omschreven in het Besluit radioactieve stoffen 1958/1963 (Besluit radioactieve stoffen, art. 2 lid 1 (Stb. 1958, 317), Besluit radioactieve stoffen, art. 10 lid 4 (Stb. 1963, 233)).

– het toelaten van natuurlijke personen of rechtspersonen die in het bezit mogen zijn van radioactieve stoffen (Besluit radioactieve stoffen, art. 2 lid 1, art. 3 lid 1 (Stb.1958, 317), Besluit radioactieve stoffen, art. 3 lid 1, art. 4 lid 1 (Stb.1963, 233)).

– het toelaten van (namen op) waren die naar aard en samenstelling gelijk zijn aan de waren zoals genoemd in AMvB‘s op grond van de Warenwet (Warenwet, art. 14 lid 3 (Stb. 1935, 793), zie ook AMvB’s Warenwet);

– het opstellen van voorschriften die worden verbonden aan een vergunning;

– het verzoeken aan de regionaal inspecteur voor de Gezondheidsbescherming om een centraal melkdepot of centrum voor standaardisering te erkennen als melkbehandelingsinrichting of melkverwerkingsinrichting (- Regeling zuivelbereiding , art. 3 lid 1 en 2 (Stcrt. 1994, 243));

– het erkennen een onderneming – waaraan krachtens de Kernenergiewet een vergunning is verleend inzake ioniserende straling uitzendende toestellen – voor het mogen uitvoeren van behandelingen van drink- en eetwaren met ioniserende straling (Besluit doorstraalde waren, art. 3, lid 2 (Stb.1992, 205);

– het erkennen van bronnen van natuurlijk mineraal en bronwater (Natuurlijk mineraal- en bron waterbesluit, art. 2, lid 4-5 (Stb. 1985, 422)).

Deze handeling komt gedeeltelijk overeen met handelingen 137 en 150 uit RIO 82, Energiebeleid. Neerslag van handelingen op grond van de Kernenergiewet moet geselecteerd worden met behulp van de selectielijst Energiebeleid (Stcrt. 2006, 10)

Waardering: B 5

(101)

Handeling: Het behandelen van een beroep – welke is ingesteld door een betrokkene – tegen een beschikking van een aangewezen overheidsorgaan inzake het verlenen, wijzigen of intrekken van een vergunning voor het bereiden, vervaardigen, behandelen, bewerken, verwerken, verpakken, bewaren of vervoeren van waren behorend tot een bij AMvBaangewezen categorie.

Periode: 1988–

Grondslag: Warenwet, art. 5 lid 5, 14b lid 5 (Stb. 1988, 358)

Waardering: V, 5 jaar na uitspraak

(102)

Handeling: Het registreren van de te gebruiken aanduidingen en vermeldingen en de samenstelling van producten van bijzondere voeding welke niet behoort tot een in de bijlagen van het Besluit producten voor bijzondere voeding (Stcrt. 1992, 222) genoemde categorieën.

Periode: 1992–

Grondslag: Besluit producten voor bijzondere voeding, art. 2 lid 2, art. 4 lid 2–3 (Stcrt. 1992, 222)

Waardering: B 5

Ontheffingen

(103)

Handeling: Het verlenen (eventueel ook wijzigen of intrekken) van een ontheffing aan een bedrijf ten aanzien van verplichtingen of verboden welke zijn gesteld op grond van de Warenwet.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 16 lid 2 (1935, 793)

Product:

– Beschikking ontheffing met het oog op het pellen van garnalen en huisarbeid (Stcrt. 1979, 43)

– Beschikking houdende ontheffing aan Vroom & Dreesman inzake marktrestaurant (Stcrt. 1993, 199)

– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 145)

– Beschikking houdende ontheffing warenwetbesluit doorstraalde waren (Stcrt. 1994, 173)

– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 215)

– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 217)

Opmerking: Bij AMvBkan deze handeling worden overgedragen aan een daarbij aangewezen instelling (art. 22, lid 4, WW).

Waardering: V, 5 jaar na wijziging en intrekking van ontheffing

(106)

Handeling: Het behandelen van een beroep inzake de weigering, wijziging of intrekking van een ontheffing door een bij AMvBaangewezen overheidsorgaan.

Periode: 1988–

Grondslag: Warenwet, art. 16 lid 6 (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)

Waardering: V, 10 jaar na uitspraak

Typekeuringen

(110)

Handeling: Het behandelen van een beroep tegen een beschikking van een aangewezen overheidsorgaan inzake de weigering van goedkeuring van waren – niet zijnde eet- en drinkwaren – behorend tot een bij AMvB aangewezen categorie.

Periode: 1975–

Grondslag: Warenwet, 14h lid 5 (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij art. 7 lid 5 Stb. 1994, 573)

Waardering: V, 10 jaar na uitspraak

Onderzoeksverplichtingen bedrijven/bedrijfscontrolesystemen waren

(114)

Handeling: Het registreren van onderzoek verricht door de houders/vervaardigers van waren behorend tot een bij AMvB aangewezen categorie.

Periode: 1988–

Grondslag: Warenwet, art. 11 lid 1 (Stb. 1988, 573, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)

Opmerking: Deze handeling kan eventueel worden verricht door een ander bij AMvB aangewezen overheidsorgaan.

Waardering: B 5

Certificering voedingswaren in- en uitvoer

(116)

Handeling: Het registreren van certificaten – afkomstig van administratieve instanties uit landen waar cholera heerst – inzake de veiligheid van etenswaren die voor de export naar de Europese Unie is bedoeld.

Periode: 1991–

Grondslag: Verordening (EEG nr.3185/91) Bijlage V.

Opmerking: CERPER uit Peru geeft onder andere deze certificaten af.

Waardering: V,1 jaar na afloop certificaat

Gecontroleerde benaming van oorsprong

(117)

Handeling: Het behandelen van registratieaanvragen inzake de bescherming van de oorsprongsbenamingen en de geografische aanduidingen van voor menselijke voeding bestemde landbouwproducten.

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit inzake wijn, art. 1 bis (Stb. 1929, 137); Verordening inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen, art. 5 (nr.2081/92 (EEG))

Product:

– Beschikking nr. 9430 (Stcrt. 1958, 126);

– Beschikking nr. 16 464 (Stcrt. 1954, 231);

– Beschikking nr. 190 801 (Stcrt. 1966, 248);

– Beschikking oorsprong van wijnen en cognac uit Frankrijk (Stcrt. 1972, 56)

Opmerking: De behandeling van deze aanvragen wordt meestal uitgevoerd door het Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA) en het Productschap Wijn. Deze organisaties bewaren de aanvragen. De behandeling geschiedt echter onder de verantwoordelijkheid van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert. Deze minister zorgt dan ook voor de publicatie van de beschikkingen in de Staatscourant.

Waardering: B 5

Specificiteitcertificering landbouwproducten en levensmiddelen

(120)

Handeling: Het behandelen van klachten inzake onregelmatigheden met betrekking tot specificiteitcertificaten.

Periode: 1992–

Grondslag: EEG-Verordening inzake de specificiteitcertificering voor landbouwproducten en levensmiddelen, art. 10 en 11 (nr. 2082/92)

Opmerking: De klacht wordt onderzocht en stelt de betrokken lidstaat op de hoogte van zijn bevindingen. Mochten de betrokken lidstaten niet tot overeenstemming kunnen komen, dan wordt de klacht gericht aan de Europese Commissie.

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

Vleeskeuringswet

Financiering gemeentelijke keuringsdiensten

(121)

Handeling: Het aanwijzen van gemeenten die moeten samenwerken bij het opzetten van een keuringsdienst voor vlees.

Periode: 1945–1984

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 23 onder a lid 1–3 (Stb. 1919, 524)

Waardering: V, 5 jaar na afloop aanwijzing

(122)

Handeling: Het vaststellen van een tarief/keurloon voor de keuring van vlees.

Periode: 1957–

Grondslag: Besluit vaststelling van de vergoeding voor de kosten der keuring in het algemeen, art. 3 (Stcrt. 1957, 34); Vleeskeuringswet, art. 26a lid 1 (Stb. 1984, 109); Besluit invoer van vleesproducten uit derde landen, art. 10 lid 4 (Stb. 1991, 557); Besluit betreffende productie van en de handel in vers vlees, art. 13a (Stb. 1994, 12)

Product:

– Beschikking van 9 augustus 1957, nr. 11942 (Stcrt. 1957, 166)

– Beschikking van 11 september 1957, nr. 12769 (Stcrt. 1957, 179)

– Beschikking van 24 september 1957, (Stcrt. 1957, 186)

– Besluit rijksinvoerkeurloon voor vlees en vleesproducten uit andere landen dan de lidstaten van de EG (Stcrt. 1968, 50)

– Regeling tarieven keuring vee en vleesproducten (Stcrt. 1993, 99)

Waardering: V, 5 jaar na een hernieuwde vaststelling

(123)

Handeling: Het beheren van de heffingen – afkomstig van de gemeenten/(Rijks)keurmeesters – inzake de keuring van vlees en verlenen van een bijdrage aan gemeenten ter verlichting van de kosten voor het operationeel houden van een keuringsdienst voor vlees.

Periode: 1945–

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 24 onder b, art. 26b lid 1 (Stb. 1919, 524); esluit tot uitvoering van artikel 24 van de Vleeskeuringswet, art. 2 (Stb. 1921, 637); Besluit vergoeding kosten vleeskeuringdiensten, art. 2, art. 3, art. 7, art. 8 (Stb. 1979, 629).

Waardering: V, 10 jaar

Educatie keurmeesters van vee en vlees

(124)

Handeling: Het vaststellen van het maximum aantal keurmeesters.

Periode: 1994–

Grondslag: Besluit betreffende de productie van en het in de handel brengen van vers vlees, art. 8 onder d sub 4 (Stb. 1994, 12)

Waardering: V, 2 jaar

(125)

Handeling: Het aanwijzen van slachtinrichtingen op het gebied van het slagersvakonderwijs.

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 13 onder b (Stb. 1920, 314)

Product: o.a. Beschikking (Stcrt. 1949, 64).

Waardering: V, 5 jaar na afloop aanwijzing

(126)

Handeling: Het opstellen van leerplannen, cursusschema’s e.d. voor de opleiding van (aankomende) keurmeesters van vee en vlees.

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 6 en 9 (Stb. 1920, 314

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit: het aanwijzen van examens die dienen te worden afgelegd door de keurmeesters.

Het Ministerie van Landbouw was de bevoegde autoriteit voor het inhoudelijk bepalen van de examens (opstellen ervan) en het uitgeven van diploma’s.

Waardering: V, 5 jaar

(127)

Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de leraren die de opleidingen verzorgen voor de (aankomende) keurmeesters van vee en vlees.

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 8 (Stb. 1920, 314)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt)

(128)

Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van de waarnemend voorzitter. secretaris en de leden van de examencommissie die examens afnemen van (aankomende) keurmeesters van vee en vlees.

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 17 (Stb. 1920, 314)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt)

(129)

Handeling: Het toelaten van personen tot de opleiding voor keurmeester van vee en vlees.

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 13 lid 1 onder a en b en lid 4, art. 19 lid 2 (Stb. 1920, 314)

Opmerking: Toelating vindt plaats door selectie op leeftijd, ervaring en door onderwerping aan een openbaar examen van de kennis van het Nederlands (lezen en schrijven), rekenen en kennis van het metrieke stelsel.

Waardering: V, 5 jaar na behalen diploma of na verlaten opleiding

Vergunningen inrichtingen

(132)

Handeling: Het verlenen van renteloze voorschotten aan een gemeente voor de oprichting van een centrale slachtplaats.

Periode: 1945–1972

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 24 onder a (Stb. 1919, 524); Besluit tot uitvoering van artikel 24 van de Vleeskeuringswet, art. 1 (Stb. 1921, 637)

Waardering: V, 5 jaar na teruggave voorschot

(133)

Handeling: Het afgeven, intrekken en eventueel schorsen van erkenningen en vergunningen voor inrichtingen zoals slachthuizen, uitsnijderijen en koel- en vrieshuizen.

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit algemene voorwaarden gesteld bij de invoer van vleeswaren (Stb. 1922, 395) art. 4 onder d; Vleeskeuringbesluit (Stb. 1957, 29) art. 9 lid 4, art. 54 lid 1 onder b; Besluit invoer van vlees uit het buitenland (Stb. 1965, 345), art. 6 lid 2; Regeling vlees uit andere lidstaten van de EG en uit derde landen, bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1993, 183), art. 2 onder a sub 1-3; Regeling kalverleb-magen afkomstig uit andere lidstaten van EG en uit derde landen bestemd voor de bereiding van stremsel (Stcrt. 1993, 81), art. 2; Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees (Stcrt. 1994, 12), art. 7 lid 1, art. 9 lid 1 en 3–4, art. 10; Regeling productie en handel vlees vrij wild (Stb. 1994, 563), art. 10 lid 1

Product:

– Regeling aanwijzing bedrijven voor de opslag en verwerking van vlees niet bestemd voor menselijk consumptie (Stcrt. 1993, 78)

– Regeling aanwijzing bedrijven voor opslag of het drogen van vlees niet bestemd voor menselijk consumptie (Stcrt. 1994, 160)

– Regeling aanwijzing van bedrijven voor het verwerken, het opslaan, het drogen of het sorteren van vlees voor menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 165)

– Regeling aanwijzing bedrijven voor opslag of verwerking van vlees niet bestemd voor menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 210)

– Regeling aanwijzing bedrijven voor opslag of verwerking van vlees niet bestemd voor menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 252)

Opmerking: Zie voor vergunningen inzake ritueel slachten, bedwelming en sterilisatie van vlees de hier opvolgende sub-paragrafen. Deel van deze handeling maakt onder andere uit:

– het afgeven/opschorten/intrekken van erkenningen van inrichtingen die voldoen aan het eisen die zijn gesteld in het Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees;

– het aanwijzen van bedrijven waar de verwerking of opslag plaatsvindt van vlees niet bestemd voor consumptie en afkomstig uit landen van buiten de Europese Unie;

– het aanwijzen van bedrijven waar de verwerking van vlees plaats vindt tot voeder voor gezelschapsdieren, een farmaceutisch product of een technisch product;

– het erkennen van inrichtingen als vrij wildinrichtingen.

Waardering: V, 5 jaar na afloop erkenning/vergunning

Toelating (instellingen) ritueel slachten

(135)

Handeling: Het aanwijzen van slachthuizen waar ritueel geslacht mag worden.

Periode: 1957–

Grondslag: Vleeskeuringbesluit, art. 12 lid 1 (Stb.1957, 29)

Product:

– Beschikking (Stcrt. 1948, 224)

– Regeling inzake de aanwijzing van slachthuizen waar volgens de Israëlische ritus geslacht mag worden (Stcrt.1957, 252)

– Besluit aanwijzing slachthuizen waar volgens Islamitische ritus mag worden geslacht (Stcrt. 1988,149)

– Besluit aanwijzing slachthuizen waar volgens Islamitische ritus mag worden geslacht (Stcrt.1992, 97)

Waardering: V, 5 jaar na afloop aanwijzing

(136)

Handeling: Het goedkeuren van methoden/toestellen die runderen immobiliseren voor de slacht volgens Israëlitische of Islamitische ritus.

Periode: 1945–

Grondslag: K.B. tot uitvoering van de artikelen 18 en 25, art. 10 onder a (Stb.1920, 285); Vleeskeuringbesluit, art. 11 onder a, (Stb. 1957, 29, zoals gewijzigd bij Stb.1977, 28)

Opmerking: De handeling wordt feitelijk verricht door een keuringsdierenarts.

De opperrabbijn kan op grond van het Vleeskeuringbesluit geraadpleegd worden. Het intrekken van de goedkeuring maakt deel uit van deze handeling.

Vanaf 1977 zijn bovengenoemde grondslagen ook op de islamitische slachtrituelen van toepassing.

Waardering: V, 5 jaar na afloop goedkeuring

(138)

Handeling: Het vaststellen van het maximum aantal slachtdieren waarvan bloed in één vat van niet-corroderend materiaal mag worden opgevangen.

Periode: 1958–

Grondslag: Vleeskeuringbesluit, art. 12 lid 3, art. 17 lid 1 (Stb. 1957, 29)

Waardering: V, 5 jaar na afloop vaststelling

Toelating (instellingen) bedwelming

(141)

Handeling: Het verlenen van vergunningen inzake het mogen toepassen van bedwelming.

Periode: 1954–

Grondslag: K.B. tot uitvoering van artikel 18 en 25 van de Vleeskeuringswet, art. 8 (Stb.1919, 285, zoals gewijzigd bij Stb. 1954, 424); Vleeskeuringbesluit (Stb. 1957, 29)

Waardering: V, 5 jaar na afloop vergunning

Vergunning sterilisatie vlees

(142)

Handeling: Het verlenen van vergunningen inzake het gebruik van andere stoffen dan zout, water en kruiden voor en tijdens de sterilisatie van vlees.

Periode: 1957–

Grondslag: Vleeskeuringbesluit, art. 53 lid 2 (Stb. 1957, 29)

Waardering: V, 5 jaar na afloop vergunning

(144)

Handeling: Het aanwijzen van gemeenten waarheen vlees voor sterilisatie mag worden vervoerd en mag worden gesteriliseerd.

Periode: 1957–1984

Grondslag: Vleeskeuringbesluit, art. 53 lid 6, art. 54 lid 2 (Stb. 1957, 29)

Waardering: V, 5 jaar na intrekken aanwijzing

Ontheffingen inzake (afvoer) water

(147)

Handeling: Het verlenen van een ontheffing van de verplichting dat bedrijfsruimten moeten zijn aangesloten op een drinkwaterleiding.

Periode: 1960–

Grondslag: Eisenbesluit, art. 11 lid 1 (Stb. 1960, 71)

Waardering: V, 3 jaar na afloop ontheffing

Herkenningstekens en merken slachtdieren en vlees

(148)

Handeling: Het voorschrijven aan bepaalde gemeenten of slachterijen dat metalen merken moeten worden aangebracht.

Periode: 1957–1977

Grondslag: Vleeskeuringbesluit, art. 34 lid 3 (Stb. 1957, 29)

Waardering: V, 5 jaar na afloop voorschrift

(149)

Handeling: Het verlenen of intrekken van ontheffingen inzake voorschriften met betrekking tot het gebruik van onderscheidings- en herkenningstekens voor bepaalde categorieën van ter slachting aangeboden slachtdieren

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit tot uitvoering van artikel 18 en 25 van de Vleeskeuringswet, art. 42 (Stb. 1920, 285); Vleeskeuringbesluit, art. 17a lid 3, art. 36 (Stb. 1957, 29)

Product: Regeling (Stcrt. 1993, 87)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit: het geven van toestemming om stempelwerk te laten vervangen door een overeenkomstig brandmerk op daar voor in aanmerking komende organen (Vleeskeuringbesluit, art. 38, lid 4 (Stb. 1957, 29)).

Waardering: V, 5 jaar na afloop/intrekking ontheffing]

Keuringen

(154)

Handeling: Het goedkeuren van methoden die kunnen garanderen dat karkassen van niet-gecastreerde varkens met een uitgesproken seksuele geur kunnen worden opgespoord.

Periode: 1994–

Grondslag: Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees, art. 5 lid 2 (Stb. 1994, 12)

Waardering: V, 5 jaar na stopzetting gebruik methode

(155)

Handeling: Het verlenen of intrekken van ontheffingen/toestemmingen aan gemeenten inzake het uitvoeren van nadere keuringen met betrekking tot vlees.

Periode: 1945–1988

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 8 lid 2–4 (Stb. 1919, 524)

Opmerkingen: Deel van deze handeling maakt uit: het verlenen van toestemming aan een groep gemeenten tot het voorschrijven van nadere keuringen inzake vlees en vleeswaren binnen deze groep (Vleeskeuringswet, art. 8, lid 2 (Stb. 1919, 524))

Waardering: V, 5 jaar na intrekken ontheffing/toestemming

Invoer vlees

(161)

Handeling: Het bepalen dat degene die vlees invoert, verplicht is tot of af kan zien van handelingen die direct of indirect betrekking hebben op de keuring van dat vlees.

Periode: 1945–

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 27 lid 3, art. 30 lid 2 (Stb. 1919, 524); Besluit invoer vleeswaren, art. 2 (Stb. 1922, 395);

Product: o.a.:

– Ministeriële beschikking (Stcrt.1929, 143)

– Ministeriële beschikking (Stcrt. 1930, 2)

– Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap (Stb.1985, 174).

Opmerkingen: Deel van deze handeling maakt uit:

– het verlenen van ontheffing van de verplichting om met een vergunning, afgegeven door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, gesmolten vet in te voeren uit door de minister aangewezen landen (Besluit invoer vleeswaren, art. 2 (Stb. 1922, 395));

– het al dan niet toestaan van de invoer van vlees en vleeswaren welke zich bevindt op een middel van transport en uitsluitend bestemd is voor persoonlijk gebruik van hen, die op of in het middel van transport verblijven (Vleeskeuringswet, art. 27, lid 3, art. 30, lid 2 (Stb. 1919, 524); Besluit invoer van vlees, en vleeswaren, vleesproducten en vleesbereidingen, art. 3, lid 2 (Stb. 1965, 345));

– het bepalen dat een materiële controle niet hoeft plaats te vinden (Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap, art. 6 (Stb.1985, 174));

– het bepalen dat een controle op varkens waarin skeletspieren aanwezig zijn in het land van herkomst op de aanwezigheid van trichinen wordt onderzocht (Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap, art. 16, lid 1 (Stb. 1985, 174));

– het toestaan dat varkens waarin skeletspieren aanwezig zijn op een door de minister te bepalen wijze wordt ingevroren (Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap, art. 16, lid 2 (Stb. 1985, 174));

– het geven van toestemming voor het gebruik van vlees voor een andere dan voor menselijk consumptie (Besluit invoer van vlees uit het buitenland, art. 6a, onder a (Stb. 1965, 345); Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap, art. 7, onder a (Stb. 1985, 174)).

Waardering: V, 1 jaar na afloop van de handelingen met betrekking tot de keuring van importvlees.

V, 1 jaar: overige neerslag

(165)

Handeling: Het – na machtiging van de Europese Commissie – verbieden van de import van vlees in Nederland vanuit een slachtinrichting gelegen in een andere staat van de Europese Unie.

Periode: 1965–

Grondslag: Besluit invoer van vlees uit het buitenland, 13 lid 3 (Stb.1965, 345)

Opmerking: Indien een inrichting niet voldoet aan de bepalingen van de door de Europese Commissie (EC) afgegeven erkenning kan deze worden ingetrokken. Voordat deze procedure is doorlopen kan de minister met een machtiging van de EC de import van vlees tegenhouden. De minister kan de EC notificeren over het niet naleven van de bepalingen door een inrichting die is erkend door de EC; zie voor deze handeling het RIO Internationale Volksgezondheidsaangelegenheden.

Waardering: V, 1 jaar naar afloop machtiging

Destructiebesluit 1942

Toelating destructoren

(167)

Handeling: Het toelaten van destructoren voor de destructie van vee, vlees of vleeswaren.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 2 lid 2, art. 4, art. 6 lid 1–2, art. 7, art. 8 (Stcrt. 1942, 48)

Product: Vaststelling werkgebied en toelating van Destructoren (Stcrt. 1951, 85).

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– de schadeloosstelling die bij de intrekking van een toelating wordt uitbetaald;

– het vaststellen/wijzigen van de gebiedsindeling.

Na toelating mogen de destructoren contracten met gemeenten sluiten. Dit contract kan worden ontbonden als gevolg van een wijziging van de gebiedsindeling. Een gemeente kan namelijk dan in een gebied komen te liggen van een andere destructor.

Waardering: V, 5 jaar na afloop contract tussen destructor en gemeente

(168)

Handeling: Het goedkeuren van de contracten die destructoren met de gemeenten hebben gesloten.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 9 lid 2 (Stcrt. 1942, 48)

Waardering: V, 5 jaar na afloop goedkeuring

Ontheffingen

(169)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen van de verplichting om vee, vlees of vleeswaren te laten behandelen door een destructor.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 2 lid 3 (Stcrt. 1942, 48)

Waardering: V, 5 jaar na afloop ontheffing

Destructiewet

Vergunningen verwerkers

(170)

Handeling: Het vaststellen van een tarief ter vergoeding van het verlenen van een vergunning aan een verwerkingsbedrijf.

Periode: 1994–

Grondslag: Destructiewet, art. 5 lid 4 (Stb. 1994, 784)

Waardering: V, 3 jaar

(171)

Handeling: Het – in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat – al dan niet verlenen en intrekken van vergunningen voor het inwerking hebben en uitbreiden van een verwerkingsbedrijf voor destructiemateriaal.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 5 lid 1–4, art. 6, art. 8 lid 1 (Stb. 1957, 84); Destructiewet, art. 5a 1–2, art. 7, art. 13 lid 1 onder b (Stb. 1979, 443); Destructiebesluit 1996, art. 13 lid 3 (Stb. 1996, 126)

Product: o.a. Besluit van 29 juli 1972, houdende de beslissing waarbij een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Destructiewet is geweigerd (Stb. 1972, 435).

Opmerking: Deel uit van deze handeling maakt uit:

– het verlenen van een vergunning voor de opslag en voorbewerking van risicomateriaal;

– het voor vervallen verklaren van een vergunning.

Waardering: V, 5 jaar na intrekken vergunning

(173)

Handeling: Het, eventueel tijdens bijzondere omstandigheden, vaststellen en (tijdelijk) wijzigen van een gebied waarin door een (buitenlandse) verwerker bepaalde (categorieën van) hoog-risico materialen mogen worden verwerkt.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 10 lid 1–7 (Stb. 1957, 84); Destructiebesluit, art. 2–7 (Stb. 1958, 710); Destructiebesluit 1996, art. 31–34 (Stb.1996, 126)

Product: Regeling vaststelling werkgebied destructoren (Stcrt. 1958, 38)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het vaststellen van de schadeloosstelling voor een ondernemer die bij een wijziging van het gebied schade heeft geleden;

– het tijdelijk de werkzaamheden geheel of gedeeltelijk laten verrichten door een andere ondernemer.

Waardering: V, 5 jaar na afloop vaststelling

(174)

Handeling: Het goedkeuren van de tariefstelling en wijzigingen daarvan inzake het ophalen van hoog-risico materiaal.

Periode: 1994–

Grondslag: Destructiewet, art. 21 lid 1 (Stb. 1994, 84)

Product: – Regeling goedkeuring vastgestelde tarieven ophalen landbouwhuisdieren (Stcrt. 1996, 24)

Waardering: V, 3 jaar na afloop van de geldigheid van de regeling.

(175)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met betrokken gemeenten – treffen van een voorziening voor een verzamelplaats inzake het bijeenbrengen van destructiemateriaal.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 21 lid 1 (Stb. 1957, 84); Regeling eisen eigenaar of houder van hoog- en laag risicomateriaal, art. 3 lid 1 (Stcrt. 1995, 77)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het geven van een bijdrage voor het opzetten van een voorziening voor een verzamelplaats inzake het bijeenbrengen van destructiemateriaal (periode: 1957–1994);

– het – naar aanleiding van een geschil tussen destructor en houder of eigenaar van destructiemateriaal – aanwijzen van een plaats van deponering van destructiemateriaal (periode: 1995–).

Waardering: V, 10 jaar

Ontheffingen

(176)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen aan verboden of verplichtingen gesteld in de Destructiewet.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 3 lid 1, art. 13 lid 1–3 (Stb. 1957, 84); Destructiewet, art. 4a lid 2 (Stb. 1994, 784)

Product: o.a. Regeling ontheffing ex artikel 13, eerste lid, Destructiewet

Opmerking: Deel van deze handeling maakt onder andere uit:

– het verlenen van ontheffingen aan verplichtingen gesteld in de gemeentelijke verordeningen aan de gemeenten en de eigenaren of houders van laag- en hoog-risico materiaal;

– het verlenen van ontheffingen – aan de houder, eigenaar of bedrijf dat voeder voor edelpelsdieren bereidt – aan verplichting om laag-risico materiaal volgens bij deze wet bepaalde te verwerken tot ingrediënten van diervoeder;

– het aanwijzen van inrichtingen – welke wetenschappelijk onderzoek verrichten op hoog-risico materiaal – die de verplichtingen, gesteld aan de eigenaars of houders van hoog-risico materiaal, niet hoeven toe te passen.

Waardering: V, 5 jaar na afloop ontheffing

Keuring en controle (verwerkt) destructiemateriaal

(178)

Handeling: Het vaststellen van een tarief voor de vergoeding van de kosten inzake keuringen of controles van (verwerkt) destructiemateriaal.

Periode: 1994–

Grondslag: Destructiewet, art. 4c (Stb. 1994, 784)

Waardering: V, 3 jaar

Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen

Machtiging voortzetten vervoer levensmiddelen

(180)

Handeling: Het verlenen van een machtiging aan de transporteur inzake het in het verkeer brengen van levensmiddelen welke niet voldoen aan de voorschriften zoals die staan in Bijlage II en III van de ATP-overeenkomst (Trb. 1972, 112)..

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 12 (Stb. 1978, 430)

Waardering: V, 1 jaar na afloop machtiging

Kernenergiewet

Ontheffingen

(185)

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de Minister van SZW en VROM inzake het verlenen, wijzigen of intrekken van ontheffingen inzake ioniserende straling uitzendende toestellen en radioactieve stoffen.

Periode: 1969–

Grondslag: Kernenergiewet, art. 75 lid 1 en 2 (Stb. 1969, 82); Besluit uitvoering radioactieve stoffen Kernenergiewet, art. 28–32, 43 (Stb. 1969, 404); Besluit toestellen Kernenergiewet (Stb. 1969, 406); Besluit stralingsbescherming Kernenergiewet, art. 6 lid 3, art. 76 lid 3, art. 77 (Stb. 1986, 465)

Waardering: V, 5 jaar na afloop/wijziging/intrekking ontheffing

Handhaving, handelingen m.b.t. de Keuringsdienst van Waren

Algemeen

(196)

Handeling: Het financieren van diensten die belast zijn met de controle en opsporing inzake wet- en regelgeving betreffende de product- en voedselveiligheid.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 13 lid 1 (Stb. 1935, 793); Financieel besluit, art. 2, 12-13, 15, 17 (Stb. 1936, 793)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het vaststellen van de omvang van de rijksbijdragen aan een keuringsdienst dit n.a.v. de hoeveelheid recht een centrumgemeente heeft binnengehaald (Stb. 1951, 8);

– het instemmen met de aankoop van een pand door de keuringsdienst;

– het verlenen van ontheffing van een voorschrift inzake de toezending van de begroting naar de gemeenteraad (Stb. 1935, 793, art. 2, onder 10);

– het terugvorderen van verleende bijdragen (Stb. 1935, 793, art. 17).

Waardering: V, 10 jaar

(199)

Handeling: Het registeren van verslagen – opgesteld door de Inspectie van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid – omtrent de bevindingen van de handelingen verricht door de Keuringsdiensten van Waren.

Periode: 1945–1986

Waardering: V, 5 jaar

(201)

Handeling: Het behandelen van een beroep, ingesteld door de inspecteur van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid tegen Gedeputeerde Staten, inzake het goedkeuren van een begroting van een Keuringsdienst van Waren.

Periode: 1945–1986

Grondslag: Financieel besluit, art. 2 lid 10 (Stb. 1935, 793)

Waardering: V, 5 jaar na uitspraak

Toezicht

(204)

Handeling: Het op kosten van de houder – producent of handelaar – uitvoeren van door de minister gelaste maatregelen inzake beoordeelde eet- en drinkwaren, alsmede roerende zaken, welke zijn bestemd voor particuliere huishoudens.

Periode: 1988–

Grondslag: Warenwet, art. 21, lid 1 en 2 (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)

Waardering: V, 10 jaar na afloop uitvoering maatregel

Actoren die onder de Minister van Volksgezondheid ressorteren

Actor: de adviescommissie inzake het vraagstuk van het aanwenden van Röntgenstralen, enz.

(232)

Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het vraagstuk van de bevoegdheid tot het aanwenden van Röntgenstralen en het gebruik van radio-actieve stoffen.

Periode: 1952–

Grondslag: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1952, 164)

Waardering: B 5

Actor: de adviescommissie Vleeskeuringswet

(27)

Handeling: Het adviseren van de ministers die het aangaat inzake het opstellen van wet- en regelgeving met betrekking tot de keuring van vlees.

Periode: 1979–1996

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 30b lid 1–2 (Stb. 1977, 661)

Product: adviesrapport

Waardering: B 1

(94)

Handeling: Het adviseren van de ministers die het aangaat inzake de uitvoering van de Vlees keuringwet.

Periode: 1979–1996

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 30b lid 1–2 (Stb. 1977, 661)

Waardering: V, 5 jaar

Actor: de adviescommissie Warenwet

(19)

Handeling: Het adviseren van de betrokken ministers inzake beleidsstandpunten betreffende voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–1996

bron: ‘Gezien het advies, 75 jaar adviescommissie Warenwet’, Rijswijk 1995

Product: adviesrapport

Waardering: B 1

(29)

Handeling: Het adviseren van de betrokken ministers bij het voorbereiden van wet- en regelgeving inzake waren.

Periode: 1945–1996

Grondslag: Warenwet, art. 24 lid 4 (Stb. 1988, 360)

Product: adviesrapport

Waardering: B 1

(92)

Handeling: Het adviseren van de betrokken ministers inzake de uitvoering van de Warenwet.

Periode: 1945–1996

Grondslag: Warenwet, art. 24 lid 2 (Stb. 1988, 360)

Product: adviesrapport

Waardering: B 1

Actor: de Commissie van Advies (Destructiebesluit)

(23)

Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het opstellen van wet- en regelgeving met betrekking tot het onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke afkomst.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 11 (Stcrt. 1942, 48)

Product: adviesrapport

Waardering: B 1

(96)

Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke afkomst.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 11 (Stcrt. 1942, 48)

Product: adviesrapport

Waardering: V, 5 jaar

Actor: de voorlopige Commissie Veiligheid Nieuwe Voedingsmiddelen

(18)

Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het opstellen van beleidsstandpunten betreffende de veiligheid- en voedingsaspecten van nieuwe voedingsmiddelen.

Periode: 1993–

Grondslag: Regeling nieuwe voedingsmiddelen, art. 6 (Stcrt. 1993, 139)

Product: adviesrapport

Waardering: B 1

(97)

Handeling: Het adviseren van de betrokken ministers inzake de veiligheidsaspecten betreffende nieuwe voedingsmiddelen.

periode:1993–

Grondslag: Regeling nieuwe voedingsmiddelen, art. 6 (Stcrt. 1993, 139)

Waardering: V, 5 jaar

Actor: de Destructieraad

(23)

Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het opstellen van wet- en regelgeving met betrekking tot het onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke afkomst.

Periode: 1957–1996

Grondslag: Destructiewet, art. 23 lid 5 (Stb. 1957, 84, zoals gewijzigd bij Stb.1995, 355, art. 21)

Waardering: B 1

(96)

Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert omtrent vraagstukken verband houdende met het door verwerking onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke afkomst.

Periode: 1957–1996

Grondslag: Destructiewet, art. 23 lid 5 (Stb. 1957, 84, zoals gewijzigd bij Stb.1995, 355, art. 21)

Waardering: B 1

Actor: de Studiecommissie electrische en gasbedwelming slachtdieren

(228)

Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert over de meest gewenste methode waarop de verschillende soorten slachtdieren vóór de slachting bedwelmd dienen te worden.

Periode: 1975–

Grondslag: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1975, 47)

Waardering: B 5

Actor: de Voedingsraad

(95)

Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Landbouw inzake onderwerpen die de voeding en voedselvoorziening raken.

Periode: 1954–1996

Grondslag: Wet op de voedingsraad, art. 1 lid 2, 3 en 4 (Stb. 1952, 350)

Waardering: B 1

Actor: de Minister van Defensie

(33)

Handeling: Het – ten tijde van bijzondere omstandigheden – aanwijzen van gebieden waar de Warenwet niet van toepassing is met betrekking tot het militair gebruik van waren.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, artt. 2, 2a en 3 (Stb. 1935, 793), zoals gewijzigd bij (Stb. 1994, 573)

Opmerking: In het geval van oorlog of oorlogsgevaar kon tot 1996 de Minister van Defensie gebieden aanwijzen alwaar de Warenwet niet van toepassing is op de voor de militairen bestemde waren. In 1996 is een nieuwe – Regeling opgenomen in de Warenwet. Op grond van deze regeling kan – tijdens bijzondere omstandigheden – de Minister-president bij KB de Minister van Defensie de mogelijkheid geven gebruik te maken van de bevoegdheid inzake het aanwijzen van gebieden waar de Warenwet niet van toepassing is op voor militair gebruik bestemde waren.

Waardering: B 6

Actor: de Minister van Economische Zaken

(1)

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Product: o.a. het leveren van een bijdrage aan de Volksgezondheidsnota 1966

Nota voedingsbeleid 1980

Waardering: B 1

(8)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake de instelling en inrichting van overlegorganen welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 1 (Stb. 1919, 851); Wet op de Voedingsraad, art. 3 (Stb. 1952, 350); Vleeskeuringswet, art. 30b lid 3 en 5 (Stb. 1919, 524); Destructiewet, art. 23, lid 6 (Stb. 1957, 84)

Product: o.a.:

– Besluit aanwijzing voordrachtstellende organisaties Voedingsraad (Stb. 1953, 333, zoals gewijzigd bij Stb. 1964, 238, Stb. 1974, 821, Stb. 1980, 281, Stb. 1985, 222 en Stb. 1990, 289)

– Besluit op de Destructieraad (Stb. 1957, 197)

– Besluit Adviescommissie Vleeskeuringswet (Stb. 1979, 750)

– Besluit Adviescommissie Warenwet (Stb. 1992, 494)

– Besluit op de Destructieraad (Stb. 1995, 285)

Waardering: B 4

(11)

Handeling: Het – eventueel tezamen met andere ministers – aanwijzen, voordragen, schorsen of ontslaan van de (adviserende) leden van overlegorganen welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Grondslag: Wet op de Voedingsraad, art. 2 lid 2 (Stb. 1952, 350); Vleeskeuringswet, art. 30b lid 4 (Stb. 1919, 524); Destructiewet, art. 23 lid 2 (Stb. 1957, 84); Warenwet, art. 17 lid 1 (Stb. 1965, 368)

Waardering: V, 75 jaar na geboorte

(13)

Handeling: Het goedkeuren van het reglement/de werkzaamheden van commissies, raden etc. welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jaar na beëindiging werking reglement etc.

(30)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Warenwet.

Periode: 1945–

Product: Warenwet (Stb. 1919, 581/Stb. 1935, 793).

Waardering: B 1

(31)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met ministers die het mede aangaat – voor bereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s op basis van de Warenwet.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 1, artt. 4–7, artt. 11–17, art. 19, art. 22, art. 24, art. 30, art. 31, art. 33 (Stb. 1935, 793)

Product: o.a.

– Besluit van 5 januari 1921 tot uitvoering van artikel 6, 3de lid en artikel 23, 3de lid der Warenwet (Stb. 1921, 5)

– Besluit waren in zin van de wet (Stb. 1921, 638)

– Besluit papier (Stb. 1922, 109)

– Besluit suiker en stroop (Stb. 1924, 96)

– Besluit behangsel (Stb. 1924, 213)

– Besluit specerijen (Stb. 1924, 251)

– Besluit deegwaren (Stb. 1924, 313)

– Besluit vleesextracten (Stb. 1924, 428)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1925, 34)

– Besluit margarine (Stb. 1925, 417)

– Besluit vet (Stb. 1925, 421)

– Besluit brood (Stb. 1925, 478)

– Besluit azijn (Stb. 1926, 214)

– Besluit bier (Stb. 1926, 280)

– Besluit oliën en vetten (Stb. 1926, 339)

– Besluit kaas (Stb. 1927, 396)

– Besluit wijn (Stb. 1929, 137)

– Besluit kapok (Stb. 1930, 22)

– Besluit kapok en beddengoed (Stb. 1930, 65)

– Besluit ansjovis (Stb. 1930, 220)

– Besluit vaste melkproducten (Stb. 1932, 57)

– Besluit margarinekaas (Stb. 1932, 327)

– Besluit maanzaadbesluit (Stb. 1933, 514)

– Besluit houdende vaststelling van voorwaarden voor de erkenning van provinciale keuringsdiensten van waren (Stb. 1936, 881)

– Besluit jam en limonade (Stb. 1937, 854)

– Besluit vlees- en vleeswaren(Stb. 1938, 865)

– Besluit houdende vaststelling van een regeling betreffende de verbindende kracht van enige bezettingsregelingen tot uitvoering van de Warenwet (Stb. 1945, 326)

– Besluit aroma, jus en soep (Stb. 1947, 635)

– Besluit peulvruchten (Stb. 1948, I 399)

– Algemeen Besluit (Stb. 1949, J. 306)

– Besluit Warenwetrecht (Stb. 1951, 8)

– Besluit meelbesluit (Stb. 1953, 232)

– Besluit likeurbesluit (Stb. 1953, 466)

– Besluit consumptie-ijs (Stb. 1954, 257)

– Besluit melk (Stb. 1955, 155)

– Besluit vulsel (Stb. 1957, 339)

– Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1958, 317)

– Besluit kleurstoffen (Stb. 1958, 407)

– Besluit honing (Stb. 1959, 218)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1959, 381)

– Besluit smeltkaas (Stb. 1959, 438)

– Besluit kaas (Stb. 1959, 439)

– Besluit honingmerken (Stb. 1959, 509);

– Besluit margarine (Stb. 1961, 398)

– Besluit kleurstoffen (Stb. 1964, 582)

– Besluit honing (Stb. 1965, 431)

– Besluit vaste melkproducten (Stb. 1965, 437)

– Besluit houdende aanwijzing van opsporingsambtenaren op grond van de Warenwet (Stb. 1967, 690)

– Besluit conserveermiddelen (Stb. 1967, 691)

– Besluit peulvruchten (Stb. 1968, 227)

– Besluit cosmetica (Stb. 1968, 615)

– Besluit zout (Stb. 1968, 421)

– Besluit specerijen (Stb. 1969, 214);

– Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1969, 514)

– Besluit mayonaise en slasaus (Stb. 1971, 78)

– Besluit mosterd (Stb. 1971, 256)

– Besluit gebruik aminozuren preparaat voor de broodbereiding (Stb. 1971, 411)

– Besluit glasartikelen (Stb. 1972, 688)

– Besluit anti-oxydanten (Stb. 1973, 142)

– Besluit textielartikelen (Stb. 1974, 512)

– Besluit melk (Stb. 1974, 669)

– Besluit helmen (Stb. 1975, 517)

– Besluit zetmeel (Stb. 1975, 660)

– Besluit houdende vaststelling van voorwaarden voor de erkenning van provinciale Keuringsdiensten van Waren (Stb. 1976, 3)

– Besluit speelgoed (Stb. 1976, 101)

– Besluit emulgatoren (Stb. 1976, 153)

– Besluit helmen (Stcrt. 1976, 366)

– Besluit jus (Stb. 1976, 664)

– Besluit vleesextract-, aroma en bouillon (Stb. 1976, 665)

– Besluit soep (Stb. 1976, 666)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1977, 41)

– Besluit puddingpoeder (Stb. 1977, 140)

– Besluit suiker en stroop (Stb. 1977, 141)

– Besluit aërosolen (Stb. 1978, 116)

– Besluit consumptie-ijs 1978 (Stb. 1978, 238)

– Besluit honing (Stb. 1978, 655)

– Besluit frisdranken en siropen (Stb. 1979, 100)

– Besluit jam en- geconserveerde vruchten (Stb. 1979, 102)

– Besluit inzake verpakking voor koolzuurhoudende niet-alcoholische verpakkingen (Stb.1979, 112)

– Besluit geconserveerde aardappelen (Stb. 1979. 176)

– Besluit geconserveerde groenten (Stb. 1979, 219)

– Besluit verpakking- en gebruiksartikelen (Stb. 1979, 558)

– Besluit kokswaren (Stb. 1979, 563)

– Besluit hoeveelheidaanduidingen (Stb. 1980, 223)

– Besluit cosmetica (Stb. 1980, 256);

– Besluit aanduidingen voor bijzondere voeding (Stb. 1980, 658)

– Besluit aanduidingen sigaretten en shag (Stb. 1981, 329)

– Besluit vlees en vleeswaren (Stb. 1981, 506)

– Besluit algemene aanduidingen (Stb. 1981, 621)

– Besluit siervoorwerpen (Stb. 1981, 684)

– Besluit kwark (Stb. 1982, 219)

– Besluit kaas (Stb. 1982, 227)

– Besluit vuurwerk (Stb. 1982, 488)

– Besluit reddings- en zwemvesten (Stb. 1982, 469)

– Besluit jam- en geconserveerde vruchten (Stb. 1982, 693)

– Besluit hulpstoffen smeltkaas (Stb. 1983, 106)

– Besluit vulsel (Stb. 1983, 556)

– Besluit kinderveilige verpakkingen huishoudchemicaliën (Stb. 1984, 688)

– Besluit garnalen (Stb. 1985, 85)

– Besluit natuurlijk mineraal- en bronwater (Stb. 1985, 422)

– Besluit speelgoed (Stb. 1985, 751)

– Besluit meel (Stb. 1985, 757)

– Besluit brood (Stb. 1985, 758)

– Besluit draagbaar klimmateriaal (Stb. 1986, 86)

– Besluit spaanplaat (Stb. 1986, 517)

– Besluit toelating van citroensap in margarine en halvarine (Stb. 1986, 555)

– Besluit vlees en vleeswaren (Stb. 1987, 243)

– Besluit aanduidingen voedingswaarden (Stb. 1988, 162)

– Besluit eiwitproducten (Stb. 1988, 339)

– Besluit tot toelating van johannesbroodpitmeel en xanthaangom aan halvarine (Stb. 1988, 398)

– Besluit imitatieproducten (Stb.1989, 253)

– Besluit zoetstoffen (Stb. 1989, 548)

– Besluit kinderbedden en -boxen (Sb 1990. 106);

– Besluit speelgoed (Stb. 1991, 269);

– Besluit verduurzaamde vruchtenproducten (Stb. 1992, 12);

– Besluit etikettering van levensmiddelen (Stb. 1992, 14);

– Besluit aroma’s (Stb. 1992, 95)

– Besluit veilige verpakkingen van huishoudchemicaliën (Stb. 1992, 106)

– Besluit gastoestellen (Stb. 1992, 124)

– Besluit levensmiddelenadditieven (Stb. 1992, 204)

– Besluit doorstraalde waren (Stb. 1992, 205)

– Besluit producten voor bijzondere voeding (Stb. 992, 222)

– Besluit benzine (Stb. 1992, 339)

– Besluit machines (Stb. 1992, 379)

– Besluit elektrotechnische producten (Stb. 1992, 385)

– Besluit persoonlijke beschermingsmiddelen (Stb. 1992, 396)

– Besluit brandveiligheid nachtkleding (Stb. 1992, 600)

– Besluit warmtebehandelde melk (Stb. 1992, 639)

– Besluit eiproducten (Stb. 1992, 660)

– Besluit bereiding en behandeling van levensmiddelen (Stb. 1992, 678)

– Besluit uitvoer van waren (Stb. 1993, 314)

– Besluit thee (Stb. 1993, 470)

– Besluit koffie en cichorei (Stb. 1993, 471)

– Besluit voedingswaarde informatie levensmiddelen (Stb. 1993, 483)

– Besluit algemene productveiligheid (Stb. 1993, 499)

– Besluit invoer levensmiddelen uit derde landen (Stb. 1993, 698)

– Besluit producten visserij (Stb. 1994, 46)

– Besluit algemene chemische productveiligheid (Stb. 1994, 105)

– Besluit veilige verpakking van huishoudchemicaliën (Stb. 1994, 106)

– Besluit asbest (Stb. 1994, 674)

– Besluit zuivel (Stb. 1994, 813)

– Besluit gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (Stb. 1994, 872)

– Besluit etikettering schoeisel (Stb. 1995, 324)

– Besluit motor- en bromfietshelmen (Stb. 1995, 424)

– Besluit cosmetische producten (Stb. 1995, 519)

– Besluit deponering informatie preparaten (Stb. 1996, 38)

– Besluit puddingpoeders (Stb. 1996, 48)

– Besluit soep, vleesextract en bouillon (Stb. 1996, 118)

– Besluit houdende regels inzake de veiligheid van verpakkingen onder druk (Stb. 1996, 251)

– Besluit toevoeging microvoedingsstoffen aan levensmiddelen (Stb. 1996, 311)

Waardering: B 1

(34)

Handeling: Het – wanneer een spoedige voorziening gewenst is – vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen met de strekking van een AMvB.

Periode: 1964–

Grondslag: Kleurstoffenbesluit, 2 lid 1 (Stb. 1964, 582); Conserveermiddelenbesluit, art. 2 lid 1 (Stb. 1967, 691); Warenwet, art. 14m, 15 lid 1–2 (Stb.1988, 358)

Opmerking: Een spoedeisende voorziening is noodzakelijk bij direct gevaar voor de volksgezondheid. Bijvoorbeeld het verbieden van schadelijk verdikkingsmiddel in jellycups.

De regeling geldt ten hoogste voor een jaar. Een verlenging van maximaal nog een jaar is echter mogelijk. Bijvoorbeeld:

– het verbieden van het gebruik van conserveermiddelen bij de bereiding, vervaardiging of samenstelling van eet- en drinkwaren (Conserveermiddelenbesluit, art. 2 lid 1 (Stb. 1967, 691));

– het verbieden van een of meer kleurstoffen welke zijn genoemd in Bijlage I van het Kleurstoffenbesluit (Kleurstoffenbesluit, 2 lid 1 (Stb. 1964, 582))

Waardering: V, 5 jaar na vervallen regeling

(35)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van (ministeriële) regelingen inzake het bereiden, behandelen, verpakken of bewaren van eet- en drinkwaren.

Periode: 1992–

Grondslag: Warenwet, art. 15 lid 1 (Stb. 1935, 793); Warenwet, art. 14L (Stb. 1988, 358), Warenwet, art. 14, art. 15 lid 1–2 (Stb. 1994, 537); Zie ook AMvB’s Warenwet bijlage I

Product:

– Beschikking aanduidingen bijzonder vet (Stcrt. 1925, 233)

– Regeling ontheffing algemeen Besluit (Stcrt. 1949, 392)

– Besluit tot uitvoering van artikel 8, onder b, van het Broodbesluit (Stb. 1971, 411)

– Beschikking verlening toestemming tot toevoeging van vitamine C (ascorbinezuur) aan karnemelk (Stcrt. 1974, 151)

– Uitvoeringsbeschikking melkstandaardisatie 1975 (Stcrt. 1975, 97)

– Beschikking volledige zuigelingenvoeding (Stcrt. 1976, 189)

– Besluit verpakking voor koolzuurhoudende niet-alcoholische dranken (Stcrt. 1979, 112)

– Beschikking geur- en smaakstoffen (Stcrt. 1980, 31)

– Regeling verpakking koolzuurhoudende niet-alcoholische dranken (Stcrt. 1980, 127)

– Regeling geur- en smaakstoffen (Stcrt. 1982, 31)

– Besluit datumaanduiding conserven (Stcrt. 1982, 151)

– Besluit vaststelling maximaal toelaatbaar gehalte nitraat in bladgroenten (Stcrt. 1982, 177)

– Regeling toestemming voor gebruik aspartaam in voorverpakte eetwaren in tabletvorm (Stcrt. 1984, 178)

– Regeling toestemming vanilleyoghurt met suiker (Stcrt. 1984, 202)

– Regeling normen PCB’s (Stcrt. 1984, 239)

– Regeling normen zware metalen (Stcrt. 1985, 58)

– Regeling toestemming gezoet cider (Stcrt. 1985, 214)

– Regeling normen radioactiviteit van cesium in eet- en drinkwaren (Stcrt. 1986, 110)

– Regeling microbiologische normen garnalen (Stcrt. 1986, 124)

– Regeling soja producten bij de broodbereiding (Stcrt. 1986, 183)

– Regeling toelating emulgatoren voor de broodbereiding (Stcrt. 1986, 183)

– Regeling inrichtingseisen bedrijfsruimten voor de broodbereiding (Stcrt. 1986, 185)

– Regeling nadere eisen draagbaar klimmaterieel (Stcrt. 1986, 231)

– Besluit houdende toelating van citroensap in margarine en halvarine (Stcrt. 1986, 555)

– Regeling gelijkstelling normen kinderveilige verpakkingen (Stcrt. 1987, 1)

– Besluit zuigelingenvoeding (Stcrt. 1987, 136);

– Regeling toelating enzymen in meel en brood (Stcrt. 1987, 232)

– Regeling overgangsregime natriumarme waren (Stcrt. 1988, 162)

– Regeling inzake tolerante alcoholgehalte vermelding (Stcrt. 1988, 235)

– Regeling toestemming producten voor gewichtsvermindering (Stcrt. 1988, 250)

– Regeling melkbereiding (Stcrt. 1988, 254)

– Regeling sojaproducten bij de broodbereiding (Stb. 1988. 455)

– Regeling nabehandeling garnalen (Stcrt. 1989, 21)

– Regeling dioxine in melk (Stcrt. 1989, 135)

– Regeling overgangsregime natriumarme waren (Stcrt. 1989, 210)

– Besluit zuiverheideisen zoetstoffen (Stcrt. 1989, 251)

– Besluit gebruik van zoetstoffen (Stcrt. 1989, 251)

– Regeling aanvullende voedingswaardebeweringen (Stcrt. 1990, 201)

– Regeling diepgevroren levensmiddelen (Stcrt. 1991, 2)

– Regeling toestemming yoghurt met suiker (Stcrt. 1991, 88)

– Regeling stoffen in aroma’s (Stcrt. 1992, 51);

– Regeling gebruik levensmiddelenadditieven in verduurzaamde vruchtenproducten (Stcrt.1992, 52)

– Regeling sojaeiwitproducten (Stcrt. 1992, 94)

– Regeling tarweeiwitproducten (Stcrt. 1992, 94)

– Regeling stuksaanduiding bakkerswaren (Stcrt. 1992, 154)

– Regeling aanwijzen normen persoonlijke beschermingsmiddelen (Stcrt. 1992, 190)

– Regeling schimmeleiwitproducten – Regeling (Stcrt. 1993, 3)

– Regeling levensmiddelen hygiëne (Stcrt. 1993, 35)

– Regeling normen radioactiviteit van cesium in eet- en drinkwaren (Stcrt. 1993, 40)

– Regeling nitraatgehalte groenten (Stcrt. 1993, 40)

– Regeling normen zware metalen (Stcrt. 1993, 40)

– Regeling normen PCB’s (Stcrt. 1981, 107/Stcrt. 1993, 40)

– Regeling dioxine in melk (Stcrt. 1989, 135/Stcrt. 1993, 40)

– Regeling houdende vloeibare paraffine en glutaminezuur in levensmiddelen (Stcrt.1993, 40)

– Regeling extractiemiddelen (Stcrt. 1993, 72)

– Regeling houdende levensmiddelenadditieven in zoetstoffen (Stcrt. 1993, 95)

– Bekendmaking aanvraag erkenning inzake melk en producten op basis van melk (Stcrt. 1993, 114)

– Regeling diepgevroren levensmiddelen (Stcrt. 1993, 130)

– Regeling zuigelingenvoeding (Stcrt. 1993, 183)

– Regeling nieuwe voedingsmiddelen (Stcrt. 1993, 139)

– Regeling eieren (Stcrt. 1994, 184)

– Regeling zuivelbereiding (Stcrt. 1994, 243)

– Regeling gedehydrateerde dieren (Stcrt. 1994, 243)

– Regeling melkeiwitten (caseïne en caseïnaten) (Stcrt. 1994, 243)

– Regeling hygiëne van levensmiddelen (Stcrt. 1994, 245)

– Regeling levensmiddelenadditieven in zuivel (Stcrt. 1994, 246)

– Regeling visserijproducten en tweekleppige weekdieren (Stb. 1995, 29)

– Regeling AZO-kleurstoffen (Stb. 1996, 143)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van nadere regels met betrekking tot de bedrijfsruimten waar eet- en drinkwaren worden bereid, behandeld, verpakt of bewaard;

– het stellen van nadere regels inzake levensmiddelenhygiëne:

– het stellen van regels inzake de aanduiding m.b.t. eet- en drinkwaren;

– het stellen van nadere regels met betrekking tot de hoeveelheid schadelijke stoffen die eet- en drinkwaren mogen bevatten;

– het toelaten van (hulp)stoffen in eet- en drinkwaren;

– het aanwijzen van normen.

Waardering: B 1

(36)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – stellen van (ministeriële) regelingen regels inzake de in- en uitvoer van eetwaren.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 14 lid 5, art. 15 lid 2, art. 16 lid 1, onder a en b (Stb. 1935, 793); zie Warenwet-AMvB’s bijlage I

Product:

– Regeling voor uitvoer bestemde waren en andere artikelen (Stcrt. 1965, 163)

– Beschikking kantoor invoer van toebereid dierlijk vet (Stcrt. 1970, 223)

– Regeling invoermodaliteiten Garnalenbesluit 1984 (Stcrt. 1984, 53)

– Regeling vaststelling invoercertificaat Garnalenbesluit (Stcrt. 1987, 213)

– Regeling importverbod bepaalde eetwaren uit Peru (Stcrt. 1991, 65)

– Regeling uitvoervrijstelling (Stcrt. 1965, 163/Stcrt. 1992, 180)

– Beschikking houdende bepalingen ter uitvoering van de Verordening (EEG) nr. 3185/91 van de Raad houdende maatregelen inzake de invoer van groenten en fruit uit bepaalde door cholera getroffen regio’s (92/300/EEG)(Stcrt. 1993, 250)

– Regeling houdende warenwetregeling invoer van bepaalde eetwaren uit door cholera getroffen landen (Stcrt. 1993, 250)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van (nadere) regels inzake de invoer in Nederland van eetwaren uit landen die getroffen zijn door cholera;

– het aanwijzen van eerste kantoren inzake invoer van waren;

– het om veiligheidsredenen verbieden of voorwaardelijk toelaten van de invoer van etenswaren (Bijvoorbeeld het invoerverbod van de Jakobsschelp uit Japan nadat in de dieren regelmatig paralyserende toxine was gevonden).

Waardering: B 1

(37)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van (ministeriële) regelingen inzake de samenstelling van en de aanduiding op producten die geen levensmiddelen zijn.

Periode: 1988–

Grondslag: Zie bijlage I inzake Warenwet-AMvB’s

Product:

– Besluit kinderspeelgoed (Stcrt. 1973, 238)

– Beschikking ter uitvoering Textielartikelbesluit (Stcrt. 1974, 244) – Beschikking reprisepercentages en vertalingen van aanduidingen van textielartikelen (Stcrt. 1974, 244)

– Beschikking uitvoering artikel 5 Aërosolenbesluit (Stcrt. 1978, 88)

– Beschikking uitvoering artikel Aërosolenbesluit (Stcrt.1978, 116 )

– Regeling verpakkingen- en gebruiksartikelen (Stcrt. 1980, 18)

– Beschikking stoffenbesluit cosmetica (Stcrt. 1980, 143)

– Beschikking houdende het stoffenbesluit cosmetica (Stcrt. 1980, 143)

– Beschikking vaststelling symbool van het verpakkingsbesluit (Stcrt. 1981, 82)

– Regeling vaststelling eisen reddings- en zwemvesten (Stb. 1982, 147)

– Besluit etikettering asbestbevattende artikelen (Stb. 1984, 145)

– Regeling kaliumbromaat voor beschuitbereiding (Stcrt. 1986, 11)

– Regeling contactlensvloeistoffen en oogwassingen (Stcrt. 1986, 114)

– Regeling nadere eisen draagbaar klimmaterieel (Stcrt. 1986, 161)

– Regeling gelijkstelling normen kinderveilige verpakking (Stcrt. 1988, 1)

– Regeling toestemming producten voor gewichtsbeheersing (Stcrt. 1988, 250)

– Regeling nominale hoeveelheden voorverpakte breigaren (Stcrt. 1989, 199)

– Regeling imitatieproducten (Stcrt. 1989, 253)

– Regeling aanwijzing normen voor de aanduiding van speelgoed (Stcrt. 1991, 106)

– Regeling inzake verklaringen van overeenstemming voor speelgoed (Stcrt. 1991, 106)

– Regeling vervangingscomponenten benzine (Stcrt. 1992, 128)

– Regeling aanwijzing normen elektronische producten (Stcrt. 1992, 164)

– Regeling inzake nadere regels ten aanzien van machines (Stcrt. 1993, 127)

– Regeling houdende nadere regels ten aanzien van persoonlijke beschermingsmiddelen (Stcrt. 1993, 186)

– Regeling persoonlijke beschermingsmiddelen (Stcrt. 1994, 13)

– Regeling pentachloorfenol (Stcrt. 1994, 25)

– Regeling algemene chemische productveiligheid (Stcrt. 1994, 39)

– Regeling houdende warenwetregeling ontvlambaarheid aërosolen (Stcrt. 1994, 166)

– Regeling motor- en bromfietshelmen (Stcrt. 1994, 230)

– Regeling CE markering speelgoed (Stcrt. 1994, 237)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het gelijkstellen van normen of voorschriften met de (Nederlandse) normen inzake producten;

– het aanwijzen van normen;

– het vaststellen van nadere regels inzake indeling van radioactieve nucliden volgens hun radiotoxiteit (Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1963, 2233), art. 2, lid 2, art. 7, lid 3/1963–1969);

– het vaststellen van het biologische affect van de verschillende soorten straling (Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1963, 233), art. 1, lid 2/1963–969).

Waardering: B 1

(38)

Handeling: Het verlenen, wijzigen of intrekken van vrijstellingen van regels, geldende ingevolge de toepassing van de Warenwet.

Periode: 1965–

Grondslag: Warenwet, 14 lid 4 (Stb. 1965, 793), Warenwet, art.14n lid 1 (Stb. 1988, 358), Warenwet, art. 16 lid 1 (Stb. 1994, 573)

Product:

– Beschikking vrijstelling van bepalingen Jam- en limonadebesluit (Stcrt. 1979, 112)

– Regeling vrijstelling aanduidingen op gemengd suikerwerk (Stcrt. 1983, 125)

– Besluit vrijstelling Aanduidingenbesluit waren voor bijzondere voeding – suikerwerk en kauwgum (Stcrt. 1983, 135)

– Besluit vrijstelling aspartaam (Stcrt. 1983, 177)

– Regeling vrijstelling datumaanduiding van enkele dieetwaren (Stcrt. 1984, 229)

– Regeling vrijstelling portieverpakkingen dikvloeibare melkproducten (Stcrt. 1986, 234)

– Beschikking vrijstelling textielartikelen (Stcrt. 1974, 512)

– Regeling vrijstelling Algemeenbesluit (Stcrt. 1983, 177)

– Regeling vrijstelling aanduidingen vlees- en vleeswarenbesluit (Stb. 1987, 35)

– Regeling vrijstelling benaming verduurzaamde vruchten (Stcrt. 1987, 73)

– Regeling vrijstelling zuigelingenvoeding (Stcrt. 1987, 136)

– Regeling vrijstelling gebruik vitamine D2 in margarine en halvarine (Stcrt. 1988, 120)

– Regeling vrijstelling gebruik D3 in margarine en halvarine (Stcrt. 1988, 120)

– Regeling vrijstelling garnalenbesluit (Stcrt. 1988, 120)

– Regeling vrijstelling komijnzaad (Stcrt. 1989, 118)

– Regeling vrijstelling wei-eiwitconcentraat in melkproducten (Stcrt. 1989, 166)

– Regeling vrijstelling vlees- en vleeswarenbesluit (Stcrt. 1989, 192)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in tafelzuren (Stcrt. 1989, 214)

– Regeling vrijstelling sulfiet in schaaldieren (Stcrt. 1990, 186)

– Regeling vrijstelling margarinebesluit (Stcrt. 1990, 186)

– Regeling vrijstelling voedingswaarde aanduidingenbesluit (Stcrt. 1991, 190)

– Regeling vrijstelling paraffine in suikerwerk (Stcrt. 1990, 194)

– Regeling vrijstelling aanvullende voedingswaardebeweringen (Stcrt. 1990, 201);

– Regeling vrijstelling polyolen (Stcrt. 1990, 205)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in tafelzuren (Stcrt. 1990, 212)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in brood (Stcrt. 1990, 212)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in vla- en puddingpoeder (Stcrt. 1991, 104)

– Regeling vrijstelling conserveermiddelen in vruchtlimonades (Stcrt. 1991, 166)

– Regeling vrijstelling mosterdbesluit (Stcrt. 1991, 186)

– Regeling vrijstelling glucono-delta-lacton injectie vleeswaren (Stcrt. 1992, 63)

– Regeling vrijstelling inwerkingtredingbesluit verduurzaamde vruchtenproducten (Stcrt. 1992, 102)

– Regeling vrijstelling wasmiddelenbesluit 1976 (Stcrt. 1992, 131)

– Regeling vrijstelling zuiverheidzeisen emulgatoren (Stcrt. 1992, 139)

– Regeling vrijstelling wijnbesluit (Stcrt. 1992, 214)

– Regeling vrijstelling mayonaise- en Slasausbesluit (Stcrt. 1993, 21)

– Regeling vrijstelling doorstralen van verpakkingen en gebruiksartikelen (Stcrt. 1993, 94)

– Regeling vrijstelling anti klontermiddelen in poedersuiker (Stcrt. 1994, 9)

– Regeling vrijstelling vitaminepreparaten (Stcrt. 1994, 61)

– Regeling vrijstelling verduurzaamde vruchtenproducten (Stcrt. 1994, 127)

Opmerking: Bijvoorbeeld vrijstelling regels geldende ingevolge de toepassing van de artikelen 4 tot en met 15 van de Warenwet. De vrijstelling die hierboven wordt genoemd, geldt in principe voor alle houders van een bepaald product. Een ontheffing is een beschikking die slechts geldig is voor degene die de ontheffing verkrijgt.

Waardering: B 1

(40)

Handeling: Het aanwijzen van (overheids-) instanties die voor de betrokken ministers Warenwetbeschikkingen afgeven (w.o. vergunningen, ontheffingen, certificaten etc.) en het stellen van (nadere) regels inzake de werkzaamheden van deze instanties.

Grondslag: Warenwet, art. 14b lid 2, 14 lid 3 en 5, art. 14i lid 4, art. 14n lid 2–3 (Stb. 1988, 358), zoals gewijzigd: art. 3, art.7, lid 3 en 5, art. 11 lid 4, art. 14n lid 2–3, art. 16 lid 2–3, art 17 lid 4 (Stb. 1994, 573); EEG-Verordening inzake de specificiteitcertificering voor landbouwproducten en levensmiddelen, art. 7 lid 4 (nr. 2082/92); zie ook Warenwet-AMvB’s bijlage I

Periode: 1945–

Product:

o.a. Warenwetregeling aanwijzing normalisatie- en keuringsinstituten producten (Stcrt. 1992, 164)

– Beschikking houdende aanwijzing TNO-certificatie voor verkeershelmen (Stcrt. 1993, 77)

– Beschikking houdende aanwijzing TNO-certificatie reddings- en zwemvesten (Stcrt. 1993, 121)

– Beschikking houdende aanwijzing keuringsinstantie (Stcrt. 1994, 137)

– Beschikking aanwijzing instantie onderzoek veiligheid kinderspeelgoed (Stcrt. 1994, 203)

Opmerking: Het stellen van (nadere) regels m.b.t. de manier waarop aangewezen instanties hun werkzaamheden verrichten kan een activiteit vormen, onder de andere handelingen in het hoofdstuk Wet- en regelgeving Warenwet in het RIO. Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van regels inzake de wijze van betaling van gelden ter bestrijding van de kosten van de keuring van waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, die bij aanwending schadelijk kunnen zijn voor veiligheid of gezondheid;

– het stellen van (nadere) regels aan overheidsinstanties die de door de minister overgedragen bevoegdheid uitoefenen inzake het verlenen van ontheffingen van regels gesteld in de Warenwet. (Warenwet (Stb. 1994, 573), art. 16, lid 2);

– het stellen van regels inzake de betaling voor het verlenen van ontheffingen van regels gesteld in de Warenwet;

– het aanwijzen van normalisatie en keuringsinstellingen inzake keuringen van waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, die bij aanwending schadelijk kunnen zijn voor veiligheid of gezondheid;

– het aanwijzen van instanties die EG-type-onderzoeksverklaringen voor beschermingsmiddelen afgeven zoals bedoeld in artikel 10 van de Richtlijn 89/686/EEG (Besluit beschermingsmiddelen) (Stb. 1992, 376), art. 5, lid 2, sub 3);

– het aanwijzen van een instantie die de registratieaanvraag voor een specificiteitcertificaat behandelt;

– het aanwijzen van een instantie die een bewijs van oorsprong afgeeft inzake wijn;

– het aanwijzen van instanties die certificaten afgeven inzake voor de uitvoer bestemde garnalen die voldoen aan bepalingen zoals die staan in de Recommended Code of Practice for Shrimps and Prawns (Recommended Code of Practice for Shrimps and Prawns is uitgegeven door de FAO/WHO en bevat onder andere regels ter identificatie van garnalen);

– het aanwijzen van instanties die bedrijfscontrolesystemen erkennen;

– het aanwijzen van instanties die technische constructiedossiers registreren en die EG-type- onderzoeksverklaringen afgeven zoals bedoeld in Bijlage VI van de Richtlijn 89/368/EEG.

Waardering: B 4

(41)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen inzake methoden van onderzoek met betrekking tot waren.

Periode: 1992–

Grondslag: Zie bijlage I inzake Warenwet-AMvB’s

Product:

– Regeling onderzoeksmethoden textielartikelen (Stcrt. 1974, 244)

– Beschikking onderzoeksmethoden aërosolen (Stcrt. 1978, 88)

– Regeling onderzoeksmethoden meel (Stcrt. 1986, 65)

– Regeling onderzoeksmethoden draagbaar klimmaterieel (Stcrt. 1986, 161)

– Regeling onderzoeksmethoden brood (Stcrt. 1986, 161)

– Regeling onderzoeksmethoden speelgoed (Stcrt. 1986, 225)

– Regeling onderzoeksmethoden melkeiwitten (Stcrt. 1988, 174)

– Regeling onderzoeksmethoden nicotine- en teergehalte in sigaretten (Stcrt. 1989, 56)

– Regeling onderzoeksmethoden kinderwaren (Stcrt. 1991, 106)

– Regeling onderzoeks- en meetmethoden benzine (Stcrt. 1992, 128)

– Regeling onderzoeksmethoden brandveiligheid nachtkleding (Stcrt. 1993, 62)

– Regeling onderzoeksmethode voedingsvezelgehalte (Stcrt. 1993, 189)

– Regeling onderzoeksmethoden kinderwaren (Stcrt. 1995, 119)

Waardering: B 1

(48)

Handeling: Het goedkeuren van door bedrijfsorganisaties opgestelde verordeningen en daarop gebaseerde besluiten en andere voorschriften voor zover deze betrekking hebben op waren.

Periode: 1965–

Grondslag: Warenwet, art. 22 lid 1 (Stb. 1965, 368, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)

Opmerking: De verordening behoeft de goedkeuring van de ministers die het mede aangaat (Warenwet, Stb. 1965, 368)

Waardering: V, 5 jaar na intrekken verordening

(103)

Handeling: Het verlenen (eventueel ook wijzigen of intrekken) van een ontheffing aan een bedrijf ten aanzien van verplichtingen of verboden welke zijn gesteld op grond van de Warenwet.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 16 lid 2 (1935, 793)

Product:

– Beschikking ontheffing met het oog op het pellen van garnalen en huisarbeid (Stcrt. 1979, 43)

– Beschikking houdende ontheffing aan Vroom & Dreesman inzake marktrestaurant (Stcrt. 1993, 199)

– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 145)

– Beschikking houdende ontheffing warenwetbesluit doorstraalde waren (Stcrt. 1994, 173)

– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 215)

– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 217)

Opmerking: Bij AMvBkan deze handeling worden overgedragen aan een daarbij aangewezen instelling (art. 22, lid 4, WW).

Waardering: V, 5 jaar na wijziging en intrekking van ontheffing

(120)

Handeling: Het behandelen van klachten inzake onregelmatigheden met betrekking tot specificiteitcertificaten.

Periode: 1992–

Grondslag: EEG-Verordening inzake de specificiteitcertificering voor landbouwproducten en levensmiddelen, art. 10 en 11 (nr. 2082/92)

Opmerking: De klacht wordt onderzocht en stelt de betrokken lidstaat op de hoogte van zijn bevindingen. Mochten de betrokken lidstaten niet tot overeenstemming kunnen komen, dan wordt de klacht gericht aan de Europese Commissie.

Waardering: V, 5 jaar na afhandeling

(122)

Handeling: Het vaststellen van een tarief/keurloon voor de keuring van vlees.

Periode: 1957–

Grondslag: Besluit vaststelling van de vergoeding voor de kosten der keuring in het algemeen, art. 3 (Stcrt. 1957, 34); Vleeskeuringswet, art. 26a lid 1 (Stb. 1984, 109); Besluit invoer van vleesproducten uit derde landen, art. 10 lid 4 (Stb. 1991, 557); Besluit betreffende productie van en de handel in vers vlees, art. 13a (Stb. 1994, 12)

Product:

– Beschikking van 9 augustus 1957, nr. 11942 (Stcrt. 1957, 166)

– Beschikking van 11 september 1957, nr. 12769 (Stcrt. 1957, 179)

– Beschikking van 24 september 1957, (Stcrt. 1957, 186)

– Besluit rijksinvoerkeurloon voor vlees en vleesproducten uit andere landen dan de lidstaten van de EG (Stcrt. 1968, 50)

– Regeling tarieven keuring vee en vleesproducten ( Stcrt. 1993, 99)

Waardering: V, 5 jaar na een hernieuwde vaststelling

(216)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Landbouw vaststellen van nadere eisen voor de aanduiding, samenstelling en zuiverheid van ingrediënten en van in brood toe te laten hoeveelheden

Periode: 1985–

Grondslag: Broodbesluit Warenwet 1985, artt. 4.2, 4.6 (Stb.1985, 758)

Waardering: B 5

(217)

Handeling: Het gezamenlijk met de Ministers van Landbouw en de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, besluiten tot het toelaten van hulpstoffen in brood

Periode: 1985–

Grondslag: Broodbesluit Warenwet 1985, art. 85, (Stb.1985, 758)

Waardering: B 5

(218)

Handeling: Het gezamenlijk met de Ministers van Landbouw en de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, vaststellen van symbolen voor verpakkingen van eet- of drinkwaren

Periode: 1980–

Grondslag: Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art. 3 lid 1a (Stb.1979, 558)

Waardering: B 5

(219)

Handeling: Het gezamenlijk met de Ministers van Landbouw en minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, stellen van eisen voor verpakkingen en gebruiksartikelen van eet- of drinkwaar

Periode: 1980–

Grondslag: Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art. 2.1a (Stb.1979, 558)

Opmerking: Het gaat om eisen met betrekking tot het te gebruiken materiaal en om het stellen van regels met betrekking tot de stoffen waarvan dat materiaal is gemaakt

Waardering: B 5

(221)

Handeling: Het met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Landbouw overeenstemmen inzake het stellen van nadere regels op het gebied van voeding

Periode: 1979–

Grondslag:

– Warenwetbesluit aroma’s, art. 13 lid 1 (Stb. 1992, 95)

– Warenwetbesluit bereiding en behandeling van levensmiddelen, art. 3 lid 3-4, art. 12 lid 3, artt. 13, 15 lid 5, art. 18 lid 2 (Stb.1992, 678)

– Warenwetbesluit eieren, art. 4 (Stb.1996, 476)

– Eiwitproductenbesluit Warenwet, artt. 3 lid 2 en 4 lid 2 (Stb.1988, 339)

– Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen, art. 31 (Stb.1992, 14)

– Besluit geconserveerde groenten, art. 5 (Stb. 1979, 219)

– Warenwetbesluit gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer), art. 4 (Stb. 1994, 872)

– Warenwetbesluit produkten voor bijzondere voeding, art. 12 lid 2 (geen EZ) (Stb. 1992, 222)

– Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit Warenwet, art. 5 lid 1 (Stb.1979, 558)

– Warenwetbesluit Visserijproducten, art. 3 lid 2, artt. 4, 5, 6 lid 2 (niet met EZ) (Stb. 1995, 46)

– Vlees- en vleeswarenbesluit Warenwet 1987, art. 10 lid 2 (niet EZ) (Stb.1987, 242)

– Warenwetbesluit zuivel, art. 3 lid 4, art. 12a lid 3 (Stb. 1994, 813)

Product:

– warenwetregeling eieren (Stcrt.1996, 243)

– Regeling inwerkingtreding Eiwitproductenbesluit Warenwet (Stcrt.1992, 94)

– Regeling sojaeiwitprodukten Warenwet (Stcrt.1992, 94)

– Regeling Tarwe-eiwitprodukten Warenwet (Stcrt.1992, 94)

– Schimmeleiwitproducten- Regeling Warenwet (Stcrt.1993, 2)

– warenwetregeling Gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer) (Stcrt.1994, 245)

– warenwetregeling visserijproducten en tweekleppige weekdieren (Stcrt.1995, 29)

Opmerking: De regels worden door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, opgesteld met betrekking tot het gebruik van aroma’s, de behandeling van levensmiddelen, verhandelen, verwerken, verpakken, bewaren en vervoeren van eieren (zonder EZ), kleur, geur etc deugdelijkheid van eiwitten

Waardering: B 5

(222)

Handeling: Het met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Landbouw overeenstemmen inzake vast te stellen methoden van onderzoek

Periode: 1979–

Grondslag:

– Broodbesluit Warenwet 1985, art. 24 (Stb.1985, 758)

– Warenwetbesluit doorstraalde waren, art. 11 lid 1 (Stb.1997, 20)

– Warenwetbesluit Frisdranken, art. 7 lid 2 (Stb.1995, 425)

– Meelbesluit Warenwet, art. 19 (Stb.1985, 757)

– Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art 5 lid 2 (Stb.1979, 558)

Product: Regeling Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet) Stcrt.1980, 18 + bijlagen

Opmerking: De methoden van onderzoek worden vastgesteld door de Minister van Volksgezondheid

Bij het Warenwetbesluit Frisdranken is EZ niet betrokken.

Waardering: B 5

(225)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Landbouw en de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake de vervanging van de aanduidingen ‘produkt met x%’ vlees’ met andere aanduidingen

Periode: 1987–

Grondslag: Vlees- en Vleeswarenbesluit (Warenwet) 1987, art. 7 lid 3 (Stb.1987, 242)

Waardering: B 5

Actor: de Minister van Financiën

(1)

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Product: o.a. het leveren van een bijdrage aan de Volksgezondheidsnota 1966: Nota voedingsbeleid 1980

Waardering: B 1

(36)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – stellen van (ministeriële) regelingen regels inzake de in- en uitvoer van eetwaren.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet (Stb. 1935, 793), art. 14 lid 5, art. 15 lid 2, art. 16 lid 1, onder a en b; zie Warenwet-AMvB’s bijlage I

Product:

– Regeling voor uitvoer bestemde waren en andere artikelen (Stcrt. 1965, 163)

– Beschikking kantoor invoer van toebereid dierlijk vet (Stcrt. 1970, 223)

– Regeling invoermodaliteiten Garnalenbesluit 1984 (Stcrt. 1984, 53)

– Regeling vaststelling invoercertificaat Garnalenbesluit (Stcrt. 1987, 213)

– Regeling importverbod bepaalde eetwaren uit Peru (Stcrt. 1991, 65)

– Regeling uitvoervrijstelling (Stcrt. 1965, 163/Stcrt. 1992, 180)

– Beschikking houdende bepalingen ter uitvoering van de Verordening (EEG) nr. 3185/91 van de Raad houdende maatregelen inzake de invoer van groenten en fruit uit bepaalde door cholera getroffen regio’s (92/300/EEG)(Stcrt. 1993, 250)

– Regeling houdende warenwetregeling invoer van bepaalde eetwaren uit door cholera getroffen landen (Stcrt. 1993, 250)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van (nadere) regels inzake de invoer in Nederland van eetwaren uit landen die getroffen zijn door cholera;

– het aanwijzen van eerste kantoren inzake invoer van waren;

– het om veiligheidsredenen verbieden of voorwaardelijk toelaten van de invoer van etenswaren (Bijvoorbeeld het invoerverbod van de Jakobsschelp uit Japan nadat in de dieren regelmatig paralyserende toxine was gevonden).

Waardering: B 1

(122)

Handeling: Het vaststellen van een tarief/keurloon voor de keuring van vlees.

Periode: 1957–

Grondslag: Besluit vaststelling van de vergoeding voor de kosten der keuring in het algemeen, art. 3 (Stcrt. 1957, 34); Vleeskeuringswet, art. 26a lid 1 (Stb. 1984, 109); Besluit invoer van vleesproducten uit derde landen, art. 10 lid 4 (Stb. 1991, 557); Besluit betreffende productie van en de handel in vers vlees, art. 13a (Stb. 1994, 12)

Product:

– Beschikking van 9 augustus 1957, nr. 11942 (Stcrt. 1957, 166)

– Beschikking van 11 september 1957, nr. 12769 (Stcrt. 1957, 179)

– Beschikking van 24 september 1957, (Stcrt. 1957, 186)

– Besluit rijksinvoerkeurloon voor vlees en vleesproducten uit andere landen dan de lidstaten van de EG (Stcrt. 1968, 50)

– Regeling tarieven keuring vee en vleesproducten ( Stcrt. 1993, 99)

Waardering: V, 5 jaar na een hernieuwde vaststelling

(132)

Handeling: Het verlenen van renteloze voorschotten aan een gemeente voor de oprichting van een centrale slachtplaats.

Periode: 1945–1972

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 24 onder a (Stb. 1919, 524); Besluit tot uitvoering van artikel 24 van de Vleeskeuringswet, art. 1 (Stb. 1921, 637)

Waardering: V, 5 jaar na teruggave voorschot

Actor: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Algemeen

(1)

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Product: o.a. het leveren van een bijdrage aan de Volksgezondheidsnota 1966; Nota voedingsbeleid 1980

Waardering: B 1

(8)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maat-regelen van bestuur inzake de instelling en inrichting van overlegorganen welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 1 (Stb.1919, 851); Wet op de Voedingsraad, art. 3 (Stb. 1952, 350); Vleeskeuringswet, art. 30b lid 3 en 5 (Stb. 1919, 524); Destructiewet, art. 23, lid 6 (Stb. 1957, 84)

Product: o.a.:

– Besluit aanwijzing voordrachtstellende organisaties Voedingsraad (Stb. 1953, 333, zoals gewijzigd bij Stb. 1964, 238, Stb. 1974, 821, Stb. 1980, 281, Stb. 1985, 222 en Stb. 1990, 289)

– Besluit op de Destructieraad (Stb. 1957, 197)

– Besluit Adviescommissie Vleeskeuringswet (Stb. 1979, 750)

– Besluit Adviescommissie Warenwet (Stb. 1992, 494)

– Besluit op de Destructieraad (Stb. 1995, 285)

Waardering: B 4

(9)

Handeling: Het – eventueel tezamen met andere ministers – instellen van ad hoc overlegorganen welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Product: Commissie bevoegdheden aanwenden van röntgenstralen en het gebruik van radioactieve stoffen (Stcrt. 1953, 110)

– Commissie organisatie vleeskeuring

– Commissie herstructurering openbare slachthuizen (Stcrt. 1975, 41)

– Commissie tarieven keuring vlees (secretariaat: Veterinaire Inspectie) (Stcrt. 1975, 41)

- Studiecommissie elektrische en gasbedwelming slachtdieren (secretariaat: Veterinaire Inspectie) (Stcrt. 1975, 47)

Waardering: B 4

(11)

Handeling: Het – eventueel tezamen met andere ministers – aanwijzen, voordragen, schorsen of ontslaan van de (adviserende) leden van overlegorganen welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Grondslag: Wet op de Voedingsraad, art. 2 lid 2 (Stb. 1952, 350); Vleeskeuringswet, art. 30b lid 4 (Stb. 1919, 524); Destructiewet, art. 23 lid 2 (Stb. 1957, 84); Warenwet 17 lid 1 (Stb. 1965, 368)

Waardering: V, 75 jaar na geboorte

(13)

Handeling: Het goedkeuren van het reglement/de werkzaamheden van commissies, raden etc. welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jaar na beëindiging werking reglement etc.

Warenwet

(30)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Warenwet.

Periode: 1945–

Product: Warenwet (Stb. 1919, 581/Stb. 1935, 793).

Waardering: B 1

(31)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met ministers die het mede aangaat – voor bereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s op basis van de Warenwet.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 1, artt. 4–7, artt. 11–17, art. 19, art. 22, art. 24, art. 30, art. 31, art. 33 (Stb. 1935, 793)

Product: o.a.

– Besluit van 5 januari 1921 tot uitvoering van artikel 6, 3de lid en artikel 23, 3de lid der Warenwet (Stb. 1921, 5)

– Besluit waren in zin van de wet (Stb. 1921, 638)

– Besluit papier (Stb. 1922, 109)

– Besluit suiker en stroop (Stb. 1924, 96)

– Besluit behangsel (Stb. 1924, 213)

– Besluit specerijen (Stb. 1924, 251)

– Besluit deegwaren (Stb. 1924, 313)

– Besluit vleesextracten (Stb. 1924, 428)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1925, 34)

– Besluit margarine (Stb. 1925, 417)

– Besluit vet (Stb. 1925, 421)

– Besluit brood (Stb. 1925, 478)

– Besluit azijn (Stb. 1926, 214)

– Besluit bier (Stb. 1926, 280)

– Besluit oliën en vetten (Stb. 1926, 339)

– Besluit kaas (Stb. 1927, 396)

– Besluit wijn (Stb. 1929, 137)

– Besluit kapok (Stb. 1930, 22)

– Besluit kapok en beddengoed (Stb. 1930, 65)

– Besluit ansjovis (Stb. 1930, 220)

– Besluit vaste melkproducten (Stb. 1932, 57)

– Besluit margarinekaas (Stb. 1932, 327)

– Besluit maanzaadbesluit (Stb. 1933, 514)

– Besluit houdende vaststelling van voorwaarden voor de erkenning van provinciale keuringsdiensten van waren (Stb. 1936, 881)

– Besluit jam en limonade (Stb. 1937, 854)

– Besluit vlees- en vleeswaren(Stb. 1938, 865)

– Besluit houdende vaststelling van een – Regeling betreffende de verbindende kracht van enige bezettingsregelingen tot uitvoering van de Warenwet (Stb. 1945, 326)

– Besluit aroma, jus en soep (Stb. 1947, 635)

– Besluit peulvruchten (Stb. 1948, I 399)

– Algemeen

– Besluit (Stb. 1949, J. 306)

– Besluit Warenwetrecht (Stb. 1951, 8)

– Besluit meelbesluit (Stb. 1953, 232)

– Besluit likeurbesluit (Stb. 1953, 466)

– Besluit consumptie-ijs (Stb. 1954, 257)

– Besluit melk (Stb. 1955, 155)

– Besluit vulsel (Stb. 1957, 339)

– Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1958, 317)

– Besluit kleurstoffen (Stb. 1958, 407)

– Besluit honing (Stb. 1959, 218)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1959, 381)

– Besluit smeltkaas (Stb. 1959, 438)

– Besluit kaas (Stb. 1959, 439)

– Besluit honingmerken (Stb. 1959, 509);

– Besluit margarine (Stb. 1961, 398)

– Besluit kleurstoffen (Stb. 1964, 582)

– Besluit honing (Stb. 1965, 431)

– Besluit vaste melkproducten (Stb. 1965, 437)

– Besluit houdende aanwijzing van opsporingsambtenaren op grond van de Warenwet (Stb. 1967, 690)

– Besluit conserveermiddelen (Stb. 1967, 691)

– Besluit peulvruchten (Stb. 1968, 227)

– Besluit cosmetica (Stb. 1968, 615)

– Besluit zout (Stb. 1968, 421)

– Besluit specerijen (Stb. 1969, 214);

– Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1969, 514)

– Besluit mayonaise en slasaus (Stb. 1971, 78)

– Besluit mosterd (Stb. 1971, 256)

– Besluit gebruik aminozuren preparaat voor de broodbereiding (Stb. 1971, 411)

– Besluit glasartikelen (Stb. 1972, 688)

– Besluit anti-oxydanten (Stb. 1973, 142)

– Besluit textielartikelen (Stb. 1974, 512)

– Besluit melk (Stb. 1974, 669)

– Besluit helmen (Stb. 1975, 517)

– Besluit zetmeel (Stb. 1975, 660)

– Besluit houdende vaststelling van voorwaarden voor de erkenning van provinciale Keuringsdiensten van Waren (Stb. 1976, 3)

– Besluit speelgoed (Stb. 1976, 101)

– Besluit emulgatoren (Stb. 1976, 153)

– Besluit helmen (Stcrt. 1976, 366)

– Besluit jus (Stb. 1976, 664)

– Besluit vleesextract-, aroma en bouillon (Stb. 1976, 665)

– Besluit soep (Stb. 1976, 666)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1977, 41)

– Besluit puddingpoeder (Stb. 1977, 140)

– Besluit suiker en stroop (Stb. 1977, 141)

– Besluit aërosolen (Stb. 1978, 116)

– Besluit consumptie-ijs 1978 (Stb. 1978, 238)

– Besluit honing (Stb. 1978, 655)

– Besluit frisdranken en siropen (Stb. 1979, 100)

– Besluit jam en- geconserveerde vruchten (Stb. 1979, 102)

– Besluit inzake verpakking voor koolzuurhoudende niet-alcoholische verpakkingen (Stb.1979, 112)

– Besluit geconserveerde aardappelen (Stb. 1979. 176)

– Besluit geconserveerde groenten (Stb. 1979, 219)

– Besluit verpakking- en gebruiksartikelen (Stb. 1979, 558)

– Besluit kokswaren (Stb. 1979, 563)

– Besluit hoeveelheidaanduidingen (Stb. 1980, 223)

– Besluit cosmetica (Stb. 1980, 256);

– Besluit aanduidingen voor bijzondere voeding (Stb. 1980, 658)

– Besluit aanduidingen sigaretten en shag (Stb. 1981, 329)

– Besluit vlees en vleeswaren (Stb. 1981, 506)

– Besluit algemene aanduidingen (Stb. 1981, 621)

– Besluit siervoorwerpen (Stb. 1981, 684)

– Besluit kwark (Stb. 1982, 219)

– Besluit kaas (Stb. 1982, 227)

– Besluit vuurwerk (Stb. 1982, 488)

– Besluit reddings- en zwemvesten (Stb. 1982, 469)

– Besluit jam- en geconserveerde vruchten (Stb. 1982, 693)

– Besluit hulpstoffen smeltkaas (Stb. 1983, 106)

– Besluit vulsel (Stb. 1983, 556)

– Besluit kinderveilige verpakkingen huishoudchemicaliën (Stb. 1984, 688)

– Besluit garnalen (Stb. 1985, 85)

– Besluit natuurlijk mineraal- en bronwater (Stb. 1985, 422)

– Besluit speelgoed (Stb. 1985, 751)

– Besluit meel (Stb. 1985, 757)

– Besluit brood (Stb. 1985, 758)

– Besluit draagbaar klimmateriaal (Stb. 1986, 86)

– Besluit spaanplaat (Stb. 1986, 517)

– Besluit toelating van citroensap in margarine en halvarine (Stb. 1986, 555)

– Besluit vlees en vleeswaren (Stb. 1987, 243)

– Besluit aanduidingen voedingswaarden (Stb. 1988, 162)

– Besluit eiwitproducten (Stb. 1988, 339)

– Besluit tot toelating van johannesbroodpitmeel en xanthaangom aan halvarine (Stb. 1988, 398)

– Besluit imitatieproducten (Stb.1989, 253)

– Besluit zoetstoffen (Stb. 1989, 548)

– Besluit kinderbedden en -boxen (Sb 1990. 106);

– Besluit speelgoed (Stb. 1991, 269);

– Besluit verduurzaamde vruchtenproducten (Stb. 1992, 12);

– Besluit etikettering van levensmiddelen (Stb. 1992, 14);

– Besluit aroma’s (Stb. 1992, 95)

– Besluit veilige verpakkingen van huishoudchemicaliën (Stb. 1992, 106)

– Besluit gastoestellen (Stb. 1992, 124)

– Besluit levensmiddelenadditieven (Stb. 1992, 204)

– Besluit doorstraalde waren (Stb. 1992, 205)

– Besluit producten voor bijzondere voeding (Stb. 992, 222)

– Besluit benzine (Stb. 1992, 339)

– Besluit machines (Stb. 1992, 379)

– Besluit elektrotechnische producten (Stb. 1992, 385)

– Besluit persoonlijke beschermingsmiddelen (Stb. 1992, 396)

– Besluit brandveiligheid nachtkleding (Stb. 1992, 600)

– Besluit warmtebehandelde melk (Stb. 1992, 639)

– Besluit eiproducten (Stb. 1992, 660)

– Besluit bereiding en behandeling van levensmiddelen (Stb. 1992, 678)

– Besluit uitvoer van waren (Stb. 1993, 314)

– Besluit thee (Stb. 1993, 470)

– Besluit koffie en cichorei (Stb. 1993, 471)

– Besluit voedingswaarde informatie levensmiddelen (Stb. 1993, 483)

– Besluit algemene productveiligheid (Stb. 1993, 499)

– Besluit invoer levensmiddelen uit derde landen (Stb. 1993, 698)

– Besluit producten visserij (Stb. 1994, 46)

– Besluit algemene chemische productveiligheid (Stb. 1994, 105)

– Besluit veilige verpakking van huishoudchemicaliën (Stb. 1994, 106)

– Besluit asbest (Stb. 1994, 674)

– Besluit zuivel (Stb. 1994, 813)

– Besluit gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (Stb. 1994, 872)

– Besluit etikettering schoeisel (Stb. 1995, 324)

– Besluit motor- en bromfietshelmen (Stb. 1995, 424)

– Besluit cosmetische producten (Stb. 1995, 519)

– Besluit deponering informatie preparaten (Stb. 1996, 38)

– Besluit puddingpoeders (Stb. 1996, 48)

– Besluit soep, vleesextract en bouillon (Stb. 1996, 118)

– Besluit houdende regels inzake de veiligheid van verpakkingen onder druk (Stb. 1996, 251)

– Besluit toevoeging microvoedingsstoffen aan levensmiddelen (Stb. 1996, 311)

Waardering: B 1

(34)

Handeling: Het – wanneer een spoedige voorziening gewenst is – vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen met de strekking van een AMvB.

Periode: 1964–

Grondslag: Kleurstoffenbesluit, 2 lid 1 (Stb. 1964, 582); Conserveermiddelenbesluit, art. 2 lid 1 (Stb. 1967, 691); Warenwet, art. 14m, art. 15 lid 1–2 (Stb.1988, 358)

Opmerking: Een spoedeisende voorziening is noodzakelijk bij direct gevaar voor de volksgezondheid. Bijvoorbeeld het verbieden van schadelijk verdikkingsmiddel in jellycups.

De regeling geldt ten hoogste voor een jaar. Een verlenging van maximaal nog een jaar is echter mogelijk. Bijvoorbeeld:

– het verbieden van het gebruik van conserveermiddelen bij de bereiding, vervaardiging of samenstelling van eet- en drinkwaren (Conserveermiddelen besluit, art. 2, lid 1 (Stb. 1967, 691));

– het verbieden van een of meer kleurstoffen welke zijn genoemd in Bijlage I van het Kleurstoffenbesluit (Kleurstoffenbesluit, art. 2, lid 1 (Stb. 1964, 582)).

Waardering: V, 5 jaar na vervallen regeling

(35)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van (ministeriële) regelingen inzake het bereiden, behandelen, verpakken of bewaren van eet- en drinkwaren.

Periode: 1992–

Grondslag: Warenwet, art. 15 lid 1 (Stb. 1935, 793); Warenwet, art. 14L (Stb. 1988, 358), Warenwet, art. 14, art. 15 lid 1–2 (Stb. 1994, 537); Zie ook AMvB’s Warenwet bijlage I

Product:

– Beschikking aanduidingen bijzonder vet (Stcrt. 1925, 233)

– Regeling ontheffing algemeen Besluit (Stcrt. 1949, 392)

– Besluit tot uitvoering van artikel 8, onder b, van het Broodbesluit (Stb. 1971, 411)

– Beschikking verlening toestemming tot toevoeging van vitamine C (ascorbinezuur) aan karnemelk (Stcrt. 1974, 151)

– Uitvoeringsbeschikking melkstandaardisatie (Stcrt. 1975, 97)

– Beschikking volledige zuigelingenvoeding (Stcrt. 1976, 189)

– Besluit verpakking voor koolzuurhoudende niet-alcoholische dranken (Stcrt. 1979, 112)

– Beschikking geur- en smaakstoffen (Stcrt. 1980, 31)

– Regeling verpakking koolzuurhoudende niet-alcoholische dranken (Stcrt. 1980, 127)

– Regeling geur- en smaakstoffen (Stcrt. 1982, 31)

– Besluit datumaanduiding conserven (Stcrt. 1982, 151)

– Besluit vaststelling maximaal toelaatbaar gehalte nitraat in bladgroenten (Stcrt. 1982, 177)

– Regeling toestemming voor gebruik aspartaam in voorverpakte eetwaren in tabletvorm (Stcrt. 1984, 178)

– Regeling toestemming vanilleyoghurt met suiker (Stcrt. 1984, 202)

– Regeling normen PCB’s (Stcrt. 1984, 239)

– Regeling normen zware metalen (Stcrt. 1985, 58)

– Regeling toestemming gezoet cider (Stcrt. 1985, 214)

– Regeling normen radioactiviteit van cesium in eet- en drinkwaren (Stcrt. 1986, 110)

– Regeling microbiologische normen garnalen (Stcrt. 1986, 124)

– Regeling soja producten bij de broodbereiding (Stcrt. 1986, 183)

– Regeling toelating emulgatoren voor de broodbereiding (Stcrt. 1986, 183)

– Regeling inrichtingseisen bedrijfsruimten voor de broodbereiding (Stcrt. 1986, 185)

– Regeling nadere eisen draagbaar klimmaterieel (Stcrt. 1986, 231)

– Besluit houdende toelating van citroensap in margarine en halvarine (Stcrt. 1986, 555)

– Regeling gelijkstelling normen kinderveilige verpakkingen (Stcrt. 1987, 1)

– Besluit zuigelingenvoeding (Stcrt. 1987, 136);

– Regeling toelating enzymen in meel en brood (Stcrt. 1987, 232)

– Regeling overgangsregime natriumarme waren (Stcrt. 1988, 162)

– Regeling inzake tolerante alcoholgehalte vermelding (Stcrt. 1988, 235)

– Regeling toestemming producten voor gewichtsvermindering (Stcrt. 1988, 250)

– Regeling melkbereiding (Stcrt. 1988, 254)

– Regeling sojaproducten bij de broodbereiding (Stb. 1988. 455)

– Regeling nabehandeling garnalen (Stcrt. 1989, 21)

– Regeling dioxine in melk (Stcrt. 1989, 135)

– Regeling overgangsregime natriumarme waren (Stcrt. 1989, 210)

– Besluit zuiverheideisen zoetstoffen (Stcrt. 1989, 251)

– Besluit gebruik van zoetstoffen (Stcrt. 1989, 251)

– Regeling aanvullende voedingswaardebeweringen (Stcrt. 1990, 201)

– Regeling diepgevroren levensmiddelen (Stcrt. 1991, 2)

– Regeling toestemming yoghurt met suiker (Stcrt. 1991, 88)

– Regeling stoffen in aroma’s (Stcrt. 1992, 51);

– Regeling gebruik levensmiddelenadditieven in verduurzaamde vruchtenproducten (Stcrt.1992, 52)

– Regeling sojaeiwitproducten (Stcrt. 1992, 94)

– Regeling tarweeiwitproducten (Stcrt. 1992, 94)

– Regeling stuksaanduiding bakkerswaren (Stcrt. 1992, 154)

– Regeling aanwijzen normen persoonlijke beschermingsmiddelen (Stcrt. 1992, 190)

– Regeling schimmeleiwitproducten – Regeling (Stcrt. 1993, 3)

– Regeling levensmiddelen hygiëne (Stcrt. 1993, 35)

– Regeling normen radioactiviteit van cesium in eet- en drinkwaren (Stcrt. 1993, 40)

– Regeling nitraatgehalte groenten (Stcrt. 1993, 40)

– Regeling normen zware metalen (Stcrt. 1993, 40)

– Regeling normen PCB’s (Stcrt. 1981, 107/Stcrt. 1993, 40)

– Regeling dioxine in melk (Stcrt. 1989, 135/Stcrt. 1993, 40)

– Regeling houdende vloeibare paraffine en glutaminezuur in levensmiddelen (Stcrt.1993, 40)

– Regeling extractiemiddelen (Stcrt. 1993, 72)

– Regeling houdende levensmiddelenadditieven in zoetstoffen (Stcrt. 1993, 95)

bekendmaking aanvraag erkenning inzake melk en producten op basis van melk (Stcrt. 1993, 114)

– Regeling diepgevroren levensmiddelen (Stcrt. 1993, 130)

– Regeling zuigelingenvoeding (Stcrt. 1993, 183)

– Regeling nieuwe voedingsmiddelen (Stcrt. 1993, 139)

– Regeling eieren (Stcrt. 1994, 184)

– Regeling zuivelbereiding (Stcrt. 1994, 243)

– Regeling gedehydrateerde dieren (Stcrt. 1994, 243)

– Regeling melkeiwitten (caseïne en caseïnaten) (Stcrt. 1994, 243)

– Regeling hygiëne van levensmiddelen (Stcrt. 1994, 245)

– Regeling levensmiddelenadditieven in zuivel (Stcrt. 1994, 246)

– Regeling visserijproducten en tweekleppige weekdieren (Stb. 1995, 29)

– Regeling AZO-kleurstoffen (Stb. 1996, 143)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van nadere regels met betrekking tot de bedrijfsruimten waar eet- en drinkwaren worden bereid, behandeld, verpakt of bewaard;

– het stellen van nadere regels inzake levensmiddelenhygiëne:

– het stellen van regels inzake de aanduiding m.b.t. eet- en drinkwaren;

– het stellen van nadere regels met betrekking tot de hoeveelheid schadelijke stoffen die eet- en drinkwaren mogen bevatten;

– het toelaten van (hulp)stoffen in eet- en drinkwaren;

– het aanwijzen van normen.

Waardering: B 1

(36)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – stellen van (ministeriële) regelingen regels inzake de in- en uitvoer van eetwaren.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 14 lid 5, art. 15 lid 2, art. 16 lid 1, onder a en b (Stb. 1935, 793); zie Warenwet-AMvB’s bijlage I

Product:

– Regeling voor uitvoer bestemde waren en andere artikelen (Stcrt. 1965, 163)

– Beschikking kantoor invoer van toebereid dierlijk vet (Stcrt. 1970, 223)

– Regeling invoermodaliteiten Garnalenbesluit 1984 (Stcrt. 1984, 53)

– Regeling vaststelling invoercertificaat Garnalenbesluit (Stcrt. 1987, 213)

– Regeling importverbod bepaalde eetwaren uit Peru (Stcrt. 1991, 65)

– Regeling uitvoervrijstelling (Stcrt. 1965, 163/Stcrt. 1992, 180)

– Beschikking houdende bepalingen ter uitvoering van de Verordening (EEG) nr. 3185/91 van de Raad houdende maatregelen inzake de invoer van groenten en fruit uit bepaalde door cholera getroffen regio’s (92/300/EEG)(Stcrt. 1993, 250)

– Regeling houdende warenwetregeling invoer van bepaalde eetwaren uit door cholera getroffen landen (Stcrt. 1993, 250)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van (nadere) regels inzake de invoer in Nederland van eetwaren uit landen die getroffen zijn door cholera;

– het aanwijzen van eerste kantoren inzake invoer van waren;

– het om veiligheidsredenen verbieden of voorwaardelijk toelaten van de invoer van etenswaren (Bijvoorbeeld het invoerverbod van de Jakobsschelp uit Japan nadat in de dieren regelmatig paralyserende toxine was gevonden).

Waardering: B 1

(37)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van (ministeriële) regelingen inzake de samenstelling van en de aanduiding op producten die geen levensmiddelen zijn.

Periode: 1988–

Grondslag: Zie bijlage I inzake Warenwet-AMvB’s

Product:

– Besluit kinderspeelgoed (Stcrt. 1973, 238)

– Beschikking ter uitvoering Textielartikel Besluit (Stcrt. 1974, 244) – Beschikking reprisepercentages en vertalingen van aanduidingen van textielartikelen (Stcrt. 1974, 244)

– Beschikking uitvoering artikel 5 Aërosolenbesluit (Stcrt. 1978, 88)

– Beschikking uitvoering artikel Aërosolenbesluit (Stcrt.1978, 116 )

– Regeling verpakkingen – en gebruiksartikelen (Stcrt. 1980, 18)

– Beschikking stoffenbesluit cosmetica (Stcrt. 1980, 143)

– Beschikking houdende het stoffenbesluit cosmetica (Stcrt. 1980, 143)

– Beschikking vaststelling symbool van het verpakkingsbesluit (Stcrt. 1981, 82)

– Regeling vaststelling eisen reddings- en zwemvesten (Stb. 1982, 147)

– Besluit etikettering asbestbevattende artikelen (Stb. 1984, 145)

– Regeling kaliumbromaat voor beschuitbereiding (Stcrt. 1986, 11)

– Regeling contactlensvloeistoffen en oogwassingen (Stcrt. 1986, 114)

– Regeling nadere eisen draagbaar klimmaterieel (Stcrt. 1986, 161)

– Regeling gelijkstelling normen kinderveilige verpakking (Stcrt. 1988, 1)

– Regeling toestemming producten voor gewichtsbeheersing (Stcrt. 1988, 250)

– Regeling nominale hoeveelheden voorverpakte breigaren (Stcrt. 1989, 199)

– Regeling imitatieproducten (Stcrt. 1989, 253)

– Regeling aanwijzing normen voor de aanduiding van speelgoed (Stcrt. 1991, 106)

– Regeling inzake verklaringen van overeenstemming voor speelgoed (Stcrt. 1991, 106)

– Regeling vervangingscomponenten benzine (Stcrt. 1992, 128)

– Regeling aanwijzing normen elektronische producten (Stcrt. 1992, 164)

– Regeling inzake nadere regels ten aanzien van machines (Stcrt. 1993, 127)

– Regeling houdende nadere regels ten aanzien van persoonlijke beschermingsmiddelen (Stcrt. 1993, 186)

– Regeling persoonlijke beschermingsmiddelen (Stcrt. 1994, 13)

– Regeling pentachloorfenol (Stcrt. 1994, 25)

– Regeling algemene chemische productveiligheid (Stcrt. 1994, 39)

– Regeling houdende warenwetregeling ontvlambaarheid aërosolen (Stcrt. 1994, 166)

– Regeling motor- en bromfietshelmen (Stcrt. 1994, 230)

– Regeling CE markering speelgoed (Stcrt. 1994, 237)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het gelijkstellen van normen of voorschriften met de (Nederlandse) normen inzake producten;

– het aanwijzen van normen;

– het vaststellen van nadere regels inzake indeling van radioactieve nucliden volgens hun radiotoxiteit (Besluit radioactieve stoffen, art. 2, lid 2, art. 7, lid 3 (Stb. 1963, 2233)/ 1963–1969);

– het vaststellen van het biologische affect van de verschillende soorten straling (Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1963, 233), art. 1, lid 2/1963 –1969).

Waardering: B 1

(38)

Handeling: Het verlenen, wijzigen of intrekken van vrijstellingen van regels, geldende ingevolge de toepassing van de Warenwet.

Periode: 1965–

Grondslag: Warenwet, 14 lid 4 (Stb. 1965, 793), Warenwet, art.14n lid 1 (Stb. 1988, 358), Warenwet, art. 16 lid 1 (Stb. 1994, 573)

Product:

– Beschikking vrijstelling van bepalingen Jam- en limonade Besluit (Stcrt. 1979, 112)

– Regeling vrijstelling aanduidingen op gemengd suikerwerk (Stcrt. 1983, 125)

– Besluit vrijstelling Aanduidingenbesluit waren voor bijzondere voeding – suikerwerk en kauwgum (Stcrt. 1983, 135)

– Besluit vrijstelling aspartaam (Stcrt. 1983, 177)

– Regeling vrijstelling datumaanduiding van enkele dieetwaren (Stcrt. 1984, 229)

– Regeling vrijstelling portieverpakkingen dikvloeibare melkproducten (Stcrt. 1986, 234)

– Beschikking vrijstelling textielartikelen (Stcrt. 1974, 512)

– Regeling vrijstelling Algemeen Besluit (Stcrt. 1983, 177)

– Regeling vrijstelling aanduidingen vlees- en vleeswarenbesluit (Stb. 1987, 35)

– Regeling vrijstelling benaming verduurzaamde vruchten (Stcrt. 1987, 73)

– Regeling vrijstelling zuigelingenvoeding (Stcrt. 1987, 136)

– Regeling vrijstelling gebruik vitamine D2 in margarine en halvarine (Stcrt. 1988, 120)

– Regeling vrijstelling gebruik D3 in margarine en halvarine (Stcrt. 1988, 120)

– Regeling vrijstelling garnalenbesluit (Stcrt. 1988, 120)

– Regeling vrijstelling komijnzaad (Stcrt. 1989, 118)

– Regeling vrijstelling wei-eiwitconcentraat in melkproducten (Stcrt. 1989, 166)

– Regeling vrijstelling vlees- en vleeswarenbesluit (Stcrt. 1989, 192)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in tafelzuren (Stcrt. 1989, 214)

– Regeling vrijstelling sulfiet in schaaldieren (Stcrt. 1990, 186)

– Regeling vrijstelling margarinebesluit (Stcrt. 1990, 186)

– Regeling vrijstelling voedingswaarde aanduidingenbesluit (Stcrt. 1991, 190)

– Regeling vrijstelling paraffine in suikerwerk (Stcrt. 1990, 194)

– Regeling vrijstelling aanvullende voedingswaardebeweringen (Stcrt. 1990, 201);

– Regeling vrijstelling polyolen (Stcrt. 1990, 205)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in tafelzuren (Stcrt. 1990, 212)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in brood (Stcrt. 1990, 212)

– Regeling vrijstelling kleurstoffen in vla- en puddingpoeder (Stcrt. 1991, 104)

– Regeling vrijstelling conserveermiddelen in vruchtlimonades (Stcrt. 1991, 166)

– Regeling vrijstelling mosterdbesluit (Stcrt. 1991, 186)

– Regeling vrijstelling glucono-delta-lacton injectie vleeswaren (Stcrt. 1992, 63)

– Regeling vrijstelling inwerkingtredingbesluit verduurzaamde vruchtenproducten (Stcrt. 1992, 102)

– Regeling vrijstelling wasmiddelenbesluit 1976 (Stcrt. 1992, 131)

– Regeling vrijstelling zuiverheidzeisen emulgatoren (Stcrt. 1992, 139)

– Regeling vrijstelling wijnbesluit (Stcrt. 1992, 214)

– Regeling vrijstelling mayonaise- en Slasausbesluit (Stcrt. 1993, 21)

– Regeling vrijstelling doorstralen van verpakkingen en gebruiksartikelen (Stcrt. 1993, 94)

– Regeling vrijstelling anti klontermiddelen in poedersuiker (Stcrt. 1994, 9)

– Regeling vrijstelling vitaminepreparaten (Stcrt. 1994, 61)

– Regeling vrijstelling verduurzaamde vruchtenproducten (Stcrt. 1994, 127)

Opmerking: Bijvoorbeeld vrijstelling regels geldende ingevolge de toepassing van de artikelen 4 tot en met 15 van de Warenwet. De vrijstelling die hierboven wordt genoemd, geldt in principe voor alle houders van een bepaald product. Een ontheffing is een beschikking die slechts geldig is voor degene die de ontheffing verkrijgt.

Waardering: B 1

(39)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – aanwijzen van toezichthoudende diensten/personen en stellen van nadere regels inzake (de werkwijze van) deze diensten en personen.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 2 lid 1 sub. 1, art. 18 (Stb. 1935, 793), zoals gewijzigd bij, art. 18 lid 3, art. 20 lid 4, art. 21 lid 3 (Stb. 1988, 358), zoals gewijzigd bij, art. 25 lid 3, art. 26 lid 4, art. 27 lid 3 (Stb. 1994, 573)

Product:

– Regeling monsterneming (Stcrt. 1921, 87)

– Beschikking van 29 juli 1926 (Stcrt. 1926, 216)

– Besluit uitvoering artikelen 2 en 33 der Warenwet (Stcrt. 1936, 18)

- Vaststelling vergoeding aan gemeenten van kosten voor inning van Warenwetrecht (Stcrt. 1974, 96)

- Instelling Rijkskeuringsdienst van Waren (Stcrt. 1985, 251)

– Besluit gebiedsindeling Keuringsdiensten van Waren (Stcrt. 1986, 251/Stcrt. 1989, 114)

– Regeling specialisatie Rijkskeuringsdienst van Waren (Stcrt. 1989, 9)

– Regeling monsterneming (Stcrt. 1989, 89)

– Regeling van specialisatie Rijkskeuringsdiensten (Stcrt. 1989, 179)

– Beschikking aanwijzing nieuwe deskundigen (Stcrt. 1990, 64)

– Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Warenwet en Vleeskeuringswet (Stcrt.1990, 180)

– Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Warenwet en Destructiewet (Stcrt. 1990, 180)

– Regeling houdende vaststelling warenwetregeling monsterneming (Stcrt. 1992, 86)

– Regeling houdende aanwijzing controlerend orgaan naleving Warenwetbesluit benzine (Stcrt. 1992, 128)

– Beschikking houdende aanwijzing toezichthoudende ambtenaren artikel 25 Warenwet (Stcrt. 1994, 46)

– Regeling gezondheidscontroles van dierlijke oorsprong (derde landen)/(Stcrt. 1994, 245)

– Regeling gezondheidscontroles van dierlijke oorsprong (intraverkeer)/(Stcrt. 1994, 245)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit het: het regelen van de taakverdeling van de ambtenaren die toezicht houden op (1935, 793), art. 2, lid 1, sub. 1).

Waardering: B 4

(40)

Handeling: Het aanwijzen van (overheids-) instanties die voor de betrokken ministers Warenwetbeschikkingen afgeven (w.o. vergunningen, ontheffingen, certificaten etc.) en het stellen van (nadere) regels inzake de werkzaamheden van deze instanties.

Grondslag: Warenwet, art. 14b lid 2, 14 lid 3 en 5, art. 14i lid 4, art. 14n lid 2–3 (Stb. 1988, 358), zoals gewijzigd, art. 3, art.7, lid 3 en 5, art. 11 lid 4, art. 14n lid 2–3, art .16 lid 2–3, art 17 lid 4 (Stb. 1994, 573); EEG-Verordening inzake de specificiteitcertificering voor landbouwproducten en levensmiddelen (nr. 2082/92), art. 7 lid 4; zie ook Warenwet-AMvB’s bijlage I

Periode: 1945–

Product:

– o.a. warenwetregeling aanwijzing normalisatie- en keuringsinstituten producten (Stcrt. 1992, 164)

– Beschikking houdende aanwijzing TNO-certificatie voor verkeershelmen (Stcrt. 1993, 77)

– Beschikking houdende aanwijzing TNO-certificatie reddings- en zwemvesten (Stcrt. 1993, 121)

– Beschikking houdende aanwijzing keuringsinstantie (Stcrt. 1994, 137)

– Beschikking aanwijzing instantie onderzoek veiligheid kinderspeelgoed (Stcrt. 1994, 203)

Opmerking: Het stellen van (nadere) regels m.b.t. de manier waarop aangewezen instanties hun werkzaamheden verrichten kan een activiteit vormen, onder de andere handelingen in het hoofdstuk Wet- en regelgeving Warenwet in het RIO. Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van regels inzake de wijze van betaling van gelden ter bestrijding van de kosten van de keuring van waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, die bij aanwending schadelijk kunnen zijn voor veiligheid of gezondheid;

– het stellen van (nadere) regels aan overheidsinstanties die de door de minister overgedragen bevoegdheid uitoefenen inzake het verlenen van ontheffingen van regels gesteld in de Warenwet. (Warenwet (Stb. 1994, 573), art. 16, lid 2);

– het stellen van regels inzake de betaling voor het verlenen van ontheffingen van regels gesteld in de Warenwet;

– het aanwijzen van normalisatie en keuringsinstellingen inzake keuringen van waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, die bij aanwending schadelijk kunnen zijn voor veiligheid of gezondheid;

– het aanwijzen van instanties die EG-type-onderzoeksverklaringen voor beschermingsmiddelen afgeven zoals bedoeld in artikel 10 van de Richtlijn 89/686/EEG (Besluit beschermingsmiddelen) (Stb. 1992, 376), art. 5, lid 2, sub 3);

– het aanwijzen van een instantie die de registratieaanvraag voor een specificiteitcertificaat behandelt;

– het aanwijzen van een instantie die een bewijs van oorsprong afgeeft inzake wijn;

– het aanwijzen van instanties die certificaten afgeven inzake voor de uitvoer bestemde garnalen die voldoen aan bepalingen zoals die staan in de Recommended Code of Practice for Shrimps and Prawns (Recommended Code of Practice for Shrimps and Prawns is uitgegeven door de FAO/WHO en bevat onder andere regels ter identificatie van garnalen);

– het aanwijzen van instanties die bedrijfscontrolesystemen erkennen;

– het aanwijzen van instanties die technische constructiedossiers registreren en die EG-type- onderzoeksverklaringen afgeven zoals bedoeld in Bijlage VI van de Richtlijn 89/368/EEG.

Waardering: B 4

(41)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen inzake methoden van onderzoek met betrekking tot waren.

Periode: 1992–

Grondslag: Zie bijlage I inzake Warenwet-AMvB’s

Product:

– Regeling onderzoeksmethoden textielartikelen (Stcrt. 1974, 244)

– Beschikking onderzoeksmethoden aërosolen (Stcrt. 1978, 88)

– Regeling onderzoeksmethoden meel (Stcrt. 1986, 65)

– Regeling onderzoeksmethoden draagbaar klimmaterieel (Stcrt. 1986, 161)

– Regeling onderzoeksmethoden brood (Stcrt. 1986, 161)

– Regeling onderzoeksmethoden speelgoed (Stcrt. 1986, 225)

– Regeling onderzoeksmethoden melkeiwitten (Stcrt. 1988, 174)

– Regeling onderzoeksmethoden nicotine- en teergehalte in sigaretten (Stcrt. 1989, 56)

– Regeling onderzoeksmethoden kinderwaren (Stcrt. 1991, 106)

– Regeling onderzoeks- en meetmethoden benzine (Stcrt. 1992, 128)

– Regeling onderzoeksmethoden brandveiligheid nachtkleding (Stcrt. 1993, 62)

– Regeling onderzoeksmethode voedingsvezelgehalte (Stcrt. 1993, 189)

– Regeling onderzoeksmethoden kinderwaren (Stcrt. 1995, 119)

Waardering: B 1

(48)

Handeling: Het goedkeuren van door bedrijfsorganisaties opgestelde verordeningen en daarop gebaseerde besluiten en andere voorschriften voor zover deze betrekking hebben op waren.

Periode: 1965–

Grondslag: Warenwet, art. 22 lid 1 (Stb. 1965, 368, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)

Opmerking: De verordening behoeft de goedkeuring van de ministers die het mede aangaat (Warenwet, Stb. 1965, 368)

Waardering: V, 5 jaar na intrekken verordening

(215)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het vaststellen van nadere regels wat betreft de invoer van voedingswaren uit derde landen

Periode: 1993–

Grondslag: Warenwetbesluit invoer levensmiddelen uit derde landen, art. 4 (Stb.1993, 698)

Opmerking: Ter uitvoering van de richtlijnen 97/78/EG; 92/118/EEG

Waardering: B 1

(216)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Economische Zaken vaststellen van nadere eisen voor de aanduiding, samenstelling en zuiverheid van ingrediënten en van in brood toe te laten hoeveelheden

Periode: 1985–

Grondslag: Broodbesluit Warenwet 1985, artt. 4.2, 4.6 (Stb.1985, 758)

Waardering: B 1

(217)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Economische Zaken besluiten tot het toelaten van hulpstoffen in brood

Periode: 1985–

Grondslag: Broodbesluit Warenwet 1985, art. 85 (Stb.1985, 758)

Waardering: B 1

(218)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Economische Zaken vaststellen van symbolen voor verpakkingen van eet- of drinkwaren

Periode: 1980–

Grondslag: Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art. 3 lid 1a (Stb.1979, 558)

Waardering: B 1

(219)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister Economische Zaken stellen van eisen voor verpakkingen en gebruiksartikelen van eet- of drinkwaar

Periode: 1980–

Grondslag: Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art. 2.1a (Stb.1979, 558)

Opmerking: Het gaat om eisen met betrekking tot het te gebruiken materiaal en om het stellen van regels met betrekking tot de stoffen waarvan dat materiaal is gemaakt

Waardering: B 1

(220)

Handeling: Het onderling met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, overeenstemmen inzake de benoeming van de voorzitter uit de leden van de Voorlopige Commissie Veiligheid Nieuwe Voedingsmiddelen

Periode: 1995–1997

Grondslag: warenwetregeling Toelating nieuwe Voedingsmiddelen, art. 6 lid 4 (Stcrt.1995, 139)

Opmerking: De Voorlopige Commissie Veiligheid Nieuwe Voedingsmiddelen is een onderdeel van de Voedingsraad.

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

(221)

Handeling: Het met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Economische Zaken overeenstemmen inzake het stellen van nadere regels op het gebied van voeding

Periode: 1979–

Grondslag:

– Warenwetbesluit aroma’s, art. 13 lid 1 (Stb. 1992, 95)

– Warenwetbesluit bereiding en behandeling van levensmiddelen, art. 3 lid 3-4, art. 12 lid 3, artt. 13, 15 lid 5, art. 18 lid 2 (Stb.1992, 678)

– Warenwetbesluit eieren, art. 4 (Stb.1996, 476)

– Eiwitproductenbesluit Warenwet, artt. 3 lid 2 en 4 lid 2 (Stb.1988, 339)

– Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen, art. 31 (Stb.1992, 14)

– Geconserveerde-Groente Besluit Warenwet, art. 5 (Stb. 1979, 219)

– Warenwetbesluit gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer), art. 4 (Stb. 1994, 872)

– Warenwetbesluit produkten voor bijzondere voeding, art. 12 lid 2 (geen EZ) (Stb. 1992, 222)

– Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit Warenwet, art. 5 lid 1 (Stb.1979, 558)

– Warenwetbesluit Visserijproducten, art. 3 lid 2, artt. 4, 5, 6 lid 2 (niet met EZ) (Stb. 1995, 46)

– Vlees- en vleeswarenbesluit Warenwet 1987, art. 10 lid 2 (niet EZ) (Stb.1987, 242)

– Warenwetbesluit zuivel, art. 3 lid 4, art. 12a lid 3 (Stb 1994, 813)

Product:

– warenwetregeling eieren (Stcrt.1996, 243)

– Regeling inwerkingtreding Eiwitproductenbesluit Warenwet (Stcrt.1992, 94)

– Regeling sojaeiwitprodukten Warenwet (Stcrt.1992, 94)

– Regeling Tarwe-eiwitprodukten Warenwet (Stcrt.1992, 94)

– Schimmeleiwitproductenregeling Warenwet (Stcrt.1993, 2)

– Warenwetregeling Gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer) (Stcrt.1994, 245)

– Warenwetregeling visserijproducten en tweekleppige weekdieren (Stcrt.1995, 29)

Opmerking: De regels worden door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, opgesteld met betrekking tot het gebruik van aroma’s, de behandeling van levensmiddelen, verhandelen , verwerken, verpakken, bewaren en vervoeren van eieren (zonder EZ), kleur, geur etc deugdelijkheid van eiwitten

Waardering: B 1

(222)

Handeling: Het met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de Minister van Economische Zaken overeenstemmen inzake vast te stellen methoden van onderzoek

Periode: 1979–

Grondslag:

– Broodbesluit Warenwet 1985, art. 24 (Stb.1985, 758)

– Warenwetbesluit doorstraalde waren, art. 11 lid 1 (Stb.1997, 20)

– Warenwetbesluit Frisdranken, art. 7 lid 2 (Stb.1995, 425)

– Meelbesluit Warenwet, art. 19 (Stb.1985, 757)

– Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet), art 5 lid 2 (Stb.1979, 558)

Product: egeling Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet) (Stcrt.1980, 18) + bijlagen

Opmerking: De methoden van onderzoek worden vastgesteld door de Minister van Volksgezondheid

Bij het Warenwetbesluit Frisdranken is EZ niet betrokken.

Waardering: B 1

(226)

Handeling: Het belasten van ambtenaren met toezicht op de naleving van hetgeen bij of krachtens de Warenwet is bepaald

Periode: 1988–

Grondslag: Regeling tot aanwijzing RVV-ambtenaren, art. 1 (Stcrt. 1989, 3)

Opmerking: Het gaat om ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw en de kring-directeuren van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) van het ministerie van Landbouw, de onder hen ressorterende dierenartsen alsmede de onder hen ressorterende keurmeesters.

Waardering: B 1

(223)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het stellen van regels ter uitvoering van

Richtlijn 90/675/EEG;

Richtlijn 92/118/EEG;

een bindende EEG-regeling

Periode: 1994–

Grondslag: Warenwetbesluit Invoer levensmiddelen uit derde landen, art. 4 (Stb.1993, 698)

Waardering: B 1

(224)

Handeling: Het vaststellen van het vetgehalte van andere gestandaardiseerde melk dan gestandaardiseerde halfvolle melk

Periode: 1975–

Grondslag: Beschikking Melkstandaardisatie 1975, art. 3 lid 1 (Stcrt. 1975, 97)

Opmerking: Deze handeling wordt verricht in overleg met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 1

(227)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van hetgeen bij of krachtens de Beschikking Melkstandaardisatie 1975 is geregeld

Periode: 1975–

Grondslag: Beschikking Melkstandaardisatie 1975, art. 4 (Stcrt.1975, 97)

Product: Uitvoeringsbeschikking Melkstandaardisatie 1975 (Stcrt.1975, 97)

Waardering: V, 10 jaar

Vleeskeuringswet

(58)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Vleeskeuringswet

Periode: 1945–

Product: Vleeskeuringswet (Stb. 1919, 524)

Waardering: B 1

(59)

Handeling: Het – in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat – voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s betreffende vlees en vleeswaren voor zover deze voortkomen uit de Vleeskeuringswet

Periode: 1945–

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 1 lid 2, art. 2 lid 2, art. 5 lid 2, art. 18, lid 1–3, art. 19 en 19 onder a, art. 20 lid 2, art. 25 art. 27 lid 2, art. 28, art. 30, art. 30a, c –d (Stb. 1919, 524)

Product:

– Besluit uitvoering artikel 18 en 25 Vleeskeuringswet (Stb. 1920, 285)

– Besluit opleiding keurmeester vee en vlees (Stb. 1920, 314)

– Besluit betreffende het verlenen van rentedragende voorschotten aan gemeenten (Stb. 1921, 637)

– Besluit tot uitvoering van artikel 19 (Stb. 1921, 754)

– Besluit algemene voorwaarden gesteld bij de invoer van vlees (Stb. 1922, 225)

– Besluit tot uitvoering van artikel 2, lid 2, onder a (Stb. 1922, 379)

– Besluit algemene voorwaarden gesteld bij de invoer van vleeswaren (Stb. 1922, 395)

– Besluit voorschriften voor het verwerken van vlees tot vleeswaren (Stb. 1924, 448)

– Besluit eisen (Stb. 1926, 233)

– Besluit tot vernietiging raadsbesluit benoeming van W. Graafsma tot hoofd van de vleeskeuringsdienst (Stb. 1955, 79)

– Besluit vleeskeuring (Stb. 1957, 29)

– Besluit wat niet onder vleeswaren moet worden verstaan (Stb. 1957, 513)

– Besluit tot uitvoering van artikel 2, lid 2, van de Vleeskeuringswet (Stb. 1958, 92)

– Besluit eisen (Stb. 1960, 71)

– Besluit invoer vlees uit het buitenland (Stb. 1965, 345)

– Besluit toepassing op buffels en rendieren (Stb. 1974, 423)

– Besluit aanwijzing ambtenaren belast met keuring (Stb. 1976, 330)

– Besluit vergoeding kosten vleeskeuringdiensten (Stb. 1979, 629)

– Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap (Stb. 1985, 174);

– Besluit invoer van vleesproducten en vleesbereiding uit andere lidstaten van de EEG (Stb. 1985, 175)

– Besluit bijzondere slachtplaatsen (Stb. 1985, 421)

– Besluit invoer van vleesproducten uit derde landen (Stb. 1991, 557)

– Besluit betreffende de productie van en de handel in vleesproducten (Stb. 1994, 11)

– Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees (Stb. 1994, 12)

– Besluit productie en handel vlees van vrij wild (Stb. 1994, 563)

– Besluit aanwijzing ambtenaren als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Vleeskeuringswet (Stb. 1995, 551)

Waardering: B 1

(60)

Handeling: Het – in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat – vaststellen wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen inzake de veiligheid van vlees en vleeswaren ter bescherming van de volksgezondheid.

Periode: 1945–

Grondslag: Zie AMvB’s Vleeskeuringswet Bijlage I

Product:

– Voorwaarden bij de overbrenging van ingevoerd nog te keuren vlees naar een eerste kantoor (Stcrt. 1922, 103)

– Voorschriften omtrent verpakking, bewaring, vervoer en merking van door afkoeling verduurzaamd vlees (Stcrt. 1922, 104)

– Beschikking vaststelling van stempelwerk voor niet door afkoeling verduurzaamd vlees (Stcrt. 1922, 136)

– Beschikking betreffende de invoer van monsters vleeswaren (Stcrt. 1929, 143)

– Beschikking betreffende de keuring van per post ingevoerde vleeswaren (Stcrt. 1930, 2)

– Beschikking ontheffing van het verbod van invoer van darmen bestemd voor uitvoer (Stcrt. 1947, 66)

– Beschikking aanwijzing van inrichtingen, waarvan het diploma wordt geëist voor toelating tot een cursus voor opleiding tot keurmeester van vee en vlees (Stcrt. 1949, 64)

– Beschikking invoer van afgekeurde levers voor farmaceutische doeleinden (Stcrt. 1949, 85)

– Beschikking vaststelling van een leerplan (Stcrt. 1952, 18)

– Besluit aanwijzing ambtenaren belast met de keuring (Stcrt. 1952, 218)

– Beschikking van 10 december 1954, nr. 18394 (Stcrt. 242)

– Regeling onderzoeksregulatief (Stcrt. 1957, 23, 55)

– Besluit vaststelling van de vergoeding voor de kosten der keuring in het algemene (Stcrt. 1957, 34)

– Beschikking (Stcrt. 1957, 105)

– Vaststelling vergoeding voor de kosten der kosten der keuring in het algemeen (Stcrt. 1957, 164)

– Besluit houdend vaststelling van het rijksinvoerkeurloon van vlees (Stcrt. 1957, 164)

– Besluit inzake regelen voor de keuring van gesmolten vetten, afkomstig van slachtdieren (Stcrt. 1957, 167)

– Beschikking merken (Stcrt. 1957, 222)

– Regeling voorschriften inzake elektrische bedwelming van slachtdieren (Stcrt. 1957, 253)

– Voorschriften keuring toestellen en installaties met wisselstroom van 50 Hertz en aanwijzing van deskundige bureaus voor controle van installaties (Stcrt. 1958, 33)

– Voorschriften voor het vervoer, de aflevering en de behandeling van voorwaardelijk goedgekeurd vlees (Stcrt. 1958, 5)

– Voorschriften ten aanzien van slachtdieren en vlees (Stcrt. 1958, 19)

– Beschikking slachtdieren en vlees bestemd voor wetenschappelijk onderzoek (Stcrt. 1958, 19)

– Regeling andere bouwtechnische eisen (Stcrt. 1960, 154)

– Nadere voorschriften ten aanzien van hetgeen in vleeswinkels aanwezig mag zijn (Stcrt. 1961, 155)

– Regeling nadere voorschriften ten aanzien van het vervoer van vlees (Stcrt. 1961, 121);

– Regeling verkoop van uit het buitenland ingevoerd geslacht pluimvee in vleeswinkels (Stcrt.1962, 226)

– Beschikking merking van vleeswaren bij invoer uit het buitenland (Stcrt. 1964, 25)

– Voorwaarden bij overbrenging van uit lidstaten van de EEG ingevoerde vlees naar een eerste kantoor (Stcrt.1966, 210)

– Nadere voorschriften voor de invoer van vlees uit de lidstaten van de EEG (Stcrt. 1966, 226)

– Besluit houdende vaststelling van rijksinvoerkeurloon voor vlees (Stcrt. 1966, 226)

– Bijzondere voorwaarden bij overbrenging van ingevoerd nog te keuren vlees en vleeswaren naar een eerste kantoor (Stcrt. 1968, 82)

– Besluit houdende vaststelling van het rijksinvoerkeurloon voor vlees en vleeswaren (Stcrt. 1968, 47)

– Rijksinvoerkeurloon voor bevroren darmen, organen voor bereiding van farmaceutische producten en vleeswaren (Stcrt. 1968, 47)

– Beschikking invoer van ortherapeutische doeleinden bestemde organen of delen van slachtdieren uit België of Luxemburg (Stcrt. 1970, 85)

– Regeling vaststelling van de keuringsstaten (Stcrt. 1972, 244)

– Aanwijzing gedroogde bloedcellen als verduurzaamd vlees (Stcrt. 1976, 74)

– Invoer organen bestemd voor de bereiding van orgaanpreparaten (Stcrt. 1976, 95)

– Regeling nadere bouwtechnische voorschriften op grond van het Eisenbesluit (Stcrt. 1977, 25)

– Regeling bekleding van wanden (Stcrt. 1977, 28)

– Regeling nadere voorschriften t.a.v. luchtoverdruk en luchtcirculatie als bedoeld in artikel 1 van het Eisenbesluit (Stcrt. 1977, 28)

– Regeling keuringsregulatief (Stcrt. 1978, 201)

– Regeling vaststelling modellen (Stcrt. 1979, 251)

– Invoer vlees (art. 4 van het KB. Stb. 225/1922) (Stb. 1980, 222)

– Invoer van vlees uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap (Stcrt. 1981, 137, 189)

– Regeling eisen verpakking voorverpakt vlees (Stcrt. 1981, 155)

– Regeling aanwijzing gemeenten waarheen voorwaardelijk goedgekeurd vlees mag worden vervoerd (Stcrt. 1981, 198)

– Regeling invoer- en afleveringsverbod stoffen met hormonale en thyreostatische werking (Stcrt. 1981, 221)

– Regeling aanwijzing ambtenaren (Stcrt. 1984, 124)

– Besluit aanwijzing ambtenaren (Stcrt. 1984, 125)

– Invoer vleesproducten uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1985, 116)

– Besluit verbod stoffen, niet eigen aan vlees, in te voeren stoffen (Stcrt. 1986, 159)

– Aanwijzing eerste kantoor voor keuring van vlees en/of vleeswaren, gesmolten vetten afkomstig van slachtdieren, gedroogd vlees, bloedplasmapoeder en gedroogde bloedcellen en aanwijzing percelen van keuring (Stcrt. 1986, 177)

– Regeling opslag en vervoer voorwaardelijk goedgekeurd vlees (Stcrt. 1987, 31, 90, 147)

– Regeling vlees goedgekeurd onder voorwaarde van sterilisatie (Stcrt. 1987, 79)

– Regeling gezondheidsverklaring voor personen werkzaam in de vleesindustrie (Stcrt. 1987, 198)

– Besluit tarieven vlees en vleesproducten (Stcrt. 1993, 99)

– Regeling invoer van vleeswaren uit lidstaten en derde landen (Stcrt. 1993, 121)

– Regeling aanwijzing personen die kunnen worden belast met de controle van veterinaire documenten voor vlees en vleesproducten verzonden uit derde landen (Stcrt. 1993, 76)

– Besluit aanwijzing autoriteit belast met het in kennis stellen van de Europese Commissie van onregelmatigheden bij de invoer uit derde landen van vlees en vleesproducten (Stcrt. 1993, 80)

– Regeling kalverlebmagen afkomstig uit andere lidstaten van de EG en uit derde landen bestemd voor de bereiding van stremsel (Stcrt. 1993, 81)

– Regeling identificatie en registratie slachtdieren (Stcrt. 1993, 87)

– Regeling nadere voorwaarden voor vlees uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1993, 146)

– Regeling nadere voorwaarden voor vleesproducten en vleesbereidingen verzonden uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1993, 146)

– Regeling vlees uit andere lidstaten van de EG en uit derde landen, bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1993, 183)

– Beschikking merken 1994 (Stcrt. 1994, 10)

– Besluit toepassing productie en in handel brengen vers vlees (Stcrt. 1994, 10)

– Regeling aanwijzing inspectieposten aan de grens (Stcrt. 1994, 23)

– Regeling vervoer niet volledig gekoeld varkensvlees (Stcrt. 1994, 39)

– Regeling voorwaarden waaronder wordt verstaan dat rund- en varkensvlees wordt uitgesneden (Stcrt.1994, 39)

– Regeling inzake de invoer van vlees, bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 127)

– Regeling houdende vaststelling formulier speciale noodslachtingen (Stcrt. 1994, 200)

– Regeling nadere voorwaarden voor vlees uit andere lidstaten (Stcrt. 1994, 209)

– Regeling aanwijzing van bedrijven voor het verwerken, het opslaan, het drogen of het sorteren van vlees niet bestemd voor menselijk consumptie (Stcrt. 1994, 231)

– Regeling invoer vlees bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 239)

– Regeling nadere voorwaarden inzake vlees uit andere lidstaten (Stcrt. 1995, 77)

– Regeling nadere voorwaarden inzake vleesproducten, vleesbereiding en bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong uit andere lidstaten (Stcrt. 1995, 77)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het aanwijzen van onderscheidings- en herkenningstekens voor daarbij aangewezen categorieën van ter slachting aangeboden slachtdieren. (Vleeskeuringbesluit, art. 17a, lid 1 (Stb. 1957, 29), Besluit betreffende de productie van ven de handel in vers vlees, art. 10, lid 4 (Stb. 1994, 12));

– het stellen van nadere regels met betrekking tot kennisgevingen inzake vlees en vleeswaren;

– het aanwijzen van eerste kantoren, inspectieposten en douane entreedepot alwaar de Rijkskeurmeester (eventueel) vlees controleert.

Waardering: B 1

(61)

Handeling: Het aanwijzen van landen van waaruit (geen) vlees mag worden ingevoerd.

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit invoer vleeswaren, art. 2 (Stb. 1922, 395)

Product: o.a.:

– Besluit invoer van vleeswaren uit lidstaten en derde landen (Stcrt. 1921, 121)

– Beschikking landen, waaruit vleeswaren mogen worden ingevoerd (Stcrt. 1957, 164)

– Beschikking invoer van vlees uit o.a.: Argentinië (Stcrt. 1985, 218), Australië (Stcrt. 1985, 233), Uruguay (Stcrt. 1985, 233), Zwitserland (Stcrt. 1986, 220)

Waardering: B 1

(62)

Handeling: Het toelaten van ambtenaren die (her-)keuringen van vlees verrichten en het stellen van nadere regels inzake de werkzaamheden van deze ambtenaren en diensten.

Periode: 1957–

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 20 onder a (Stb. 1919, 524), Vleeskeuringbesluit, art. 51, lid 1, art. 2 (Stb. 1957, 29), Regeling Keuringsdienst 1984 (Stcrt. 1984, 125)

Product:

– Besluit aanwijzing ambtenaren vleeskeuring (Stcrt. 1984, 125)

– Regeling keuringsdienst 1984 (Stcrt. 1984, 125)

– Regeling tot aanwijzing RVV-ambtenaren (Stcrt. 1989, 3)

– Regeling kringindeling RVV 1995 (Stcrt. 1995, 164)

Waardering: B 4

(63)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – toelaten/aanwijzen van diensten en ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Vleeskeuringswet het stellen van nadere regels inzake de werkwijze van de diensten en ambtenaren.

Periode: 1945–

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 31 (Stb. 1919, 524)

Product:

– KB houdende aanwijzing van ambtenaren als bedoeld in artikel 27, lid 1, van de Vleeskeuringswet (Stcrt. 1952, 218);

– Aanwijzing opsporingsambtenaren Vleeskeuringswet en Destructiewet (Stcrt. 1992, 242);

– Besluit werkzaamheden hoofdinspecteur Veterinaire Inspectie (Stcrt. 1993, 34);

– Regeling aanwijzing ambtenaren belast met toezicht op naleving Vleeskeuringswet (Stcrt. 139);

– Besluit houdende aanwijzing van ambtenaren als bedoeld in artikel 27, lid 1, van de Vleeskeuringswet (Stb. 1995, 551)

Waardering: B 4

(68)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Wet op de Voedingsraad.

Periode: 1952–

Product: Wet op de Voedingsraad (Stb. 1952, 350)

Opmerking: De wet is bij KB (Stb. 1954, 94) inwerking getreden.

Waardering: B 1

(69)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van het Destructiebesluit 1942.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Verordening No 3/1940, art. 2 en 3; Verordening No 23/1940, art. 1

Product: Destructiebesluit 1942 (Stcrt. 1942, 48)

Waardering: B 1

(70)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van ministeriële regelingen inzake de destructie van vlees en vleeswaren.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 2 lid 5, art. 3, art. 10 lid 2 (Stcrt. 1942, 48)

Waardering: B 1

(71)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Destructiewet.

Periode: 1957–

Product: Destructiewet (Stb. 1957, 84)

Waardering: B 1

(72)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake de destructie van voor menselijke consumptie ondeugdelijk vlees en vleeswaren.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 7, art. 9 lid 1, art. 13 lid 3, art. 10 lid 6, art. 13 lid 5, art. 14 (Stb. 1957, lid 84)

Product:

– Destructiebesluit (Stb. 1958, 71)

– Besluit van 30 maart 1978, houdende uitvoering van artikel 2, derde lid, onder c, van de Destructiewet (Stb. 222)

– Destructiebesluit 1996 (Stb. 1996, 126)

Waardering: B 1

(73)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen inzake (de houders van) destructiemateriaal, de verwerkers en het eindproduct van de verwerking.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 2 lid 2, art. 3 lid 4, art. 4a lid 4, art. 4b lid 1–2, art. 7, art. 12 lid 1 en 3–4 (Stb. 1957, 84, zoals gewijzigd Stb. 1994, 784); Destructiebesluit, art. 16 lid 2, art. 18 lid 1 en 3, art. 20 lid 1, 22 lid 4, art. 26 lid 1, art. 27, art. 28 lid 1, art. 30 lid 5, 7 -8 en 11, art. 31 lid 3 en 5 (Stb. 1958, 710); Destructiebesluit 1996, art. 16 lid 1, art. 18 lid 2, art. 28 lid 1 (Stb. 1996, 126)

Product: o.a.:

– Regeling eisen eigenaar of hinder van hoog- en laagrisico materiaal (Stcrt. 1995, 77)

– Regeling aanwijzing hoog-risico materiaal (Stb. 1996, 68)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van (nadere) regels inzake het begraven en verbranden van destructiemateriaal en de invoer van het eindproduct van verwerking in Nederland;

– het stellen van (nadere) regels aan de eigenaar of houder van laag- en hoog-risico materiaal;

– het stellen van regels inzake de invoer en uitvoer van laag-risico destructie materiaal;

– het stellen van het (nadere) regels inzake het verhalen van de extra kosten door de verwerker op degene van wie het destructiemateriaal afkomstig is (het destructiemateriaal wat hier wordt bedoeld is vermengd met ander materiaal of zodanig verpakt dat de kosten van destructie aanmerkelijk hoger zijn dan normaal);

– het aanwijzen van dierlijk afval als hoog-risico materiaal.

Waardering: B 1

(75)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – toelaten/aanwijzen van diensten en ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Destructiewet en het stellen van nadere regels inzake de werkwijze van de diensten en ambtenaren.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 24 (Stb. 1957, lid 84); Destructiewet, art. 24 lid 2 (Stb. 1994, lid 784)

Product: Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Destructiewet (Stcrt. 1995, 82)

Waardering: B 4

(76)

Handeling: Het ordonneren aan een product-, een hoofdbedrijf- of een bedrijfsschap van het opstellen van verordeningen inzake destructiemateriaal en het eindproduct van de verwerking van destructiemateriaal.

Periode: 1994–

Grondslag: Destructiewet, art. 4d lid 1, art. 9 lid 2 (Stb. 1994, 784)

Waardering: B 1

(78)

Handeling: Het goedkeuren van verordeningen van een product-, een hoofdbedrijf- of een bedrijfsschap inzake destructiemateriaal en het eindproduct van de verwerking van destructiemateriaal.

Periode: 1994–

Grondslag: Destructiewet, art 4d lid 2, art. 9 lid 3 (Stb. 1994, 784)

Waardering: V, 5 jaar na intrekken, wijziging, vervallen of soortgelijk van de verordening.

(80)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen

Periode: 1978–

Product: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen (Stb. 1978, 430)

Waardering: B 1

(81)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake het grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen.

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 12 (Stb. 1978, 430)

Waardering: B 1

(83)

Handeling: Het aanwijzen van instanties die voor de minister de machtigingen verlenen inzake het in verkeer brengen van levensmiddelen die niet voldoen aan de voor schriften zoals die staan in Bijlage II en III van de ATP-overeenkomst (Trb. 1972, 112).

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 7 lid 2 (Stb. 1978, 430)

Product: Beschikking van 3 juni 1980, nr. 65613 (Stcrt. 1986, 11)

Opmerking: Door de ministers zijn de Keuringsdienst van Waren en de AID aangewezen.

Waardering: V, 10 jaar na intrekking aanwijzing

(84)

Handeling: Het stellen van nadere regels (aan aangewezen instanties) bij het verlenen van een machtiging inzake het in verkeer brengen van levensmiddelen die niet vol doen aan de voorschriften zoals die staan in Bijlage II en III van de ATP-overeenkomst (Trb. 1972, 112).

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen art. 7, lid 2–3 (Stb. 1978, 430)

Opmerking: Het vaststellen van de vergoeding voor de aanvraag van een machtiging maakt deel uit van deze handeling.

Waardering: B 1

(99)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – verlenen, wijzigen, schorsen of intrekken van vergunningen/toelatingen/erkenningen inzake het bereiden, vervaardigen, behandelen, bewerken, verwerken, verpakken, bewaren of vervoeren van waren behorend tot een bij AMvB angewezen categorie.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 14b lid 1 sub 2 onder b, art. 5, lid 1, onder b (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573); Zie AMvB’s Warenwet Bijlage I

Product: o.a. erkenning natuurlijk mineraal- en bronwater (Stcrt. 1986, 34 )

Opmerking: Deze handeling kan ook worden verricht door een ander bij AMvB aangewezen overheidsorgaan zoals bijvoorbeeld de Keuringsdienst van Waren/ zie handeling 100. Deel van deze handeling maakt uit:

– het weigeren, verlenen, wijzigen of intrekken van vergunningen voor het invoeren/bereiden van radioactieve stoffen (Besluit radioactieve stoffen, art. 2, lid 1–2, art. 3, lid 1, art. 4, lid 4 (Stb. 1958, 317), Besluit radioactieve stoffen, art. 3, lid 1, art. 4, lid 1 (Stb. 1963, 233)).

– het geven van toestemming aan de vervoerder om in een collo een radioactieve stof te vervoeren die een hogere waarde heeft dan staat omschreven in het Besluit radioactieve stoffen 1958/1963 (Besluit radioactieve stoffen, art. 2, lid 1 (Stb. 1958, 317), Besluit radioactieve stoffen, art. 10, lid 4 (Stb. 1963, 233)).

– het toelaten van natuurlijke personen of rechtspersonen die in het bezit mogen zijn van radioactieve stoffen (Besluit radioactieve stoffen, art. 2, lid 1, art. 3, lid 1 (Stb.1958, 317), Besluit radioactieve stoffen, art. 3, lid 1, art. 4, lid 1 (Stb.1963, 233)).

– het toelaten van (namen op) waren die naar aard en samenstelling gelijk zijn aan de waren zoals genoemd in AMvB‘s op grond van de Warenwet (Warenwet, art. 14, lid 3 (Stb. 1935, 793), zie ook AMvB’s Warenwet);

– het opstellen van voorschriften die worden verbonden aan een vergunning;

– het verzoeken aan de regionaal inspecteur voor de Gezondheidsbescherming om een centraal melkdepot of centrum voor standaardisering te erkennen als melkbehandelingsinrichting of melkverwerkingsinrichting (- Regeling zuivelbereiding, art. 3, lid 1 en 2 (Stcrt. 1994, 243));

– het erkennen een onderneming – waaraan krachtens de Kernenergiewet een vergunning is verleend inzake ioniserende straling uitzendende toestellen – voor het mogen uitvoeren van behandelingen van drink- en eetwaren met oniserende straling (Besluit doorstraalde waren, art. 3, lid 2 (Stb.1992, 205));

– het erkennen van bronnen van natuurlijk mineraal en bronwater (Natuurlijk mineraal- en bron waterbesluit, art. 2, lid 4–5 (Stb. 1985, 422)).

Waardering: V, 5 jaar na afloop vergunning

(103)

Handeling: Het verlenen (eventueel ook wijzigen of intrekken) van een ontheffing aan een bedrijf ten aanzien van verplichtingen of verboden welke zijn gesteld op grond van de Warenwet.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 16 lid 2 (1935, 793)

Product:

– Beschikking ontheffing met het oog op het pellen van garnalen en huisarbeid (Stcrt. 1979, 43)

– Beschikking houdende ontheffing aan Vroom & Dreesman inzake marktrestaurant (Stcrt. 1993, 199)

– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 145)

– Beschikking houdende ontheffing warenwetbesluit doorstraalde waren (Stcrt. 1994, 173)

– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 215)

– Beschikking ontheffing warenwetregeling nieuwe voedingsstoffen (Stcrt. 1994, 217)

Opmerking: Bij AMvBkan deze handeling worden overgedragen aan een daarbij aangewezen instelling (art. 22, lid 4, WW).

Waardering: V, 5 jaar na wijziging en intrekking van ontheffing

(120)

Handeling: Het behandelen van klachten inzake onregelmatigheden met betrekking tot specificiteitcertificaten.

Periode: 1992–

Grondslag: EEG-Verordening inzake de specificiteitcertificering voor landbouwproducten en levensmiddelen,, art. 10 en 11 (nr. 2082/92)

Opmerking: De klacht wordt onderzocht en stelt de betrokken lidstaat op de hoogte van zijn bevindingen. Mochten de betrokken lidstaten niet tot overeenstemming kunnen komen, dan wordt de klacht gericht aan de Europese Commissie.

Waardering: V, 5 jaar na afhandeling

(122)

Handeling: Het vaststellen van een tarief/keurloon voor de keuring van vlees.

Periode: 1957–

Grondslag: Besluit vaststelling van de vergoeding voor de kosten der keuring in het algemeen, art. 3 (Stcrt. 1957, 34); Vleeskeuringswet, art. 26a lid 1 (Stb. 1984, 109); Besluit invoer van vleesproducten uit derde landen, art. 10 lid 4 (Stb. 1991, 557); Besluit betreffende productie van en de handel in vers vlees, art. 13a (Stb. 1994, 12)

Product:

– Beschikking van 9 augustus 1957, nr. 11942 (Stcrt. 1957, 166)

– Beschikking van 11 september 1957, nr. 12769 (Stcrt. 1957, 179)

– Beschikking van 24 september 1957, (Stcrt. 1957, 186)

– Besluit rijksinvoerkeurloon voor vlees en vleesproducten uit andere landen dan de lidstaten van de EG (Stcrt. 1968, 50)

– Regeling tarieven keuring vee en vleesproducten (Stcrt. 1993, 99)

Waardering: V, 5 jaar na een hernieuwde vaststelling

(124)

Handeling: Het vaststellen van het maximum aantal keurmeesters.

Periode: 1994–

Grondslag: Besluit betreffende de productie van en het in de handel brengen van vers vlees, art. 8 onder d sub 4 (Stb. 1994, 12)

Waardering: V, 2 jaar

(126)

Handeling: Het opstellen van leerplannen, cursusschema’s e.d. voor de opleiding van (aankomende) keurmeesters van vee en vlees.

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 6 en 9 (Stb. 1920, 314

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit: het aanwijzen van examens die dienen te worden afgelegd door de keurmeesters.

Het Ministerie van Landbouw was de bevoegde autoriteit voor het inhoudelijk bepalen van de examens (opstellen ervan) en het uitgeven van diploma’s.

Waardering: V, 5 jaar

(133)

Handeling: Het afgeven, intrekken en eventueel schorsen van erkenningen en vergunningen voor inrichtingen zoals slachthuizen, uitsnijderijen en koel- en vrieshuizen.

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit algemene voorwaarden gesteld bij de invoer van vleeswaren, art. 4 onder d (Stb. 1922, 395); Vleeskeuringbesluit, art. 9 lid 4, art. 54 lid 1 onder b (Stb. 1957, 29); Besluit invoer van vlees uit het buitenland, art. 6 lid 2 (Stb. 1965, 345); Regeling vlees uit andere lidstaten van de EG en uit derde landen, bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie, art. 2 onder a sub 1-3 (Stcrt. 1993, 183); Regeling kalverleb-magen afkomstig uit andere lidstaten van EG en uit derde landen bestemd voor de bereiding van stremsel, art. 2 (Stcrt. 1993, 81); Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees, art. 7 lid 1, art. 9 lid 1 en 3–4, art. 10 (Stcrt. 1994, 12); Regeling productie en handel vlees vrij wild, art. 10 lid 1 (Stb. 1994, 563)

Product:

– Regeling aanwijzing bedrijven voor de opslag en verwerking van vlees niet bestemd voor menselijk consumptie (Stcrt. 1993, 78)

– Regeling aanwijzing bedrijven voor opslag of het drogen van vlees niet bestemd voor menselijk consumptie (Stcrt. 1994, 160)

– Regeling aanwijzing van bedrijven voor het verwerken, het opslaan, het drogen of het sorteren van vlees voor menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 165)

– Regeling aanwijzing bedrijven voor opslag of verwerking van vlees niet bestemd voor menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 210)

– Regeling aanwijzing bedrijven voor opslag of verwerking van vlees niet bestemd voor menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 252)

Opmerking: Zie voor vergunningen inzake ritueel slachten, bedwelming en sterilisatie van vlees de hier opvolgende sub-paragrafen. Deel van deze handeling maakt onder andere uit:

– het afgeven/opschorten/intrekken van erkenningen van inrichtingen die voldoen aan het eisen die zijn gesteld in het Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees;

– het aanwijzen van bedrijven waar de verwerking of opslag plaatsvindt van vlees niet bestemd voor consumptie en afkomstig uit landen van buiten de Europese Unie;

– het aanwijzen van bedrijven waar de verwerking van vlees plaats vindt tot voeder voor gezelschapsdieren, een farmaceutisch product of een technisch product;

– het erkennen van inrichtingen als vrij wildinrichtingen.

Waardering: V, 5 jaar na afloop erkenning/vergunning

(135)

Handeling: Het aanwijzen van slachthuizen waar ritueel geslacht mag worden.

Periode: 1957–

Grondslag: Vleeskeuringbesluit, art. 12 lid 1 (Stb.1957, 29)

Product:

– Beschikking van 17 november 1948 nr. 440E/doss. 3 (Stcrt. 224)

– Regeling inzake de aanwijzing van slachthuizen waar volgens de Israëlische ritus geslacht mag worden (Stcrt.1957, 252)

– Besluit aanwijzing slachthuizen waar volgens Islamitische ritus mag worden geslacht (Stcrt. 1988,149)

– Besluit aanwijzing slachthuizen waar volgens Islamitische ritus mag worden geslacht (Stcrt.1992, 97)

Waardering: V, 5 jaar na afloop aanwijzing

(141)

Handeling: Het verlenen van vergunningen inzake het mogen toepassen van bedwelming.

Periode: 1954–

Grondslag: Besluit tot uitvoering van artikel 18 en 25 van de Vleeskeuringswet, art. 8 (Stcrt. 1919, 424); Vleeskeuringbesluit (Stb. 1957, 29)

Waardering: V, 5 jaar na afloop vergunning

(167)

Handeling: Het toelaten van destructoren voor de destructie van vee, vlees of vleeswaren.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 2 lid 2, art. 4, art. 6 lid 1–2, art. 7, art. 8 (Stcrt. 1942, 48)

Product: Vaststelling werkgebied en toelating van Destructoren (Stcrt. 1951, 85).

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– de schadeloosstelling die bij de intrekking van een toelating wordt uitbetaald;

– het vaststellen/wijzigen van de gebiedsindeling.

Na toelating mogen de destructoren contracten met gemeenten sluiten. Dit contract kan worden ontbonden als gevolg van een wijziging van de gebiedsindeling. Een gemeente kan namelijk dan in een gebied komen te liggen van een andere destructor.

Waardering: V, 5 jaar na afloop contract tussen destructor en gemeente

(168)

Handeling: Het goedkeuren van de contracten die destructoren met de gemeenten hebben gesloten.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 9 lid 2 (Stcrt. 1942, 48)

Waardering: V, 5 jaar na afloop goedkeuring

(169)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen van de verplichting om vee, vlees of vleeswaren te laten behandelen door een destructor.

Periode: 1945–1957

Grondslag: Destructiebesluit 1942, art. 2 lid 3 (Stcrt. 1942, 48)

Waardering: V, 5 jaar na afloop ontheffing

(176)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen aan verboden of verplichtingen gesteld in de Destructiewet.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 3 lid 1, art. 13 lid 1–3 (Stb. 1957, 84); Destructiewet, art. 4a lid 2 (Stb. 1994, 784)

Product: o.a.. Regeling ontheffing ex artikel 13, eerste lid, Destructiewet

Opmerking: Deel van deze handeling maakt onder andere uit:

– het verlenen van ontheffingen aan verplichtingen gesteld in de gemeentelijke verordeningen aan de gemeenten en de eigenaren of houders van laag- en hoog-risico materiaal;

– het verlenen van ontheffingen – aan de houder, eigenaar of bedrijf dat voeder voor edelpelsdieren bereidt – aan verplichting om laag-risico materiaal volgens bij deze wet bepaalde te verwerken tot ingrediënten van diervoeder;

– het aanwijzen van inrichtingen – welke wetenschappelijk onderzoek verrichten op hoog-risico materiaal – die de verplichtingen, gesteld aan de eigenaars of houders van hoog-risico materiaal, niet hoeven toe te passen.

Waardering: V, 5 jaar na afloop ontheffing

(178)

Handeling: Het vaststellen van een tarief voor de vergoeding van de kosten inzake keuringen of controles van (verwerkt) destructiemateriaal.

Periode: 1994–

Grondslag: Destructiewet, art. 4c (Stb. 1994, 784)

Waardering: V, 3 jaar

(180)

Handeling: Het verlenen van een machtiging aan de transporteur inzake het in het verkeer brengen van levensmiddelen welke niet voldoen aan de voorschriften zoals die staan in Bijlage II en III van de ATP-overeenkomst (Trb. 1972, 112)..

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 12 (Stb. 1978, 430)

Waardering: V, 1 jaar na afloop machtiging

(221)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Economische Zaken en de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake de vervanging van de aanduidingen ‘produkt met x%’ vlees’ met andere aanduidingen

Periode: 1987–

Grondslag: Vlees- en Vleeswarenbesluit (Warenwet) 1987, art. 7 lid 3 (Stb.1987, 242)

Waardering: B 1

Actoren die onder de Minister van Landbouw ressorteren

Actor: de Algemene Inspectie Dienst (AID)

(180)

Handeling: Het verlenen van een machtiging aan de transporteur inzake het in het verkeer brengen van levensmiddelen welke niet voldoen aan de voorschriften zoals die staan in Bijlage II en III van de ATP-overeenkomst (Trb. 1972, 112).

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 12 (Stb. 1978, 430)

Waardering: V, 1 jaar na afloop machtiging

(202)

Handeling: Het opstellen en evalueren van projecten inzake het preventief en repressief controleren van de houders van waren.

Periode: 1945–

Bron: Interview

Waardering: V, 10 jaar

(203)

Handeling: Het preventief en repressief controleren van de houders van waren.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 5, artt. 18, 19 (Stb.1935, 793), art. 25 (Stb.1988, 360); Vleeskeuringswet, artt. 10 art. 2, 17, 31–45 (Stb.1919, 524); Destructiewet, art. 24 (Stb. 1957, 84 en Stb. 1994, 784); Kernenergiewet, art. 58 t/m 66 (Stb. 1963, 82)

Opmerking: Deze handeling kan een activiteit vormen onder de hierop volgende handelingen, waaronder die inzake het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaven van de wetgeving inzake voedsel- en productveiligheid.

Deel van deze handeling maakt uit: het tijdens de controle en/of in een eindbrief gelasten aan de houders van waren die, naar oordeel van controleurs van de Keuringsdienst van Waren, een gevaar opleveren voor de gezondheid of veiligheid van de mens, om op doeltreffende wijze maatregelen te nemen om dit gevaar tot het minimum te beperken.

Waardering: V, 10 jaar na controle

(205)

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan het bestuursrechtelijk handhaven van de wet- en regelgeving op het beleidsterrein voedings- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar na afloop zaak

(206)

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan het strafrechtelijk handhaven van de wet- en regelgeving inzake voedsel- en productveiligheid.

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar na afloop zaak

Actor: de Commissie Herstructurering Openbare Slachthuizen

(229)

Handeling: Het onderzoeken welke herstructurering van de openbare slachthuizen zal plaatsvinden, en welke maatregelen het Rijk eventueel in dit verband dient te nemen.

Periode: 1975–1976

Grondslag: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1975, 41)

Product: Rapport (Stcrt. 1976, 134)

Opmerking: De genoemde herstructurering zou plaatsvinden mede als gevolg van een voorgenomen afschaffing van de nadere keuring van vlees bij ‘invoer’ in een gebied van een andere vleeskeuringskring.

Waardering: B 1

Actor: de Commissie Tarieven Keuring Vlees

(230)

Handeling: Het ontwerpen van een stelsel van heffingen voor de financiering van de gehele vleeskeuring.

Periode: 1975–

Grondslag: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1975, 41)

Product: Interimrapport (Stcrt. 1976, 32), Rapport (Stcrt. 1977, 61)

Waardering: B 1

(231)

Handeling: Het ontwerpen van een stelsel van tijdelijke toeslagen, bestemd voor herstructureringsmaatregelen t.b.v. openbare slachthuizen.

Periode: 1975–

Grondslag: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1975, 41)

Product: Interimrapport (Stcrt. 1976, 32), Rapport (Stcrt. 1977, 61)

Waardering: B 1

Actor: de Commissie van advies voor de Rijksdienst voor Vee en Vlees

(93)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw en Volksgezondheid inzake de uitvoerende werkzaamheden van de Rijksdienst voor Vee en Vlees.

Periode: 1983–

Grondslag: Instellingsbeschikking Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees (Stcrt. 1983, 181)

Waardering: V, 5 jaar

Actor: de Examencommissie veeartsen

(130)

Handeling: Het afnemen van examens van (aankomende) keurmeesters van vee en vlees.

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit opleiding keurmeester vee en vlees, art. 17 (Stb. 1920, 314)

Waardering: V, 10 jaar

Actor: de minister onder wie Sociale Zaken ressorteren

(31)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met ministers die het mede aangaat – voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s op basis van de Warenwet.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 1, artt. 4–7, artt. 11–17, art. 19, art. 22, art. 24, art. 30, art. 31, art. 33 (Stb. 1935, 793)

Product: o.a.

– Besluit van 5 januari 1921 tot uitvoering van artikel 6, 3de lid en artikel 23, 3de lid der Warenwet (Stb. 1921, 5)

– Besluit waren in zin van de wet (Stb. 1921, 638)

– Besluit papier (Stb. 1922, 109)

– Besluit suiker en stroop (Stb. 1924, 96)

– Besluit behangsel (Stb. 1924, 213)

– Besluit specerijen (Stb. 1924, 251)

– Besluit deegwaren (Stb. 1924, 313)

– Besluit vleesextracten (Stb. 1924, 428)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1925, 34)

– Besluit margarine (Stb. 1925, 417)

– Besluit vet (Stb. 1925, 421)

– Besluit brood (Stb. 1925, 478)

– Besluit azijn (Stb. 1926, 214)

– Besluit bier (Stb. 1926, 280)

– Besluit oliën en vetten (Stb. 1926, 339)

– Besluit kaas (Stb. 1927, 396)

– Besluit wijn (Stb. 1929, 137)

– Besluit kapok (Stb. 1930, 22)

– Besluit kapok en beddengoed (Stb. 1930, 65)

– Besluit ansjovis (Stb. 1930, 220)

– Besluit vaste melkproducten (Stb. 1932, 57)

– Besluit margarinekaas (Stb. 1932, 327)

– Besluit maanzaadbesluit (Stb. 1933, 514)

– Besluit houdende vaststelling van voorwaarden voor de erkenning van provinciale keuringsdiensten van waren (Stb. 1936, 881)

– Besluit jam en limonade (Stb. 1937, 854)

– Besluit vlees- en vleeswaren(Stb. 1938, 865)

– Besluit houdende vaststelling van een – Regeling betreffende de verbindende kracht van enige bezettingsregelingen tot uitvoering van de Warenwet (Stb. 1945, 326)

– Besluit aroma, jus en soep (Stb. 1947, 635)

– Besluit peulvruchten (Stb. 1948, I 399)

– Algemeen besluit (Stb. 1949, J. 306)

– Besluit Warenwetrecht (Stb. 1951, 8)

– Besluit meelbesluit (Stb. 1953, 232)

– Besluit likeurbesluit (Stb. 1953, 466)

– Besluit consumptie-ijs (Stb. 1954, 257)

– Besluit melk (Stb. 1955, 155)

– Besluit vulsel (Stb. 1957, 339)

– Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1958, 317)

– Besluit kleurstoffen (Stb. 1958, 407)

– Besluit honing (Stb. 1959, 218)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1959, 381)

– Besluit smeltkaas (Stb. 1959, 438)

– Besluit kaas (Stb. 1959, 439)

– Besluit honingmerken (Stb. 1959, 509);

– Besluit margarine (Stb. 1961, 398)

– Besluit kleurstoffen (Stb. 1964, 582)

– Besluit honing (Stb. 1965, 431)

– Besluit vaste melkproducten (Stb. 1965, 437)

– Besluit houdende aanwijzing van opsporingsambtenaren op grond van de Warenwet (Stb. 1967, 690)

– Besluit conserveermiddelen (Stb. 1967, 691)

– Besluit peulvruchten (Stb. 1968, 227)

– Besluit cosmetica (Stb. 1968, 615)

– Besluit zout (Stb. 1968, 421)

– Besluit specerijen (Stb. 1969, 214);

– Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1969, 514)

– Besluit mayonaise en slasaus (Stb. 1971, 78)

– Besluit mosterd (Stb. 1971, 256)

– Besluit gebruik aminozuren preparaat voor de broodbereiding (Stb. 1971, 411)

– Besluit glasartikelen (Stb. 1972, 688)

– Besluit anti-oxydanten (Stb. 1973, 142)

– Besluit textielartikelen (Stb. 1974, 512)

– Besluit melk (Stb. 1974, 669)

– Besluit helmen (Stb. 1975, 517)

– Besluit zetmeel (Stb. 1975, 660)

– Besluit houdende vaststelling van voorwaarden voor de erkenning van provinciale – Keuringsdiensten van Waren (Stb. 1976, 3)

– Besluit speelgoed (Stb. 1976, 101)

– Besluit emulgatoren (Stb. 1976, 153)

– Besluit helmen (Stcrt. 1976, 366)

– Besluit jus (Stb. 1976, 664)

– Besluit vleesextract-, aroma en bouillon (Stb. 1976, 665)

– Besluit soep (Stb. 1976, 666)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1977, 41)

– Besluit puddingpoeder (Stb. 1977, 140)

– Besluit suiker en stroop (Stb. 1977, 141)

– Besluit aërosolen (Stb. 1978, 116)

– Besluit consumptie-ijs 1978 (Stb. 1978, 238)

– Besluit honing (Stb. 1978, 655)

– Besluit frisdranken en siropen (Stb. 1979, 100)

– Besluit jam en- geconserveerde vruchten (Stb. 1979, 102)

– Besluit inzake verpakking voor koolzuurhoudende niet-alcoholische verpakkingen (Stb.1979, 112)

– Besluit geconserveerde aardappelen (Stb. 1979. 176)

– Besluit geconserveerde groenten (Stb. 1979, 219)

– Besluit verpakking- en gebruiksartikelen (Stb. 1979, 558)

– Besluit kokswaren (Stb. 1979, 563)

– Besluit hoeveelheidaanduidingen (Stb. 1980, 223)

– Besluit cosmetica (Stb. 1980, 256);

– Besluit aanduidingen voor bijzondere voeding (Stb. 1980, 658)

– Besluit aanduidingen sigaretten en shag (Stb. 1981, 329)

– Besluit vlees en vleeswaren (Stb. 1981, 506)

– Besluit algemene aanduidingen (Stb. 1981, 621)

– Besluit siervoorwerpen (Stb. 1981, 684)

– Besluit kwark (Stb. 1982, 219)

– Besluit kaas (Stb. 1982, 227)

– Besluit vuurwerk (Stb. 1982, 488)

– Besluit reddings- en zwemvesten (Stb. 1982, 469)

– Besluit jam- en geconserveerde vruchten (Stb. 1982, 693)

– Besluit hulpstoffen smeltkaas (Stb. 1983, 106)

– Besluit vulsel (Stb. 1983, 556)

– Besluit kinderveilige verpakkingen huishoudchemicaliën (Stb. 1984, 688)

– Besluit garnalen (Stb. 1985, 85)

– Besluit natuurlijk mineraal- en bronwater (Stb. 1985, 422)

– Besluit speelgoed (Stb. 1985, 751)

– Besluit meel (Stb. 1985, 757)

– Besluit brood (Stb. 1985, 758)

– Besluit draagbaar klimmateriaal (Stb. 1986, 86)

– Besluit spaanplaat (Stb. 1986, 517)

– Besluit toelating van citroensap in margarine en halvarine (Stb. 1986, 555)

– Besluit vlees en vleeswaren (Stb. 1987, 243)

– Besluit aanduidingen voedingswaarden (Stb. 1988, 162)

– Besluit eiwitproducten (Stb. 1988, 339)

– Besluit tot toelating van johannesbroodpitmeel en xanthaangom aan halvarine (Stb. 1988, 398)

– Besluit imitatieproducten (Stb.1989, 253)

– Besluit zoetstoffen (Stb. 1989, 548)

– Besluit kinderbedden en -boxen (Sb 1990. 106);

– Besluit speelgoed (Stb. 1991, 269);

– Besluit verduurzaamde vruchtenproducten (Stb. 1992, 12);

– Besluit etikettering van levensmiddelen (Stb. 1992, 14);

– Besluit aroma’s (Stb. 1992, 95)

– Besluit veilige verpakkingen van huishoudchemicaliën (Stb. 1992, 106)

– Besluit gastoestellen (Stb. 1992, 124)

– Besluit levensmiddelenadditieven (Stb. 1992, 204)

– Besluit doorstraalde waren (Stb. 1992, 205)

– Besluit producten voor bijzondere voeding (Stb. 992, 222)

– Besluit benzine (Stb. 1992, 339)

– Besluit machines (Stb. 1992, 379)

– Besluit elektrotechnische producten (Stb. 1992, 385)

– Besluit persoonlijke beschermingsmiddelen (Stb. 1992, 396)

– Besluit brandveiligheid nachtkleding (Stb. 1992, 600)

– Besluit warmtebehandelde melk (Stb. 1992, 639)

– Besluit eiproducten (Stb. 1992, 660)

– Besluit bereiding en behandeling van levensmiddelen (Stb. 1992, 678)

– Besluit uitvoer van waren (Stb. 1993, 314)

– Besluit thee (Stb. 1993, 470)

– Besluit koffie en cichorei (Stb. 1993, 471)

– Besluit voedingswaarde informatie levensmiddelen (Stb. 1993, 483)

– Besluit algemene productveiligheid (Stb. 1993, 499)

– Besluit invoer levensmiddelen uit derde landen (Stb. 1993, 698)

– Besluit producten visserij (Stb. 1994, 46)

– Besluit algemene chemische productveiligheid (Stb. 1994, 105)

– Besluit veilige verpakking van huishoudchemicaliën (Stb. 1994, 106)

– Besluit asbest (Stb. 1994, 674)

– Besluit zuivel (Stb. 1994, 813)

– Besluit gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (Stb. 1994, 872)

– Besluit etikettering schoeisel (Stb. 1995, 324)

– Besluit motor- en bromfietshelmen (Stb. 1995, 424)

– Besluit cosmetische producten (Stb. 1995, 519)

– Besluit deponering informatie preparaten (Stb. 1996, 38)

– Besluit puddingpoeders (Stb. 1996, 48)

– Besluit soep, vleesextract en bouillon (Stb. 1996, 118)

– Besluit houdende regels inzake de veiligheid van verpakkingen onder druk (Stb. 1996, 251)

– Besluit toevoeging microvoedingsstoffen aan levensmiddelen (Stb. 1996, 311)

Waardering: B 1

(40)

Handeling: Het aanwijzen van (overheids-) instanties die voor de betrokken ministers Warenwetbeschikkingen afgeven (w.o. vergunningen, ontheffingen, certificaten etc.) en het stellen van (nadere) regels inzake de werkzaamheden van deze instanties.

Grondslag: Warenwet, art. 14b lid 2, 14 lid 3 en 5, art. 14i lid 4, art. 14n lid 2–3, art. 3, art. 7 lid 3 en 5, art. 11 lid 4, art. 14n lid 2–3, art. 16 lid 2–3, art 17 lid 4 (Stb. 1988, 358, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573); EEG-Verordening inzake de specificiteitcertificering voor landbouwproducten en levensmiddelen (nr. 2082/92) art. 7 lid 4; zie ook Warenwet-AMvB’s bijlage I

Periode: 1945–

Product: o.a.:

– warenwetregeling aanwijzing normalisatie- en keuringsinstituten producten (Stcrt. 1992, 164)

– Beschikking houdende aanwijzing TNO-certificatie voor verkeershelmen (Stcrt. 1993, 77)

– Beschikking houdende aanwijzing TNO-certificatie reddings- en zwemvesten (Stcrt. 1993, 121)

– Beschikking houdende aanwijzing keuringsinstantie (Stcrt. 1994, 137)

– Beschikking aanwijzing instantie onderzoek veiligheid kinderspeelgoed (Stcrt. 1994, 203)

Opmerking: Het stellen van (nadere) regels m.b.t. de manier waarop aangewezen instanties hun werkzaamheden verrichten kan een activiteit vormen, onder de andere handelingen in het hoofdstuk Wet- en regelgeving Warenwet in het RIO. Deel van deze handeling maakt uit:

– het stellen van regels inzake de wijze van betaling van gelden ter bestrijding van de kosten van de keuring van waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, die bij aanwending schadelijk kunnen zijn voor veiligheid of gezondheid;

– het stellen van (nadere) regels aan overheidsinstanties die de door de minister overgedragen bevoegdheid uitoefenen inzake het verlenen van ontheffingen van regels gesteld in de Warenwet (Warenwet (Stb. 1994, 573), art. 16, lid 2);

– het stellen van regels inzake de betaling voor het verlenen van ontheffingen van regels gesteld in de Warenwet;

– het aanwijzen van normalisatie en keuringsinstellingen inzake keuringen van waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, die bij aanwending schadelijk kunnen zijn voor veiligheid of gezondheid;

– het aanwijzen van instanties die EG-type-onderzoeksverklaringen voor beschermingsmiddelen afgeven zoals bedoeld in artikel 10 van de Richtlijn 89/686/EEG (Besluit beschermingsmiddelen, art. 5, lid 2, sub 3 (Stb. 1992, 376));

– het aanwijzen van een instantie die de registratieaanvraag voor een specificiteitcertificaat behandelt;

– het aanwijzen van een instantie die een bewijs van oorsprong afgeeft inzake wijn;

– het aanwijzen van instanties die certificaten afgeven inzake voor de uitvoer bestemde garnalen die voldoen aan bepalingen zoals die staan in de Recommended Code of Practice for Shrimps and Prawns (Recommended Code of Practice for Shrimps and Prawns is uitgegeven door de FAO/WHO en bevat onder andere regels ter identificatie van garnalen);

– het aanwijzen van instanties die bedrijfscontrolesystemen erkennen;

het aanwijzen van instanties die technische constructiedossiers registreren en die EG-type- onderzoeksverklaringen afgeven zoals bedoeld in Bijlage VI van de Richtlijn 89/368/EEG.

Waardering: B 4: richtlijnen en regelingen

V, 10 jaar: overige neerslag

(64)

Handeling: Het erkennen van instellingen die toestellen en installaties voor elektrische bedwelming testen.

Periode: 1957–

Grondslag: Beschikking, art. 3 (Stcrt. 1957, 105)

Waardering: V, 5 jaar na afloop erkenning

(139)

Handeling: Het goedkeuren van type toestellen en installaties voor elektrische bedwelming.

Periode: 1957–

Grondslag: Beschikking van 10 december 1954, 18395, art. 3 (Stcrt. 1954, 242)

Waardering: V, 10 jaar na afloop geldigheid goedkeuring

(190)

Handeling: Het maken van bezwaar indien andere dan internationale organen of nationale overheidsorganen inlichtingen uit het register inzake radioactieve stoffen krijgen.

Periode: 1969–2002

Grondslag: Besluit registratie radioactieve stoffen en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet, art. 2 lid 5 (Stb. 1969, 472)

Waardering: V, 2 jaar na uitspraak

(195)

Handeling: Het jaarlijks registreren van verslagen inzake de handelingen en bevindingen van Colleges van B&W met betrekking tot de uitoefening van hun taken inzake het registreren voor invoer, aflevering of bereiding van radioactieve stoffen.

Periode: 1969–2002

Grondslag: Besluit registratie radioactieve stoffen en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet, art. 13 (Stb. 1969, 472)

Waardering: B 3 (verslagen zelf)

V, 5 jaar: overige neerslag

Actor: de Minister van Verkeer en Waterstaat

(80)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen

Periode: 1978–

Product: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen (Stb. 1978, 430)

Waardering: B 1

(81)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake het grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen.

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 12 (Stb. 1978, 430)

Waardering: B 1

(82)

Handeling: Het aanwijzen van een keuringsinstelling die bevoegd is keuringscertificaten af te geven aan de eigenaar van een voertuig dat voldoet aan de normen die staan in Bijlage I van de ATP-overeenkomst (Trb. 1972, 112) en het vaststellen van nadere voorschriften voor deze instellingen.

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen,art. 8 lid 2, art. 9, lid 2 en 5, art. 10 onder b (Stb. 1978, 430)

Product: Beschikking van 1 juni 1979, nr. A-1/V26 140 (Stcrt. 1978, 430)

Opmerking: Deel van deze handelingen maakt uit: het aanwijzen van een keuringsinstelling in een land dat geen deel uitmaakt van de ATP-overeenkomst.

Waardering: B 4

(86)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – toelaten/aanwijzen van diensten en ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen (Stb. 1978, 430) en het stellen van nadere regels inzake de werkwijze van de diensten en de ambtenaren

Periode: 1978–

Grondslag: Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, art. 6 lid 1 (Stb. 1978, 430)

Product: Ministeriële beschikking van 21 mei 1979, nr. J 1862 (Stcrt. 1980, 126)

Waardering: B 4

(182)

Handeling: Het beslissen op een beroep tegen een besluit van de Rijksdienst voor het Weg verkeer/de NV Nederlandse Spoorwegen inzake het al dan niet toekennen van een keuringscertificaat.

Periode: 1978–

Grondslag: Beschikking nr. A-1/V26 140, art. 5 lid 1 (Stcrt. 1978, 430)

Waardering: V, 5 jaar na uitspraak

Actor: de vakminister

(31)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met ministers die het mede aangaat – voor bereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s op basis van de Warenwet.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 1, artt. 4–7, artt. 11–17, art. 19, art. 22, art. 24, art. 30, art. 31, art. 33 (Stb. 1935, 793)

Product: o.a.

– Besluit van 5 januari 1921 tot uitvoering van artikel 6, 3de lid en artikel 23, 3de lid der Warenwet (Stb. 1921, 5)

– Besluit waren in zin van de wet (Stb. 1921, 638)

– Besluit papier (Stb. 1922, 109)

– Besluit suiker en stroop (Stb. 1924, 96)

– Besluit behangsel (Stb. 1924, 213)

– Besluit specerijen (Stb. 1924, 251)

– Besluit deegwaren (Stb. 1924, 313)

– Besluit vleesextracten (Stb. 1924, 428)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1925, 34)

– Besluit margarine (Stb. 1925, 417)

– Besluit vet (Stb. 1925, 421)

– Besluit brood (Stb. 1925, 478)

– Besluit azijn (Stb. 1926, 214)

– Besluit bier (Stb. 1926, 280)

– Besluit oliën en vetten (Stb. 1926, 339)

– Besluit kaas (Stb. 1927, 396)

– Besluit wijn (Stb. 1929, 137)

– Besluit kapok (Stb. 1930, 22)

– Besluit kapok en beddengoed (Stb. 1930, 65)

– Besluit ansjovis (Stb. 1930, 220)

– Besluit vaste melkproducten (Stb. 1932, 57)

– Besluit margarinekaas (Stb. 1932, 327)

– Besluit maanzaadbesluit (Stb. 1933, 514)

– Besluit houdende vaststelling van voorwaarden voor de erkenning van provinciale keuringsdiensten van waren (Stb. 1936, 881)

– Besluit jam en limonade (Stb. 1937, 854)

– Besluit vlees- en vleeswaren(Stb. 1938, 865)

– Besluit houdende vaststelling van een regeling betreffende de verbindende kracht van enige bezettingsregelingen tot uitvoering van de Warenwet (Stb. 1945, 326)

– Besluit aroma, jus en soep (Stb. 1947, 635)

– Besluit peulvruchten (Stb. 1948, I 399)

– Algemeen besluit (Stb. 1949, J. 306)

– Besluit Warenwetrecht (Stb. 1951, 8)

– Besluit meelbesluit (Stb. 1953, 232)

– Besluit likeurbesluit (Stb. 1953, 466)

– Besluit consumptie-ijs (Stb. 1954, 257)

– Besluit melk (Stb. 1955, 155)

– Besluit vulsel (Stb. 1957, 339)

– Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1958, 317)

– Besluit kleurstoffen (Stb. 1958, 407)

– Besluit honing (Stb. 1959, 218)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1959, 381)

– Besluit smeltkaas (Stb. 1959, 438)

– Besluit kaas (Stb. 1959, 439)

– Besluit honingmerken (Stb. 1959, 509);

– Besluit margarine (Stb. 1961, 398)

– Besluit kleurstoffen (Stb. 1964, 582)

– Besluit honing (Stb. 1965, 431)

– Besluit vaste melkproducten (Stb. 1965, 437)

– Besluit houdende aanwijzing van opsporingsambtenaren op grond van de Warenwet (Stb. 1967, 690)

– Besluit conserveermiddelen (Stb. 1967, 691)

– Besluit peulvruchten (Stb. 1968, 227)

– Besluit cosmetica (Stb. 1968, 615)

– Besluit zout (Stb. 1968, 421)

– Besluit specerijen (Stb. 1969, 214);

– Besluit radioactieve stoffen (Stb. 1969, 514)

– Besluit mayonaise en slasaus (Stb. 1971, 78)

– Besluit mosterd (Stb. 1971, 256)

– Besluit gebruik aminozuren preparaat voor de broodbereiding (Stb. 1971, 411)

– Besluit glasartikelen (Stb. 1972, 688)

– Besluit anti-oxydanten (Stb. 1973, 142)

– Besluit textielartikelen (Stb. 1974, 512)

– Besluit melk (Stb. 1974, 669)

– Besluit helmen (Stb. 1975, 517)

– Besluit zetmeel (Stb. 1975, 660)

– Besluit houdende vaststelling van voorwaarden voor de erkenning van provinciale Keuringsdiensten van Waren (Stb. 1976, 3)

– Besluit speelgoed (Stb. 1976, 101)

– Besluit emulgatoren (Stb. 1976, 153)

– Besluit helmen (Stcrt. 1976, 366)

– Besluit jus (Stb. 1976, 664)

– Besluit vleesextract-, aroma en bouillon (Stb. 1976, 665)

– Besluit soep (Stb. 1976, 666)

– Besluit wasmiddelen (Stb. 1977, 41)

– Besluit puddingpoeder (Stb. 1977, 140)

– Besluit suiker en stroop (Stb. 1977, 141)

– Besluit aërosolen (Stb. 1978, 116)

– Besluit consumptie-ijs 1978 (Stb. 1978, 238)

– Besluit honing (Stb. 1978, 655)

– Besluit frisdranken en siropen (Stb. 1979, 100)

– Besluit jam en- geconserveerde vruchten (Stb. 1979, 102)

– Besluit inzake verpakking voor koolzuurhoudende niet-alcoholische verpakkingen (Stb.1979, 112)

– Besluit geconserveerde aardappelen (Stb. 1979. 176)

– Besluit geconserveerde groenten (Stb. 1979, 219)

– Besluit verpakking- en gebruiksartikelen (Stb. 1979, 558)

– Besluit kokswaren (Stb. 1979, 563)

– Besluit hoeveelheidaanduidingen (Stb. 1980, 223)

– Besluit cosmetica (Stb. 1980, 256);

– Besluit aanduidingen voor bijzondere voeding (Stb. 1980, 658)

– Besluit aanduidingen sigaretten en shag (Stb. 1981, 329)

– Besluit vlees en vleeswaren (Stb. 1981, 506)

– Besluit algemene aanduidingen (Stb. 1981, 621)

– Besluit siervoorwerpen (Stb. 1981, 684)

– Besluit kwark (Stb. 1982, 219)

– Besluit kaas (Stb. 1982, 227)

– Besluit vuurwerk (Stb. 1982, 488)

– Besluit reddings- en zwemvesten (Stb. 1982, 469)

– Besluit jam- en geconserveerde vruchten (Stb. 1982, 693)

– Besluit hulpstoffen smeltkaas (Stb. 1983, 106)

– Besluit vulsel (Stb. 1983, 556)

– Besluit kinderveilige verpakkingen huishoudchemicaliën (Stb. 1984, 688)

– Besluit garnalen (Stb. 1985, 85)

– Besluit natuurlijk mineraal- en bronwater (Stb. 1985, 422)

– Besluit speelgoed (Stb. 1985, 751)

– Besluit meel (Stb. 1985, 757)

– Besluit brood (Stb. 1985, 758)

– Besluit draagbaar klimmateriaal (Stb. 1986, 86)

– Besluit spaanplaat (Stb. 1986, 517)

– Besluit toelating van citroensap in margarine en halvarine (Stb. 1986, 555)

– Besluit vlees en vleeswaren (Stb. 1987, 243)

– Besluit aanduidingen voedingswaarden (Stb. 1988, 162)

– Besluit eiwitproducten (Stb. 1988, 339)

– Besluit tot toelating van johannesbroodpitmeel en xanthaangom aan halvarine (Stb. 1988, 398)

– Besluit imitatieproducten (Stb.1989, 253)

– Besluit zoetstoffen (Stb. 1989, 548)

– Besluit kinderbedden en -boxen (Sb 1990. 106);

– Besluit speelgoed (Stb. 1991, 269);

– Besluit verduurzaamde vruchtenproducten (Stb. 1992, 12);

– Besluit etikettering van levensmiddelen (Stb. 1992, 14);

– Besluit aroma’s (Stb. 1992, 95)

– Besluit veilige verpakkingen van huishoudchemicaliën (Stb. 1992, 106)

– Besluit gastoestellen (Stb. 1992, 124)

– Besluit levensmiddelenadditieven (Stb. 1992, 204)

– Besluit doorstraalde waren (Stb. 1992, 205)

– Besluit producten voor bijzondere voeding (Stb. 992, 222)

– Besluit benzine (Stb. 1992, 339)

– Besluit machines (Stb. 1992, 379)

– Besluit elektrotechnische producten (Stb. 1992, 385)

– Besluit persoonlijke beschermingsmiddelen (Stb. 1992, 396)

– Besluit brandveiligheid nachtkleding (Stb. 1992, 600)

– Besluit warmtebehandelde melk (Stb. 1992, 639)

– Besluit eiproducten (Stb. 1992, 660)

– Besluit bereiding en behandeling van levensmiddelen (Stb. 1992, 678)

– Besluit uitvoer van waren (Stb. 1993, 314)

– Besluit thee (Stb. 1993, 470)

– Besluit koffie en cichorei (Stb. 1993, 471)

– Besluit voedingswaarde informatie levensmiddelen (Stb. 1993, 483)

– Besluit algemene productveiligheid (Stb. 1993, 499)

– Besluit invoer levensmiddelen uit derde landen (Stb. 1993, 698)

– Besluit producten visserij (Stb. 1994, 46)

– Besluit algemene chemische productveiligheid (Stb. 1994, 105)

– Besluit veilige verpakking van huishoudchemicaliën (Stb. 1994, 106)

– Besluit asbest (Stb. 1994, 674)

– Besluit zuivel (Stb. 1994, 813)

– Besluit gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (Stb. 1994, 872)

– Besluit etikettering schoeisel (Stb. 1995, 324)

– Besluit motor- en bromfietshelmen (Stb. 1995, 424)

– Besluit cosmetische producten (Stb. 1995, 519)

– Besluit deponering informatie preparaten (Stb. 1996, 38)

– Besluit puddingpoeders (Stb. 1996, 48)

– Besluit soep, vleesextract en bouillon (Stb. 1996, 118)

– Besluit houdende regels inzake de veiligheid van verpakkingen onder druk (Stb. 1996, 251)

– Besluit toevoeging microvoedingsstoffen aan levensmiddelen (Stb. 1996, 311)

Warenwetbesluit drukapparatuur (Stb.1999, 311)

Warenwetbesluit containers (Stb.1983, 177)

Warenwetbesluit liften (Stb.1996, 444)

Waardering: B 1

(39)

Handeling: Het – eventueel in overeenstemming met andere ministers – aanwijzen van toezichthoudende diensten/personen en stellen van nadere regels inzake (de werkwijze van) deze diensten en personen.

Periode: 1945–

Grondslag: Warenwet, art. 18 (Stb. 1935, 793, zoals gewijzigd bij Stb. 1988, 358 en Stb. 1994, 573)

Product:

– Regeling monsterneming (Stcrt. 1921, 87)

– Beschikking van 29 juli 1926 (Stcrt. 1926, 216)

– Besluit uitvoering artikelen 2 en 33 der Warenwet (Stcrt. 1936, 18)

– Vaststelling vergoeding aan gemeenten van kosten voor inning van Waren-wetrecht (Stcrt. 1974, 96)

– Instelling Rijkskeuringsdienst van Waren (Stcrt. 1985, 251)

– Besluit gebiedsindeling Keuringsdiensten van Waren (Stcrt. 1986, 251/Stcrt. 1989, 114)

– Regeling specialisatie Rijkskeuringsdienst van Waren (Stcrt. 1989, 9)

– Regeling monsterneming (Stcrt. 1989, 89)

– Regeling van specialisatie Rijkskeuringsdiensten (Stcrt. 1989, 179)

– Beschikking aanwijzing nieuwe deskundigen (Stcrt. 1990, 64)

– Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Warenwet en Vleeskeuringswet (Stcrt.1990, 180)

– Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Warenwet en Destructiewet (Stcrt. 1990, 180)

– Regeling houdende vaststelling warenwetregeling monsterneming (Stcrt. 1992, 86)

– Regeling houdende aanwijzing controlerend orgaan naleving Warenwetbesluit benzine (Stcrt. 1992, 128)

– Beschikking houdende aanwijzing toezichthoudende ambtenaren artikel 25 Warenwet (Stcrt. 1994, 46)

– Regeling gezondheidscontroles van dierlijke oorsprong (derde landen)/(Stcrt. 1994, 245)

– Regeling gezondheidscontroles van dierlijke oorsprong (intraverkeer)/(Stcrt. 1994, 245)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit het: het regelen van de taakverdeling van de ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Warenwet, art. 2, lid 1, sub. 1 (Stb. 1935, 793).

Waardering: B 4

(48)

Handeling: Het goedkeuren van door bedrijfsorganisaties opgestelde verordeningen en daarop gebaseerde besluiten en andere voorschriften voor zover deze betrekking hebben op waren.

Periode: 1965–

Grondslag: Warenwet, art. 22 lid 1 (Stb. 1965, 368, zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 573)

Waardering: V, 5 jaar na intrekken verordening

(59)

Handeling: Het – in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat – voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s betreffende vlees en vleeswaren voor zover deze voortkomen uit de Vleeskeuringswet

Periode: 1945–

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 1 lid 2, art. 2 lid 2, art. 5 lid 2, art. 18, lid 1–3 art. 19 en 19 onder a, art. 20 lid 2, art. 25, art. 27 lid 2, art. 28, art. 30, art. 30a, c –d (Stb. 1919, 524)

Product:

– Besluit uitvoering artikel 18 en 25 Vleeskeuringswet (Stb. 1920, 285)

– Besluit opleiding keurmeester vee en vlees (Stb. 1920, 314)

– Besluit betreffende het verlenen van rentedragende voorschotten aan gemeenten (Stb. 1921, 637)

– Besluit tot uitvoering van artikel 19 (Stb. 1921, 754)

– Besluit algemene voorwaarden gesteld bij de invoer van vlees (Stb. 1922, 225)

– Besluit tot uitvoering van artikel 2, lid 2, onder a (Stb. 1922, 379)

– Besluit algemene voorwaarden gesteld bij de invoer van vleeswaren (Stb. 1922, 395)

– Besluit voorschriften voor het verwerken van vlees tot vleeswaren (Stb. 1924, 448)

– Besluit eisen (Stb. 1926, 233)

– Besluit tot vernietiging raadsbesluit benoeming van W. Graafsma tot hoofd van de vleeskeuringsdienst (Stb. 1955, 79)

– Besluit vleeskeuring (Stb. 1957, 29)

– Besluit wat niet onder vleeswaren moet worden verstaan (Stb. 1957, 513)

– Besluit tot uitvoering van artikel 2, lid 2, van de Vleeskeuringswet (Stb. 1958, 92)

– Besluit eisen (Stb. 1960, 71)

– Besluit invoer vlees uit het buitenland (Stb. 1965, 345)

– Besluit toepassing op buffels en rendieren (Stb. 1974, 423)

– Besluit aanwijzing ambtenaren belast met keuring (Stb. 1976, 330)

– Besluit vergoeding kosten vleeskeuringdiensten (Stb. 1979, 629)

– Besluit voorwaarden voor vlees verzonden uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap (Stb. 1985, 174);

– Besluit invoer van vleesproducten en vleesbereiding uit andere lidstaten van de EEG (Stb. 1985, 175)

– Besluit bijzondere slachtplaatsen (Stb. 1985, 421)

– Besluit invoer van vleesproducten uit derde landen (Stb. 1991, 557)

– Besluit betreffende de productie van en de handel in vleesproducten (Stb. 1994, 11)

– Besluit betreffende de productie van en de handel in vers vlees (Stb. 1994, 12)

– Besluit productie en handel vlees van vrij wild (Stb. 1994, 563)

– Besluit aanwijzing ambtenaren als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Vleeskeuringswet (Stb. 1995, 551)

Waardering: B 1

(60)

Handeling: Het – in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat – vaststellen wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen inzake de veiligheid van vlees en vleeswaren ter bescherming van de volksgezondheid.

Periode: 1945–

Grondslag: Zie AMvB’s VleeskeuringswetBijlage I van het RIO.

Product:

– Voorwaarden bij de overbrenging van ingevoerd nog te keuren vlees naar een eerste kantoor (Stcrt. 1922, 103)

– Voorschriften omtrent verpakking, bewaring, vervoer en merking van door afkoeling verduurzaamd vlees (Stcrt. 1922, 104)

– Beschikking vaststelling van stempelwerk voor niet door afkoeling verduurzaamd vlees (Stcrt. 1922, 136)

– Beschikking betreffende de invoer van monsters vleeswaren (Stcrt. 1929, 143)

– Beschikking betreffende de keuring van per post ingevoerde vleeswaren (Stcrt. 1930, 2)

– Beschikking ontheffing van het verbod van invoer van darmen bestemd voor uitvoer (Stcrt. 1947, 66)

– Beschikking aanwijzing van inrichtingen, waarvan het diploma wordt geëist voor toelating tot een cursus voor opleiding tot keurmeester van vee en vlees (Stcrt. 1949, 64)

– Beschikking invoer van afgekeurde levers voor farmaceutische doeleinden (Stcrt. 1949, 85)

– Beschikking vaststelling van een leerplan (Stcrt. 1952, 18)

– Besluit aanwijzing ambtenaren belast met de keuring (Stcrt. 1952, 218)

– Beschikking van 10 december 1954, nr. 18395 (Stcrt. 1954, 242)

– Regeling onderzoeksregulatief (Stcrt. 1957, 23, 55)

– Besluit vaststelling van de vergoeding voor de kosten der keuring in het algemene (Stcrt. 1957, 34)

– Beschikking (Stcrt. 1957, 105)

– Vaststelling vergoeding voor de kosten der kosten der keuring in het algemeen (Stcrt. 1957, 164)

– Besluit houdend vaststelling van het rijksinvoerkeurloon van vlees (Stcrt. 1957, 164)

– Besluit inzake regelen voor de keuring van gesmolten vetten, afkomstig van slachtdieren (Stcrt. 1957, 167)

– Beschikking merken (Stcrt. 1957, 222)

– Regeling voorschriften inzake elektrische bedwelming van slachtdieren (Stcrt. 1957, 253)

– Voorschriften keuring toestellen en installaties met wisselstroom van 50 Hertz en aanwijzing van deskundige bureaus voor controle van installaties (Stcrt. 1958, 33)

– Voorschriften voor het vervoer, de aflevering en de behandeling van voorwaardelijk goedgekeurd vlees (Stcrt. 1958, 5)

– Voorschriften ten aanzien van slachtdieren en vlees (Stcrt. 1958, 19)

– Beschikking slachtdieren en vlees bestemd voor wetenschappelijk onderzoek (Stcrt. 1958, 19)

– Regeling andere bouwtechnische eisen (Stcrt. 1960, 154)

– Nadere voorschriften ten aanzien van hetgeen in vleeswinkels aanwezig mag zijn (Stcrt. 1961, 155)

– Regeling nadere voorschriften ten aanzien van het vervoer van vlees (Stcrt. 1961, 121);

– Regeling verkoop van uit het buitenland ingevoerd geslacht pluimvee in vleeswinkels (Stcrt.1962, 226)

– Beschikking merking van vleeswaren bij invoer uit het buitenland (Stcrt. 1964, 25)

– Voorwaarden bij overbrenging van uit lidstaten van de EEG ingevoerde vlees naar een eerste kantoor (Stcrt.1966, 210)

– Nadere voorschriften voor de invoer van vlees uit de lidstaten van de EEG (Stcrt. 1966, 226)

– Besluit houdende vaststelling van rijksinvoerkeurloon voor vlees (Stcrt. 1966, 226)

– Bijzondere voorwaarden bij overbrenging van ingevoerd nog te keuren vlees en vleeswaren naar een eerste kantoor (Stcrt. 1968, 82)

– Besluit houdende vaststelling van het rijksinvoerkeurloon voor vlees en vleeswaren (Stcrt. 1968, 47)

– Rijksinvoerkeurloon voor bevroren darmen, organen voor bereiding van farmaceutische producten en vleeswaren (Stcrt. 1968, 47)

– Beschikking invoer van ortherapeutische doeleinden bestemde organen of delen van slachtdieren uit België of Luxemburg (Stcrt. 1970, 85)

– Regeling vaststelling van de keuringsstaten (Stcrt. 1972, 244)

– Aanwijzing gedroogde bloedcellen als verduurzaamd vlees (Stcrt. 1976, 74)

– Invoer organen bestemd voor de bereiding van orgaanpreparaten (Stcrt. 1976, 95)

– Regeling nadere bouwtechnische voorschriften op grond van het Eisenbesluit (Stcrt. 1977, 25)

– Regeling bekleding van wanden (Stcrt. 1977, 28)

– Regeling nadere voorschriften t.a.v. luchtoverdruk en luchtcirculatie als bedoeld in artikel 1 van het Eisenbesluit (Stcrt. 1977, 28)

– Regeling keuringsregulatief (Stcrt. 1978, 201)

– Regeling vaststelling modellen (Stcrt. 1979, 251)

– Invoer vlees (art. 4 van het KB. Stb. 225/1922) (Stb. 1980, 222)

– Invoer van vlees uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Gemeenschap (Stcrt. 1981, 137, 189)

– Regeling eisen verpakking voorverpakt vlees (Stcrt. 1981, 155)

– Regeling aanwijzing gemeenten waarheen voorwaardelijk goedgekeurd vlees mag worden vervoerd (Stcrt. 1981, 198)

– Regeling invoer- en afleveringsverbod stoffen met hormonale en thyreostatische werking (Stcrt. 1981, 221)

– Regeling aanwijzing ambtenaren (Stcrt. 1984, 124)

– Besluit aanwijzing ambtenaren (Stcrt. 1984, 125)

– Invoer vleesproducten uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1985, 116)

– Besluit verbod stoffen, niet eigen aan vlees, in te voeren stoffen (Stcrt. 1986, 159)

– Aanwijzing eerste kantoor voor keuring van vlees en/of vleeswaren, gesmolten vetten afkomstig van slachtdieren, gedroogd vlees, bloedplasmapoeder en gedroogde bloedcellen en aanwijzing percelen van keuring (Stcrt. 1986, 177)

– Regeling opslag en vervoer voorwaardelijk goedgekeurd vlees (Stcrt. 1987, 31, 90, 147)

– Regeling vlees goedgekeurd onder voorwaarde van sterilisatie (Stcrt. 1987, 79)

– Regeling gezondheidsverklaring voor personen werkzaam in de vleesindustrie (Stcrt. 1987, 198)

– Besluit tarieven vlees en vleesproducten (Stcrt. 1993, 99)

– Regeling invoer van vleeswaren uit lidstaten en derde landen (Stcrt. 1993, 121)

– Regeling aanwijzing personen die kunnen worden belast met de controle van veterinaire documenten voor vlees en vleesproducten verzonden uit derde landen (Stcrt. 1993, 76)

– Besluit aanwijzing autoriteit belast met het in kennis stellen van de Europese Commissie van onregelmatigheden bij de invoer uit derde landen van vlees en vleesproducten (Stcrt. 1993, 80)

– Regeling kalverlebmagen afkomstig uit andere lidstaten van de EG en uit derde landen bestemd voor de bereiding van stremsel (Stcrt. 1993, 81)

– Regeling identificatie en registratie slachtdieren (Stcrt. 1993, 87)

– Regeling nadere voorwaarden voor vlees uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1993, 146)

– Regeling nadere voorwaarden voor vleesproducten en vleesbereidingen verzonden uit lidstaten van de EG (Stcrt. 1993, 146)

– Regeling vlees uit andere lidstaten van de EG en uit derde landen, bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1993, 183)

– Beschikking merken 1994 (Stcrt. 1994, 10)

– Besluit toepassing productie en in handel brengen vers vlees (Stcrt. 1994, 10)

– Regeling aanwijzing inspectieposten aan de grens (Stcrt. 1994, 23)

– Regeling vervoer niet volledig gekoeld varkensvlees (Stcrt. 1994, 39)

– Regeling voorwaarden waaronder wordt verstaan dat rund- en varkensvlees wordt uitgesneden (Stcrt.1994, 39)

– Regeling inzake de invoer van vlees, bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 127)

– Regeling houdende vaststelling formulier speciale noodslachtingen (Stcrt. 1994, 200)

– Regeling nadere voorwaarden voor vlees uit andere lidstaten (Stcrt. 1994, 209)

– Regeling aanwijzing van bedrijven voor het verwerken, het opslaan, het drogen of het sorteren van vlees niet bestemd voor menselijk consumptie (Stcrt. 1994, 231)

– Regeling invoer vlees bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie (Stcrt. 1994, 239)

– Regeling nadere voorwaarden inzake vlees uit andere lidstaten (Stcrt. 1995, 77)

– Regeling nadere voorwaarden inzake vleesproducten, vleesbereiding en bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong uit andere lidstaten (Stcrt. 1995, 77)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit:

– het aanwijzen van onderscheidings- en herkenningstekens voor daarbij aangewezen categorieën van ter slachting aangeboden slachtdieren. (Vleeskeuringbesluit, art. 17a, lid 1 (Stb. 1957, 29), Besluit betreffende de productie van ven de handel in vers vlees, art. 10, lid 4 (Stb. 1994, 12));

– het stellen van nadere regels met betrekking tot kennisgevingen inzake vlees en vleeswaren;

– het aanwijzen van eerste kantoren, inspectieposten en douane entreedepot alwaar de Rijkskeurmeester (eventueel) vlees controleert.

Waardering: B 1

(171)

Handeling: Het – in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat – al dan niet verlenen en intrekken van vergunningen voor het inwerking hebben en uitbreiden van een verwerkingsbedrijf voor destructiemateriaal.

Periode: 1957–

Grondslag: Destructiewet, art. 5 lid 1–4, art. 6, art. 8 lid 1 (Stb. 1957, 84); Destructiewet, art. 5a 1–2, art. 7, art. 13 lid 1 onder b (Stb. 1979, 443); Destructiebesluit 1996, art. 13 lid 3 (Stb. 1996, 126)

Product: o.a. Besluit van 29 juli 1972, houdende de beslissing waarbij een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Destructiewet is geweigerd (Stb. 1972, 435).

Opmerking: Deel uit van deze handeling maakt uit:

– het verlenen van een vergunning voor de opslag en voorbewerking van risicomateriaal;

– het voor vervallen verklaren van een vergunning.

Waardering: V, 5 jaar na intrekken vergunning

Actor: de Minister-president

(32)

Handeling: Het – ten tijde van bijzondere omstandigheden – bij KB inwerking stellen van artikel 2a van de Warenwet inzake het aanwijzen van gebieden waar de Warenwet niet van toepassing is op voor militair gebruik bestemde waren.

Periode: 1996–

Grondslag: Warenwet, art. 2 en 2a (Stb. 1996, 366)

Waardering: B 6

Actor: de officier van justitie

(160)

Handeling: Het geven van goedkeuring tot het in beslag nemen en onbruikbaar maken/teruggeven van vlees door een toezichthouder.

Periode: 1945–

Grondslag: Vleeskeuringswet, art. 17 lid 2–4 (Stb. 1919, 524)

Opmerking: Handelingen inzake strafrechtelijke vervolging komen in een apart RIO te staan.

Waardering: V, 10 jaar na afloop zaak

Actor: het College van Beroep voor het bedrijfsleven

(49)

Handeling: Het beslissen op een beroep – aangespannen door een bedrijf – tegen een door een productschap op grond van de Warenwet genomen besluit.

Periode: 1992–

Grondslag: Wet van 4 juni houdende aanpassing van een aantal wetten aan de eerste tranche van de Algemene Wet bestuursrecht (Stb. 1993, 650)

Waardering: B 5

Actor: het Centraal Orgaan voor Zuivelcontrole (COZ)

(224)

Handeling: het door middel van het uitoefenen van toezicht en keuring bevorderen van een goede hoedanigheid, sortering, verzorging, verpakking, vorm, afwerking of aanduiding van melk en melk- en zuivelproducten.

Periode: 1975–1994

Grondslag: Landbouwkwaliteitswet, art. 8 (Stb.1971, 371)

Opmerking: in deze wet is het COZ niet met name genoemd.

Waardering: V, 10 jaar

Actor: het Centraal Orgaan Melkhygiene (COM)

(225)

Handeling: Het bevorderen van de goede kwaliteit van melk, betrokken van veehouders, vooral door het coördineren van de werkzaamheden van de ROM’s.

Periode: 1945–1994

Grondslag: tot 1958 privaatrechtelijk o.b.v. contracten en vanaf 1958 op basis van de Zuivelverordening 1958 m.b.t. levering van melk door veehouders aan fabrieken (verordening van het Productschap Zuivel)

Waardering: V, 10 jaar

Actor: de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ)

(226)

Handeling: het bevorderen van de afzet d.m.v. het handhaven van de door de overheid in artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet gestelde regelen.

Periode: 1992–

Grondslag: Goedkeuring statuten Stichting COKZ, art. 3 (Stcrt.1992, 63)

Waardering: V, 10 jaar

(100)

Handeling: Het verlenen, wijzigen, schorsen of intrekken van vergunningen/toelatingen/erkenningen inzake het bereiden, vervaardigen, behandelen, bewerken, verwerken, verpakken, bewaren of vervoeren van waren behorend tot een bij AMvBaangewezen categorie.

Periode: 1945–

Grondslag: Landbouwkwaliteitswet, art. 3 (Stb.1971, 371), Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding, art. 7b (Stb.1994, 63)

Opmerking: COKZ is bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet (Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding) belast met het toezicht op het gestelde in de Richtlijn 92/46/EEG bij de aangeslotenen van het COKZ, althans voorzover deze richtlijn in Nederland is geïmplementeerd. In dat kader draagt COKZ zorg voor het erkennen van de zuivelinrichtingen. Bij niet-aangesloten zuivelinrichtingen heeft het COKZ deze bevoegdheid op basis van een mandaat van het ministerie van VWS, derhalve niet op basis van de Warenwet.

Waardering: B 5

(104)

Handeling: Het verlenen, wijzigen of intrekken van ontheffingen inzake regels welke zijn gesteld op grond van de Landbouwkwaliteitswet.

Periode: 1945–

Grondslag: Landbouwkwaliteitswet, art. 3 (Stb.1971, 371)

Waardering: V, 5 jaar na afloop ontheffing

Actor: het Productschap pluimvee en eieren

(47)

Handeling: Het opstellen van verordeningen en daarop gebaseerde besluiten en andere voorschriften op het beleidsterrein voedings- en productveiligheid.

Periode: 1965–

Grondslag: Warenwet, art. 22 lid 1 (Stb. 1965, 368, zoals gewijzigd bijStb. 1994, 573)

Opmerking: Eventueel kunnen andere productschappen bij deze handeling betrokken zijn.

Waardering: B 1

Concordantie BSD – RIO

Opmerking vooraf: bij een aantal handelingen wordt verwezen naar de eigen selectielijst van de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA). De actoren uit het RIO Voedings- en productveiligheid waarvan de handelingen in het BSD van de VWA zullen worden opgenomen zijn:

– de Keuringsdienst van Waren (KvW);

– de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV);

– de Veterinaire Inspectie (VI);

– de Veeartsenijkundige Dienst/Veterinaire Dienst (VD);

– de Inspectie Gezondheidsbescherming (IGB).

BSD-nr.

RIO-nr. (gedrukte versie)

Toelichting

1

1

 

2

2

 

3

3

 

4

4

 

5

5

 

6

6

 

7

7

 

8

8

 

9

9

 
 

10

Verwijderd: de aangewezen organisaties worden niet als zodanig in de lijst opgenomen

11

11

 
 

12

Verwijderd: de (ad hoc) commissies/raden worden niet als zodanig in de lijst opgenomen

13

13

 

14

14

 
 

15

Verwijderd: de (ad hoc) commissies/raden worden niet als zodanig in de lijst opgenomen en de VWA maakt eigen selectielijst.

 

16

Verwijderd: De handelingen van de Gezondheidsraad zijn opgenomen in een inmiddels vastgestelde selectielijst (Stcrt. 1998, 61).

 

17

Verwijderd: komt overeen met handeling 95 van het RIO

18

18

 

19

19

 

20

20

 

21

21

 
 

22

Verwijderd: de (ad hoc) commissies/raden worden niet als zodanig in de lijst opgenomen en de VWA maakt eigen selectielijst.

23

23

Voor deze handeling is voor de periode 1945–1957 de actor Commissie van Advies toegevoegd.

 

24

Verwijderd: de handelingen van de Gezondheidsraad zijn opgenomen in een inmiddels vastgestelde selectielijst (Stcrt. 1998, 61).

 

25

Verwijderd: de KEMA wil een eigen lijst opstellen.

 

26

Verwijderd: de NNI is geen zorgdrager.

27

27

 
 

28

Verwijderd: komt overeen met handeling 95 van het RIO

29

29

 

30

30

 

31

31

 

32

32

 

33

33

 

34

34

 

35

35

 

36

36

 

37

37

 

38

38

 

39

39

 

40

40

 

41

41

 
 

42

Verwijderd: TNO is geen zorgdrager en de handelingen van de IGB worden opgenomen in de selectielijst van de VWA.

 

43

Verwijderd: De handelingen van de Gezondheidsraad zijn opgenomen in een inmiddels vastgestelde selectielijst (Stcrt. 1998, 61).

 

44

Verwijderd: de grondslag is verkeerd geïnterpreteerd.

 

45

Verwijderd: het NEC is geen zorgdrager.

46

46

 

47

47

 

48

48

 

49

49

 
 

50

Verwijderd: De handelingen m.b.t. het Staatstoezicht op de Volksgezondheid m.b.t. de voedsel- en productveiligheid zijn opgenomen in de selectielijst voor de VWA.

 

51

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

52

52

 

53

53

 

54

54

 

55

55

 

56

56

 
 

57

Verwijderd: De handelingen m.b.t. het Staatstoezicht op de Volksgezondheid m.b.t. de voedsel- en productveiligheid zijn opgenomen in de selectielijst voor de VWA.

58

58

 

59

59

 

60

60

 

61

61

 

62

62

 

63

63

 

64

64

 
 

65

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

66

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

67

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

68

68

 

69

69

 

70

70

 

71

71

 

72

72

 

73

73

 

74

74

 

75

75

 

76

78

RIO-nummer had 76 moeten zijn

 

79

RIO-nummer had 77 moeten zijn; verwijderd omdat de actor het product-, een hoofdbedrijf- of een bedrijfschap te algemeen is.

78

80

RIO-nummer had 78 moeten zijn

 

79

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

80

80

 

81

81

 

82

82

 

83

83

 

84

84

 
 

85

Verwijderd: voor de RDW is een aparte selectielijst vastgesteld (Stcrt. 1997, 70). De handelingen van de NS worden niet in dit BSD opgenomen.

86

86

 

87

87

 
 

88

Verwijderd: deze handeling komt nagenoeg overeen met handeling 98 van de selectielijst voor het beleidsterrein Energiebeleid, gebaseerd op RIO nr. 82. Om bij selectie verwarring te voorkomen, moet voor selectie genoemde handeling 98 worden gebruikt. (Stcrt.2006, 10)

 

89

Verwijderd: deze handeling komt nagenoeg overeen met handelingen 99 en 158 van de selectielijst voor het beleidsterrein Energiebeleid, gebaseerd op RIO nr. 82. Om bij selectie verwarring te voorkomen, moet voor selectie genoemde handelingen worden gebruikt. (Stcrt.2006, 10)

 

90

Verwijderd: deze handeling komt nagenoeg overeen met handeling 181 van de selectielijst voor het beleidsterrein Energiebeleid, gebaseerd op RIO nr. 82. Om bij selectie verwarring te voorkomen, moet voor selectie genoemde handeling 181 worden gebruikt (Stcrt.2006, 10)

 

91

Verwijderd: de (ad hoc) commissies/raden worden niet als zodanig in de lijst opgenomen en de VWA maakt eigen selectielijst.

92

92

 

93

93

 

94

94

 

95

95

 

96

96

Voor deze handeling is voor de periode 1945–1957 de actor Commissie van Advies toegevoegd.

97

97

 
 

98

Verwijderd: de rechtsopvolger van het Bedrijfschap voor Visserijproducten, het Productschap voor vis en visproducten, maakt een eigen selectielijst.

99

99

 

100

100

 

101

101

 

102

102

 

103

103

 

104

104

 
 

105

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

106

106

 
 

107

Verwijderd: het Productschap voor vis en visproducten maakt een eigen selectielijst.

 

108

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

109

Verwijderd: de aangewezen instantie wordt niet als zodanig in de lijst opgenomen.

110

110

 
 

111

Verwijderd: de KEMA wil een eigen lijst opstellen.

 

112

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

113

Verwijderd: de aangewezen instantie wordt niet als zodanig in de lijst opgenomen.

114

114

 
 

115

Verwijderd: de handelingen van het Productschap granen, zaden en peulvruchten zijn opgenomen in de selectielijst van het Hoofdproductschap Akkerbouw;

de aangewezen instantie wordt niet als zodanig in de lijst opgenomen;

de VWA maakt eigen selectielijst.

116

116

 

117

117

 
 

118

vervallen

 

119

Verwijderd: de aangewezen instantie wordt niet als zodanig in de lijst opgenomen.

120

120

 

121

121

 

122

122

 

123

123

 

124

124

 

125

125

 

126

126

 

127

127

 

128

128

 

129

129

 

130

130

 
 

131

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

132

132

 

133

133

 
 

134

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

135

135

 

136

136

 
 

137

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

138

138

 

139

139

 
 

140

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

141

141

 

142

142

 
 

143

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

144

144

 
 

145

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

146

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

147

147

 

148

148

 

149

149

 
 

150

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

151

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

152

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

153

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

154

154

 

155

155

 
 

156

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

157

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

158

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

159

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

160

160

 

161

161

 
 

162

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

163

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

164

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

165

165

 
 

166

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

167

167

 

168

168

 

169

169

 

170

170

 

171

171

 
 

172

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

173

173

 

174

174

 

175

175

 

176

176

 
 

177

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

178

178

 
 

179

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

180

180

 
 

181

Verwijderd: voor de RDW is een aparte selectielijst vastgesteld (Stcrt. 1997, 70). De handelingen van de NS worden niet in dit BSD opgenomen.

182

182

 
 

183

Verwijderd: deze handeling komt nagenoeg overeen met handelingen 150 en 151 van de selectielijst voor het beleidsterrein Energiebeleid, gebaseerd op RIO nr. 82. Om bij selectie verwarring te voorkomen, moeten voor selectie genoemde handelingen 150 en 151 worden gebruikt (Stcrt.2006, 10).

 

184

Verwijderd: deze handeling komt nagenoeg overeen met handelingen 150 en 151 van de selectielijst voor het beleidsterrein Energiebeleid, gebaseerd op RIO nr. 82. Om bij selectie verwarring te voorkomen, moeten voor selectie genoemde handelingen 150 en 151 worden gebruikt (Stcrt.2006, 10).

185

185

 
 

186

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

187

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

188

Verwijderd: De handelingen van de Farmaceutische Inspectie zijn opgenomen in de selectielijst voor Inspectie voor de Gezondheidszorg (Stcrt. 2002, 149).

 

189

Verwijderd: De handelingen van de Farmaceutische Inspectie zijn opgenomen in de selectielijst voor Inspectie voor de Gezondheidszorg (Stcrt. 2002, 149).

190

190

 
 

191

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

192

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

193

Verwijderd: De handelingen m.b.t. het Staatstoezicht op de Volksgezondheid m.b.t. radioactieve stoffen zijn opgenomen in de selectielijst voor de VWA.

 

194

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

195

195

 

196

196

 
 

197

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

198

Verwijderd: De handelingen m.b.t. het Staatstoezicht op de Volksgezondheid m.b.t. het verslag van de verrichtingen van de Keuringsdienst van Waren zijn opgenomen in de selectielijst voor de VWA.

199

199

 
 

200

Verwijderd: De handelingen m.b.t. het Staatstoezicht op de Volksgezondheid m.b.t. het verslag van de verrichtingen van de Keuringsdienst van Waren zijn opgenomen in de selectielijst voor de VWA.

201

201

 

202

202

 

203

203

 

204

204

 

205

205

 

206

206

 
 

207

Verwijderd: VWA maakt eigen selectielijst.

 

208

 

209

209

 
 

210

Vervallen: komt overeen met handeling 40.

211

211

 

212

212

 

213

213

 

214

214

 

215–

nieuw

 

1

Onderstaande passage is grotendeels ontleend aan: mw. A. Overbeeke, Landbouwkwaliteit en Voedselveiligheid, Kwaliteit van het uitgangsmateriaal en Biotechnologie 1945–1998 (LNV, RIO 157).

2

Onderstaande paragraaf is grotendeels ontleend aan mw. A. Overbeeke, Landbouwkwaliteit en Voedselveiligheid, Kwaliteit van het uitgangsmateriaal en Biotechnologie 1945–1998 (LNV, RIO 157).

3

Rapport Institutioneel Onderzoek Milieubeheer. (VROM, nr. 94).

Bijlage: Aangewezen en aangemelde (keurings-)instanties1

Inleiding

Op veel gebieden zijn in Nederland certificatie-instellingen actief. Deze instellingen geven kwaliteitsverklaringen af in de vorm van keurmerken. Dit kunnen private keurmerken zijn, of verklaringen met een publiek karakter. Private keurmerken zijn het initiatief van certificatie-instellingen, branche organisaties of belangen organisaties. De keuringen met een publiek karakter gaan uit van de overheid of worden namens de overheid uitgevoerd. Voor deze keuringen worden keuringsinstanties door de overheid aangewezen.

Daarnaast zijn er instanties waarvan de certificaten zijn gelijkgesteld.

In deze bijlage wordt een en ander toegelicht en wordt weergegeven welke instanties zijn aangewezen of van welke instanties certificaten zijn gelijkgesteld.

De Voedsel en Waren Autoriteit houdt een overzicht van aangewezen instanties bij.

Aangewezen, aangemeld, gelijkgesteld

Aangewezen instellingen (bekend onder de vroegere aanduiding aangewezen keuringsinstanties) zijn certificatie-instellingen die zijn aangewezen op basis van Nederlandse wetgeving, die niet is gebaseerd op Europese richtlijnen. In dit kader is dat het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen van 1 september 2003.

Aangemelde instanties (in het internationale spraakgebruik Notified Bodies) worden aangewezen op basis van Europese richtlijnen die zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Het verschil is dat deze instellingen niet alleen worden aangewezen, maar ook worden genotificeerd bij de EU in Brussel. De keuringen van Notified Bodies worden in principe in alle EU landen geaccepteerd.

De productveiligheidsregelingen waaraan Europese richtlijnen ten grondslag liggen en op basis waarvan de minister van VWS Notified Bodies heeft aangewezen, zijn de volgende:

– het Besluit Gastoestellen dat uitvoering geeft aan Richtlijn 90/396/EEG;

– het warenwetbesluit Speelgoed dat uitvoering geeft aan richtlijn 88/378/EEG;

– het warenwetbesluit Elektrotechnische Producten dat uitvoering geeft aan richtlijn 73/23/EEG;

– het warenwetbesluit Persoonlijke beschermingsmiddelen dat uitvoering geeft aan de richtlijn 89/686/EEG.

De aanwijzing vindt plaats door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ook voor andere Europese richtlijnen dan de bovengenoemde zijn er Notified Bodies aangewezen, maar voor die richtlijnen zijn veelal andere Ministeries dan het Ministerie van VWS verantwoordelijk. Een voorbeeld is de Europese richtlijn voor liften, waarvoor het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid Notified Bodies heeft aangewezen.

Gelijkgestelde certificaten worden afgegeven door certificatie-instellingen in het buitenland. Deze Regeling is tot stand gekomen om handelsbelemmering te voorkomen en is ingesteld ten tijde van de publicatie van het Besluit Veiligheid Attractie- en Speeltoestellen (BVAS) in 1997, wat inmiddels is vervangen door het warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen(WAS). Omdat dit nationale wetgeving is, zou dit een mogelijke handelsbelemmering kunnen opwerpen in het verenigde Europa.

De gelijkstelling houdt in dat alle toestellen met een geldig certificaat van een instelling, waarvan de certificaten zijn gelijkgesteld (en waar nodig een merk van goedkeuring), vermoed worden te voldoen aan de voorschriften van het Warenwetbesluit Attractie- en speelstoestellen.

Tot 1 mei 2005 zijn voor het warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen zijn de volgende instellingen aangewezen voor zowel attracties als speeltoestellen:

– AIB-Vinçotte Nederland B.V. (AV) in Breda.

– Det Norske Veritas B.V. (DNV) in Rotterdam.

– Liftinstituut B.V. in Amsterdam.

– MKB-certifcatie B.V. in Geleen.

– TÜV Industrie Sevice GmbH München (D) (voorheen Bau und Betriebstechnik GmbH).

– RWTÜV Systems (afdeling Festigkeit, Maschinentechnik) GmbH is Essen (D) (voorheen RWTÜV Anlage technik GmbH).

Voor alleen speeltoestellen zijn aangewezen:

– Keurmerkinstituut B.V. in Zoetermeer.

– RWTÜV Systems (afdeling Gerätersicherheit und Medizinprodukte) GmbH in Essen (D)

– (Voorheen RWTÜV Anlagentechnik GmbH).

– TÜV Rheinland Belgium in Zaventem (B)

– TÜV Österreich in Wenen (A)

De volgende instellingen zijn aangewezen als Notified Bodies:

Voor het warenwetbesluit Gastoestellen: Gastec Certification B.V. in Apeldoorn.

Voor het warenwetbesluit Speelgoed: SGS Laboratory Services B.V. in Spijkennisse.

Voor het warenwetbesluit Elektrotechnische Producten:

– Dare Consultancy B.V. in Woerden.

– Gastec certification B.V. in Apeldoorn.

– Kema Quality B.V. in Arnhem.

– TNO-EPS B.V. in Niekerk.

Voor het warenwetbesluit Persoonlijke beschermingsmiddelen: TNO-Certification B.V. in Apeldoorn.

Van de volgende instituten zijn de certificaten gelijkgesteld. In dit kader betreft het alleen certificaten ten behoeve van het warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. Ze worden afgegeven door de volgende instituten voor speeltoestellen:

1. British Standards Institution (BSI) in Londen (GB).

2. TÜV Rheinland product Safety GmbH in Keulen (GB).

3. TÜV Product service GmbH in München (D).

4. LGA Qualitest GmbH in Neurenberg (D).

Tot 3 mei 2005 hadden eveneens een zelfde positie:

1. LNE te Parijs (F) voor speeltoestellen.

2. Laboratoire Pourquery Analyse Industrielles te Lyon (F) voor speeltoestellen.

3. Groupe des laboratoires Wolv te clichy (F) voor speeltoestellen.

4. Apave sud te Agen (F) voor speeltoestellen.

5. Apave du Sud-Ouest te Artigues-pres-Bordeaux (F) voor speeltoestellen.

6. Apave du sud-Est te Marseille (F) voor speeltoestellen.

7. CETE Apava Lyonnaise te Tassin (F) voor speeltoestellen.

8. CETE Apava Normande te Mont-saint-Aigan (F) voor speeltoestellen.

9. CETE Apava de l’oest te saint Herblain (F) voor speeltoestellen.

10. Apava alsacuenne te Mulhouse (F) voor speeltoestellen.

11. Apava Nord-Picardie te lille (F) voor speeltoestellen.

12. Apava parisienne te Parijs (F) voor speeltoestellen.

13. Standard Institution of israël (SII) te Tel Aviv (Israël) voor speeltoestellen.

14. TÜV Thüringen e.v. te Jena (D) voor attractietoestellen.

15. TÜV Anlagentechnik GmbH te Keulen (D) voor attractietoestellen.

Certificaten uitgeschreven na de datum van de beschikking tot gelijkstelling en voor 3 maart 2005 blijven geldig gedurende de geldigheidsduur van het certificaat.

Tot 16 juni 2005 hadden eveneens eenzelfde positie:

1. RWTÜV Anlagetechnik GmbH in Essen (D) voor speeltoestellen.

2. TÜV Berlin e.v. (D) voor speeltoestellen.

1

VWA-informatieblad 59/7 oktober 2005

Naar boven